Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:23194
2026-08-18
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.14976
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beroep ongegrond. Niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een duurzame relatie gelijk te stellen met een huwelijk. Eiseres valt niet onder artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2023:27 Raad van State 05-01-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.438 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14976
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Berends),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. J.P. Arts).
Samenvatting
1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.1.
Eiseres is geboren op [geboortedag] 1978 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Eiseres heeft op 12 februari 2024 een aanvraag ingediend voor een mvv voor het doel verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon] (referent).
2.2.
Met het primaire besluit van 10 juni 2024 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Volgens verweerder heeft eiseres niet aangetoond dat tussen haar en referent sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Daarbij voldoet referent niet aan het middelenvereiste.
2.3.
Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verweerder heeft zich onverminderd op het standpunt gesteld dat eiseres niet heeft aangetoond dat tussen haar en referent sprake is van een duurzame en exclusieve relatie en dat referent niet voldoet aan het middelenvereiste.
2.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of verweerder de aanvraag van eiseres om een mvv terecht heeft afgewezen.
Zorgvuldigheid en hoorplicht
4.1.
Eiseres voert aan dat verweerder in bezwaar ten onrechte alleen referent heeft gehoord. Het had op de weg van verweerder gelegen om zorgvuldigheidshalve eiseres ook uit te nodigen voor een (simultaan) gehoor.
4.2.
De rechtbank stelt allereerst vast dat er een hoorzitting heeft plaatsgevonden in de bezwaarfase in overeenstemming met het verzoek van eiseres en referent. Eiseres is niet gehoord op deze hoorzitting, maar referent wel. Ook de gemachtigde van eiseres heeft deelgenomen aan de hoorzitting. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit geval niet onzorgvuldig heeft gehandeld door eiseres niet te horen in de bezwaarfase. Op de hoorzitting in de bezwaarfase hebben referent en de gemachtigde van eiseres niet kenbaar gemaakt dat eiseres ook had willen deelnemen aan de hoorzitting. Eiseres heeft dit zelf ook niet kenbaar gemaakt direct na de hoorzitting. Voor zover eiseres stelt dat zij dit niet eerder kenbaar had kunnen maken, omdat pas met het bestreden besluit duidelijk werd waar de twijfels van verweerder vooral om gingen, volgt de rechtbank haar in die stelling niet. Uit het primaire besluit bleek namelijk al dat verweerder twijfelde of sprake was van een duurzame relatie die gelijk te stellen was met een huwelijk. Eiseres heeft verder in beroep niet geconcretiseerd welke punten zij nog nader had willen toelichten op een hoorzitting bovenop wat zij al heeft aangevoerd in de beroepsgronden.
Duurzame relatie
5.1.
Eiseres voert aan dat sprake is van een duurzame relatie. Verweerder heeft te weinig waarde gehecht aan de overgelegde foto’s en aan de zwangerschapsecho’s. Hoewel een naam op de zwangerschapsecho ontbreekt, komt de zwangerschap ook terug in de Whatsappgesprekken. Volgens eiseres moet verweerder kijken naar aanknopingspunten die wel wijzen op een duurzame relatie. Er zijn genoeg stukken overgelegd die onderbouwen dat eiseres en referent een duurzame relatie hebben sinds 2021. Eiseres en referent hebben alle gesprekken overgelegd die zij konden overleggen. Verweerder heeft de gesprekken over de periode juni 2023 tot en met november 2024 ten onrechte niet betrokken bij het bestreden besluit. Eiseres voert verder aan dat de onenigheid tussen haar en referent voortkomt uit haar jaloerse karakter. Volgens eiseres is het niet opmerkelijk dat er perioden van gesprekken missen. Dit komt omdat verschillende telefoons zijn gebruikt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres en referent met de overgelegde stukken niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een duurzame relatie hebben die gelijk te stellen is met een huwelijk. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
5.3.
Uit de whatsappgesprekken blijkt weliswaar dat er frequent contact is tussen eiseres en referent, maar daaruit blijkt niet dat eiseres en referent communiceren over serieuze onderwerpen of over dagelijkse aangelegenheden of interesses. Zo bespreken eiseres en referent bijvoorbeeld niet of zij samen gaan eten, welke boodschappen er gehaald moeten worden of andere zinvolle bezigheden. Dit kan wel worden verwacht van een relatie die gelijk te stellen is van een huwelijk. De gesprekken betreffen vooral oppervlakkige interactie, vaak gericht op lichamelijke intimiteit.
5.4.
