Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:23318

2026-07-20 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/704221 / FA RK 26-4258
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-20
Publicatiedatum
2026-08-20
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/704221 / FA RK 26-4258
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorziening in de voogdij ex artikel 1:253q jo 1:253r BW

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.771 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 26-4258
Zaaknummer: C/09/704221
Datum beschikking: 20 juli 2026


Voorziening in de voogdij (artikel 1:246 jo 1:253q, 1:253r BW)



Beschikking op het op 28 april 2026 ingekomen verzoekschrift van:



de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,
hierna: de Raad,


betreffende:


[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats ] , Syrie,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
Als belanghebbende worden aangemerkt:





[de vader] ,

hierna: de vader,
zonder bekende woon- of verblijfsplaats,



en




Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

voormalig voorlopig voogdes,
hierna: Stichting Jeugdbescherming west,



en




Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

voorlopig voogdes tevens beoogd voogdes,
hierna: de gecertificeerde instelling.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift.


het rapport en advies van de Raad van 24 april 2026, kenmerk [kenmerk] ;


de bereidverklaring tot aanvaarding van de voogdij van de gecertificeerde instelling van 29 april 2026.




Op 10 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:




[naam 1] , namens de Raad;



[naam 2] , namens de gecertificeerde instelling.




De vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen via een advertentie in de Staatscourant van 9 juni 2026 met nummer 21142 – niet op de zitting verschenen.



Stichting Jeugdbescherming west, de voormalige voorlopig voogdes, is – hoewel behoorlijk opgeroepen – ook niet op de zitting verschenen.



De minderjarige [de minderjarige] heeft haar mening in raadkamer kenbaar gemaakt.




Verzoek en verweer

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de rechtbank om het Leger des
Heils te belasten met de voogdij over [de minderjarige] .




Feiten


De vader van [de minderjarige] is [de vader] , geboren op [geboortedatum 2] 1968 te [geboorteplaats ] , Syrië.



[de minderjarige] verblijft op een geheim adres.


Bij beschikking van 2 februari 2026 van deze rechtbank is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van 13 februari 2026 tot 30 april 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 april 2026.


Bij beschikking van 9 april 2026 van deze rechtbank is Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland belast met de voorlopige voogdij over [de minderjarige] (zaaknummer C/09/702234 / FA RK 26-3043).


Bij beschikking van 21 mei 2026 van deze rechtbank – met wijziging van de beschikking van 9 april 2026 met zaaknummer C/09/702234 / FA RK 26-3043 – is het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering belast met de voorlopige voogdij over [de minderjarige] in plaats van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 21 mei 2026 tot 4 juni 2026





Beoordeling


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek om een voorziening in de voogdij.




Inhoudelijke beoordeling

Uit artikel 1:253q, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat, wanneer een ouder die alleen het gezag uitoefent, op één der in artikel 1:246 BW genoemde gronden daartoe onbevoegd is, de rechtbank de andere ouder met het gezag belast, tenzij gegronde vrees bestaat dat de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd. Alsdan benoemt zij een voogd.



Op grond van artikel 1:253r, eerste lid, BW is het bepaalde in artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing indien één of beide ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag over de minderjarige uit te oefenen, of het bestaan of de verblijfplaats van één of beide ouders onbekend is. Blijkens het tweede lid van artikel 1:253r BW is het gezag dat aan één of beide ouders toekomt, geschorst gedurende de tijd waarin één van de in het eerste lid bedoelde omstandigheden zich voordoet.



Op grond van artikel 1:253q lid 4 BW kan een verzoek als bedoeld in artikel 1:253q lid 3 BW worden gedaan op verzoek van de Raad.



De Raad verzoekt de gecertificeerde instelling te belasten met de voogdij over [de minderjarige] en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De vader van [de minderjarige] is met haar twee jongere broers vertrokken naar het buitenland. Voor het vertrek van de vader heeft de vader aangegeven dat de moeder van [de minderjarige] is overleden. [de minderjarige] heeft echter aangegeven dat haar moeder leeft en dat contact heeft haar via de telefoon. De Raad heeft niet kunnen verifiëren of de vrouw, waarvan [de minderjarige] aangeeft dat het haar moeder is, daadwerkelijk de biologische moeder van [de minderjarige] is. Sinds het vertrek van de vader is er een gezagsvacuüm ontstaan. Het is daarom noodzakelijk dat een voogd de belangen van [de minderjarige] waarborgt, omdat er zaken zijn die op korte termijn geregeld moeten worden zoals het inzetten van hulpverlening en andere praktische zaken. Daarnaast is het van belang dat de gecertificeerde instelling gaat uitzoeken of de vrouw, waarvan [de minderjarige] aangeeft dat het haar moeder is, ook daadwerkelijk de biologische moeder van [de minderjarige] is en mogelijk belast is met het gezag over [de minderjarige] .



De rechtbank overweegt als volgt.
Voor zover uit de beschikbare stukken is af te leiden is de vader belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . De verblijfplaats van de van de vader van [de minderjarige] is onbekend en wie de moeder van [de minderjarige] is kan nog niet met zekerheid worden vastgesteld. Dit betekent dat – zelfs als een of beide ouders met het gezag zou(den) zijn belast – het gezag van de ouders van rechtswege is geschorst. Er is daardoor niemand die belangrijke beslissingen over [de minderjarige] kan nemen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om een voogd te benoemen. Nu de gecertificeerde instelling zich bereid heeft verklaard tot aanvaarding van de voogdij en het belang van [de minderjarige] zich hier niet tegen verzet zal de rechtbank het verzoek van de Raad toewijzen en de gecertificeerde instelling belasten met de voogdij over [de minderjarige] .




Beslissing
De rechtbank:


benoemt tot voogdes over de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats ] , Syrie:



- Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.











Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 20 juli 2026.