Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22517

2026-04-28 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.16762
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-04-28
Publicatiedatum
2026-08-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.16762
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de verklaringen van eiser dat hij problemen heeft ondervonden vanwege zijn activiteiten voor een cultureel centrum maar deels geloofwaardig mogen vinden. De verklaringen van eiser over zijn politieke mening en zijn problemen hierdoor heeft de minister ook maar deels geloofwaardig mogen vinden. De minister heeft verder mogen concluderen dat de verklaringen van eiser onsamenhangend zijn en geen aannemelijk geheel vormen en dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Eiser heeft dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.090 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.16762


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M.F. Wijngaarden),


en


de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. J.A.A. Willems).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de verklaringen van eiser dat hij problemen heeft ondervonden vanwege zijn activiteiten voor een cultureel centrum maar deels geloofwaardig mogen vinden. De verklaringen van eiser over zijn politieke mening en zijn problemen hierdoor heeft de minister ook maar deels geloofwaardig mogen vinden. De minister heeft verder mogen concluderen dat de verklaringen van eiser onsamenhangend zijn en geen aannemelijk geheel vormen en dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Eiser heeft dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.



2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 19 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Koyuncu als tolk en de gemachtigde van de minister.


2.3.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht later uitspraak te doen.




Beoordeling door de rechtbank



Het asielrelaas



3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser voert aan dat hij problemen heeft ondervonden vanwege zijn werkzaamheden bij een cultureel centrum. Daarnaast is hij in januari 2022 hard aangepakt en mishandeld door de politie en heeft de politie aangeboden dat eiser een spion zou kunnen worden. De politie wilde namelijk informatie over andere bezoekers van het cultureel centrum. Op 14 februari 2022 is eiser achtervolgd door een auto en moest hij instappen. Daarbij is eiser bedreigd en gechanteerd met dreigementen tegen zijn familie. Bij een brug is de auto gestopt en is eiser mishandeld. Zijn telefoon is toen onderzocht en er werden hem vragen gesteld over de mensen van het cultuurcentrum. Verder heeft eiser in maart 2022 deelgenomen aan een Newroz viering. Omdat eiser een ring droeg van zijn overleden moeder met de kleuren rood, geel en groen is hij doelwit geworden en wilden mensen zijn ring afpakken. Daarom heeft eiser zich gewend tot de mensenrechtenorganisatie IHD. Tot slot heeft eiser na zijn vertrek een bericht geplaatst op Twitter. Naar aanleiding daarvan zou er een strafrechtelijk onderzoek gestart zijn in Turkije. Dit alles maakt dat eiser niet meer veilig kan terugkeren naar Turkije.



Het bestreden besluit



4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:



Identiteit, nationaliteit en herkomst;


Problemen vanwege de activiteiten voor een cultureel centrum;


Problemen tijdens de Newroz viering in 2022;


Politieke mening en problemen hierdoor.




De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst
van eiser geloofwaardig zijn. De problemen die eiser heeft ondervonden tijdens de Newroz viering in 2022 worden ook geloofwaardig geacht door de minister. Wat de minister slechts deels geloofwaardig heeft geacht zijn de problemen die eiser heeft ondervonden vanwege zijn activiteiten voor een cultureel centrum en de problemen vanwege zijn politieke mening. Volgens de minister heeft eiser zijn asielrelaas onvoldoende onderbouwd met documenten en vormen zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel als bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, Vw. Dat eiser na zijn gestelde problemen in januari en februari 2022 naar de Newroz viering is gegaan is ongerijmd. Daarnaast is eiser pas vier maanden na het incident in februari 2022 uit Turkije vertrokken en is hij daarbij legaal uitgereisd. Ook komen de verklaringen van eiser niet overeen met de inhoud van zijn IHD document. Verder heeft eiser ongerijmd en vaag verklaard over het strafrechtelijke document en heeft hij het strafrechtelijk onderzoek naar hem niet aannemelijk gemaakt. De minister meent daarom dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat hij bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft daarom de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, Vw.




Het oordeel van de rechtbank





Nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd met Unierecht



5. Eiser voert aan dat de minister zijn asielrelaas ten onrechte heeft beoordeeld op basis van het nieuwe beleid over de geloofwaardigheidsbeoordeling (WI 2024/6). Volgens eiser zou hij beoordeeld moeten worden op basis van het oude beleid. Reden hiervoor is dat de minister te laat heeft beslist op de asielaanvraag van eiser. Dit moet gezien worden als een bijzondere omstandigheid op grond waarvan de minister moet afwijken van het uitgangspunt dat bij het nemen van een besluit het recht moet worden toegepast zoals dat geldt op het moment waarop het besluit genomen wordt. Daarnaast is de toegepaste geloofwaardigheidsbeoordeling ook nog in strijd met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit is al geconcludeerd door andere zittingsplaatsen en zittingsplaats Roermond heeft over deze kwestie zelfs prejudiciële vragen gesteld.

