Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:22170
2026-07-08
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/09/702088 / FA RK 26-2940
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Kort geding. Procedure over de vraag of Zilveren Kruis c.s. gehouden is machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorgbehandelingen (in het buitenland) door een buitenlandse zorginstelling (Zuid-Afrika) in behandeling te nemen. Volgt toewijzing van het gevorderde.
Citeert (6)
- ECLI:NL:HR:2023:95 Hoge Raad 27-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2026:385 Parket bij de Hoge Raad 10-04-2026
- ECLI:NL:HR:2018:469 Hoge Raad 30-03-2018
- ECLI:NL:HR:2018:469 Hoge Raad 30-03-2018
- ECLI:NL:HR:2015:3241 Hoge Raad 06-11-2015
- ECLI:NL:GHARL:2026:3215 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-05-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (53.409 tekens)
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak-/rolnummer: C/09/711608 / KG ZA 26/932
Vonnis in kort geding van 2 oktober 2026
in de zaak van
HARMONY ADDICTION AND PSYCHIATRIC CLINIC (PTY) LTD te Kaapstad, Zuid-Afrika,
eiseres, hierna te noemen: Harmony,
advocaat: mr. B.A. van Schelven,
tegen:
1ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.te Leiden,
2. INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leiden,
3. FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,
4. DE FRIESLAND ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,
gedaagden,
advocaat: mr. B. Megens.
Gedaagden worden hierna gezamenlijk te noemen ‘Zilveren Kruis c.s.’ genoemd. Gedaagde sub 1 wordt hierna ‘Zilveren Kruis’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 augustus 2026 met producties 1 tot en met 9;
- de op 1 september 2026 overgelegde aanvullende productie 10;
- de conclusie van antwoord van Zilveren Kruis c.s. met daarbij de producties 1 tot en met 10;
- de op 3 september 2026 overgelegde productie 11 van de zijde van Zilveren Kruis c.s.;
- de door Harmony overgelegde pleitnotities.
1.2.
Op 4 september 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
1.3.
Ter zitting heeft Harmony gesteld dat de door Zilveren Kruis c.s. als productie 11 overgelegde legal opinion van 2 september 2026 buiten beschouwing moet worden gelaten omdat deze minder dan 24 uur voor de zitting in het geding is gebracht. De voorzieningenrechter heeft echter vastgesteld dat de productie op 3 september 2026 om 10:46 uur is geüpload in de digitale portal, dus in ieder geval 24 uur voor de zitting. De omstandigheid dat de productie tien minuten na 11.00 uur aan advocaat van Harmony zou zijn toegezonden maakt niet dat deze geweigerd moet worden. Van benadeling als gevolg van zo’n geringe (tijds)overschrijding is geen sprake. Ook de omstandigheid dat het een opinie van Zuid-Afrikaanse advocaten betreft, waarmee de Nederlandse advocaat van Harmony niet vertrouwd is, is geen reden de productie buiten beschouwing te laten. Zilveren Kruis c.s. zijn op korte termijn gedagvaard en er is niet gebleken dat de opinie eerder in het geding gebracht had kunnen worden.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Zilveren Kruis c.s. zijn zorgverzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet.
2.2.
Harmony is een Zuid-Afrikaanse zorginstelling die klinische verslavingszorg verleent aan Nederlandse cliënten. Van iedere klinische verslavingsbehandeling vormt zogeheten therapeutisch proefverlof een onderdeel. Tijdens dit proefverlof worden cliënten geleidelijk blootgesteld aan prikkels in de buitenwereld, zoals het wijnschap in de supermarkt. De cliënten van Harmony gaan in Zuid-Afrika op therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische behandeling aldaar.
2.3.
Harmony is voor Zilveren Kruis c.s. een niet-gecontracteerde zorgaanbieder.
2.4.
Bij e-mailbericht van 5 juni 2026 heeft Zilveren Kruis vragen gesteld aan Harmony over haar klinische behandelprogramma, waaronder het therapeutisch proefverlof. Zilveren Kruis schrijft, voor zover relevant:
“Your organization regularly provides mental health care to our insured clients. In the email, I would like to ask you some specific questions about your clinical treatment program for addiction care. Specifically, this concerns inpatient treatments at your clinic(s).
As a health insurer, we are responsible for assessing the quality of the health care our insured clients receive.
We are required to verify whether this care complies with Dutch laws and regulations. Additionally, we must determine whether this treatment programs meet the scientific guidelines applicable in the Netherlands.
I would therefore like to ask you to provide detailed description regarding the following two mandatory components of your inpatient treatment program for addiction care:
1. The therapeutic trial leave during inpatient treatment.
(…)
It is important that you describe these two points in as much detail as possible.
(…)”
2.5.
Harmony heeft bij e-mail van 15 juli 2026 de vragen van Zilveren Kruis beantwoord. Over de ‘home-based leave’ schrijft zij:
“Clients do not undertake therapeutic leave in their home environment during treatment. This is primarily due to the geographical distance between the Netherlands and our clinic in South Africa, the associated travel costs, and the inability to return promptly to the clinic should difficulties arise. For a proportion of clients, exposure to home-based triggers during treatment is also considered clinically too high-risk.
To compensate for the absence of home-based leave, clients requiring additional support may be offered a three-week extension of treatment, allowing for increased therapeutic exposure and a more gradual transition home. Clients may also be referred to a Safe House following treatment to support the transition to independent recovery. In addition, a pilot programme is being developed in which selected, clinically stable clients will spend a short period in the Living House (part of Harmony Addiction and Psychiatric Care), a semi-independent setting where clients practise learned skills while retaining access to supervision and rapid return
to the clinic if needed.”
2.6.
Op 11 augustus 2026 heeft Zilveren Kruis Harmony, onder meer, als volgt bericht:
“As of 1 August 2026, we will no longer process authorization requests for inpatient addiction treatment submitted by your institution. While we appreciate your willingness to adapt your program, this does not alter our assessment.
