Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:23406

2026-07-21 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/691244 / FA RK 25-6772
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-21
Publicatiedatum
2026-08-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/691244 / FA RK 25-6772
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/510

Inhoudsindicatie

Wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag en stiefouderadoptie

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.934 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-6772 (wijziging gezag) en FA RK 25-7044 (stiefouderadoptie)
Zaaknummer: C/09/691244 (wijziging gezag) en C/09/691749 (stiefouderadoptie)
Datum beschikking: 21 juli 2026


Wijziging gezag en stiefouderadoptie



Beschikking op het op 9 september 2025 ingekomen verzoek van:



in de zaak met kenmerk C/09/691244 / FA RK 25-6772:





[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman in Alkmaar.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.




en in de zaak met kenmerk C/09/691749 / FA RK 25-7044:






[de stiefvader] ,

de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman in Alkmaar.



Als belanghebbenden worden aangemerkt:





[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman in Alkmaar,



en





[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.



Als informant wordt aangemerkt:




de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Rotterdam-Dordrecht,
(hierna te noemen: de Raad).



Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:



in de zaak met kenmerk C/09/691244:




het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;


de referteverklaring ondertekend door de vader op 18 september 2025.





in de zaak met kenmerk C/09/691749:




het verzoekschrift, met bijlagen, namens de stiefvader;


de referteverklaring ondertekend door de vader op 18 september 2025;


de instemmingsverklaring van de vader, ingekomen op 30 september 2025;


het rapport en advies van de Raad van 25 februari 2026, kenmerk 1-67WQMSV.




Op 14 juli 2026 heeft [minderjarige 1] zijn mening gegeven over het verzoek tot adoptie in een gesprek met de kinderrechter.




Feiten


Uit de moeder zijn geboren de nu nog minderjarige kinderen:



[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ;



[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] .


De vader heeft [minderjarige 1] op [datum] 2013 erkend.


De moeder en de vader oefenen blijkens een aantekening in het gezagsregister van 15 augustus 2013 het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] uit.



[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder en de stiefvader.


De moeder, de vader, de stiefvader en [minderjarige 1] hebben allen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.





Verzoeken en verweer
De moeder verzoekt in de zaak met kenmerk C/09/691244 het gezamenlijk ouderlijk gezag in die zin te wijzigen, dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] zal uitoefenen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.


De stiefvader verzoekt in de zaak met kenmerk C/09/691749 de (stiefouder)adoptie uit te spreken van [minderjarige 1] .



De vader voert blijkens de overlegde referteverklaring geen verweer tegen de verzoeken ten aanzien van de wijziging van het gezamenlijk gezag en de stiefouderadoptie.



Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, hierna ingegaan.




Beoordeling


Wijziging gezamenlijk gezag

Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat is ontstaan door aantekening in het gezagsregister beëindigen, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd als: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.




Ontvankelijkheid

De rechtbank moet eerst beoordelen of er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Gebleken is dat de relatie tussen de moeder en de vader in 2015 is geëindigd. Sinds 2017 is er niet of nauwelijks contact geweest tussen de ouders en ook niet tussen de vader en [minderjarige 1] . Hieruit volgt dat na het ontstaan van het gezamenlijk gezag in 2013 de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank zal daarom de moeder ontvangen in haar verzoek.




Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank zal de moeder belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] . Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen. Gebleken is dat de vader in ieder geval sinds 2017 uit het leven van [minderjarige 1] is. Er is geen contact tussen de vader en [minderjarige 1] en ook niet tussen de ouders. Nadat de relatie tussen de moeder en de vader is beëindigd, heeft de moeder een relatie gekregen met de stiefvader. Al ruim acht jaar deelt de stiefvader met de moeder de zorg over [minderjarige 1] . [minderjarige 1] was in de veronderstelling dat de stiefvader zijn biologische vader was, totdat de moeder en de stiefvader hem in de zomer van 2024 statusvoorlichting hebben gegeven. De vader geeft feitelijk geen invulling aan het gezag. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat dit in de toekomst anders zal zijn. De vader heeft door het ondertekenen van een referteverklaring te kennen gegeven dat hij afstand doet van zijn rol als gezaghebbende ouder. De rechtbank acht wijziging van het gezamenlijk gezag daarom anderszins in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk. Het verzoek van de moeder zal dan ook worden toegewezen.




Stiefouderadoptie

Uit artikel 1:227 lid 2 BW volgt – voor zover hier van belang – het volgende. Het verzoek door de adoptant die levensgezel van de ouder is, kan slechts worden gedaan als hij tenminste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Aan deze voorwaarde is voldaan, aangezien de moeder en de stiefvader al sinds 2017 een relatie hebben en sindsdien in gezinsverband met [minderjarige 1] (en [minderjarige 2] ) samenwonen. De stiefvader kan daarom in zijn verzoek worden ontvangen.