6. In een eerdere uitspraak van deze zittingsplaats is uiteengezet dat hoewel er situaties denkbaar zijn dat de beoordelingswijze beschreven in de werkinstructie 2024/6 tot strijd met het Unierecht leidt, dit niet in elke zaak het geval is. In iedere afzonderlijke asielzaak moet namelijk worden beoordeeld of in het betreffende besluit voldoende is gemotiveerd waarom bepaalde feiten ongeloofwaardig zijn. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat de toepassing van het nieuwe beleid over de geloofwaardigheidsbeoordeling geen strijd oplevert met het Unierecht. Dat de minister de beslistermijn niet heeft gehaald, maakt dat oordeel niet anders, omdat het niet halen van deze beslistermijn niet gezien kan worden als bijzondere omstandigheid. Bijzondere omstandigheden op basis waarvan de minister een uitzondering zou kunnen maken moeten namelijk persoonlijk van aard zijn. De rechtbank is verder van oordeel dat er een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft plaatsgevonden en dat de verklaringen van eiser en de onderbouwing die hij heeft aangeleverd daarbij zijn meegenomen.



Geloofwaardigheidsbeoordeling



7. Eiser voert aan dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat zijn verklaringen niet samenhangend en onaannemelijk zijn. Het standpunt van de minister dat de incidenten in januari en februari 2022 ongeloofwaardig zijn is onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Verder heeft eiser duidelijk verklaard waarom hij de Newroz-viering heeft bezocht. Het bezoeken daarvan is namelijk onvermijdelijk en eiser verwachtte dat hij niet op zou vallen in de massa en daardoor veilig was van de politie. Dat klopte ook, hij kreeg namelijk problemen vanwege zijn ring en niet vanwege zijn persoon of bekendheid bij de politie. Daarnaast vindt eiser dat zijn nadere uitleg over waarom hij vier maanden later is uitgereisd niet kenbaar betrokken wordt in de geloofwaardigheidsbeoordeling. Het feit dat er geen arrestatiebevel voor eiser is uitgevaardigd maakt het juist geloofwaardig dat eiser nog vier maanden in Turkije heeft kunnen blijven. Daarbij komt dat eiser de laatste twee maanden voor zijn vertrek ondergedoken zat bij zijn zus in Istanbul.


7.1.
Ten slotte is er een strafrechtelijk onderzoek gestart naar eiser naar aanleiding van een twitterpost van hem. Volgens het strafrechtelijk document dat eiser heeft overgelegd, zijn de posts van eiser op twitter propaganda die het volk op het verkeerde been zet en zouden de berichten een gevaar vormen voor de openbare orde. De posts gingen namelijk tegen het huidige regime in. Hierbij verwijst eiser ook naar het algemeen ambtsbericht over Turkije van augustus 2023 waaruit blijkt dat eiser hiervoor vervolgd kan worden. Aangezien er ook aangifte tegen eiser is gedaan en zijn Twitter account is afgesloten staat het vast dat eiser hierdoor in de belangstelling van de Turkse overheid is gekomen.


8. De minister stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens de minister is het ongerijmd dat eiser, terwijl hij bang was voor de politie vanwege de gebeurtenissen in januari en februari 2022, toch naar de Newroz viering is gegaan in maart 2022. Tijdens die viering waren er namelijk veel politiecontroles waar eiser ook vanaf wist. Daarnaast is het ongerijmd dat eiser is vrijgelaten door de politie, terwijl zij juist op zoek waren naar eiser. Uit het handelen van eiser blijkt ook niet dat hij angstig was voor de politie en dacht dat hij werd vervolgd. Bovendien is eiser legaal uitgereisd en is gemotiveerd dat hij van de periode tot aan Newroz en na het incident niets meer heeft vernomen van de politie.




8.1.
Volgens de minister heeft eiser daarnaast inderdaad verklaard dat hij bij zijn zus heeft verbleven, echter heeft hij het woord “ondergedoken” daarbij niet gebruikt. Dit is ook niet gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen. Verder neemt het feit dat er geen arrestatiebevel is, juist wel weg dat eiser iets te vrezen heeft in Turkije. Tot op heden heeft de minister geen documenten ontvangen waaruit blijkt dat eiser in Turkije wordt vervolgd. Daardoor heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij wordt gezocht door de politie en dat ze eiser willen vervolgen.