Trial leave and recovery within the patient’s own living environment cannot be adequately facilitated during an inpatient admission abroad.
Based on our current assessment framework, we consider that inpatient treatment abroad does not provide sufficient opportunities for the gradual step-down of inpatient care or for practicing newly acquired skills in an environment that is presentative of the patient’s daily life after discharge.
During treatment, patients work towards recovery goals and develop new coping skills and behaviors. It is important that they can apply these skills step by step in the environment in which they will be functioning after discharge. This enables potential difficulties or early signs of relapse to be identified in a timely manner and allows treatment to be adjusted promptly when necessary. In our view, an admission abroad does not provide sufficient opportunities to achieve this.
Practicing skills in the environment surrounding a foreign treatment facility is not equivalent to practicing them in the patient's own living environment. These settings differ in several important respects, including language, culture, social support networks, and the day-to-day circumstances in which the patient is expected to function.
We also do not consider it appropriate for patients to travel from a treatment facility abroad to the Netherlands for periods of trial leave and subsequently return to the treating facility. During and immediately following inpatient treatment, patients are often particularly vulnerable to relapse. In our opinion, a trial leave period involving two intensive and demanding travel days does not contribute to a safe and responsible transition to life after discharge. Furthermore, this approach is not consistent with a gradual reduction in treatment intensity.
If a period of trial leave does not proceed as anticipated, the patient may also be unable to return easily to the treating facility for immediate support or an escalation of treatment when required.”
2.7.
Harmony heeft Zilveren Kruis c.s. bij brief van haar advocaat van 17 augustus 2026 gesommeerd uiterlijk 24 augustus schriftelijk te bevestigen dat Zilveren Kruis c.s. de machtigingsaanvragen van Harmony voor klinische behandeling weer in behandeling zal nemen en meer in het bijzonder dat machtigingsaanvragen ter zake het therapeutisch proefverlof worden beoordeeld op de manier zoals zij dat vóór 1 augustus 2026 deden. Namens Harmony is in de brief uiteengezet dat de stand van de wetenschap en praktijk geen grondslag beidt voor de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. Een inhoudelijke reactie van zilveren Kruis c.s. binnen de gestelde termijn is uitgebleven.
3Het geschil
3.1.
Harmony vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te gebieden om machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling door Harmony die sinds 1 augustus 2026 niet in behandeling zijn genomen door Zilveren Kruis c.s., alsnog in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden, althans die beoordeling uit te voeren conform het advies van het Zorginstituut Nederland van 31 augustus 2023, nr. 2023026440;
II. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te gebieden om nieuwe machtingsaanvragen voor een klinische behandeling door Harmony in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden, althans die beoordeling uit te voeren volgens het advies van Zorginstituut Nederland van 31 augustus 2023, nr. 2023026440;
III. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te verbieden om machtigingsaanvragen die bij (een van) Zilveren Kruis c.s. zijn ingediend en nog worden ingediend voor een klinische behandeling door Harmony af te wijzen omdat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden;
IV. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te verbieden om een klinische behandeling door Harmony (deels) niet te vergoeden omdat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden;
V. Bij toewijzing van vordering I, II, III en/of IV, daarbij per toegewezen eis te bepalen dat Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich een dwangsom van € 50.000 zal verbeuren voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan deze geboden, met een maximale hoogte per dwangsom van € 1.000.000, welke dwangsommen in zullen gaan op de dag nadat vonnis is betekend aan Zilveren Kruis c.s., althans een in goede justitie te bepalen dwangsom voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan deze geboden;
Subsidiair
VI. Een andere passende voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend en geraden acht, rekening houdend met de belangen van zowel Harmony als de verzekerden van Zilveren Kruis c.s.;
Primair en subsidiair
VII. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te veroordelen in de kosten van dit geding en nakosten, waaronder begrepen het verschuldigde griffierecht en het tot aan de uitspraak begrote bedrag salaris van de advocaat, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, althans de veertiende dag na de datum van het vonnis, tot aan de dag van de algehele voldoening.
3.2.
Daartoe voert Harmony – samengevat – het volgende aan.
Zilveren Kruis c.s. handelen onrechtmatig tegenover Harmony met de introductie en handhaving van de nieuwe eis dat het therapeutisch proefverlof plaatsvindt in de eigen leefomgeving van de cliënt. Deze nieuwe eis is niet in overeenstemming met de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ uit artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering. Het standpunt van Zilveren Kruis vindt geen steun in de relevante professionele standaard, de GGZ Standaard Alcohol, en is in strijd met het standpunt van het Zorginstituut Nederland over therapeutisch proefverlof in het buitenland. Door deze abrupte beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. handelt zij onrechtmatig tegenover Harmony en Harmony lijdt daardoor aanzienlijk omzetverlies, waardoor haar liquiditeit en een duurzaam rendabele exploitatie in gevaar komt.
3.3.
Zilveren Kruis c.s. voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4De beoordeling van het geschil
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Harmony is in het buitenland gevestigd. De voorzieningenrechter moet ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en zo ja, welk recht vervolgens van toepassing is.
4.2.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 4, eerste lid, van de Brussel I-bis Verordening rechtsmacht en de bevoegdheid om op het gevorderde te beslissen.
4.3.
Partijen twisten evenwel over de vraag welk recht moet worden toegepast. Artikel 4, eerste lid, van de Rome II-Verordening bepaalt dat, tenzij anders in de verordening is bepaald, het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Harmony voert aan dat haar direct getroffen vermogensbestanddeel bestaat uit de op grond van artikel 11 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voortvloeiende vergoedingsaanspraak jegens Zilveren Kruis c.s. Subsidiair, voor het geval aangenomen moet worden dat Zuid-Afrika het land is waar de schade van Harmony zich voordoet, stelt zij zich op het standpunt dat op grond van artikel 4, derde lid, van de Rome II-Verordening uit het geheel der dingen blijkt dat de door haar gestelde onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met Nederland dan met Zuid-Afrika, zodat het Nederlandse recht moet worden toegepast.
