Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24333

2026-08-14 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.9175
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-14
Publicatiedatum
2026-08-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.9175
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel ‘Arbeid in loondienst’, beroep gegrond. Eiser heeft de Turkse nationaliteit en heeft in Nederland rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen legale arbeid in de zin van artikel 6 van het Besluit 1/80 zou hebben verricht. Verweerder heeft namelijk, ondanks het verzoek van de rechtbank en het verleende uitstel van de reactietermijn, niet gereageerd op de uitspraak van de Afdeling 13 maart 2026.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.388 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: NL25.9175



uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen





[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. N. van Bremen),


en




de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. Sánchez Rhemrev).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning.



1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 6 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 12 februari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Tijdens de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.



1.3.
Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek heropend en partijen in de gelegenheid gesteld om te reageren op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 13 maart 2026.



1.4.
Op verzoek van verweerder heeft de rechtbank verweerder een nadere termijn gegeven om te reageren, tot uiterlijk 8 mei 2026.



1.5.
Verweerder heeft niet gereageerd.



1.6.
Eiser heeft een reactie ingediend.



1.7.
De rechtbank heeft met toestemming van partijen afgezien van een nadere zitting en heeft het onderzoek gesloten.





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?




2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1975 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne op het moment dat de invasie van Oekraïne door de Russische strijdkrachten begon. Eiser is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Eiser heeft vervolgens een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘Arbeid in loondienst’ op grond van het Besluit 1/80.



2.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser volgens verweerder geen legale arbeid heeft verricht zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit 1/80. Eisers verblijfsrecht is namelijk niet gebaseerd op een stabiele en niet voorlopige situatie op de arbeidsmarkt, omdat eiser onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geen onomstreden verblijfsrecht heeft.



Wat vindt eiser in beroep?



3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser voert aan dat hij wel legale arbeid verricht in de zin van artikel 6 van het Besluit 1/80. Ten eerste is volgens eiser niet het aanvankelijke doel waarvoor toegang is verleend maar het legaal verrichten van arbeid na rechtmatige binnenkomst relevant voor toepassing van artikel 6 van het Besluit 1/80. Ten tweede is er geen sprake van een onstabiel of tijdelijk verblijfsrecht, omdat verweerder het legale verblijf meerdere keren heeft verlengd.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



4. De rechtbank geeft eiser in deze zaak gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen legale arbeid zou hebben verricht. Verweerder heeft namelijk, ondanks het verzoek van de rechtbank en het verleende uitstel van de reactietermijn, niet gereageerd op de uitspraak van de Afdeling 13 maart 2026. In deze uitspraak heeft de Afdeling geconcludeerd dat een Turkse werknemer die minstens een jaar bij dezelfde werkgever heeft gewerkt gedurende de periode dat hij in Nederland tijdelijke bescherming genoot op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het Uitvoeringsbesluit, legale arbeid heeft verricht in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Besluit l/80, en daaraan een daaruit voortvloeiend verblijfsrecht kan ontlenen.





Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak.

7. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,-.

8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden.





Beslissing


De rechtbank:


- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-;
- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- moet vergoeden.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





ECLI:NL:RVS:2026:1453.


Met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht.


Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.


Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Turkije.


Zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit 1/80.


Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/3 82 van 4 maart 2022.


1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde van € 934,- met een wegingsfactor 1 en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde van € 934,- met een wegingsfactor 1.