Verweerder heeft verder terecht gesteld dat ook uit de foto’s die eiseres en referent hebben overgelegd niet blijkt dat sprake is van een duurzame relatie. Op de foto’s zijn eiseres en referent samen te zien op verschillende momenten. Dit zijn echter slechts momentopnames. Een duurzame relatie blijkt ook niet uit de foto’s in combinatie met de whatsappgesprekken.
5.5.
Voor zover eiseres en referent stellen dat zij hebben samengewoond, overweegt de rechtbank dat zij deze stelling niet met objectieve stukken aannemelijk hebben gemaakt. Eiseres heeft alleen een stuk overgelegd van de apotheek waarop het adres van referent staat. Dat is onvoldoende, omdat eiseres het adres ook alleen als correspondentieadres kan hebben gebruikt.
5.6.
Verweerder heeft verder de zwangerschapsecho’s onvoldoende mogen vinden om een duurzame relatie aan te nemen. Op de zwangerschapsecho’s staat namelijk geen naam en datum genoemd, zodat daaruit niet valt op te maken of het inderdaad foto’s zijn van de zwangerschap van eiseres. Eiseres en referent hebben verder over de eerste zwangerschap slechts kort gecommuniceerd en over de tweede zwangerschap helemaal niet, nog daargelaten de vraag of een zwangerschap iets zegt over of sprake is van een duurzame relatie.
5.7.
Ten aanzien van het punt dat referent in de whatsappgesprekken ‘ [naam] ’ heet, overweegt de rechtbank dat dit voor verweerder geen zelfstandige afwijzingsgrond was, maar dat verweerder dit slechts heeft genoemd omdat het voor verweerder opmerkelijk was. De rechtbank zal daarom ook niet verder ingaan op dit punt.
Artikel 17 Gezinsherenigingsrichtlijn
6.1.
Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte geen individuele beoordeling heeft gemaakt in de zin van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Die belangenafweging kan namelijk gunstiger uitpakken. Eiseres verwijst naar een uitspraak van de Afdeling van5 januari 2023.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen belangenafweging heeft hoeven maken in het kader van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft geoordeeld, is verweerder namelijk terecht tot de conclusie gekomen dat eiseres en referent onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een duurzame relatie hebben. Eiseres kan daarom niet worden aangemerkt als gezinslid in de zin van artikel 4 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Artikel 8 van het EVRM
7. Nu de rechtbank van oordeel is dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat geen sprake is van een duurzame relatie, volgt de rechtbank eiseres ook niet in haar beroepsgrond dat sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.
Middelenvereiste
8.1.
Eiseres voert aan dat referent voldoet aan het middelenvereiste. Verweerder heeft de middelen van bestaan verkeerd berekend en het bedrag dat de zoon van referent naar hem overmaakt ten onrechte niet betrokken in de berekening. Als dat bedrag wordt meegenomen komt referent uit boven de normbedragen van 2023 en 2024.
8.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht de gestorte bedragen van de zoon van referent niet heeft betrokken in de berekening of referent boven het normbedrag uitkomt. Die gestorte bedragen kunnen namelijk niet als duurzaam worden aangemerkt. De zoon van referent heeft aan hem in 2023, met uitzondering van de maanden januari, februari en december, maandelijks een bedrag van € 2.500,- overgemaakt. In januari 2024 heeft de zoon van referent aan hem nog eenmaal een bedrag van € 2.500,- overgemaakt. Daarna zijn de overmakingen gestopt. Deze overmakingen zijn daarom naar het oordeel van de rechtbank niet stabiel en regelmatig genoeg om als duurzaam te kunnen worden aangemerkt.
8.3.
Voor zover eiseres aanvoert dat de overmakingen van de zoon moeten worden meegenomen op grond van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn, volgt de rechtbank eiseres niet. De rechtbank heeft hiervoor namelijk al vastgesteld dat eiseres niet valt onder artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
8.4.
Eiseres voert verder aan dat verweerder in Suwinet had kunnen controleren of er een nieuwe oproepovereenkomst was aangemeld. Dan kon verweerder het inkomen uit loondienst van januari en februari 2025 ook controleren. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Referent heeft de relevante informatie al overgelegd aan verweerder, namelijk de oproepovereenkomst. Deze is opgesteld op 27 januari 2025 en het bestreden besluit is van 28 februari 2025. Feit blijft dat op het moment van het bestreden besluit er een oproepovereenkomst van zes maanden was aangegaan. De rechtbank ziet daarom niet wat een raadpleging door verweerder van Suwinet in dit geval had moeten opleveren.