4.4.
Zilveren Kruis c.s. voeren naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht aan dat de door Harmony gestelde schade zich voordoet in Zuid-Afrika, omdat Harmony geen direct vermogensbestanddeel op grond van artikel 11 van de Zvw in Nederland heeft. De vergoedingsaanspraak op grond van artikel 11 Zvw komt toe aan verzekerden van Zilveren Kruis c.s., niet direct aan Harmony. In zoverre is dan ook geen sprake van schade voor Harmony die zich direct in Nederland manifesteert. Harmony lijdt – zoals zij zelf stelt – omzetschade en die schade lijdt zij in Zuid-Afrika.
4.5.
Op grond van het geheel van de omstandigheden van dit geval is de voorzieningenrechter voorshands evenwel van oordeel dat op grond van artikel 4, derde lid, van de Rome II-Verordening toch het Nederlandse recht van toepassing is in dit geschil. Daarvoor is van belang dat het uitgangpunt is dat de directe schade van een schadeveroorzakende gebeurtenis ook maatgevend is voor de niet-afgeleide verbintenis tot schadevergoeding tegenover degenen die deze directe schade niet zelf hebben geleden, maar van wie de schade slechts de indirecte schade is van de schadeveroorzakende gebeurtenis. In dit geschil is de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. de reden dat haar verzekerden geen aanspraak meer kunnen maken op vergoeding van een behandeling voor verslavingszorg in het buitenland. Zou geoordeeld worden dat die beleidswijziging ten onrechte is doorgevoerd, dan betreft het hier weliswaar primair een tekortkoming van Zilveren Kruis c.s. in de nakoming van artikel 11 Zvw, maar het is die beleidswijziging op grond waarvan Harmony stelt een eigen vorderingsrecht op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek te hebben.
4.6.
Harmony heeft daarbij terecht aangevoerd dat de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. is gegrond op Nederlandse feiten en omstandigheden en nauw verweven is met (uitleg van) de Nederlandse zorgwetgeving. In verband daarmee zijn ook diverse Nederlandse documenten van belang, zoals een rapport van de Nederlandse Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Nederlandse wetenschappelijke en professionele standaarden en standpunten van het Nederlandse Zorginstituut. Zilveren Kruis c.s. hebben alvorens over te gaan tot de beleidswijziging Harmony ook om een toelichting gevraagd en haar later ook bericht over de gevolgen van hun op de Nederlandse zorgwetgeving gebaseerde beleidswijziging. Als gevolg van deze beleidswijziging nemen Zilveren Kruis c.s. de machtigingsaanvragen van Harmony niet meer in behandeling. Met Harmony oordeelt de voorzieningenrechter dan ook dat de beleidswijziging en daarmee de gestelde onrechtmatige daad van Zilveren Kruis c.s. tegenover Harmony een nauwere band hebben met Nederland dan met Zuid-Afrika. Dit leidt tot de conclusie dat Nederlands recht van toepassing is op dit geschil.
4.7.
Dan komt de voorzieningenrechter nu toe aan de inhoudelijke behandeling van het geschil.
Inleiding
4.8.
In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of Zilveren Kruis c.s. onrechtmatig handelen tegenover Harmony omdat zij hebben besloten vanaf 1 augustus 2026 geen machtigingsaanvragen van hun verzekerden in behandeling te nemen voor klinische verslavingszorg in het buitenland, en dus ook niet meer voor klinische verslavingsbehandeling door Harmony in Zuid-Afrika. Reden daarvoor is dat volgens Zilveren Kruis c.s. bij klinische verslavingszorg in het buitenland het therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische behandeling niet in de eigen leefomgeving van verzekerden in Nederland plaatsvindt, maar in het buitenland, in dit geval in Zuid-Afrika. Volgens Zilveren Kruis c.s. voldoet klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’ als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Voor een goed begrip van de zaak zal de voorzieningenrechter eerst nader uiteenzetten wanneer zorg op grond van de Zorgverzekeringswet is verzekerd.
Aanspraak op zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw)
4.9.
Op grond van artikel 11, eerste lid, Zvw heeft de verzekerde recht op prestaties bestaande uit (vergoeding van) de zorg of de overige diensten waaraan hij behoefte heeft. De inhoud en omvang van deze prestaties zijn op grond van artikel 11, derde en vierde lid, Zvw nader geregeld in het Besluit zorgverzekering (Bzv) en de Regeling zorgverzekering. De daarin omschreven prestaties vormen samen ‘de verzekerde zorg’ waarop op grond van de Zvw recht bestaat.
4.10.
Artikel 2.1, tweede lid, Bzv bepaalt dat de inhoud en omvang van de vormen van zorg of diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid onder a, Zvw mede worden bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en – bij ontbreken van een zodanige maatstaf – door wat in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.
4.11.
Artikel 2.4 Bzv bepaalt dat geneeskundige zorg, voor zover hier van belang, zorg omvat zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden. Met de woorden ‘plegen te bieden’ met daaraan gekoppeld de aanduiding van een beroepsbeoefenaar, worden de inhoud en omvang van de zorg bepaald. De term ‘plegen te bieden’ wordt ingevuld met toepassing van artikel 2.1, tweede lid, Bzv. De artikelen 2.1, tweede lid, en 2.4 Bzv vullen dus samen in wat de verzekerde geneeskundige zorg inhoudt.
4.12.
