Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22359

2026-08-10 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.48639
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-10
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.48639
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel - Somalië - de minister mocht uitgaan van het medisch leeftijdsonderzoek in België - de minister heeft terecht een beperkte waarde toegekend aan de geboorteakte en hij heeft hierin terecht geen aanleiding gezien om uit te gaan van de minderjarigheid van eiseres - de minister heeft de (gestelde) problemen van eiseres met Al-Shabaab terecht niet geloofwaardig geacht - de minister heeft voldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Somalië niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt - de minister heeft het herkomstgebied van eiseres onvoldoende nauwkeurig vastgesteld en onvoldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer niet een reëel risico op ernstige schade loopt - een dergelijk risico kan pas zorgvuldig worden beoordeeld als voldoende vast is komen te staan wat het herkomstgebied van eiseres is - het beroep is gegrond.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (38.467 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.48639


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,geboren op [geboortedatum] ,

van Somalische nationaliteit,V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),



en


de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. D.J. Halbesma).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is daarom gegrond.




Procesverloop


2. Eiseres heeft op 24 juli 2023 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 september 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister een terugkeerbesluit aan eiseres uitgevaardigd, waarin staat dat zij Nederland binnen vier weken moet verlaten en moet terugkeren naar Somalië.



2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister deelgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.



2.3.
Op 13 juli 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en aanvullende vragen gesteld aan de minister ten aanzien van het herkomstgebied van eiseres.



2.4.
De minister heeft op 22 juli 2026 gereageerd op de vragen van de rechtbank.



2.5.
Eiseres heeft op 3 augustus 2026 gereageerd op het standpunt van de minister.



2.6.
Op 5 augustus 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.




Beoordeling door de rechtbank



Het asielrelaas



3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij stelt uit Somalië te zijn gevlucht voor Al-Shabaab, omdat Al-Shabaab naar haar opa is gegaan om haar hand te vragen. Op een dag zijn mannen van Al-Shabaab naar het huis van eiseres gekomen, waarbij zij haar hebben meegenomen naar een huis in een ander dorp. Na een paar dagen heeft eiseres weten te ontsnappen, waarna zij naar haar oom is gegaan. Haar oom is gebeld door Al-Shabaab en zij hebben hem bedreigd. Eiseres is door haar haar oom naar een huis van een vriend gebracht, waarna een dame ervoor heeft gezorgd dat zij via Mogadishu uit Somalië kon vluchten. Eiseres vreest bij terugkeer voor problemen met Al-Shabaab.



Het bestreden besluit



4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen met Al-Shabaab.


4.1.

De minister vindt de nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De door eiseres gestelde geboortedatum van [datum] wordt door de minister niet gevolgd. Uit het in België verrichte leeftijdsonderzoek volgt dat eiseres meerderjarig is. De problemen met Al-Shabaab vindt de minister ook niet geloofwaardig. De verklaringen van eiseres vormen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarbij stelt de minister dat eiseres tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over het eerste contact met
Al-Shabaab, over haar ontvoering door Al-Shabaab en over hoe zij bij haar oom is gekomen en hoe lang zij daar heeft verbleven. Ten aanzien van de geloofwaardig geachte nationaliteit en herkomst stelt de minister dat eiseres enkel op grond daarvan niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Volgens de minister heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij als alleenstaande vrouw moet worden aangemerkt. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dan ook niet dat zij bij uitzetting naar Somalië een gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiseres heeft volgens de minister ook niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Buulo Garas een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft daarom de asielaanvraag afgewezen als ongegrond.




4.2.
Eiseres heeft de juistheid van het bestreden besluit gemotiveerd betwist. Een bespreking van wat zij in de beroepsgronden naar voren heeft gebracht zal hieronder plaatsvinden.



Zienswijze herhaald en ingelast



5. De enkele verwijzing naar de zienswijze en het verzoek om die als herhaald en ingelast te beschouwen is onvoldoende om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De rechtbank stelt vast dat de minister hierop in het bestreden besluit een uitgebreide motivering heeft gegeven. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens haar niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiseres in de gronden van het beroep heeft aangevoerd.



