Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:22537
2026-07-29
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL26.38728
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
8:75a pkv. Afgewezen. Niet tegemoetgekomen. Na maatregel asielaanvraag ingetrokken en vrijwillig terug. Geen gronden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2020:1462 Raad van State 24-06-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.829 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.38728
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , v-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),
en
de ambtenaar belast met de grensbewaking
(gemachtigde: mr. V.R. Bouwman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister van Asiel en Migratie (de minister) in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van 10 juli 2026 waarbij aan hem met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 11 juli 2026 deze maatregel heeft opgeheven.
1.1.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank meegedeeld dat het verzoek moet worden afgewezen. Verzoeker heeft zijn verzoek gehandhaafd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
De vrijheidsontnemende maatregel is op 10 juli 2026 aan verzoeker opgelegd. De minister heeft de rechtbank op 10 juli 2026 op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door verzoeker ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De minister heeft de maatregel met ingang van 11 juli 2026 opgeheven, omdat verzoeker na intrekking van zijn asielaanvraag vrijwillig is teruggekeerd naar zijn land van herkomst.
4.2.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken op 14 juli 2026 met een verzoek om vergoeding van de proceskosten.
4.2.1.
De minister heeft verzocht dit verzoek af te wijzen omdat sprake is van een kennisgeving. Verzoeker heeft dus geen proceshandeling verricht voor het instellen van het beroep. Ook verder heeft verzoeker geen proceshandelingen verricht. Verder geldt dat er niet (geheel of deels) is tegemoetgekomen, wat volgens de minister ook niet kan als er geen standpunten naar voren zijn gebracht.
4.2.2.
Verzoeker heeft zijn verzoek gehandhaafd. Daaraan legt hij het volgende ten grondslag. Het is niet zijn keuze dat procedures sinds 12 juni 2026 aanhangig worden gemaakt via een kennisgeving. Zijn gemachtigde is op het enkele verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand gekoppeld aan het dossier van verzoeker, wat blijkbaar nodig is om de kennisgeving, als ware het een beroep, in te trekken. Declaratie van de toevoeging zou de gemachtigde van verzoeker ook onjuist vinden omdat dan de kosten van deze procedure zonder reden ten laste komen van de Raad voor Rechtsbijstand. Het moet ook niet zo zijn dat de gemachtigde van verzoeker proceshandelingen moet verrichten om de kennisgeving van de minister in te trekken zonder dat daartegenover een vergoeding staat. Het kost namelijk hoe dan ook tijd om gekoppeld te kunnen worden, de meldingen in de inbox te checken en het beroep in te trekken.
4.3.
Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is sprake als het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij het besluit is genomen op andere gronden dan door de indiener aangevoerd. Ook is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75 a, eerste lid, van de Awb als het nieuwe besluit is gebaseerd op de door betrokkene na het oorspronkelijke besluit verstrekte informatie die een ander licht op de zaak werpt.
4.4.
In dit geval is de maatregel opgeheven, omdat verzoeker na het opleggen van de maatregel en de kennisgeving zijn asielaanvraag heeft ingetrokken en vervolgens vrijwillig is teruggekeerd naar zijn land van herkomst. Er zijn door verzoeker geen gronden aangevoerd. Daarom kan niet worden gesproken van tegemoetkomen zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Dat de gemachtigde tijd kwijt is geweest met het intrekken van het beroep doet aan het voorgaande niet af. Bovendien voorziet het Bpb ook niet in de vergoeding van kosten die in verband hiermee zijn gemaakt. Hetzelfde geldt voor de kosten voor het doen van het verzoek om proceskostenveroordeling zelf. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1462
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.38728
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , v-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),
en
de ambtenaar belast met de grensbewaking
(gemachtigde: mr. V.R. Bouwman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister van Asiel en Migratie (de minister) in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van 10 juli 2026 waarbij aan hem met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 11 juli 2026 deze maatregel heeft opgeheven.
1.1.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank meegedeeld dat het verzoek moet worden afgewezen. Verzoeker heeft zijn verzoek gehandhaafd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
De vrijheidsontnemende maatregel is op 10 juli 2026 aan verzoeker opgelegd. De minister heeft de rechtbank op 10 juli 2026 op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door verzoeker ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De minister heeft de maatregel met ingang van 11 juli 2026 opgeheven, omdat verzoeker na intrekking van zijn asielaanvraag vrijwillig is teruggekeerd naar zijn land van herkomst.
4.2.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken op 14 juli 2026 met een verzoek om vergoeding van de proceskosten.
4.2.1.
De minister heeft verzocht dit verzoek af te wijzen omdat sprake is van een kennisgeving. Verzoeker heeft dus geen proceshandeling verricht voor het instellen van het beroep. Ook verder heeft verzoeker geen proceshandelingen verricht. Verder geldt dat er niet (geheel of deels) is tegemoetgekomen, wat volgens de minister ook niet kan als er geen standpunten naar voren zijn gebracht.
4.2.2.
Verzoeker heeft zijn verzoek gehandhaafd. Daaraan legt hij het volgende ten grondslag. Het is niet zijn keuze dat procedures sinds 12 juni 2026 aanhangig worden gemaakt via een kennisgeving. Zijn gemachtigde is op het enkele verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand gekoppeld aan het dossier van verzoeker, wat blijkbaar nodig is om de kennisgeving, als ware het een beroep, in te trekken. Declaratie van de toevoeging zou de gemachtigde van verzoeker ook onjuist vinden omdat dan de kosten van deze procedure zonder reden ten laste komen van de Raad voor Rechtsbijstand. Het moet ook niet zo zijn dat de gemachtigde van verzoeker proceshandelingen moet verrichten om de kennisgeving van de minister in te trekken zonder dat daartegenover een vergoeding staat. Het kost namelijk hoe dan ook tijd om gekoppeld te kunnen worden, de meldingen in de inbox te checken en het beroep in te trekken.
4.3.
Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is sprake als het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij het besluit is genomen op andere gronden dan door de indiener aangevoerd. Ook is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75 a, eerste lid, van de Awb als het nieuwe besluit is gebaseerd op de door betrokkene na het oorspronkelijke besluit verstrekte informatie die een ander licht op de zaak werpt.
4.4.
In dit geval is de maatregel opgeheven, omdat verzoeker na het opleggen van de maatregel en de kennisgeving zijn asielaanvraag heeft ingetrokken en vervolgens vrijwillig is teruggekeerd naar zijn land van herkomst. Er zijn door verzoeker geen gronden aangevoerd. Daarom kan niet worden gesproken van tegemoetkomen zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Dat de gemachtigde tijd kwijt is geweest met het intrekken van het beroep doet aan het voorgaande niet af. Bovendien voorziet het Bpb ook niet in de vergoeding van kosten die in verband hiermee zijn gemaakt. Hetzelfde geldt voor de kosten voor het doen van het verzoek om proceskostenveroordeling zelf. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1462