Met het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ in artikel 2.1, tweede lid, Bzv en de woorden ‘die plegen te bieden’ in de artikelen 2.4 tot en met 2.15 Bzv, is beoogd om die zorg tot onderdeel van het verzekerde pakket te maken, die de betrokken beroepsgroep rekent tot het aanvaarde arsenaal van medische onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden. Daarbij zijn de stand van de medische wetenschap en de mate van acceptatie in de medische praktijk belangrijke graadmeters. Bepalend is in welke mate beroepsbeoefenaren dergelijke hulp als een professioneel juiste handelwijze beschouwen. Overigens kunnen de begrippen plegen te bieden en stand van de wetenschap en praktijk elkaar in de praktijk inhoudelijk overlappen, omdat de richtlijnen van de beroepsgroep aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of sprake is van zorg die de beroepsgroep pleegt te bieden ook een rol spelen bij de invulling van het criterium stand van de wetenschap en praktijk.
4.13.
Van belang is dat wat behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk kan veranderen: (nieuwe) vormen van zorg kunnen tot de stand van de wetenschap gaan behoren en vormen van zorg die eerst wél tot de stand van de wetenschap en praktijk werden gerekend, kunnen in sommige gevallen daar niet langer toe behoren.
4.14.
Het Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) is onder meer belast met het bevorderen van de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in art. 11 Zvw. In dat kader dient het onder meer te beoordelen of een bepaalde vorm van zorg voldoet aan het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Het Zorginstituut kan in dat verband standpunten formuleren. Standpunten zijn officiële uitspraken van het Zorginstituut over de vraag of bepaalde zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Die standpunten zijn niet bindend. Of op grond van de Zvw aanspraak bestaat op (vergoeding van) een bepaalde prestatie, wordt bepaald door de hiervoor onder 4.10 en 4.11 vermelde criteria, maar het ligt gelet op de wettelijke taak van het Zorginstituut wel voor de hand om daarbij in beginsel uit te gaan van de door het Zorginstituut gegeven standpunten. De zorgverzekeraar die daarvan afwijkt, moet die afwijking deugdelijk te motiveren. Evenzeer dient de rechter die tot een ander oordeel komt dan is vervat in een dergelijk standpunt, dit deugdelijk te motiveren.
4.15.
Het Zorginstituut heeft over veel medische behandelingen (nog) geen standpunt ingenomen, terwijl die behandelingen wel onder de verzekerde zorg vallen. Ook met betrekking tot specifiek klinische verslavingszorg in het buitenland heeft het Zorginstituut geen standpunt ingenomen. Het is primair aan de zorgverzekeraar om te beslissen of een bepaalde behandeling onder de dekking van de verzekering valt. En in veel gevallen beslist de zorgverzekeraar daarover zonder dat over de desbetreffende behandeling een standpunt van het Zorginstituut voorhanden is. Met betrekking tot de vergoeding van klinische verslavingszorg in het buitenland zijn er verzekeraars, waaronder Zilveren Kruis c.s., die dat wel vergoeden, maar ook verzekeraars die dergelijke zorg niet vergoeden.
4.16.
Bij de beoordeling of zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk dienen alle relevante gegevens in aanmerking te worden genomen, waaronder literatuur, wetenschappelijke onderzoeken en gezaghebbende meningen van specialisten. Bij gebreke daarvan mag gebruik worden gemaakt van documenten van lagere orde, zoals publicaties van gezaghebbende meningen van medisch specialisten of richtlijnen die door wetenschappelijke verenigingen namens de beroepsgroep zijn opgesteld. Dan bepaalt de mate van consistentie van de onderzoeken dan wel publicaties of ze worden beschouwd als een voldoende onderbouwing.
De positie van niet-gecontracteerde zorgaanbieders
4.17.
Harmony is een niet-gecontracteerde zorgaanbieder van Zilveren Kruis c.s. Weliswaar zijn de normen die het stelsel van de Zvw bevat over de in artikel 11, eerste lid, Zvw genoemde zorgplicht van de zorgverzekeraars in de eerste plaats geschreven ten behoeve van de verzekerden, maar de Zvw beoogt, als onderdeel van de daarin nagestreefde doelmatigheid, mede de voorwaarden te scheppen voor een behoorlijk functionerende markt in de gezondheidszorg. Om die reden heeft de Hoge Raad in een uitspraak van 6 november 2015 geoordeeld dat ook de aanbieders van zorg, zoals Harmony, als marktpartijen wier positie mede geregeld wordt door de Zvw, op grond van de Zvw aanspraak erop kunnen maken dat verzekeraars bij de uitvoering van zorgovereenkomsten met hun verzekerden geen beleid voeren dat tot gevolg heeft dat de zorg waarop de Zvw aanspraak geeft, wordt beperkt.
Dat betekent dat wanneer een zorgverzekeraar een beleid voert dat ertoe leidt dat de aanspraken op de zorgverzekeringen van haar verzekerden structureel wordt beperkt, of bemoeilijkt, de zorgverzekeraar daarmee ook onrechtmatig handelt jegens de aanbieder van de zorg waarop het beleid betrekking heeft.
De feitelijke gang van zaken tot 1 augustus 2026
4.18.
Harmony dient namens haar cliënten machtigingsaanvragen voor de klinische verslavingszorg in haar kliniek in Zuid-Afrika bij (onder meer) Zilveren Kruis c.s. in. Tot 1 augustus 2026 werden die aanvragen door Zilveren Kruis c.s. in behandeling genomen.
4.19.
Harmony heeft onweersproken gesteld dat zij in ieder geval vanaf 2023 aan verzekerden van Zilveren Kruis c.s. klinische verslavingszorg in Zuid-Afrika verleent en dat dit door Zilveren Kruis c.s. ook altijd is vergoed. Zilveren Kruis c.s. heeft zich in het verleden nooit op het standpunt gesteld dat de klinische behandeling in het buitenland geen verzekerde zorg was.
Inhoudelijke beoordeling
4.20.
