Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22555

2026-07-29 Civiel recht C/09/708682 KG ZA 26-770
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-29
Publicatiedatum
2026-08-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/708682 KG ZA 26-770
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Nakoming koopovereenkomst.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.476 tekens)
Rechtbank den haag


Team handel - voorzieningenrechter



zaak- / rolnummer: C/09/708682 KG ZA 26-770




Vonnis in kort geding van 29 juli 2026




in de zaak van





[eiser] te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat: mr. A.M. de Jong,



tegen:





[gedaagde] te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.



Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.






1De procedure


1.1.

[eiser] heeft de dagvaarding doen uitbrengen op 14 juli 2026. [gedaagde] heeft vervolgens uitstel van de zitting gevraagd maar haar verzoeken daartoe zijn afgewezen.



1.2.
Na uitroepen van de zaak op 22 juli 2026 verscheen [eiser] ter zitting met zijn advocaat mr. De Jong voornoemd en haar kantoorgenoot mr. D. van Zanten. [gedaagde] verscheen niet. Namens [eiser] is gevraagd om verstek te verlenen tegen [gedaagde] .



1.3.
Voorafgaand aan de zitting is namens [eiser] nog een akte wijziging/vermeerdering van eis aan de rechtbank en de wederpartij toegezonden. Omdat die akte niet aan [gedaagde] is betekend, is de wijziging van eis niet toegestaan. [eiser] heeft volhard bij de vorderingen in de dagvaarding.



1.4.
Aan het eind van de zitting is vonnis bepaald op heden.





2De beoordeling van het geschil


2.1.

[gedaagde] is behoorlijk opgeroepen voor de zitting en niet verschenen. Daarom wordt tegen haar verstek verleend.



2.2.

[eiser] vordert om – uitvoerbaar bij voorraad –



[gedaagde] te veroordelen tot nakoming van de koopovereenkomst door binnen drie dagen na betekening van het vonnis haar medewerking te verlenen aan de levering van de woning ten overstaan van de Notaris;


voor het geval [gedaagde] haar medewerking aan de verkoop en/of levering van de woning weigert dan wel anderszins nalaat de voor de eigendomsoverdracht vereiste medewerking te verlenen, te bepalen dat dit vonnis op grond van de artikelen 3:300 en 3:301 BW in de plaats treedt van alle door [gedaagde] vereiste wilsverklaringen, medewerking en/of handtekeningen die noodzakelijk zijn voor de (notariële) overdracht van de woning aan [eiser] , waaronder in ieder geval begrepen het ondertekenen van de notariële leveringsakte, het aanvragen van aflosnota's bij eventuele hypotheekverstrekkers en/of beslagleggers ten laste van de woning, het informeren van en/of het verkrijgen van toestemming van de Vereniging van Eigenaars voor zover de woning onderdeel uitmaakt van een appartementsrecht, alsmede het verlenen van medewerking aan alle overige handelingen die de notaris voor een rechtsgeldige eigendomsoverdracht noodzakelijk acht, en te bepalen dat dit vonnis ter inschrijving in de openbare registers kan worden aangeboden, zodat de eigendom van de woning zonder verdere medewerking van [gedaagde] op [eiser] overgaat;



[gedaagde] te veroordelen om de woning te verlaten en te ontruimen en in lege en behoorlijke staat ter beschikking te stellen met afgifte van de sleutels voor het moment, althans de dag waarop de eigendom van de woning naar [eiser] zal over gaan, hetzij door het passeren van de notariële leveringsakte, hetzij door inschrijving van dit vonnis in de openbare registers op grond van de artikelen 3:300 en 3:301 BW, te bepalen dat deze veroordeling tot ontruiming ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet, alsmede [eiser] te machtigen om nieuwe sloten op de woning te (laten) plaatsen indien [gedaagde] de sleutels niet heeft afgegeven voor het moment van de eigendomsoverdracht;



[gedaagde] te veroordelen om de contractuele dagboete van € 802,50 per dag, te rekenen vanaf 21 juni 2026 tot aan de dag van daadwerkelijke levering, met een maximum van € 26.750, te verrekenen met de koopprijs bij gelegenheid van de levering van de Woning, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige verrekening;



[gedaagde] te veroordelen binnen 14 dagen na het te dezen te wijzen vonnis de nakosten ex artikel 237 lid 4 Rv te betalen aan [eiser] alsmede de kosten van dit geding, het salaris van de advocaat daaronder begrepen, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW daarover vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis.





