Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22682

2026-08-14 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht 26/320
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-14
Publicatiedatum
2026-08-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
26/320
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond. Mvv vereiste bij Turkse onderdaan die arbeid als zelfstandige wil gaan verrichten. Er is sprake van dwingende redenen van algemeen belang voor stellen van dit vereiste.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.317 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: AWB 26/320


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit Roosendaal, eiser,
V-nummer: [v nummer] ,


en


de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Eiser is het hier niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiser heeft op 25 september 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige bij klussenbedrijf [bedrijf] . De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 7 oktober 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 november 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. Gelijktijdig met zijn bezwaar had eiser een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen. Nu er inmiddels op het bezwaar is beslist, eiser daartegen beroep heeft ingesteld en er nog niet op het verzoek om een voorlopige voorziening is beslist, geldt het verzoek thans als een verzoek verband houdend met het beroep. Op het verzoek zal bij afzonderlijke uitspraak worden beslist.


2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser is niet verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.



Beoordeling door de rechtbank



Totstandkoming van het bestreden besluit




3. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Turkse nationaliteit. Op 13 mei 2025 is aan eiser een visum kort verblijf verstrekt. Op 25 september 2025 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ bij de eenmanszaak Yusuf Cetin Klusbedrijf. 4. De aanvraag is met het primaire besluit afgewezen, omdat eiser geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft. Eiser voldoet volgens de minister niet aan de voorwaarden voor vrijstelling van het mvv-vereiste in paragraaf B1/4.1.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) omdat zijn uitzetting niet in strijd is met het Turks Associatierecht. De hardheidsclausule is evenmin van toepassing. Aan eiser is met het primaire besluit ook een terugkeerbesluit opgelegd.



4.1.

Met het bestreden besluit heeft de minister de afwijzing van de aanvraag van eiser wegens het ontbreken van een geldige mvv gehandhaafd. De minister volgt eiser niet in zijn stelling dat de aanvraag niet mag worden afgewezen op grond van het mvv-vereiste. Het op 1 oktober 2022 ingevoerde mvv-vereiste voor Turkse staatsburgers is een aanscherping in de zin van de Standstill-bepaling van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol. Die aanscherping is volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie toegestaan als deze kan worden gerechtvaardigd. Dat is volgens de minister het geval omdat de aanscherping een rechtvaardiging vindt in dwingende redenen van algemeen belang, geschikt is om de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelen te waarborgen en niet verder gaat dan noodzakelijk om die doelen te verwezenlijken. In het geval van eiser stelt de minister zich op het standpunt dat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Eiser is daartoe wel in de gelegenheid gesteld. Omdat er tijdens het bezwaar geen relevante bijzondere persoonlijke feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht en er volgens de minister verder geen sprake is van resterende onduidelijkheden met betrekking tot het feitencomplex, heeft de minister afgezien van het horen van eiser.


Juridisch kader




5. Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a, van de
Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden afgewezen, als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd. Op grond van het tweede lid van dit artikel kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid.




5.1.
Op grond van artikel 17, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv, als het betreft de vreemdeling die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.



5.2.

In artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder e, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) staat dat op grond van artikel 17, eerste lid, onder g, van de Vw 2000, van
het vereiste van een geldige mvv is vrijgesteld, de vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 of wiens uitzetting in strijd is met het Turks Associatierecht.




5.3.
Met het Wijzigingsbesluit van 23 september 2022 (WBV 2022/23) heeft de minister het beleid in de Vc aangepast. In paragraaf B1/4.1.2 van de Vc is opgenomen:



Vrijstelling mvv-vereiste vanwege het Associatierecht EEG-Turkije


Een vreemdeling is vrijgesteld van het mvv-vereiste, als artikel 3.71, tweede lid, onder e, Vb van toepassing is. De IND neemt aan dat uitzetting in strijd is met het Associatierecht in de zin van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder e, Vb als de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:

- de vreemdeling of de hoofdpersoon valt onder het toepassingsbereik van Besluit 1/80 of het Aanvullend Protocol;
- de vreemdeling heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zonder mvv ingediend;
- de vreemdeling voldoet aan alle overige geldende voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning; en
- er is sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die tot de conclusie leiden dat het stellen van het mvv-vereiste onevenredig is.