De voorzieningenrechter zal moeten beoordelen of de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland kan worden aangemerkt als verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw. Partijen verschillen namelijk van mening over de vraag of de klinische verslavingsbehandeling in Zuid-Afrika voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Is dat niet het geval, dan valt die zorg buiten het bereik van de Zvw en mogen Zilveren Kruis c.s. zelf bepalen of zij die zorg wel of niet verzekeren. Maar voldoet die klinische verslavingsbehandeling wél aan de stand van de wetenschap en praktijk, dan is sprake van verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw en mag Zilveren Kruis c.s. niet zodanige beperkingen opwerpen dat de toegang tot die zorg wordt beperkt of verhinderd.
Voldoet klinische verslavingszorg in het buitenland aan de stand van de wetenschap en praktijk?
4.21.
Binnen het bestek van dit kort geding, waarin naar zijn aard slechts een voorlopig oordeel wordt gegeven over de rechtsvraag die tussen partijen in geschil is, ligt het onder de gegeven omstandigheden op de weg van Zilveren Kruis c.s. om adequaat te onderbouwen en genoegzaam aannemelijk te maken dat een klinische verslavingsbehandeling in het buitenland, waarbij het therapeutisch proefverlof ook in het buitenland plaatsvindt, niet behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk, zodat het, zoals zij stellen, niet tot verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw behoort en dus niet hoeft te worden vergoed. Zilveren Kruis c.s. hebben deze zorg immers jarenlang wel vergoed, naar de voorzieningsrechter begrijpt als onderdeel van hun basisverzekeringen.
Ter onderbouwing van het standpunt dat klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet (langer) behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk en daarmee geen verzekerde zorg is als bedoeld in de Zvw, hebben Zilveren Kruis c.s. zich beroepen op de navolgende passages uit verschillende publicaties:
1. Passages uit het rapport ‘Verslavingszorg in beeld – alcohol en drugs’ van het Zorginstituut van 13 oktober 2014 (pagina’s 8 en 9, 10, 22 respectievelijk 51):
“• Diagnostiek en behandelintensiteit
Diagnostiek en het bepalen van de behandelintensiteit zonder voorafgaande triage met een screeninginstrument zoals de MATE of EuropASI is niet overeenkomstig de geldende richtlijnen en voldoet daarmee niet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Als deze triage niet heeft plaatsgevonden, kunnen diagnostiek en de behandeling niet ten laste van de basisverzekering worden gebracht.
• Ambulante versus klinische detoxificatie
Er is geen evidentie voor verschil in effectiviteit tussen ambulante en klinische detoxificatie (ontgifting). Dat betekent dat per geval beoordeeld moet worden of verzekerde redelijkerwijs op de klinische setting is aangewezen. Wij raden partijen aan om bij de richtlijnontwikkeling heldere criteria te formuleren voor het indiceren van ambulante en klinische detoxificatie, opdat zorgverzekeraars kunnen vaststellen of verblijf noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg.
• Ambulante versus klinische behandeling
Klinische behandeling dient uitsluitend en in lijn met de multidisciplinaire richtlijnen voor ziekenhuisopname te worden aangeboden aan personen met ernstige medisch/psychische comorbiditeit, sociale desintegratie en/of een ernstige vorm van afhankelijkheid. Alleen in die gevallen is het verblijf noodzakelijk in verband met geneeskundige zorg. Als verzekerde niet aan deze indicatiecriteria voldoet is hij niet redelijkerwijs aangewezen op verblijf. De opname kan dan niet ten laste van de verzekering gebracht worden.
• Dagbehandeling
Dagbehandeling kan aangewezen zijn als ambulante behandeling onvoldoende effect lijkt te sorteren of om opname te voorkomen. Bij dagbehandeling dient, conform de geldende richtlijn, de interactie met de sociale omgeving van de cliënt gegarandeerd te zijn. Dagbehandelingen waarbij de interactie met de sociale omgeving van de cliënt niet geëffectueerd kan worden – zoals bij dagbehandelingen in buitenlandse klinieken op afstand van het thuisfront – kunnen niet ten laste van de verzekering gebracht worden.
• Nazorg
Behandelprogramma's dienen altijd te voorzien in nazorg. Het ontbreken daarvan heeft negatieve gevolgen voor het effect van de behandeling. Behandelprogramma’s zonder nazorg zijn minder effectief. We raden zorgverzekeraars aan extra te controleren of nazorg onderdeel van het behandelprogramma is.
(…)
Er zijn aanwijzingen dat de reguliere aanbieders de richtlijnen volgen. Bij nieuwe aanbieders is dat minder duidelijk. Sommigen werken richtlijnconform, anderen lijken dat niet te doen. Ze passen nieuwe, niet onderzochte therapieën toe, nemen standaard mensen op of bieden dagbehandeling aan in het buitenland, terwijl de richtlijn stelt dat bij dagbehandeling de sociale structuur in tact moet blijven.
Bij zorg in het buitenland is er ook weinig zicht op de kwaliteit. Zorgverzekeraars weten soms niet eens dat zorg in het buitenland wordt geleverd, omdat dat gebeurt via onderaannemerschap.
Zorgverzekeraars stellen vast dat er sprake is van grote praktijkvariatie. Ook blijkt het niet eenvoudig om te beoordelen of declaraties rechtmatig zijn. Het onderscheid tussen behandeling, dagbesteding en dagstructurering is onvoldoende duidelijk, terwijl er verschillende tarieven hangen aan deze prestaties.
(…)
Het aanbod van de nieuwe aanbieders onderscheidt zich van de reguliere instellingen. Een opvallende ontwikkeling is dat Nederlandse klinieken samenwerken met klinieken in het buitenland, dan wel buitenlandse klinieken die een contract hebben met een Nederlandse zorgaanbieder (via onderaannemerschap).
(…)
Hoewel de innovatiekracht die de nieuwe aanbieders tentoonspreiden prijzenswaardig is, moet worden geconstateerd dat er veel verschillen zijn en dat er beperkte informatie beschikbaar is over de effectiviteit van de aangeboden behandelingen/behandelprogramma’s.