Conclusie en gevolgen
9. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres voor een mvv terecht afgewezen. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr.I.G.A. Karregat, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RVS:2023:27.
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14976
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Berends),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. J.P. Arts).
Samenvatting
1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.1.
Eiseres is geboren op [geboortedag] 1978 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Eiseres heeft op 12 februari 2024 een aanvraag ingediend voor een mvv voor het doel verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon] (referent).
2.2.
Met het primaire besluit van 10 juni 2024 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Volgens verweerder heeft eiseres niet aangetoond dat tussen haar en referent sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Daarbij voldoet referent niet aan het middelenvereiste.
2.3.
Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verweerder heeft zich onverminderd op het standpunt gesteld dat eiseres niet heeft aangetoond dat tussen haar en referent sprake is van een duurzame en exclusieve relatie en dat referent niet voldoet aan het middelenvereiste.
2.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of verweerder de aanvraag van eiseres om een mvv terecht heeft afgewezen.
Zorgvuldigheid en hoorplicht
4.1.
Eiseres voert aan dat verweerder in bezwaar ten onrechte alleen referent heeft gehoord. Het had op de weg van verweerder gelegen om zorgvuldigheidshalve eiseres ook uit te nodigen voor een (simultaan) gehoor.
4.2.
De rechtbank stelt allereerst vast dat er een hoorzitting heeft plaatsgevonden in de bezwaarfase in overeenstemming met het verzoek van eiseres en referent. Eiseres is niet gehoord op deze hoorzitting, maar referent wel. Ook de gemachtigde van eiseres heeft deelgenomen aan de hoorzitting. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit geval niet onzorgvuldig heeft gehandeld door eiseres niet te horen in de bezwaarfase. Op de hoorzitting in de bezwaarfase hebben referent en de gemachtigde van eiseres niet kenbaar gemaakt dat eiseres ook had willen deelnemen aan de hoorzitting. Eiseres heeft dit zelf ook niet kenbaar gemaakt direct na de hoorzitting. Voor zover eiseres stelt dat zij dit niet eerder kenbaar had kunnen maken, omdat pas met het bestreden besluit duidelijk werd waar de twijfels van verweerder vooral om gingen, volgt de rechtbank haar in die stelling niet. Uit het primaire besluit bleek namelijk al dat verweerder twijfelde of sprake was van een duurzame relatie die gelijk te stellen was met een huwelijk. Eiseres heeft verder in beroep niet geconcretiseerd welke punten zij nog nader had willen toelichten op een hoorzitting bovenop wat zij al heeft aangevoerd in de beroepsgronden.
Duurzame relatie
5.1.
Eiseres voert aan dat sprake is van een duurzame relatie. Verweerder heeft te weinig waarde gehecht aan de overgelegde foto’s en aan de zwangerschapsecho’s. Hoewel een naam op de zwangerschapsecho ontbreekt, komt de zwangerschap ook terug in de Whatsappgesprekken. Volgens eiseres moet verweerder kijken naar aanknopingspunten die wel wijzen op een duurzame relatie. Er zijn genoeg stukken overgelegd die onderbouwen dat eiseres en referent een duurzame relatie hebben sinds 2021. Eiseres en referent hebben alle gesprekken overgelegd die zij konden overleggen. Verweerder heeft de gesprekken over de periode juni 2023 tot en met november 2024 ten onrechte niet betrokken bij het bestreden besluit. Eiseres voert verder aan dat de onenigheid tussen haar en referent voortkomt uit haar jaloerse karakter. Volgens eiseres is het niet opmerkelijk dat er perioden van gesprekken missen. Dit komt omdat verschillende telefoons zijn gebruikt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres en referent met de overgelegde stukken niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een duurzame relatie hebben die gelijk te stellen is met een huwelijk. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
5.3.
Uit de whatsappgesprekken blijkt weliswaar dat er frequent contact is tussen eiseres en referent, maar daaruit blijkt niet dat eiseres en referent communiceren over serieuze onderwerpen of over dagelijkse aangelegenheden of interesses. Zo bespreken eiseres en referent bijvoorbeeld niet of zij samen gaan eten, welke boodschappen er gehaald moeten worden of andere zinvolle bezigheden. Dit kan wel worden verwacht van een relatie die gelijk te stellen is van een huwelijk. De gesprekken betreffen vooral oppervlakkige interactie, vaak gericht op lichamelijke intimiteit.
5.4.
