Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:23051
2026-08-14
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.20167
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Hierdoor is niet duidelijk gemotiveerd wat van haar mocht worden verwacht en is het besluit onvoldoende gemotiveerd. Het afgenomen aanvullende gehoor verandert dit niet, omdat uit het besluit niet blijkt dat het referentiekader daadwerkelijk is meegenomen in de geloofwaardigheidsbeoordeling
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2023:1622 Raad van State 26-04-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (16.109 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.20167
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]
, geboren op [geboortedag] 1961, van Eritrese nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr.drs. C.J. Ullersma),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister
(gemachtigde: mr. E. de Jong).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
1.1.
Eiseres heeft op 2 mei 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit 7 april 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, B. Habte Essaias als tolk in de Tigrinyaanse taal en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard dat haar echtgenoot in [plaats 1] woonde en werkte. Hij kwam op 31 december 2022 bij haar op bezoek, onder andere om haar uit te zwaaien. Eiseres heeft verklaard dat zij op 1 januari 2023 met een visum van Eritrea naar Nederland is gevlogen om haar dochter in Nederland te bezoeken. Toen eiseres op 1 januari 2023 in de taxi zat terwijl haar man bezig was met de bagage, kwamen er soldaten naar haar huis om haar echtgenoot te zoeken omdat hij zich moest melden voor zijn dienstplicht. Haar echtgenoot deelde de soldaten mee dat hij zijn jas moest pakken en sprong vervolgens uit het raam om te vluchten. Haar echtgenoot wordt sindsdien gezocht. Eiseres vreest voor de autoriteiten, omdat zij heeft gelogen over de verblijfplaats van haar echtgenoot toen bekend werd dat hij zich moest melden voor zijn dienstplicht.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
problemen vanwege dienstweigering echtgenoot.
3.1
De minister acht het eerste asielmotief geloofwaardig. Het tweede asielmotief wordt daarentegen niet geloofwaardig geacht. Daarbij heeft de minister allereerst betrokken dat eiseres niet direct na haar aankomst in Nederland asiel heeft aangevraagd. Eiseres heeft zich pas vier maanden na haar aankomst in Nederland en één maand na het verlopen van haar visum gemeld voor het aanvragen van asiel. Volgens de minister doet dit afbreuk aan de oprechtheid van haar asielaanvraag. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van haar relaas, omdat zij volgens de minister summier en vaag heeft verklaard over de dienstplicht van haar echtgenoot, tegenstrijdig heeft verklaard over diens verblijf in [plaats 1] en wisselend heeft verklaard over het huisbezoek van de soldaten. De asielaanvraag van eiseres is als kennelijk ongegrond afgewezen.
Referentiekader
4. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert het volgende in beroep aan. Eiseres heeft aangevoerd dat de minister bij de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Volgens eiseres heeft de minister daarmee onvoldoende gemotiveerd waarom haar verklaringen over de problemen vanwege de dienstweigering van haar echtgenoot, niet geloofwaardig zijn geacht. In dit verband heeft eiseres gewezen op haar persoonlijke omstandigheden. Zij is 65 jaar oud, analfabeet en heeft nooit onderwijs gevolgd. Daarnaast is zij op haar vijftiende gehuwd en afkomstig uit een cultuur waarin binnen een huwelijk niet vanzelfsprekend wordt gesproken over persoonlijke aangelegenheden. Het contact met haar echtgenoot vond veelal telefonisch plaats, waarbij sprake was van een beperkte verbinding. De gesprekken tussen hen bleven dan ook beperkt tot de vraag hoe het met elkaar ging en tot de zorg voor de kinderen. Eiseres benadrukt dat zij niet onwelwillend is in het beantwoorden van de aan haar gestelde vragen. Haar verklaringen moeten volgens haar echter worden bezien in het licht van haar leeftijd, laaggeletterdheid, culturele achtergrond en de aard en omstandigheden waarin zij leefde. Van haar kan daarom niet zonder meer worden verwacht dat zij uitgebreid en gedetailleerd verklaart. Het bestreden besluit kan hierom niet in stand blijven.
5. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de besluitvorming wel rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres. Desgevraagd heeft de minister aangegeven dat dit blijkt uit het feit dat eiseres op 19 januari 2024 aanvullend is gehoord.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in de besluitvorming niet kenbaar rekening gehouden met het referentiekader van eiseres. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.
6.1.
Ter zitting is gebleken dat de minister werkinstructie 2024/6 heeft toegepast. Uit deze werkinstructie volgt dat bij de beoordeling van de geloofwaardigheidstoets kenbaar rekening gehouden moet worden met wat in zijn algemeenheid van de vreemdeling verlangd mag worden. Daar speelt het referentiekader een rol. De rechtbank overweegt dat het kenbaar betrekken van het referentiekader allereerst vereist dat de minister het referentiekader van de vreemdeling in de besluitvorming beschrijft. Verder behelst het kenbaar betrekken van het referentiekader dat de minister motiveert op welke wijze het beschreven referentiekader van invloed is op het oordeel over hetgeen van de betreffende vreemdeling in zijn algemeenheid verlangd mag worden ter onderbouwing van zijn asielrelaas. Ook dient de minister te motiveren op welke wijze de verschillende aspecten uit het referentiekader zijn betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
6.2.
De minister dient dus bij zijn besluitvorming kenbaar rekening te houden met het referentiekader van eiseres en concreet te motiveren op welke wijze dit referentiekader bij de beoordeling is betrokken. Dit geldt temeer wanneer eiseres wordt tegengeworpen dat zij weinig inzichtelijk of onvoldoende gedetailleerd heeft verklaard, zoals in de onderhavige zaak het geval is, terwijl haar referentiekader hiervoor (mogelijk) een verklaring kan bieden.
6.3.
Nu in het voornemen en het bestreden besluit niet is opgenomen wat er van eiseres gelet op haar referentiekader mag worden verwacht, is het besluit niet deugdelijk gemotiveerd. Hoewel de gemachtigde van de minister ter zitting heeft gewezen op het afnemen van een aanvullend nader gehoor op 19 januari 2024, blijkt daaruit niet dat de minister bij de volledige besluitvorming, waaronder de geloofwaardigheidsbeoordeling in het besluit, voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Noch uit het besluit, noch uit het daarin ingelaste voornemen blijkt immers dat de minister het referentiekader kenbaar bij de beoordeling heeft betrokken. De minister verwijst slechts naar passages uit het rapport van het nader en aanvullend gehoor. Deze passages zien echter op feitelijkheden en daaruit blijkt niet hoe de minister bij de beoordeling rekening heeft gehouden met de (culturele) achtergrond en de leeftijd van eiseres.
6.4.
Het voorgaande betekent dat de geloofwaardigheidsbeoordeling gebrekkig is. Het afwegen van de verklaringen van eiseres tegen haar referentiekader is doorslaggevend voor de conclusie over de geloofwaardigheid van de gestelde problemen en daaruit voortvloeiende vrees bij terugkeer. Dit betekent dat er sprake is van een motiveringsgebrek en dat de beroepsgrond slaagt.
7. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en kan het besluit geen standhouden. Met het oog op de finale geschilbeslechting zal de rechtbank, waar mogelijk, nog ingaan op enkele onderdelen van de geloofwaardigheidsbeoordeling.
Dienstplicht
8. De rechtbank stelt allereerst vast dat tussen partijen niet in geschil is dat als gevolg van de oorlog in Tigray actief werd gezocht naar dienstplichtigen en dat veel personen gedwongen in dienst zijn gesteld.
8.1.
De rechtbank overweegt dat eiseres, onder verwijzing naar de beschikbare landeninformatie, gemotiveerd heeft aangevoerd dat ook personen op leeftijd, tot 70 jaar, werden opgeroepen en aangehouden met het oog op het vervullen van hun dienstplicht. Haar verklaringen zijn op dit punt in overeenstemming met de beschikbare landeninformatie. Daarnaast heeft eiseres, met name in beroep, gemotiveerd onderbouwd dat voor haar echtgenoot geen sprake was van een officiële vrijstelling van de dienstplicht. Ook dit vindt steun in de door haar overgelegde informatie en afgelegde verklaringen.