Leeftijdsonderzoek in België


6. Eiseres voert aan dat de minister haar geboortedatum van [datum] ten onrechte niet geloofwaardig heeft bevonden. Het leeftijdsonderzoek is ten onrechte niet bijgevoegd bij de besluitvorming. Uit het dossier blijkt verder dat er fouten zijn gemaakt in België, waardoor niet van het Belgisch leeftijdsonderzoek kan worden uitgegaan.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet gehouden was het medisch onderzoek bij te voegen bij de besluitvorming. De rechtbank acht hierbij van belang dat het gaat om een medisch, persoonlijk document waarover eiseres moet kunnen beschikken. Niet gesteld noch gebleken is dat eiseres het leeftijdsonderzoek niet kon opvragen of pogingen hiertoe heeft gedaan.

9. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het bestreden besluit zorgvuldig is genomen en de minister mocht uitgaan van het Belgisch leeftijdsonderzoek.

10. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij het indienen van haar asielaanvraag heeft verklaard te zijn geboren op [datum] . Eiseres is op grond van de Werkinstructie (WI) 2025/1 geschouwd door zowel de IND als AVIM. Bij de schouw door de AVIM is geconcludeerd dat eiseres evident minderjarig is. Bij de schouw door de IND is geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de door eiseres opgegeven leeftijd. De minister heeft naar aanleiding van de ontstane twijfel nader onderzoek gedaan bij de Belgische autoriteiten. De rechtbank stelt verder vast dat in de door de Belgische autoriteiten aan de minister opgestuurde eerste beslissing van 28 november 2022, de naam van eiseres in de gehele besluitvorming is opgenomen behalve bij de uitslag van de medische test. In deze alinea wordt een andere naam vermeld. Nadat de minister daarover navraag heeft gedaan bij de Belgische autoriteiten, hebben de Belgische autoriteiten met de e-mail van 5 augustus 2024 de naar eiseres verstuurde aangepaste beslissing opgestuurd, met daarin de juiste naam van eiseres vermeld in de gehele besluitvorming, ook bij de uitslag van de medische test. In deze uitslag is onder meer het volgende vermeld: “op basis van het voorgaande kunnen we besluiten met een redelijke wetenschappelijke zekerheid dat [naam] op datum van 25-11-2002 een leeftijd heeft van zeker ouder dan 18 jaar, waarbij 23,5 jaar een minimum leeftijd is. Waarschijnlijk ligt deze nog hoger.” Onderaan de beslissing is opgenomen dat de aangepaste beslissing de beslissing van 5 december 2022 vervangt. De rechtbank stelt tot slot vast dat de Belgische autoriteiten bij de e-mail van 5 augustus 2024 eveneens een beslissing van 14 februari 2023, ondertekend op 15 februari 2023, hebben bijgevoegd. Deze beslissing is genomen naar aanleiding van de overgelegde geboorteakte. Ook in deze beslissing is overal de naam van eiseres opgenomen, waaronder bij de uitslag van de medische test, en is overwogen dat de overgelegde geboorteakte geen aanleiding geeft om van een andere leeftijd uit te gaan.

11. De rechtbank onderschrijft dat sprake is van een aantal slordigheden in het besluitvormingsproces door de Belgische autoriteiten. De gemachtigde van de minister heeft dit op de zitting ook erkend. Ondanks de slordigheden, is de rechtbank echter van oordeel dat uit het dossier voldoende volgt dat de aangepaste beslissing, en het daaraan ten grondslag liggend medisch onderzoek, ziet op eiseres en dat de minister het in België verrichte leeftijdsonderzoek aan de besluitvorming ten grondslag mocht leggen. De rechtbank acht hierbij het volgende van belang.