(…)
Voorwaarde voor dagbehandeling is dus dat de interactie met de sociale omgeving van de cliënt gegarandeerd is. Dagbehandelingen waarbij de reisafstand tussen de behandelsetting en de sociale omgeving van de cliënt zodanig groot is, dat regelmatige terugkeer naar huis tijdens de behandelperiode niet mogelijk is, voldoen niet aan deze voorwaarde. Dit is het geval bij dagbehandelingen in buitenlandse klinieken op afstand van het thuisfront. De interactie met de sociale omgeving is dan niet gegarandeerd. Ook zal de persoon na terugkomst de overgang moeten maken naar de dagelijkse werkelijkheid, waarvoor in het buitenland geen basis gelegd kan worden. De conclusie is dan ook, dat dagbehandelingen waarbij de sociale structuur van de cliënt niet gehandhaafd kan blijven, niet passen in de behandelopzet van dagbehandeling zoals geformuleerd in de richtlijn. Dergelijke dagbehandelingen zijn niet voldoende effectief. Zorginstituut Nederland acht het daarom noodzakelijk dat zorgverzekeraars inzicht hebben in wat de dagbehandeling behelst en waar deze wordt verleend om te kunnen beoordelen of dagbehandeling gepast wordt ingezet.”
2. De volgende passages uit de GGZ Zorgstandaard Alcohol (autorisatiedatum 2 november 2017, beoordelingsdatum 17 juni 2022; pagina’s 8, 42, 43, 68, 84 respectievelijk 148):
“Doel van de zorg
Het doel is dat mensen hun leven - met of zonder alcoholproblemen – naar behoefte als volwaardig burger kunnen inrichten met alle (maatschappelijke) verplichtingen en mogelijkheden die daarbij horen.
(…)
naasten: De zorgverlener bespreekt met de patiënt die bij hem in behandeling is wegens alcoholproblematiek of, in welke mate en wanneer de partner of eventueel andere gezinsleden betrokken worden bij de behandeling. De sociale omgeving kan het qedragspatroon van de patiënt mede in stand houden zonder dat men zich daarvan bewust is (NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik (derde herziening), 2014).
(…)
Goede behandeling, begeleiding en ondersteuning (inclusief informele zorg en zelfhulpgroepen) richten zich behalve op individuele patiënten ook op hun omgeving.
(…)
‘Herstel’ is een uniek en persoonlijk proces waarbij men toewerkt naar een volwaardig en zinvol leven - ondanks de beperkingen die alcoholproblemen kunnen geven. Het gaat daarom ook om het – naar het oordeel van de patiënt - psychisch en sociaal weer goed kunnen functioneren en het kunnen deelnemen aan de maatschappij.
(…)
Naast echelonnering is gepast gebruik van zorg een uitgangspunt binnen de zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving. Gepast gebruik gaat over de juiste inzet van hulp bij aanvang van een behandeling maar ook over het juiste moment van op- of afschalen van een behandeltraject (‘matched care’). Zo maakt therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uit van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.
(…)
Uitgangspunt voor de ggz is passende, herstelondersteunende zorg. Andere uitgangspunten voor de organisatie van herstelondersteunende zorg zijn:
Behandeling, begeleiding en ondersteuning worden zoveel mogelijk in de gewone samenleving en in de eigen omgeving van de patiënt aangeboden.”
3. De volgende passages uit de GGZ Richtlijn Drugs (niet-opioïden) (autorisatiedatum 26 februari 2018, beoordelingsdatum 17 juni 2022; pagina’s 25, 67 respectievelijk 74):
“We beperken ons wat betreft functioneel herstel tot activiteiten en participatie. Levensdomeinen waar dit betrekking op heeft zijn onder meer: werk of scholing, inkomen, communicatie, zelfverzorging, huishoudelijke taken, interpersoonlijke interacties en relaties, etc.
(…)
De professionals zijn van mening dat een klinische opname voor detoxificatie of vervolgbehandeling, wanneer noodzakelijk, zo kort mogelijk dient te zijn. De patiënt dient zoveel mogelijk in zijn/haar eigen leefomgeving behandeld te worden, om te kunnen leren omgaan met zucht en andere risicosituaties die kunnen leiden tot terugval.
(…)
Ten aanzien van de klinische twaalfstappenbehandeling volgens het Minnesota Model merken de ervaringsdeskundigen op dat deze behandeling slechts geschikt is voor een selecte doelgroep van mensen die qua huisvesting, relaties en werk nog goed ingebed zijn. De Minnesota behandelingen die in het buitenland worden aangeboden, worden volgens de ervaringsdeskundigen nogal eens geromantiseerd; voor veel verslaafde mensen is juist behandeling in de eigen omgeving van groot belang.”
4. De Richtlijnen van Federatie Medisch Specialisten, zoals de richtlijn ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol’ (beoordelingsdatum 18 september 2023, publicatiedatum: 30 september 2025; pagina’s 9 en 10 respectievelijk 98):
“Visie Stichting het Zwarte Gat op goede herstelondersteunende zorg:
* ShZG is van mening dat goede herstelondersteunende zorg wordt gekenmerkt door:
(…)
∙ Bevorderen dat de cliënt gebruik maakt van de positieve krachten in zichzelf en in diens omgeving.
(…)
In de praktijk wordt geen meerwaarde gezien van behandeling in het buitenland, vooral als deze niet ingebed is in een ambulant nazorgprogramma in de eigen regio.”
5. Het advies van het Zorginstituut van 19 maart 2025 in een procedure bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) (zaaknummer: 2025003933; pagina 3):
“Ook is in de Zorgstandaard Alcohol (Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving) beschreven dat therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uitmaakt van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.”