8.2.
De minister stelt zich verder op het standpunt dat eiser ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een strafrechtelijk onderzoek naar hem loopt vanwege zijn posts op social media. Dit blijkt ook niet uit het door eiser overgelegde document. Het feit dat er mensen in Turkije vanwege hun sociale media posts worden vervolgd betekent niet per definitie dat eisers gestelde vervolging aannemelijk is.


9. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister mocht daarbij meewegen dat de verklaring van eiser over de gebeurtenissen in januari en februari 2022 niet aannemelijk is. Als die verklaringen zouden kloppen, dan is het niet logisch dat eiser toch het risico heeft genomen om naar de Newroz viering in maart 2022 te gaan. De reden die eiser hiervoor heeft gegeven is dat er op dat moment geen arrestatiebevel was en eiser had verwacht op te gaan in de mensenmassa, waardoor de kans dat de politieagenten hem zouden treffen klein was. Hiermee heeft eiser zijn vrees voor de autoriteiten niet aannemelijk gemaakt, hier volgt niet uit dat de politie toen actief naar hem op zoek was. Die vrees volgt ook niet uit de gebeurtenissen tijdens de Newroz-viering. Toen is eiser namelijk opgepakt vanwege de ring die hij droeg. Dat heeft niet iets met eiser persoonlijk te maken. De stelling van eiser dat hij zich zal blijven uiten als Koerdisch maakt dat oordeel niet anders. Eiser heeft zijn persoonlijke situatie namelijk niet kunnen onderscheiden van andere Koerden.




9.1.
Daarnaast heeft eiser aangegeven dat hij ondergedoken heeft gezeten bij zijn zus. Het standpunt van de minister dat eiser dit niet zo heeft verklaard omdat hij het woord ondergedoken niet heeft gebruikt, volgt de rechtbank niet. Dit leidt er echter niet toe dat de verklaringen van eiser hierover aannemelijk en samenhangend bevonden kunnen worden. Uit wat eiser heeft verklaard over zijn verblijf bij zijn zus volgt namelijk ook niet dat sprake was van onderduiken. Tijdens de zitting heeft eiser ook verteld dat hij wel af en toe naar de supermarkt is gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank verhoudt zich dat niet goed met het onderduikverhaal.



9.2.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in negatieve zin bekend is bij de Turkse autoriteiten of een reëel risico loopt bij terugkeer. De rechtbank overweegt daartoe dat eiser legaal Turkije uit heeft kunnen reizen en dat eiser de gestelde telefoontjes van de politie naar familieleden niet heeft onderbouwd. Daar komt bij dat eiser nog steeds geen arrestatiebevel heeft overgelegd. De stelling van eiser dat dit nog niet maakt dat er geen strafrechtelijk onderzoek loopt, met daarbij een verwijzing naar het nieuwe algemeen ambtsbericht van Turkije uit 2025, doet daar niets aan af. De minister heeft terecht gewezen op een eerdere uitspraak van deze zittingsplaats. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij persoonlijk nog steeds in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat.



9.3.
Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij strafrechtelijk wordt vervolgd vanwege zijn sociale media posts. Eerder heeft eiser gezegd dat zijn Twitter account uit de lucht is gehaald. Tijdens de zitting heeft eiser verklaard dat hij nog wel gebruik heeft kunnen maken van het account en ook berichten heeft geplaatst over Erdogan. Eiser weet alleen niet meer hoe vaak dit is geweest. Daarnaast volgt de rechtbank het standpunt van de minister dat het feit dat er mensen in Turkije vanwege hun sociale media posts worden vervolgd, niet per definitie betekent dat eisers gestelde vervolging aannemelijk is. Eiser heeft daarnaast ook verklaard dat hij nu niet meer zal posten omdat hij bang is voor de gevolgen. Gelet op deze verklaringen is het niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer zal blijven posten op sociale media.





Conclusie en gevolgen


10. Het beroep is ongegrond. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Dat betekent dat eiser geen verblijfsvergunning asiel krijgt en Nederland zal moeten verlaten. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.






Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 28 april 2026.







Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



De uitspraak van 10 juni 2025 van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht (ECLI:NL:RBDHA:2025:10057).


De uitspraak van 20 oktober 2025 van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, ECLI:NL:RBDHA:2025:19563, rechtsoverweging 13.