Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22336

2026-07-28 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.39058
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-28
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.39058
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak, niet-ontvankelijk, eiser is met onbekende bestemming vertrokken, geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.532 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: NL26.39058


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2026 in de zaak tussen



[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M. van Werven),


en


de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. E.M.G. Walraven).




Procesverloop


Bij besluit van 7 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



De minister heeft een verweerschrift ingediend.



De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL26.39059, op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.



Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Overwegingen



De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.


De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. In zijn bericht van 26 juli 2026 heeft de minister gesteld dat eiser blijkens de bijlage op 7 juli 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Uit berichten van de gemachtigde van eiser van 23 en 27 juli 2026 blijkt dat zij geen contact heeft met eiser en geen verblijfplaats bekend is.


Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), onder meer van 1 juli 2024, (ECLI:NL:RVS:2024:2662), blijkt dat, indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, wordt geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.


Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.


Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.





Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2026 door mr. L.M.M. Heppe, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.




Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 28 juli 2026













Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.