6. Het rapport ‘Middelgrote en kleine verslavingszorginstellingen: zorgaanbod onder de maat’ van de Inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) (publicatiedatum 9 juli 2026):
Opvallend is dat veel van deze nieuwe aanbieders zelf ervaringskennis hebben opgedaan binnen de verslavingszorg. Zij willen zorg bieden vanuit de overtuiging dat zij dit beter kunnen organiseren dan de zorg die zij zelf eerder hebben ontvangen.
Veel van deze aanbieders besteden (een deel van) de zorg uit aan instellingen in het buitenland, zowel binnen Europa als daarbuiten.
(…)
De inspectie heeft geen bevoegdheid om te oordelen over zorg die in het buitenland wordt geleverd. Daarom blijft dit deel van het aanbod buiten beschouwing.
(…)
Het is nodig dat stelselpartijen duidelijk positie innemen over de kansen en risico’s van zorg in het buitenland. Het is nodig de kwaliteit en de meerwaarde van die zorg in het buitenland beter te onderzoeken. Ook moet duidelijk zijn wie het aanspreekpunt is voor een cliënt bij de overdacht naar een instelling in het buitenland en bij terugkeer in Nederland en wat de rol van de regiebehandelaar hierin is.
4.22.
Zilveren Kruis c.s. bepleiten aan de hand van voornoemde passages dat het therapeutisch proefverlof in de eigen omgeving moet plaatsvinden om het doel te bereiken dat de patiënt weer kan functioneren in en kan deelnemen aan de maatschappij. Zij menen dat de omstandigheden in het buitenland per definitie onvoldoende vergelijkbaar zijn met de thuissituatie (klimaat, cultuur, taal, mensen, activiteiten en (sociale) omgeving), waardoor oefenen op een manier die relevant is voor de eigen omgeving daar niet mogelijk is. Risicosituaties en triggers zijn in het buitenland niet (goed) na te bootsen, aldus Zilveren Kruis c.s. Als voorbeeld hebben Zilveren Kruis c.s. onder meer genoemd een feestje met de vriendengroep, een borrel op het werk, een etentje met familie en stress op het werk.
4.23.
Van de zijde van Harmony is aangevoerd dat de publicaties die Zilveren Kruis in deze procedure naar voren heeft gebracht om haar beleidswijziging te onderbouwen, alle dateren van jaren geleden en dat deze sindsdien niet zijn gewijzigd. Harmony wijst erop dat Zilveren Kruis c.s. ook al die tijd – toen voornoemde rapporten, richtlijnen en standaarden al beschikbaar waren – ervan uit is gegaan dat therapeutisch proefverlof als onderdeel van een klinische behandeling in het buitenland kan plaatsvinden. Ook heeft Harmony een beroep gedaan op een advies van het Zorginstituut van 31 augustus 2023 in een procedure bij de SKGZ (zaaknummer: 2023026440). In dit advies schrijft het Zorginstituut over het therapeutisch proefverlof onder meer (pagina 3):
“In de zorgstandaard staat over therapeutisch proefverlof het volgende:‘Gepast gebruik van zorg is een van de uitgangspunten binnen de zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving. Gepast gebruik gaat over de Juiste inzet van hulp bij aanvang van een behandeling maar ook over het juiste moment van op- of afschalen van een behandeltraject ('matched care’). Zo maakt therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uit van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.’
Anders dan verweerder stelt blijkt uit de zorgstandaard niet dat het proefverlof per se inhoudt dat betrokkene terugkeert naar de thuissituatie. Er wordt kortweg gesproken over proefverlof. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om vrijheden op te bouwen in de buurt van de kliniek. De oefensituaties die worden aangeboden, bootsen dan een thuissituatie na, zoals een bezoek aan supermarkt met alle triggers van dien.”
Harmony voert aan dat dit advies, dat weliswaar is gegeven in een individuele zaak, algemeen van aard is en daarmee relevant is voor de uitleg van de vraag of therapeutisch proefverlof in het buitenland kan plaatsvinden.
4.24.
Ter zitting hebben Zilveren Kruis c.s. toegelicht dat onderzoek naar de vraag of de klinische behandeling in het buitenland wel voor vergoeding in aanmerking komt, mede is ingegeven door signalen die zij heeft ontvangen van verzekerden. Zo heeft zij berichten ontvangen van verzekerden die naar eigen zeggen ondervonden dat de buitenlandse setting te veel verschilde van de realiteit bij terugkeer. Ook hebben zij gewezen op het recent verschenen en eerdergenoemde rapport van de IGJ waarin zorgen zijn geuit over de kwaliteit van zorg van (onder meer) zorgaanbieders die een deel van de zorg uitbesteden aan zorgaanbieders in het buitenland. Zilveren Kruis c.s. hebben aangevoerd dat zij toen kritisch hebben gekeken of de vergoedingen wel goed zijn afgebakend, en of verslavingszorg in het buitenland wel behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk. Zij concluderen na bestudering van voornoemde publicaties dat dit niet het geval is, zodat zij hebben besloten machtigingsaanvragen voor dergelijke behandelingen vanaf 1 augustus 2026 niet meer in behandeling te nemen.
4.25.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Harmony met juistheid aanvoert dat de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. in ieder geval niet is geënt op nieuwe richtlijnen of standpunten van het Zorginstituut of op grond van recente of nieuwe wetenschappelijke publicaties, met uitzondering van het niet in het geding gebrachte rapport van de IGJ. Maar dat rapport ziet op de kwaliteit van de zorgaanbieders en gaat niet over de vraag of klinische verslavingszorg in het buitenland in zijn algemeenheid voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.
4.26.
