Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:23823

2026-08-20 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.18206
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-20
Publicatiedatum
2026-08-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.18206
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asielaanvraag niet-ontvankelijk, MOB-melding.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.942 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Amsterdam



Bestuursrecht



Zaaknummer: NL26.18206



V-nummer: [v-nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedag] 1987, van Comorese nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. A.W. IJland),



en


de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. D. Gigengack).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiseres heeft op 6 februari 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 23 februari 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.



2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. De gemachtigde van eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting. Eiseres is zonder voorafgaan bericht niet op de zitting verschenen.




Beoordeling door de rechtbank



Heeft eiseres procesbelang?




3. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft namelijk op 23 april 2026 meegedeeld dat eiseres volgens meldingen van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers met onbekende bestemming is vertrokken. Op 6 mei 2026 heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld geen contact meer te hebben met eiseres. Op 6 augustus 2026 heeft de gemachtigde van eiseres nogmaals bevestigd dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met eiseres en zich niet gemachtigd acht om eiseres te vertegenwoordigen buiten haar aanwezigheid.



3.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van moet worden uitgegaan dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en nog prijs stelt op deze bescherming. Dit betekent dat de gemachtigde moet weten dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.



3.2.
Gezien de informatie van de gemachtigde van eiseres neemt de rechtbank aan dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en dat zij geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.




Conclusie en gevolgen


4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.C. Van der Roest, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Jongejans, griffier.



Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Vreemdelingenwet 2000.


Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.