Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22781

2026-08-12 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL 22 13767
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-12
Publicatiedatum
2026-08-14
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL 22 13767
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel. Geen contact tussen eiser en gemachtigde. Procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.876 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL22.13767


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),



en




de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.





Procesverloop


In het besluit van 11 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Denemarken daarvoor verantwoordelijk is.



Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).





Beoordeling door de rechtbank

1. De bestuursrechter moet uit zichzelf beoordelen of er een procesbelang bestaat bij het (voortzetten van het) beroep.

2. Uit het bericht van verweerder van 30 augustus 2022 blijkt dat eiser op 18 augustus is uitgezet naar Kopenhagen. Vervolgens heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser op 15 september 2022 verzocht om aan te geven of er nog contact is met eiser. De gemachtigde van eiser heeft hier niet op gereageerd.

3. Nu hierdoor niet kan worden vastgesteld dat de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de eerder door hem verzochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij het voortzetten van het beroep. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4282.

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan op 12 augustus 2026 door mr. dr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



Deze uitspraak is bekendgemaakt op:






Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.