Verweerder heeft verder terecht gesteld dat ook uit de foto’s die eiseres en referent hebben overgelegd niet blijkt dat sprake is van een duurzame relatie. Op de foto’s zijn eiseres en referent samen te zien op verschillende momenten. Dit zijn echter slechts momentopnames. Een duurzame relatie blijkt ook niet uit de foto’s in combinatie met de whatsappgesprekken.
5.5.
Voor zover eiseres en referent stellen dat zij hebben samengewoond, overweegt de rechtbank dat zij deze stelling niet met objectieve stukken aannemelijk hebben gemaakt. Eiseres heeft alleen een stuk overgelegd van de apotheek waarop het adres van referent staat. Dat is onvoldoende, omdat eiseres het adres ook alleen als correspondentieadres kan hebben gebruikt.
5.6.
Verweerder heeft verder de zwangerschapsecho’s onvoldoende mogen vinden om een duurzame relatie aan te nemen. Op de zwangerschapsecho’s staat namelijk geen naam en datum genoemd, zodat daaruit niet valt op te maken of het inderdaad foto’s zijn van de zwangerschap van eiseres. Eiseres en referent hebben verder over de eerste zwangerschap slechts kort gecommuniceerd en over de tweede zwangerschap helemaal niet, nog daargelaten de vraag of een zwangerschap iets zegt over of sprake is van een duurzame relatie.
5.7.
Ten aanzien van het punt dat referent in de whatsappgesprekken ‘ [naam] ’ heet, overweegt de rechtbank dat dit voor verweerder geen zelfstandige afwijzingsgrond was, maar dat verweerder dit slechts heeft genoemd omdat het voor verweerder opmerkelijk was. De rechtbank zal daarom ook niet verder ingaan op dit punt.
Artikel 17 Gezinsherenigingsrichtlijn
6.1.
Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte geen individuele beoordeling heeft gemaakt in de zin van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Die belangenafweging kan namelijk gunstiger uitpakken. Eiseres verwijst naar een uitspraak van de Afdeling van5 januari 2023.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen belangenafweging heeft hoeven maken in het kader van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft geoordeeld, is verweerder namelijk terecht tot de conclusie gekomen dat eiseres en referent onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een duurzame relatie hebben. Eiseres kan daarom niet worden aangemerkt als gezinslid in de zin van artikel 4 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Artikel 8 van het EVRM
7. Nu de rechtbank van oordeel is dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat geen sprake is van een duurzame relatie, volgt de rechtbank eiseres ook niet in haar beroepsgrond dat sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.
Middelenvereiste
8.1.
Eiseres voert aan dat referent voldoet aan het middelenvereiste. Verweerder heeft de middelen van bestaan verkeerd berekend en het bedrag dat de zoon van referent naar hem overmaakt ten onrechte niet betrokken in de berekening. Als dat bedrag wordt meegenomen komt referent uit boven de normbedragen van 2023 en 2024.
8.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht de gestorte bedragen van de zoon van referent niet heeft betrokken in de berekening of referent boven het normbedrag uitkomt. Die gestorte bedragen kunnen namelijk niet als duurzaam worden aangemerkt. De zoon van referent heeft aan hem in 2023, met uitzondering van de maanden januari, februari en december, maandelijks een bedrag van € 2.500,- overgemaakt. In januari 2024 heeft de zoon van referent aan hem nog eenmaal een bedrag van € 2.500,- overgemaakt. Daarna zijn de overmakingen gestopt. Deze overmakingen zijn daarom naar het oordeel van de rechtbank niet stabiel en regelmatig genoeg om als duurzaam te kunnen worden aangemerkt.
8.3.
Voor zover eiseres aanvoert dat de overmakingen van de zoon moeten worden meegenomen op grond van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn, volgt de rechtbank eiseres niet. De rechtbank heeft hiervoor namelijk al vastgesteld dat eiseres niet valt onder artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
8.4.
Eiseres voert verder aan dat verweerder in Suwinet had kunnen controleren of er een nieuwe oproepovereenkomst was aangemeld. Dan kon verweerder het inkomen uit loondienst van januari en februari 2025 ook controleren. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Referent heeft de relevante informatie al overgelegd aan verweerder, namelijk de oproepovereenkomst. Deze is opgesteld op 27 januari 2025 en het bestreden besluit is van 28 februari 2025. Feit blijft dat op het moment van het bestreden besluit er een oproepovereenkomst van zes maanden was aangegaan. De rechtbank ziet daarom niet wat een raadpleging door verweerder van Suwinet in dit geval had moeten opleveren.
Conclusie en gevolgen
9. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres voor een mvv terecht afgewezen. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr.I.G.A. Karregat, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RVS:2023:27.