Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22378

2026-05-22 Strafrecht 12144123 MB VERZ 26-1542
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-05-22
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12144123 MB VERZ 26-1542
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond. Bebording met aanduiding ‘trouwauto’ voldoende duidelijk. Verweer t.a.v. rechtmatigheid en verkeersbesluit verworpen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.900 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Zittingsplaats Den Haag



CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
Registratienummer team straf: 12144123 MB VERZ 26-1542
Uitspraakdatum : 22 mei 2026




Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting




in de zaak van



[betrokkene]


wonende op adres: [adres] , [woonplaats]
hierna te noemen: betrokkene.




Het verloop van de procedure


Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.



De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen de vertegenwoordiger van de officier van justitie en de betrokkene.




Overwegingen



Verkeersboete




Het gaat om een bedrag van € 129,00 (inclusief administratiekosten) wegens parkeren met een ander doel dan op het bord is aangegeven op 8 juli 2025 (feitcode R397EA).




Beroepsgronden en standpunten




De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Het onderbord waarop staat vermeld ‘trouwauto’ is niet rechtsgeldig, omdat er geen wettelijke definitie bestaat van een trouwauto. Daarnaast ontbreekt een geldig verkeersbesluit ten aanzien van de desbetreffende bebording. Betrokkene verwijst hierbij naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:9801. Tevens werden op de pleegdatum geen huwelijken voltrokken. Ook is volgens de betrokkene een onjuiste feitcode toegepast, nu geen sprake is van parkeren met een ander doel. De juiste feitcode is R397D. Tot slot is de betrokkene onfatsoenlijk behandeld door de desbetreffende verbalisanten.



De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld de feitcode te wijzigen naar R397D aangezien het bij de verweten gedraging niet gaat om het doel van parkeren. De gedraging betreft het parkeren terwijl het voertuig niet tot de categorie of groep voertuigen van de betreffende parkeergelegenheid behoort. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard.


Oordeel




Het beroep is deels gegrond, te weten voor wat betreft de wijziging van de feitcode. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.


Wijziging feitcode

Bij de beantwoording van de vraag of wijziging van de inleidende beschikking op het punt van de omschrijving van de gedraging met bijbehorende feitcode als zodanig toelaatbaar is, dient te worden nagegaan of de betrokkene door zodanige wijziging niet in zijn verdedigingsbelangen is geschaad. Wanneer een betrokkene weet waartegen hij zich heeft te verdedigen en de wijziging niet leidt tot een hoger sanctiebedrag, wordt een betrokkene door de wijziging doorgaans niet in zijn belangen geschaad, in welk geval de wijziging geoorloofd is.



Uit de beroepschriften van de betrokkene blijkt dat hij wist en weet waartegen hij zich moet verdedigen. Ook is het bedrag van de sanctie behorend bij feitcode R397D gelijk aan het bedrag van de sanctie die aan de betrokkene onder de oude feitcode is opgelegd. De kantonrechter stelt daarom vast dat de betrokkene door de verzochte wijziging van de feitcode niet in zijn verdedigingsbelang is geschaad en dat deze wijziging geoorloofd is. De beroepsgronden van de betrokkene zullen dan ook worden beoordeeld op grondslag van de gedraging behorend bij de nieuwe feitcode.



Ten aanzien van de beroepsgronden die strekken tot vernietiging dan wel matiging van de verkeersboete, is het volgende van belang.




De gedraging

Op grond van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) zijn bestuurders verplicht om gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod of een verbod inhouden. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een parkeergelegenheid die bedoeld is voor trouwauto’s. Dat betrokkene op die plek heeft geparkeerd wordt door hem ook niet ontkend en de door hem aangevoerde bezwaren tegen de verkeersboete brengen evenmin mee dat de gedraging niet is verricht. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de verweten gedraging in ieder geval vaststaat.



Vervolgens rijst de vraag of hetgeen is aangevoerd meebrengt dat oplegging van een sanctie niet billijk is of dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd.




Duidelijkheid van de bebording

De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is geweest van een onduidelijke en verwarrende verkeerssituatie. Met het onderbord met de tekst ‘trouwauto’ en het bord met daarop een ‘P’ wordt specifiek aangeduid dat ter plaatse alleen mag worden geparkeerd door trouwauto’s. Het is dan ook voldoende duidelijk voor welke voertuigen de parkeergelegenheid is bestemd. Op het moment dat een weggebruiker zich tijdens het parkeren van zijn auto op geen enkele wijze bezighoudt met een activiteit die verband houdt met een bruiloft of huwelijksvoltrekking, mag van hem worden verwacht dat hij weet dat zijn voertuig niet als een trouwauto kwalificeert. Dat betrokkene er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zijn voertuig een trouwauto betreft, is niet gesteld en ook niet gebleken.



Verder mag van iedere weggebruiker worden verwacht dat hij, indien hij wil parkeren op een parkeergelegenheid, de nodige moeite doet om zich ervan te vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats voor hem is toegestaan. Voor zover de aanduiding van de categorie ‘trouwauto’ voor betrokkene onduidelijk of verwarrend is geweest, brengt dit niet mee dat hij – zonder enig onderzoek – erop mocht vertrouwen dat parkeren voor hem was toegestaan. De gevolgen van zijn handelen komen dan ook voor zijn rekening.




Rechtmatigheid van de bebording

Ten aanzien van de door de betrokkene gestelde onrechtmatigheid van de bebording, overweegt de kantonrechter als volgt.



Zoals hiervoor overwogen zijn weggebruikers op grond van artikel 62 RVV 1990 verplicht gevolg te geven aan verkeerstekens die gebod of verbod inhouden. Er wordt in die bepaling geen onderscheid gemaakt tussen verkeerstekens die wel of niet conform de geldende wettelijke voorschriften zijn geplaatst. Het staat dan ook niet ter beoordeling van weggebruiker of een verkeersbord terecht is geplaatst of niet. Ook als weggebruiker meent dat het bord ten onrechte is geplaatst, moet hij daaraan gevolg geven, alleen al omdat andere weggebruikers vaak daarop zullen rekenen. Dit kan alleen anders zijn als sprake is van een zeer afwijkende situatie waarin het gevolg geven aan het verkeersteken of verkeersbord veiligheid op de weg in gevaar zou brengen. Dat laatste is in het geval van betrokkene niet aan de orde.




Overige beroepsgronden

Met betrekking tot de bejegening door de verbalisanten, merkt de kantonrechter allereerst op dat klachten over de bejegening buiten de reikwijdte vallen van de procedure op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Ter beoordeling ligt de vraag voor of de gedraging is verricht en of sprake is van zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd zou moeten worden. De kantonrechter zal dan ook niet oordelen over de bejegening van de betrokkene door de verbalisanten. Het voorgaande geldt ook voor de klachten van betrokkene omtrent het beleid van de gemeente en de beslissing om een bord wel of niet te plaatsen.
Gelet op het voorgaande slagen de beroepsgronden strekkende tot vernietiging van de verkeersboete niet. De kantonrechter ziet ook geen bijzondere omstandigheden die tot matiging dienen te leiden.




Beslissing


De kantonrechter:




verklaart het beroep deels gegrond;


wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in die zin dat als feitcode en omschrijving van de gedraging wordt vermeld: “R397D” en “parkeren op een parkeergelegenheid terwijl dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen”;


verklaart het beroep voor het overige ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Tsjapanova, kantonrechter, bijgestaan door F. Hoppenbrouwer, griffier en in het openbaar uitgesproken.



De griffier De kantonrechter








Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:


a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.


Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.






HR 16 juni 2020 - ECLI:NL:HR:2020:1055