Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:22503
2026-08-10
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL26.31518 V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzet. Asiel. Leeftijdsbeoordeling. Verzet gegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17656 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17656 Rechtbank Den Haag 25-06-2026
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27059 Rechtbank Den Haag 14-09-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (5.605 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31518 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie, opposant
(gemachtigde: mr. L.S. Hartog),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 juni 2026 in het geding tussen
[geopposeerde] , geopposeerde
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
In de uitspraak van 25 juni 2026, bekendgemaakt op 26 juni 2026, met kenmerk ECLI:NL:RBDHA:2026:17656 heeft de rechtbank het beroep van geopposeerde tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag kennelijk gegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat er geen zitting heeft plaatsgevonden.
Opposant heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak.
Opposant heeft zijn wens om op zitting te worden gehoord over het verzet teruggenomen. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.
Beoordeling door de rechtbank
1. Geopposeerde stelt te zijn geboren op [geboortedag 1] 2008 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 26 november 2025 asiel aangevraagd in Nederland. In het besluit van 4 juni 2026 heeft opposant deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zoals die luidde tot 12 juni 2026 omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is op grond van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening). Daarbij is opposant ervan uitgegaan dat geopposeerde meerderjarig is en is geboren op [geboortedag 2] 2006.
2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep hiertegen van geopposeerde vereenvoudigd afgedaan en daarbij het beroep gegrond verklaard en het besluit van 4 juni 2026 vernietigd. Dit heeft de rechtbank gebaseerd op de vaststelling dat bij één van beide schouwen de directe verbinding tussen de observaties en de conclusie ontbreekt. Deze schouw is daarom niet bruikbaar als middel voor leeftijdsonderzoek.
3. Opposant voert in zijn verzetschrift van 20 juli 2026 aan dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Opposant is allereerst niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de beroepsgronden. Daarnaast wijst opposant erop dat de leeftijdsbeoordeling in dit geval is gebaseerd op alle relevante elementen: de leeftijdsregistratie in Spanje, de bij zienswijze overgelegde stukken, de verklaringen van geopposeerde en de leeftijdsschouw. De enkele erkenning in het bestreden besluit dat de schouw door de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) niet inzichtelijk is maakt niet dat de leeftijdsbeoordeling niet juist is.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. In een verzetsprocedure kan uitsluitend worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb is overgegaan. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in deze procedure beperkt is tot de vraag of buiten redelijke twijfel staat dat het beroep gegrond is, en dat uitspraak op het beroep kon worden gedaan zonder een zitting te houden. Als er in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een normale behandeling ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst.
5. Het was in beroep niet in geschil dat het rapport van de schouw van eiser zoals die is verricht door de DISA niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, doordat daarin niet is toegelicht waarom de gemaakte observaties zouden leiden tot de conclusie dat geopposeerde minderjarig is. Het staat echter niet buiten twijfel dat de rechtbank aan dat enkele feit de conclusie kon verbinden dat het beroep gegrond is. Opposant voert in verzet terecht aan dat voorafgaand aan het trekken van die conclusie ten onrechte niet is ingegaan op de andere aspecten die bij het beoordelen van de leeftijd zijn betrokken, zoals de registratie in Spanje, de overgelegde stukken en de afgelegde verklaringen.
6. Gelet hierop is het verzet gegrond. Het is niet nodig om in te gaan op de andere door opposant aangedragen gronden van verzet. De aangevallen uitspraak moet vervallen worden verklaard. Het onderzoek moet vervolgens worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond voordat de aangevallen uitspraak werd gedaan.
7. Er zijn geen proceskosten die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het verzet gegrond;
verklaart de uitspraak van 25 juni 2026, bekendgemaakt op 26 juni 2026, met kenmerk ECLI:NL:RBDHA:2026:17656 vervallen;
bepaalt dat het onderzoek moet worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond voordat de aangevallen uitspraak werd gedaan.
Deze uitspraak is gedaan op 10 augustus 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31518 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie, opposant
(gemachtigde: mr. L.S. Hartog),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 juni 2026 in het geding tussen
[geopposeerde] , geopposeerde
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
In de uitspraak van 25 juni 2026, bekendgemaakt op 26 juni 2026, met kenmerk ECLI:NL:RBDHA:2026:17656 heeft de rechtbank het beroep van geopposeerde tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag kennelijk gegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat er geen zitting heeft plaatsgevonden.
Opposant heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak.
Opposant heeft zijn wens om op zitting te worden gehoord over het verzet teruggenomen. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.
Beoordeling door de rechtbank
1. Geopposeerde stelt te zijn geboren op [geboortedag 1] 2008 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 26 november 2025 asiel aangevraagd in Nederland. In het besluit van 4 juni 2026 heeft opposant deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zoals die luidde tot 12 juni 2026 omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is op grond van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening). Daarbij is opposant ervan uitgegaan dat geopposeerde meerderjarig is en is geboren op [geboortedag 2] 2006.
2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep hiertegen van geopposeerde vereenvoudigd afgedaan en daarbij het beroep gegrond verklaard en het besluit van 4 juni 2026 vernietigd. Dit heeft de rechtbank gebaseerd op de vaststelling dat bij één van beide schouwen de directe verbinding tussen de observaties en de conclusie ontbreekt. Deze schouw is daarom niet bruikbaar als middel voor leeftijdsonderzoek.
3. Opposant voert in zijn verzetschrift van 20 juli 2026 aan dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Opposant is allereerst niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de beroepsgronden. Daarnaast wijst opposant erop dat de leeftijdsbeoordeling in dit geval is gebaseerd op alle relevante elementen: de leeftijdsregistratie in Spanje, de bij zienswijze overgelegde stukken, de verklaringen van geopposeerde en de leeftijdsschouw. De enkele erkenning in het bestreden besluit dat de schouw door de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) niet inzichtelijk is maakt niet dat de leeftijdsbeoordeling niet juist is.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. In een verzetsprocedure kan uitsluitend worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb is overgegaan. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in deze procedure beperkt is tot de vraag of buiten redelijke twijfel staat dat het beroep gegrond is, en dat uitspraak op het beroep kon worden gedaan zonder een zitting te houden. Als er in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een normale behandeling ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst.
5. Het was in beroep niet in geschil dat het rapport van de schouw van eiser zoals die is verricht door de DISA niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, doordat daarin niet is toegelicht waarom de gemaakte observaties zouden leiden tot de conclusie dat geopposeerde minderjarig is. Het staat echter niet buiten twijfel dat de rechtbank aan dat enkele feit de conclusie kon verbinden dat het beroep gegrond is. Opposant voert in verzet terecht aan dat voorafgaand aan het trekken van die conclusie ten onrechte niet is ingegaan op de andere aspecten die bij het beoordelen van de leeftijd zijn betrokken, zoals de registratie in Spanje, de overgelegde stukken en de afgelegde verklaringen.
6. Gelet hierop is het verzet gegrond. Het is niet nodig om in te gaan op de andere door opposant aangedragen gronden van verzet. De aangevallen uitspraak moet vervallen worden verklaard. Het onderzoek moet vervolgens worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond voordat de aangevallen uitspraak werd gedaan.
7. Er zijn geen proceskosten die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het verzet gegrond;
verklaart de uitspraak van 25 juni 2026, bekendgemaakt op 26 juni 2026, met kenmerk ECLI:NL:RBDHA:2026:17656 vervallen;
bepaalt dat het onderzoek moet worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond voordat de aangevallen uitspraak werd gedaan.
Deze uitspraak is gedaan op 10 augustus 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.