12. De rechtbank stelt voorop dat er in de eerste kennisgeving een andere naam is vermeld bij de uitslag van de medische test, zodat de minister gehouden was om hierover navraag te doen bij de Belgische autoriteiten. Dit heeft de minister ook gedaan. Hierop hebben de Belgische autoriteiten de aangepaste beslissing naar de minister gestuurd. Uit de aangepaste beslissing volgt dat in het gehele besluit, waaronder bij de uitslag van de medische test, de naam van eiseres is opgenomen zodat uit het besluit kan worden afgeleid dat het gaat om eiseres. Uit de begeleidende e-mail van 5 augustus 2024 volgt verder dat een medewerker bij het leeftijdsonderzoek inderdaad een verkeerde naam heeft gebruikt in de eerste beslissing en dat om deze reden een aangepaste beslissing naar eiseres is verstuurd, die de eerste beslissing vervangt. De rechtbank onderschrijft dat ook de aangepaste beslissing slordigheden bevat. Zo vermeldt de aangepaste beslissing dat deze de beslissing van 5 december 2022 vervangt, terwijl de eerste beslissing dateert van 28 november 2022. De rechtbank ziet desondanks geen aanleiding om te oordelen dat door deze slordigheden niet langer van het medisch onderzoek in België kan worden uitgegaan. De rechtbank overweegt hierbij dat laatstgenoemde slordigheid weliswaar ziet op de vraag welk besluit wordt vervangen, maar dat uit de besluitvorming en de toelichting in de e-mail eveneens volgt dat de gehele besluitvorming, als ook de uitslag van de medische test, ziet op eiseres. De rechtbank acht verder van belang dat eiseres op de vraag of het onderzoek in België naar tanden en met röntgen was, heeft geantwoord dat dit klopt. Verder heeft eiseres verklaard dat zij een brief kreeg met daarin een andere naam en dat zij heeft aangegeven dat dit niet haar naam was. Eiseres heeft later een nieuwe brief gekregen met daarin de juiste naam vermeld. Niet is gebleken dat eiseres tegen de beslissing in beroep is gegaan, terwijl zij bekend was met beide beslissingen die de Belgische autoriteiten hebben genomen. Evenmin is gebleken dat eiseres in België twijfel had over de juistheid van de beslissingen. Eiseres heeft, door de enkele stelling dat er fouten zijn gemaakt in de besluitvormingsprocedure in België, dan ook niet aannemelijk gemaakt dat niet van het medisch leeftijdsonderzoek in België kon worden uitgegaan.

Wijziging leeftijd tijdens het nader gehoor


13. Eiseres stelt verder dat de minister tijdens het nader gehoor aan eiseres heeft meegedeeld dat haar leeftijd is gewijzigd op basis van de door eiseres overgelegde documenten. Eiseres mocht er daarvan van uitgaan dat haar leeftijd is gewijzigd op grond van de daarvoor geldende regels.

14. Hoewel aan eiseres tijdens het nader gehoor is meegedeeld dat op basis van het echt bevonden identiteitsbewijs en de geboorteakte haar geboortedatum is aangepast naar

[datum] en dat zij als minderjarige wordt beschouwd, heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank daaraan geen gerechtvaardigd vertrouwen kunnen ontlenen dat daarmee de minderjarigheid van eiseres is komen vast te staan. De minister heeft terecht overwogen dat een dergelijke beslissing in overeenstemming met de WI 2025/1 dient plaats te vinden. De minister heeft verder op 26 augustus 2024, dus na het nader gehoor van 1 augustus 2024, aan de gemachtigde van eiseres bericht dat de leeftijd van eiseres wederom is aangepast (de rechtbank begrijpt naar 1 januari 1999) en dat bij de uiteindelijke beslissing op de asielaanvraag ook een beslissing zal worden genomen over de minderjarigheid van eiseres. Tijdens het aanvullend gehoor is eiseres eveneens aangegeven dat er in de besluitfase een beslissing zal worden genomen.



Geboorteakte



15. Eiseres stelt dat er ten onrechte een beperkt gewicht wordt toegekend aan de echt bevonden geboorteakte. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd welk gewicht er wel wordt toegekend aan de geboorteakte. De minister beroept zich verder op het algemeen ambtsbericht Somalië van juni 2023 (AAB 2023), en daarmee algemene informatie, waaruit volgt dat het eenvoudig is om documenten te verkrijgen die vervalst zijn. Door de minister is niet onderbouwd waarom hiervan sprake is in het geval van eiseres. Verder is eiseres ten onrechte tegengeworpen dat zij tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over haar geboorteakte. In België heeft eiseres immers een geboorteakte overgelegd, maar bij haar aanvraag in Nederland was zij dit vergeten. Uit het MediFirst rapport volgt dat eiseres angstklachten heeft en dat zij vergeetachtig is.

