Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:22779
2026-08-12
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL 20 11117
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Asiel. Beroep ingetrokken. Uiterste overdrachtstermijn verstreken. Geen tegemoetkoming. Verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2023:3489 Raad van State 14-09-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.481 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.11117
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. van den Hombergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).
Procesverloop
In het besluit van 14 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen omdat Italië daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken in verband met het overschrijden van de uiterste overdrachtstermijn.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder hierop schriftelijk gereageerd.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op het verzoek op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. In dit geval heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster alsnog in behandeling genomen vanwege het verstrijken van de uiterste overdrachtstermijn. Dat is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het bestreden besluit nog niet voordeed. Daarmee is geen sprake van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3489.
3. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten moet dan ook als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om een veroordeling in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 augustus 2026 door mr. dr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.11117
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. van den Hombergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).
Procesverloop
In het besluit van 14 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen omdat Italië daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken in verband met het overschrijden van de uiterste overdrachtstermijn.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder hierop schriftelijk gereageerd.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op het verzoek op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. In dit geval heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster alsnog in behandeling genomen vanwege het verstrijken van de uiterste overdrachtstermijn. Dat is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het bestreden besluit nog niet voordeed. Daarmee is geen sprake van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3489.
3. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten moet dan ook als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om een veroordeling in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 augustus 2026 door mr. dr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.