Op grond van artikel 1:227 lid 3 BW kan het verzoek alleen worden toegewezen als de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW wordt voldaan.



Uit de overgelegde stukken blijkt dat de vader sinds 2017 uit het leven van [minderjarige 1] is. De rechtbank stelt vast dat de vader zich refereert aan het oordeel van de rechtbank over de stiefouderadoptie. De rechtbank concludeert hieruit dat de vader volledig uit beeld is en dat er niets meer van hem als ouder van [minderjarige 1] te verwachten valt. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook voldaan aan de in lid 3 van voornoemd artikel gestelde voorwaarde.





De rechtbank moet vervolgens toetsen of is voldaan aan de voorwaarden voor stiefouderadoptie genoemd in artikel 1:228 BW, te weten – voor zover hier van belang –:



dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaren of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;


dat het kind geen kleinkind van de adoptant is;


dat de adoptant ten minste achttien jaar ouder dan het kind is;


at geen der ouders het verzoek tegenspreekt;


dat de adoptant het kind gedurende ten minste een jaar heeft verzorgd en opgevoed; indien de levensgezel van de ouder het kind adopteert en zij gezamenlijk het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed wordt de periode van een jaar gerekend vanaf het moment van feitelijk gezamenlijk verzorgen en opvoeden;


dat de moeder alleen of samen met de adoptant het gezag over de minderjarige heeft.




De Raad adviseert het verzoek tot adoptie toe te wijzen, onder de voorwaarde dat het gezag van de vader beëindigd is.



De rechtbank stelt vast dat de vader niet in deze procedure is verschenen en het verzoek niet heeft weersproken. Nu in deze beschikking tevens wordt beslist dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] zal hebben, is aan alle voornoemde voorwaarden voldaan.



Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of zij de stiefouderadoptie in het kennelijk belang van [minderjarige 1] acht. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De moeder heeft sinds 2017 een relatie met de stiefvader en zij zorgen sindsdien samen voor [minderjarige 1] . [minderjarige 1] weet inmiddels dat de stiefvader niet zijn echte vader is, maar zo voelt het wel voor hem. Hij heeft geen behoefte om zijn biologische vader te leren kennen. [minderjarige 1] heeft een hechte band met zijn stiefvader en wil graag dat hij formeel zijn vader wordt. Dit heeft hij kenbaar gemaakt in het gesprek met de Raad. De rechtbank is daarom van oordeel dat de stiefouderadoptie in het belang van [minderjarige 1] is.



Alles overwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat aan alle voorwaarden voor de stiefouderadoptie wordt voldaan zodat het verzoek zal worden toegewezen, onder de voorwaarde dat de beslissing ten aanzien van het eenhoofdig gezag van de moeder in kracht van gewijsde is gegaan.




Geslachtsnaamwijziging


[minderjarige 1] heeft nu de achternaam van de vader. Als een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de levensgezel van een ouder komt te staan, houdt het op grond van artikel 1:5 lid 3 BW zijn geslachtsnaam, tenzij de ouder en diens levensgezel gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van die ouder of van de levensgezel. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in de akte van erkenning of in de rechterlijke uitspraak inzake adoptie of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.



Volgens de stiefvader heeft [minderjarige 1] de wens om de achternaam van zijn moeder, “ [naam] ”, te dragen. De instemmingsverklaring van de moeder vermeldt ook dat als gevolg van de partneradoptie [minderjarige 1] de geslachtsnaam “ [naam] ” zal komen te dragen. De rechtbank zal dit als zodanig opnemen in de te geven beschikking.

Aantekening gezagsregister

De rechtbank zal gelet op het bepaalde in artikel 2 lid 1, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters ook bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.




BeslissingDe rechtbank:



in de zaak met kenmerk C/09/691244 (ouderlijk gezag):




*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op

[geboortedatum 3] 1992 in [geboorteplaats 3] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;


*
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het centrale gezagsregister, om daarin aantekening te doen van de gewijzigde gezagssituatie;




in de zaak met kenmerk C/09/691749 (stiefouderadoptie):




*
spreekt, onder de voorwaarde dat de hiervoor opgenomen beslissing met betrekking tot het eenhoofdig gezag (zaaknummer C/09/691244 / FA RK 25-6772) in kracht van gewijsde is gegaan, uit de adoptie van de minderjarige:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,
door: [de stiefvader] , geboren op [geboortedatum 4] 1990 in [geboorteplaats 4] ;


*
verstaat dat de geslachtsnaam van voornoemde minderjarige alsdan zal luiden “ [naam] ”;



*
draagt de griffier - op grond van artikel 1:20e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.




Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 juli 2026.