16. De rechtbank stelt vast dat eiseres ter onderbouwing van haar stelling dat zij minderjarig is een Somalische akte van identiteitsbevestiging (identiteitskaart) en geboorteakte met daarop de geboortedatum van [datum] heeft ingebracht. De minister heeft na onderzoek de identiteitskaart en de geboorteakte echt bevonden. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat aan de echt bevonden identiteitskaart en geboorteakte beperkte waarde toekomt. Hij heeft er daarbij terecht op gewezen dat uit het AAB 2023 volgt dat het relatief eenvoudig is om documenten te verkrijgen die vervalst zijn of valse identiteitsgegevens bevatten. Dat dit enkel algemene informatie betreft, betekent niet dat de minister deze informatie niet heeft kunnen betrekken bij de beoordeling. De rechtbank stelt verder vast dat de minister, naast de informatie uit het AAB 2023, eveneens terecht heeft tegengeworpen dat eiseres vaag, onaannemelijk en wisselend heeft verklaard over de geboorteakte. Eiseres heeft tijdens het aanmeldgehoor immers verklaard dat zij geen documenten kon overleggen en dat zij dit in België ook niet heeft gedaan. Uit de stukken van de Belgische autoriteiten volgt echter dat eiseres tijdens haar asielprocedure in België een geboorteakte heeft overgelegd. Verder heeft eiseres, toen zij in Nederland haar geboorteakte heeft overgelegd, aangegeven dat deze door haar oom in Somalië is aangevraagd. De overgelegde geboorteakte heeft echter dezelfde uitgiftedatum als de overgelegde geboorteakte in België. De minister heeft het daarom terecht onaannemelijk geacht dat eiseres de geboorteakte nog niet in haar bezit zou hebben gehad tijdens het aanmeldgehoor. Dat eiseres kampt met angstklachten en vergeetachtig is, vindt de rechtbank geen verschoonbare reden, te meer nu aan eiseres expliciet is gevraagd of zij documenten had. Gelet op het voorgaande, heeft de minister terecht een beperkte waarde toegekend aan de geboorteakte en heeft hij hierin terecht geen aanleiding gezien om uit te gaan van de minderjarigheid van eiseres.



Toetsingskader



17. Uit de arresten van 4 juni 2026 in de zaken Ebilum en Quotal heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die nu in asielzaken verricht, niet verenigbaar is met het Europees recht. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom vol.



Heeft de minister de problemen met Al-Shabaab terecht ongeloofwaardig geacht?



18. Eiseres voert aan dat de minister de problemen met Al-Shabaab ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Zo is ten onrechte tegengeworpen dat het ongeloofwaardig is dat de familie van eiseres geen voorzorgsmaatregelen heeft genomen na de eerdere problemen met Al-Shabaab. Volgens eiseres heeft haar opa met haar moeder gesproken en werd eiseres hierbij niet betrokken. Verder wordt ten onrechte tegengeworpen dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over wat er met haar opa gebeurde tijdens de ontvoering. Eiseres heeft verklaard dat door de chaotische en zeer angstige situatie tijdens de ontvoering door Al-Shabaab, zij op dat moment niet wist wie er geraakt was. Zij hoorde wel een kogel, maar weet niet precies wat er gebeurde. Ook heeft eiseres niet tegenstrijdig verklaard over wat er in haar omging tijdens de ontvoering. Eiseres heeft immers verklaard dat ze erg bang was en te maken had met stress, omdat ze wist dat haar vader door deze groep was vermoord. Later wist ze dat ook haar opa was vermoord. Dat ze tijdens het gehoor ook haar opa noemt is niet vreemd, nu ze beiden zijn vermoord door Al-Shabaab. Over haar ontsnapping heeft eiseres evenmin tegenstrijdig verklaard. Eiseres heeft stap voor stap en uitgebreid verklaard over wat er is gebeurd. Eiseres heeft evenmin tegenstrijdig verklaard over hoe ze bij haar oom is gekomen. Eiseres heeft immers aangegeven dat zij bang was tijdens het gehoor en zij niet weet wat zij verklaard heeft. Dat eiseres niet weet hoe
Al-Shabaab aan het telefoonnummer van haar oom is gekomen, kan haar niet worden verweten, nu dit bij Al-Shabaab ligt. De minister gaat eraan voorbij dat leden van Al-Shabaab tussen de burgers leven en zo aan informatie over burgers kunnen komen. Eiseres wordt eveneens ten onrechte tegengeworpen dat zij niet weet of haar oom werd bedreigd nadat zij was weggegaan. Nu haar oom daar niets over heeft gezegd, kan eiseres dat niet weten. Daarnaast is het in de cultuur niet gebruikelijk dat eiseres vragen stelt aan volwassenen over dergelijke zaken.

19. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde problemen van eiseres met Al-Shabaab niet geloofwaardig zijn. De minister heeft in dit kader terecht aan eiseres tegengeworpen dat niet geloofwaardig is dat de familie van eiseres geen voorzorgsmaatregelen heeft getroffen nadat Al-Shabaab om de hand van eiseres zou hebben gevraagd. De verklaring dat eiseres hierbij niet werd betrokken, kan hieraan niet af doen. Niet valt in te zien dat de familie geen actie heeft ondernomen, terwijl zij op de hoogte waren van de komst van Al-Shabaab, eerder problemen hebben gehad met Al-Shabaab en de opa van eiseres zou hebben aangegeven dat hij de familie zou beschermen. De minister heeft verder terecht tegengeworpen dat eiseres wisselend heeft verklaard over wat er met haar opa gebeurde tijdens de ontvoering. Zo heeft eiseres eerst verklaard dat haar opa werd geslagen en hierna op de grond is gevallen, en later dat zij een kogel hoorde, waarna haar opa op de grond is gevallen. Dat de situatie chaotisch en zeer angstig zou zijn geweest, heeft de minister terecht geen afdoende verklaring gevonden voor het verschil in verklaringen, te meer nu het incident de kern van het asielmotief betreft. Verder is terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over wat er in haar omging tijdens de ontvoering. Eiseres heeft immers verklaard dat zij het tijdens haar ontvoering erg eng vond, omdat het de groep is die haar vader en opa hebben vermoord en ook heeft verklaard dat zij later pas wist dat haar opa was vermoord. Alhoewel deze verklaringen tegenstrijdig zijn, heeft de gemachtigde van de minister zich op zitting desgevraagd op het standpunt gesteld dat het zwaartepunt niet bij deze tegenstrijdigheid is gelegen. De minister heeft eveneens terecht tegengeworpen dat de verklaringen van eiseres over de gestelde ontsnapping aan Al-Shabaab wisselend zijn. Daarbij heeft de minister overwogen dat eiseres tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat zij na de dag van de ontvoering door Al-Shabaab is vrijgelaten, terwijl zij in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat zij is ontsnapt. Dat eiseres stelt dat zij tijdens het nader gehoor uitgebreid heeft verklaard over haar ontsnapping, kan aan deze tegenstrijdigheid niet af doen. Daarbij is evenmin een verklaring gegeven voor deze tegenstrijdige verklaring. Verder heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over hoe zij bij haar oom is gekomen en hoe lang zij bij haar oom verbleef. Eiseres heeft eerst verklaard dat zij op een ezelkar naar de plaats Doonka is gereisd en vervolgens met de auto naar haar oom in [plaatsnaam] is gereisd. In de correcties & aanvullingen heeft eiseres vervolgens aangegeven dat zij niet met een ezelkar naar haar oom is gereisd. Verder heeft eiseres verklaard dat zij maanden bij haar oom heeft verbleven, terwijl zij later heeft verklaard dat zij maar enkele dagen bij haar oom heeft verbleven. Dat eiseres stelt dat dit verschil te maken heeft met haar angstklachten, heeft de minister terecht niet gevolgd. De minister heeft in dit verband terecht overwogen dat, hoewel het voorstelbaar is dat een gehoor een bepaalde mate van spanning met zich kan brengen, dit niet verklaart waarom eiseres een volkomen ander vervoersmiddel zou noemen en evenmin waarom het verschil in verklaringen over de periode dat zij bij haar oom zou hebben verbleven dusdanig groot is. De minister heeft verder terecht tegengeworpen dat de verklaring van eiseres dat Al-Shabaab veel weet en daarom aan het telefoonnummer van haar oom kan zijn gekomen, gebaseerd is op vermoedens. Daarbij heeft de minister terecht overwogen dat uit de verklaringen van eiseres niet volgt dat, en zo ja hoe, Al-Shabaab op de hoogte kon zijn van het gegeven dat eiseres naar haar oom zou zijn vertrokken. De minister heeft in dat kader terecht bij de beoordeling betrokken dat Al-Shabaab niet de machthebber is in Mogadishu en niet zonder meer de hele regio in de gaten kan houden.