2.3.
Uit de stukken blijkt dat [gedaagde] het niet eens is met [eiser] , maar zij heeft in deze procedure geen verweer gevoerd tegen zijn vorderingen en wat daaraan ten grondslag is gelegd. De vorderingen zijn daarom toewijsbaar, tenzij deze de voorzieningenrechter ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Daarbij zal de voorzieningenrechter haar beslissing baseren op de bij dagvaarding gestelde feiten, omdat deze niet zijn weersproken. Gelet hierop oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.



2.4.

[eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij van [gedaagde] de woning aan het [adres] (hierna: de woning) heeft gekocht. Op grond van artikel 4.1 van de koopovereenkomst zou de woning hem geleverd worden op 12 juni 2026. Ondanks een ingebrekestelling en verschillende pogingen om alsnog tot overdracht te komen, is de woning tot op heden niet overgedragen aan [eiser] . Daarom zijn de vorderingen i en ii, die ertoe strekken dat de woning alsnog aan hem wordt geleverd, toewijsbaar met inachtneming van het volgende.



2.5.
De voorzieningenrechter begrijpt vordering ii aldus, dat het de bedoeling is dat het vonnis, als [gedaagde] niet binnen drie dagen meewerkt aan de notariële overdracht van de woning, op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in de plaats treedt van de door partijen te ondertekenen leveringsakte. In zoverre is de vordering toewijsbaar. Dat [gedaagde] daarnaast gehouden (en nalatig) is om – om levering te bewerkstelligen – aflosnota’s bij hypotheekverstrekkers en beslagleggers op te vragen, is in de dagvaarding niet toegelicht. Dat geldt ook voor het verkrijgen van toestemming van de vereniging van eigenaars en ‘alle overige handelingen die de notaris voor een rechtsgeldige overdracht noodzakelijk acht’ die bij deze vordering worden genoemd. Voor deze (rechts)handelingen kan daarom niet op grond van artikelen 3:300 en 3:301 BW worden voorzien in reële executie.



2.6.
Onder iii vordert [eiser] dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te verlaten en te ontruimen en dat de woning in lege en behoorlijke staat met afgifte van de sleutels aan [eiser] ter beschikking moet worden gesteld, alsmede om te bepalen dat de veroordeling tot ontruiming ten uitvoer kan worden gelegd tegen iedereen die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning bevindt. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat [gedaagde] zelf niet in de woning woont. Gelet op hetgeen verder door [eiser] is aangedragen begrijpt de voorzieningenrechter dat het vermoeden bestaat dat een derde in de woning woont en/of op het woonadres is ingeschreven. Wie dat zou zijn is onduidelijk. Op grond van de koopovereenkomst is [gedaagde] gehouden om de woning leeg en vrij van (aanspraken tot) gebruik op te leveren, maar in deze procedure kan geen titel worden verkregen tot ontruiming van de woning door een onbekende en niet in deze procedure betrokken derde. In zoverre is de vordering dus niet toewijsbaar. Verder geldt dat het [eiser] op zich vrij staat om, als de woning zijn eigendom is geworden (en niet door andere(n) wordt gebruikt), de sloten te vervangen. Daarvoor is geen titel nodig. Ook dat onderdeel van de vordering wordt daarom afgewezen.



2.7.

[eiser] vordert onder iv dat [gedaagde] veroordeeld wordt om de contractuele boete van € 26.750 te verrekenen met de koopprijs bij de levering van de woning. Uit de dagvaarding volgt dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst en dat zij de boete verschuldigd is. Dat betekent echter niet dat zij verplicht is om de boete die zij [eiser] moet betalen, te verrekenen met de koopsom die [eiser] aan haar moet betalen. Volgens de wet is een schuldenaar die een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij, wel bevoegd om te verrekenen, maar niet daartoe verplicht. Vordering iv wordt daarom afgewezen.



2.8.

[gedaagde] is in overwegende mate in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 153,02
- griffierecht € 341
- salaris advocaat € 760
- nakosten € 189 (plus verhoging bij betekening van het vonnis)
Totaal € 1.443,02



2.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






3De beslissing


De voorzieningenrechter:



3.1.
verleent verstek tegen [gedaagde] ;



3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan het [adres] ten overstaan van Quadrant Notarissen;



3.3.
bepaalt dat, indien [gedaagde] niet tijdig voldoet aan de veroordeling in 3.2, dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde] dat zij de woning aan het [adres] levert aan [eiser] ;



3.4.
veroordeelt [gedaagde] om de woning in lege en behoorlijke staat aan [eiser] ter beschikking te stellen en hem de sleutels van de woning af te geven op het moment, althans de dag dat de eigendom van de woning naar [eiser] zal overgaan;



3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiser] , begroot op € 1.443,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;



3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;



3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



3.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.



3556