8.2.
De rechtbank stelt vervolgens vast dat de gehoren door de minister lijken te zijn afgenomen vanuit de veronderstelling dat voor de echtgenoot van eiseres sprake was van een officiële vrijstelling van de dienstplicht op medische gronden. Dit volgt onder meer uit de wijze waarop tijdens de gehoren vragen zijn gesteld en uit de wijze waarop de antwoorden van eiseres daarop aan haar lijken te zijn tegengeworpen. Bij het nieuw te nemen besluit dient de minister daarom niet langer van deze veronderstelling uit te gaan. De minister dient de situatie van de echtgenoot van eiseres opnieuw te beoordelen aan de hand van de feitelijke situatie zoals die uit de verklaringen van eiseres naar voren komt. Daarbij dient de minister ervan uit te gaan dat voor de echtgenoot geen sprake was van een (officiële) vrijstelling van de dienstplicht.
Verblijfplaats echtgenoot
9. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de verblijfsplaats van haar echtgenoot, omdat zij in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat haar echtgenoot bij eiseres en haar stiefdochter in [plaats 2] woont, terwijl zij later heeft verklaard dat hij al jaren niet meer bij haar woonde en alleen telefonisch contact had met eiseres. In het aanvullend gehoor heeft eiseres verklaard dat haar echtgenoot bijna niet thuis kwam, dit impliceert volgens de minister dat de echtgenoot weleens thuis kwam en dat niet enkel sprake was van telefonisch contact.
9.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres in de correcties en aanvullingen heeft uitgelegd dat de officiële woonplaats van haar echtgenoot nog steeds [plaats 2] was, maar dat hij feitelijk elders verbleef, in [plaats 1]. Zij onderhielden telefonisch contact. Dat de echtgenoot al jaren niet meer bij eiseres woonde strookt ook met de overige inhoud van haar verklaringen. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres nimmer heeft verklaard dat haar echtgenoot met een zekere regelmaat thuis was. Haar eerdere verklaring dat hij bijna niet thuis kwam heeft zij tijdens en na het gehoor verduidelijkt waarbij door eiseres is uitgelegd dat haar echtgenoot alleen thuiskwam om haar uit te zwaaien. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres hiermee een voldoende bevredigende uitleg gegeven zodat de gestelde tegenstrijdigheid haar in redelijkheid niet langer kan worden tegengeworpen.
Huisbezoeken soldaten
10. Volgens de minister heeft eiseres ook wisselend verklaard over de huisbezoeken van de soldaten toen zij de echtgenoot van eiseres zochten.
10.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres eerst heeft verklaard dat de soldaten twee keer zijn langsgekomen. Later heeft zij verklaard dat de soldaten driemaal zijn langsgekomen: het was dezelfde dag in de nacht, de volgende nacht en op een later moment ook overdag, dus in totaal drie keer. In de correcties en aanvullingen heeft eiseres toegelicht dat zij niet “twee keer” heeft gezegd maar “een paar keer” en dat zij hier later in het gehoor op is teruggekomen. Eiseres heeft aldus in hetzelfde gehoor al een uitleg gegeven en de onduidelijkheid die er nog was in de correcties en aanvullingen nader toegelicht. In de zienswijze heeft eiseres nog toegelicht dat de huisbezoeken plaatsvonden na haar vertrek en dat ze daarin moet uitgaan van wat haar twaalfjarige stiefdochter daarover heeft verteld. Eiseres kan dus niet verklaren uit eigen wetenschap. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat sprake is van wisselende verklaringen en dat de minister dit niet langer kan tegenwerpen.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Dit omdat het aan de minister is om een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling te maken. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat niet vaststaat of het gebrek met een enkele motivering en zonder nader onderzoek (bijvoorbeeld in de vorm van een aanvullend gehoor) te herstellen is.
12. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
13. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
verklaart beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 7 april 2025;
draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,00 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr.H. El Ouahabi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RVS:2023:1622.
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.20167
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]
, geboren op [geboortedag] 1961, van Eritrese nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr.drs. C.J. Ullersma),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister
(gemachtigde: mr. E. de Jong).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
1.1.
Eiseres heeft op 2 mei 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit 7 april 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, B. Habte Essaias als tolk in de Tigrinyaanse taal en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard dat haar echtgenoot in [plaats 1] woonde en werkte. Hij kwam op 31 december 2022 bij haar op bezoek, onder andere om haar uit te zwaaien. Eiseres heeft verklaard dat zij op 1 januari 2023 met een visum van Eritrea naar Nederland is gevlogen om haar dochter in Nederland te bezoeken. Toen eiseres op 1 januari 2023 in de taxi zat terwijl haar man bezig was met de bagage, kwamen er soldaten naar haar huis om haar echtgenoot te zoeken omdat hij zich moest melden voor zijn dienstplicht. Haar echtgenoot deelde de soldaten mee dat hij zijn jas moest pakken en sprong vervolgens uit het raam om te vluchten. Haar echtgenoot wordt sindsdien gezocht. Eiseres vreest voor de autoriteiten, omdat zij heeft gelogen over de verblijfplaats van haar echtgenoot toen bekend werd dat hij zich moest melden voor zijn dienstplicht.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
problemen vanwege dienstweigering echtgenoot.
3.1
De minister acht het eerste asielmotief geloofwaardig. Het tweede asielmotief wordt daarentegen niet geloofwaardig geacht. Daarbij heeft de minister allereerst betrokken dat eiseres niet direct na haar aankomst in Nederland asiel heeft aangevraagd. Eiseres heeft zich pas vier maanden na haar aankomst in Nederland en één maand na het verlopen van haar visum gemeld voor het aanvragen van asiel. Volgens de minister doet dit afbreuk aan de oprechtheid van haar asielaanvraag. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van haar relaas, omdat zij volgens de minister summier en vaag heeft verklaard over de dienstplicht van haar echtgenoot, tegenstrijdig heeft verklaard over diens verblijf in [plaats 1] en wisselend heeft verklaard over het huisbezoek van de soldaten. De asielaanvraag van eiseres is als kennelijk ongegrond afgewezen.
Referentiekader
4. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert het volgende in beroep aan. Eiseres heeft aangevoerd dat de minister bij de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Volgens eiseres heeft de minister daarmee onvoldoende gemotiveerd waarom haar verklaringen over de problemen vanwege de dienstweigering van haar echtgenoot, niet geloofwaardig zijn geacht. In dit verband heeft eiseres gewezen op haar persoonlijke omstandigheden. Zij is 65 jaar oud, analfabeet en heeft nooit onderwijs gevolgd. Daarnaast is zij op haar vijftiende gehuwd en afkomstig uit een cultuur waarin binnen een huwelijk niet vanzelfsprekend wordt gesproken over persoonlijke aangelegenheden. Het contact met haar echtgenoot vond veelal telefonisch plaats, waarbij sprake was van een beperkte verbinding. De gesprekken tussen hen bleven dan ook beperkt tot de vraag hoe het met elkaar ging en tot de zorg voor de kinderen. Eiseres benadrukt dat zij niet onwelwillend is in het beantwoorden van de aan haar gestelde vragen. Haar verklaringen moeten volgens haar echter worden bezien in het licht van haar leeftijd, laaggeletterdheid, culturele achtergrond en de aard en omstandigheden waarin zij leefde. Van haar kan daarom niet zonder meer worden verwacht dat zij uitgebreid en gedetailleerd verklaart. Het bestreden besluit kan hierom niet in stand blijven.
5. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de besluitvorming wel rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres. Desgevraagd heeft de minister aangegeven dat dit blijkt uit het feit dat eiseres op 19 januari 2024 aanvullend is gehoord.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in de besluitvorming niet kenbaar rekening gehouden met het referentiekader van eiseres. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.
6.1.
Ter zitting is gebleken dat de minister werkinstructie 2024/6 heeft toegepast. Uit deze werkinstructie volgt dat bij de beoordeling van de geloofwaardigheidstoets kenbaar rekening gehouden moet worden met wat in zijn algemeenheid van de vreemdeling verlangd mag worden. Daar speelt het referentiekader een rol. De rechtbank overweegt dat het kenbaar betrekken van het referentiekader allereerst vereist dat de minister het referentiekader van de vreemdeling in de besluitvorming beschrijft. Verder behelst het kenbaar betrekken van het referentiekader dat de minister motiveert op welke wijze het beschreven referentiekader van invloed is op het oordeel over hetgeen van de betreffende vreemdeling in zijn algemeenheid verlangd mag worden ter onderbouwing van zijn asielrelaas. Ook dient de minister te motiveren op welke wijze de verschillende aspecten uit het referentiekader zijn betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
6.2.
De minister dient dus bij zijn besluitvorming kenbaar rekening te houden met het referentiekader van eiseres en concreet te motiveren op welke wijze dit referentiekader bij de beoordeling is betrokken. Dit geldt temeer wanneer eiseres wordt tegengeworpen dat zij weinig inzichtelijk of onvoldoende gedetailleerd heeft verklaard, zoals in de onderhavige zaak het geval is, terwijl haar referentiekader hiervoor (mogelijk) een verklaring kan bieden.
6.3.
Nu in het voornemen en het bestreden besluit niet is opgenomen wat er van eiseres gelet op haar referentiekader mag worden verwacht, is het besluit niet deugdelijk gemotiveerd. Hoewel de gemachtigde van de minister ter zitting heeft gewezen op het afnemen van een aanvullend nader gehoor op 19 januari 2024, blijkt daaruit niet dat de minister bij de volledige besluitvorming, waaronder de geloofwaardigheidsbeoordeling in het besluit, voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Noch uit het besluit, noch uit het daarin ingelaste voornemen blijkt immers dat de minister het referentiekader kenbaar bij de beoordeling heeft betrokken. De minister verwijst slechts naar passages uit het rapport van het nader en aanvullend gehoor. Deze passages zien echter op feitelijkheden en daaruit blijkt niet hoe de minister bij de beoordeling rekening heeft gehouden met de (culturele) achtergrond en de leeftijd van eiseres.
6.4.
Het voorgaande betekent dat de geloofwaardigheidsbeoordeling gebrekkig is. Het afwegen van de verklaringen van eiseres tegen haar referentiekader is doorslaggevend voor de conclusie over de geloofwaardigheid van de gestelde problemen en daaruit voortvloeiende vrees bij terugkeer. Dit betekent dat er sprake is van een motiveringsgebrek en dat de beroepsgrond slaagt.
7. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en kan het besluit geen standhouden. Met het oog op de finale geschilbeslechting zal de rechtbank, waar mogelijk, nog ingaan op enkele onderdelen van de geloofwaardigheidsbeoordeling.
Dienstplicht
8. De rechtbank stelt allereerst vast dat tussen partijen niet in geschil is dat als gevolg van de oorlog in Tigray actief werd gezocht naar dienstplichtigen en dat veel personen gedwongen in dienst zijn gesteld.
8.1.
De rechtbank overweegt dat eiseres, onder verwijzing naar de beschikbare landeninformatie, gemotiveerd heeft aangevoerd dat ook personen op leeftijd, tot 70 jaar, werden opgeroepen en aangehouden met het oog op het vervullen van hun dienstplicht. Haar verklaringen zijn op dit punt in overeenstemming met de beschikbare landeninformatie. Daarnaast heeft eiseres, met name in beroep, gemotiveerd onderbouwd dat voor haar echtgenoot geen sprake was van een officiële vrijstelling van de dienstplicht. Ook dit vindt steun in de door haar overgelegde informatie en afgelegde verklaringen.