20. Daarnaast heeft de minister terecht overwogen dat uit de verklaringen van eiseres niet valt af te leiden dat haar oom na het vertrek van eiseres problemen heeft ondervonden met Al-Shabaab en dat van eiseres mag worden verwacht dat zij haar oom hierover bevraagd. Eiseres heeft immers verklaard op meerdere momenten contact te hebben gehad met haar oom over de situatie van haar familie en haar geboorteakte. Dat eiseres stelt dat het in haar cultuur niet gebruikelijk is om haar oom te vragen of hij na haar ontsnapping is bedreigd, leidt niet tot een ander oordeel. De minister heeft terecht overwogen dat, gelet op de voorgeschiedenis van de familie van eiseres met Al-Shabaab en de omstandigheid dat de bedreigingen door Al-Shabaab en de ontvoering de reden zou zijn geweest om het land van herkomst te verlaten, van eiseres mocht worden verwacht dat zij haar oom hierover zou bevragen.



Niet in grote lijnen geloofwaardig



21. Eiseres stelt dat de minister voorbijgaat aan het feit dat eiseres zeer angstig was tijdens het aanmeldgehoor en niet wist wat ze verklaarde. Aan eiseres is dan ook ten onrechte tegengeworpen dat zij heeft verklaard geen asiel te hebben aangevraagd in België.

22. De minister heeft terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard dat zij niet op de hoogte was van haar asielaanvraag in België. Uit het dossier volgt immers dat er zowel een leeftijdsonderzoek als gehoren hebben plaatsgevonden in België, zodat niet valt in te zien dat eiseres niet op de hoogte was van haar asielaanvraag in België. Dat eiseres stelt dat zij tijdens het aanmeldgehoor zeer angstig was en niet wist wat zij heeft verklaard, heeft de minister terecht geen verschoonbare reden gevonden.



Alleenstaande vrouw



23. Eiseres voert aan dat de minister haar ten onrechte niet heeft aangemerkt als alleenstaande vrouw. Zij heeft geen contact meer met haar moeder en oom en weet niet waar ze verblijven. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat eiseres zich alleen staande kan houden in Somalië als er een sociaal netwerk is. Eiseres heeft geen sociaal netwerk en daarom moet zij als alleenstaande vrouw worden aangemerkt. Ook heeft eiseres op dit moment geen contact meer met haar familie in Somalië.
24. De rechtbank overweegt als volgt. Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien, kijkt de minister in ieder geval of er familie aanwezig is, waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen.

25. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Somalië niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt. De rechtbank stelt vast dat eiseres heeft verklaard dat zij na haar aankomst in Nederland nog contact had met haar moeder en met haar oom. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres in het nader gehoor heeft aangegeven dat zij altijd contact met haar moeder heeft gehad via haar oom, maar dat zij hem niet meer kan bereiken via het telefoonnummer dat zij van hem heeft. De minister heeft in dit kader terecht overwogen dat uit de verklaringen van eiseres niet volgt dat zij als alleenstaande vrouw moet worden aangemerkt. De minister heeft allereerst terecht overwogen dat de verklaring van eiseres dat zij enkel contact had met haar moeder via haar oom tegenstrijdig is met haar verklaring dat zij een week voor het aanmeldgehoor nog contact heeft gehad met haar moeder. Verder volgt uit de verklaringen van eiseres dat haar moeder, oom, zus, halfbroer en halfzus nog in Somalië wonen. De minister heeft zich op zitting terecht op het standpunt gesteld dat van eiseres mag worden verwacht dat zij probeert om het contact met haar familie te herstellen, mede gelet op haar verklaringen over het aanwezige netwerk in Somalië. De enkele stelling van eiseres dat zij niet weet waar haar familieleden zijn, maakt niet dat de minister eiseres als alleenstaande vrouw heeft moeten aanmerken. De minister heeft terecht overwogen dat een verdere toelichting bij deze verklaring ontbreekt.

Reëel risico op ernstige schade


26. Eiseres voert aan dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat zij bij terugkeer naar Mogadishu niet een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres stelt dat Al-Shabaab wel degelijk de macht heeft binnen het gebied waaruit eiseres afkomstig is. In dat gebied werd ook belasting geheven door
Al-Shabaab. Al-Shabaab hoeft een gebied niet geheel onder controle te hebben om daar toch de macht uit te oefenen.