De bijzondere, individuele omstandigheden moeten het uitoefenen van het vrij verkeer van werknemers of de vrijheid van vestiging belemmeren. Hiervan kan sprake zijn als bij een aanvraag om verblijf als gezinslid bij een Turkse hoofdpersoon die tot de legale Nederlandse arbeidsmarkt behoort, die Turkse hoofdpersoon door de bijzondere, individuele omstandigheden genoodzaakt wordt om te kiezen tussen het uitoefenen van de economische activiteit in Nederland en het gezinsleven in Turkije.





De IND neemt in beginsel geen belemmering van het uitoefenen van voornoemde vrijheden in Nederland aan als de bijzondere, individuele omstandigheden uitsluitend zien op de:

- politieke, economische of sociale situatie in Turkije; of
- persoonlijke omstandigheden in Turkije.




De IND neemt geen belemmering aan voor het uitoefenen van voornoemde vrijheden in Nederland als de bijzondere, individuele omstandigheden zien op de:

- (voortzetting van) illegale arbeid in Nederland.




Het is aan de vreemdeling om de eventuele bijzondere individuele omstandigheden bij indiening van de aanvraag aan te voeren en met bewijsmiddelen te onderbouwen.







Het oordeel van de rechtbank


6. Niet in geschil is dat eiser niet beschikt over een geldige mvv.


6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het toepassen van het mvv-vereiste als zelfstandige afwijzingsgrond bij aanvragen van Turkse onderdanen die in Nederland arbeid als zelfstandige willen verrichten, een aanscherping is in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije, maar dat deze aanscherping kan worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang, geschikt en evenredig is, en daarom is toegestaan. Het toepassen van het mvv-vereiste is niet in strijd met discriminatieverboden.


6.2.
De minister heeft in het bestreden besluit de geschiktheid en de evenredigheid van het tegenwerpen van het mvv-vereiste kenbaar betrokken. De door eiser aangevoerde omstandigheden en gronden zijn algemeen van aard en treffen naar het oordeel van de rechtbank geen doel. Aan een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag wordt immers pas toegekomen nadat aan de formele vereisten (zoals het mvv-vereiste) is voldaan. Voor zover eiser heeft betoogd dat hij moet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste wegens de problemen en verliezen die gaan ontstaan voor het bedrijf en/of zijn werkzaamheden als hij zijn arbeid als zelfstandige in Nederland niet kan aanvangen of moet stopzetten, faalt dat. Eiser heeft geen verblijfsrecht dat hem toestaat arbeid in Nederland te verrichten, waardoor zijn arbeid als zelfstandige illegaal is. Het voorkomen van illegale arbeid is juist een van de dwingende redenen van algemeen belang waarom de minister het mvv-vereiste weer is gaan toepassen. Van belang daarbij is dat in het beleid rekening gehouden wordt met bijzondere individuele omstandigheden, als dergelijke omstandigheden worden aangevoerd. Eiser heeft bij de aanvraag en in bezwaar geen bijzondere individuele omstandigheden naar voren gebracht, waarom het in zijn geval niet redelijk zou zijn om te verwachten dat hij in Turkije een mvv aanvraagt. De minister heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat er in het geval van eiser geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die tot de conclusie leiden dat het stellen van het mvv-vereiste voor hem onevenredig is.




Conclusie en gevolgen

7. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van een dwingende reden van algemeen belang voor het stellen van het mvv-vereiste, namelijk het effectief beheer van de migratiestromen, terwijl het mvv-vereiste geschikt is om het nagestreefde doel te waarborgen en, in het geval van eiser, niet verder gaat dan noodzakelijk is.

7.1.
Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de minister de aanvraag heeft mogen afwijzen omdat eiser niet in het bezit is van een geldige mvv. Omdat het beroep ongegrond is, komt eiser niet in aanmerking voor vergoeding van de proceskosten.






BeslissingDe rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr.S. Derks, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



AWB 25/19673.


Het Aanvullend Protocol van 23 november 1970 bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije.


Zie hiervoor onder meer de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2935, en van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3171.