8.2.
De rechtbank stelt vervolgens vast dat de gehoren door de minister lijken te zijn afgenomen vanuit de veronderstelling dat voor de echtgenoot van eiseres sprake was van een officiële vrijstelling van de dienstplicht op medische gronden. Dit volgt onder meer uit de wijze waarop tijdens de gehoren vragen zijn gesteld en uit de wijze waarop de antwoorden van eiseres daarop aan haar lijken te zijn tegengeworpen. Bij het nieuw te nemen besluit dient de minister daarom niet langer van deze veronderstelling uit te gaan. De minister dient de situatie van de echtgenoot van eiseres opnieuw te beoordelen aan de hand van de feitelijke situatie zoals die uit de verklaringen van eiseres naar voren komt. Daarbij dient de minister ervan uit te gaan dat voor de echtgenoot geen sprake was van een (officiële) vrijstelling van de dienstplicht.
Verblijfplaats echtgenoot
9. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de verblijfsplaats van haar echtgenoot, omdat zij in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat haar echtgenoot bij eiseres en haar stiefdochter in [plaats 2] woont, terwijl zij later heeft verklaard dat hij al jaren niet meer bij haar woonde en alleen telefonisch contact had met eiseres. In het aanvullend gehoor heeft eiseres verklaard dat haar echtgenoot bijna niet thuis kwam, dit impliceert volgens de minister dat de echtgenoot weleens thuis kwam en dat niet enkel sprake was van telefonisch contact.
9.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres in de correcties en aanvullingen heeft uitgelegd dat de officiële woonplaats van haar echtgenoot nog steeds [plaats 2] was, maar dat hij feitelijk elders verbleef, in [plaats 1]. Zij onderhielden telefonisch contact. Dat de echtgenoot al jaren niet meer bij eiseres woonde strookt ook met de overige inhoud van haar verklaringen. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres nimmer heeft verklaard dat haar echtgenoot met een zekere regelmaat thuis was. Haar eerdere verklaring dat hij bijna niet thuis kwam heeft zij tijdens en na het gehoor verduidelijkt waarbij door eiseres is uitgelegd dat haar echtgenoot alleen thuiskwam om haar uit te zwaaien. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres hiermee een voldoende bevredigende uitleg gegeven zodat de gestelde tegenstrijdigheid haar in redelijkheid niet langer kan worden tegengeworpen.
Huisbezoeken soldaten
10. Volgens de minister heeft eiseres ook wisselend verklaard over de huisbezoeken van de soldaten toen zij de echtgenoot van eiseres zochten.
10.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres eerst heeft verklaard dat de soldaten twee keer zijn langsgekomen. Later heeft zij verklaard dat de soldaten driemaal zijn langsgekomen: het was dezelfde dag in de nacht, de volgende nacht en op een later moment ook overdag, dus in totaal drie keer. In de correcties en aanvullingen heeft eiseres toegelicht dat zij niet “twee keer” heeft gezegd maar “een paar keer” en dat zij hier later in het gehoor op is teruggekomen. Eiseres heeft aldus in hetzelfde gehoor al een uitleg gegeven en de onduidelijkheid die er nog was in de correcties en aanvullingen nader toegelicht. In de zienswijze heeft eiseres nog toegelicht dat de huisbezoeken plaatsvonden na haar vertrek en dat ze daarin moet uitgaan van wat haar twaalfjarige stiefdochter daarover heeft verteld. Eiseres kan dus niet verklaren uit eigen wetenschap. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat sprake is van wisselende verklaringen en dat de minister dit niet langer kan tegenwerpen.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Dit omdat het aan de minister is om een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling te maken. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat niet vaststaat of het gebrek met een enkele motivering en zonder nader onderzoek (bijvoorbeeld in de vorm van een aanvullend gehoor) te herstellen is.
12. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
13. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
verklaart beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 7 april 2025;
draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,00 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr.H. El Ouahabi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RVS:2023:1622.