27. De rechtbank stelt vast dat uit het dossier volgt dat eiseres heeft verklaard dat zij afkomstig is uit Garsaale. In de besluitvorming is echter overwogen dat eiseres zou hebben aangegeven afkomstig te zijn uit Buulo Garas en is geconcludeerd dat eiseres bij terugkeer naar Buulo Garas geen reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank stelt vast dat, in tegenstelling tot hetgeen in de besluitvorming is opgenomen, door eiseres niet is aangegeven dat zij afkomstig is uit Buulo Garas, zodat de minister gehouden was in de besluitvorming nader te motiveren waarom desondanks wordt uitgegaan van Buulo Garas als herkomstgebied van eiseres. Nu deze motivering in de besluitvorming ontbreekt, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een motiveringsgebrek. Het bestreden besluit komt dan ook in aanmerking voor vernietiging. De rechtbank zal hieronder beoordelen of er aanleiding bestaat om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

28. De rechtbank heeft op 13 juli 2026 aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen, gelet op de onduidelijkheid met betrekking tot het herkomstgebied van eiseres. Daarnaast heeft de rechtbank geconstateerd dat uit algemene informatie volgt dat er twee plaatsen in Somalië zijn die worden aangeduid als Buulo Garas en dat deze plaatsen in andere delen van Somalië zijn gelegen. Om deze reden is de minister verzocht nader te motiveren wat het herkomstgebied van eiseres is en waar dit gebied (op de kaart) gelegen is.

29. De minister heeft in de brief van 22 juli 2026 aangegeven dat Garsaale in het woongebied van eiseres niet te vinden is. De minister heeft navraag gedaan bij TOELT. Eerder zou het TOELT hebben geconcludeerd dat Garsaale hoogstwaarschijnlijk het dorp Buulo Garas betreft, zodat Buulo Garas om deze reden als gebied van terugkeer is aangemerkt. De minister geeft hierbij aan dat in principe niet is bevestigd dat Buulo Garas gelijk staat aan Garsaale. Volgens de minister is het herkomstgebied van eiseres bij benadering wel voldoende nauwkeurig te stellen. Bij het vaststellen van het herkomstgebied zijn de verschillende verklaringen van eiseres over de omliggende plaatsen en gebouwen betrokken, waardoor het herkomstgebied van eiseres kan worden bevestigd, al is het exacte dorp niet teruggevonden. Volgens de minister is het herkomstgebied van eiseres binnen een straal van zo’n 12 kilometer nauwkeurig vast te stellen. De minister gaat er daarom van uit dat Garsaale het dorp Buulo Garas is.

30. Eiseres heeft in haar reactie van 3 augustus 2026 aangegeven dat haar woonplaats Garsaale is en dat zij de plaats Buulo Garas niet kent. Eiseres heeft een aantal kaarten overgelegd waarop de plaats Garsaale te zien is.

31. Uit het landenbeleid van de minister volgt dat er voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is, dan wel het gebied controleert. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen wanneer een terugkeerder over land moet reizen door een gebied waar Al-Shabaab de macht heeft of waar Al-Shabaab het gebied controleert. Om te kunnen beoordelen of hiervan sprake is, moet allereerst duidelijk zijn wat het herkomstgebied is van eiseres.

32. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat Buulo Garas moet worden aangemerkt als herkomstgebied van eiseres. De rechtbank stelt voorop dat de identiteit (met uitzondering van de leeftijd), nationaliteit en herkomst van eiseres door de minister geloofwaardig zijn geacht. De minister heeft hierbij, op basis van de verklaringen van eiseres, de herkomst weliswaar vastgesteld op Buulo Garas, maar uit de verklaringen van eiseres volgt dat zij afkomstig zou zijn uit Garsaale. Uit de besluitvorming volgt niet dat ongeloofwaardig is geacht dat eiseres uit Garsaale komt. De minister heeft zich in de brief van 22 juli 2026 op het standpunt gesteld dat hij ervan uitgaat dat Buulo Garas hetzelfde dorp is als Garsaale. De rechtbank volgt dit standpunt echter niet zonder nadere motivering. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit de reactie van de minister volgt dat het TOELT niet heeft bevestigd dat Buulo Garas hetzelfde dorp als Garsaale is. Door het TOELT zou eerder zijn geconcludeerd dat Garsaale hoogstwaarschijnlijk het dorp Buulo Garas betreft. Dat dit hoogstwaarschijnlijk het geval zou zijn, acht de rechtbank onvoldoende om hiervan uit te kunnen gaan, te meer nu niet nader is onderbouwd waarom dit hoogstwaarschijnlijk het geval is. Uit openbare informatie volgt daarnaast niet dat Buulo Garas hetzelfde dorp zou zijn als Garsaale. Verder betwist eiseres dat zij afkomstig is uit Buulo Garas. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook onvoldoende gebleken dat Buulo Garas hetzelfde dorp is als Garsaale. Dat het dorp Garsaale niet terug te vinden is in het herkomstgebied van eiseres kan hieraan niet af doen.

33. De minister heeft in de brief van 22 juli 2026 verder toegelicht dat het herkomstgebied van eiseres is vastgesteld aan de hand van haar verklaringen. Hierbij zijn de verschillende plaatsen en locaties gelokaliseerd die volgens eiseres in de buurt van Garsaale zouden liggen. De minister heeft ter onderbouwing hiervan verschillende kaarten overgelegd waarop de ligging van deze omliggende plaatsen dan wel locaties zijn gemarkeerd. Voor zover de minister zich op het standpunt stelt dat Garsaale in ieder geval in de buurt van deze plaatsen gelegen moet zijn, gelet op de verklaringen van eiseres, is de rechtbank van oordeel dat dit standpunt eveneens onvoldoende gemotiveerd is. Zoals de minister heeft opgemerkt is de plaats Garsaale immers niet gelokaliseerd in het gebied rondom deze omliggende plaatsen. In de door eiseres overgelegde kaarten is de plaats Garsaale (op de kaart weergegeven als Garsale) gemarkeerd en hierop is te zien dat deze plaats zich op bepaalde afstand van Buulo Garas bevindt. De minister dient dan ook nader te motiveren waarom er desondanks wordt uitgegaan van het herkomstgebied zoals vastgesteld door de minister, te meer nu uit de besluitvorming niet blijkt dat ongeloofwaardig is geacht dat eiseres uit Garsaale komt. Nu het herkomstgebied onvoldoende nauwkeurig is vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende gemotiveerd is dat eiseres bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Een dergelijk risico kan immers pas zorgvuldig worden beoordeeld als voldoende vast is komen te staan wat het herkomstgebied van eiseres is.




Conclusie en gevolgen
34. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb is genomen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of om zelf in de zaak te voorzien.

35. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening moet houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

36. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.335,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke reactie op verzoek van de rechtbank, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).













Beslissing


De rechtbank:



- verklaart het beroep gegrond;- vernietigt het bestreden besluit;- draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiseres.




Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.



De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).


Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.


Op grond van artikel 62, eerste lid, van de Vw.


Zie artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw.


Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Genève, artikel 1a.


In de zin van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).


Zie hiervoor ECLI:NL:RVS:2024:3992.


Immigratie- en naturalisatiedienst.


Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.


IBZ te Brussel.


De rechtbank verwijst hiervoor naar de reactie van de Belgische autoriteiten van 20 oktober 2023.


Pagina 4 van het aanvullend gehoor.


ECLI:EU:C:2026:448 en ECLI:EU:C:2026:447.


Pagina 22 van het aanvullend gehoor.


Pagina 23 van het aanvullend gehoor.


Pagina 25 van het aanvullend gehoor.


Pagina 6 van het nader gehoor.


Pagina 17 van het aanvullend gehoor.


Pagina 9 van het aanmeldgehoor van 15 oktober 2023.


Correcties & aanvullingen aanmeldgehoor, p. 3.


Pagina 4 van het aanmeldgehoor van 27 juli 2023.


Pagina 6 van het nader gehoor.


Pagina 4 van het aanmeldgehoor van 27 juli 2023.


Pagina 14 van het nader gehoor.


Pagina 14 van het nader gehoor.


Pagina 7 van het aanmeldgehoor van 15 oktober 2023.


Pagina 4 van het aanmeldgehoor van 27 juli 2023, p. 4 van het aanmeldgehoor van 15 oktober 2023, pagina 4 van het nader gehoor en pagina 11 van het aanvullend gehoor.


Pagina 3 van het voornemen.


Pagina 7 van het voornemen en pagina 7 van de beschikking.


Team Onderzoek en Expertise Taal en Land.


Algemene wet bestuursrecht.