Ook op basis van de overige door Zilveren Kruis c.s. aangehaalde publicaties is de voorzieningenrechter van oordeel dat Zilveren Kruis c.s. (in ieder geval op dit moment) onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische verslavingszorgbehandeling niet in het buitenland zou kunnen plaatsvinden en dat die zorg niet voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Dat de bezwaren van Zilveren Kruis c.s. bij een proefverlof in het buitenland minst genomen wel te volgen zijn, is onvoldoende ter onderbouwing van de stelling dat de beleidswijziging is toegestaan omdat de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Daar komt bij dat de ter zitting naar voren gebrachte signalen die Zilveren Kruis c.s. van verzekerden hebben ontvangen niet nader zijn geconcretiseerd en ook niet inzichtelijk zijn gemaakt. Verder is van belang dat het advies van het Zorginstituut in de procedure bij de SKGZ – dat weliswaar niet heeft te gelden als een standpunt van het Zorginstituut als bedoeld in artikel 64 Zvw – proefverlof in het buitenland niet categorisch afwijst; integendeel.
4.27.
Zilveren Kruis c.s. hebben nog omstandigheden aangedragen waaruit zou blijken dat therapeutisch proefverlof in Nederland passender en effectiever zou zijn dan therapeutisch proefverlof in het buitenland. Zilveren Kruis c.s. betogen dat vanwege die omstandigheden therapeutisch proefverlof volgens de beroepsgroep geen verslavingszorg is zoals medisch specialisten en klinisch-psychologen die plegen te bieden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Zilveren Kruis c.s. die conclusie onvoldoende heeft onderbouwd. Het enkele feit dat therapeutisch proefverlof in Nederland passender en effectiever zou zijn dan therapeutisch proefverlof in het buitenland betekent op zichzelf nog niet dat de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland daarmee geen verzekerde zorg is.
4.28.
Dit alles leidt ertoe dat Zilveren Kruis c.s. de door Harmony ingediende machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorg in haar partnerkliniek in Zuid-Afrika (vooralsnog) in behandeling dient te nemen en die aanvragen niet mag afwijzen op de (enkele) grond dat het therapeutisch proefverlof, als onderdeel van de klinische verslavingsbehandeling, in die partnerkliniek van Harmony in Zuid-Afrika plaatsvindt.
4.29.
Voor het definitieve oordeel over de vraag of klinische verslavingsbehandelingen in het buitenland, waarbij ook het proefverlof in het buitenland plaatsvindt, behoren tot de stand van de wetenschap en praktijk is een bodemprocedure aangewezen. Een duidelijk standpunt van het Zorginstituut zou daarbij zeer behulpzaam zijn. Voor nu zal Zilveren Kruis c.s. worden geboden om de machtigingsaanvragen (zo nodig: alsnog) in behandeling te nemen, en deze machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden. Daarmee samenhangend zal het Zilveren Kruis c.s. worden verboden om een klinische behandeling door Harmony (deels) niet te vergoeden op de enkele grond dat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden. Het gevorderde onder III zal worden afgewezen, nu dat al onderdeel uitmaakt van het onder I en II gevorderde.
4.30.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.
4.31.
Zilveren Kruis c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Harmony worden begroot op:
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101
4.32.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
gebiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling (in het buitenland) door Harmony die sinds 1 augustus 2026 niet in behandeling zijn genomen door Zilveren Kruis c.s., alsnog in behandeling te nemen indien en voor zover de verzekerden van Zilveren Kruis c.s. die aanvragen gestand doen, en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden;
5.2.
gebiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om nieuwe machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling (in het buitenland) door Harmony in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden;
5.3.
verbiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om een klinische behandeling door (tussenkomst van) Harmony (deels) niet te vergoeden op de enkele grond dat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden;
5.4.
bepaalt dat Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich een dwangsom van € 20.000 verbeuren voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan voornoemde geboden en voornoemd verbod, met een maximale hoogte per dwangsom van € 500.000, welke dwangsommen in zullen gaan op de dag nadat het vonnis aan Zilveren Kruis c.s. is betekend;
5.5.
veroordeelt Zilveren Kruis c.s. in de proceskosten van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Zilveren Kruis c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.6.
veroordeelt Zilveren Kruis c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026.
ddg
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen.
HR 27 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:95.
Concl. A-G B.J. Drijber, 10 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:385, nr. 4.13.
Zie artikel 64 Zvw.
HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469.
HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469.
HR 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3241.
Hof Arnhem-Leeuwarden 19 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3215.
De Stichting is een patiëntenvereniging.
www.igj.nl/documenten/2026/07/09/middelgrote-en-kleine-verslavingszorginstellingen-zorgaanbod-onder-de-maat.
Team handel - voorzieningenrechter
zaak-/rolnummer: C/09/711608 / KG ZA 26/932
Vonnis in kort geding van 2 oktober 2026
in de zaak van
HARMONY ADDICTION AND PSYCHIATRIC CLINIC (PTY) LTD te Kaapstad, Zuid-Afrika,
eiseres, hierna te noemen: Harmony,
advocaat: mr. B.A. van Schelven,
tegen:
1ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.te Leiden,
2. INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leiden,
3. FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,
4. DE FRIESLAND ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,
gedaagden,
advocaat: mr. B. Megens.
Gedaagden worden hierna gezamenlijk te noemen ‘Zilveren Kruis c.s.’ genoemd. Gedaagde sub 1 wordt hierna ‘Zilveren Kruis’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 augustus 2026 met producties 1 tot en met 9;
- de op 1 september 2026 overgelegde aanvullende productie 10;
- de conclusie van antwoord van Zilveren Kruis c.s. met daarbij de producties 1 tot en met 10;
- de op 3 september 2026 overgelegde productie 11 van de zijde van Zilveren Kruis c.s.;
- de door Harmony overgelegde pleitnotities.
1.2.
Op 4 september 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
1.3.
Ter zitting heeft Harmony gesteld dat de door Zilveren Kruis c.s. als productie 11 overgelegde legal opinion van 2 september 2026 buiten beschouwing moet worden gelaten omdat deze minder dan 24 uur voor de zitting in het geding is gebracht. De voorzieningenrechter heeft echter vastgesteld dat de productie op 3 september 2026 om 10:46 uur is geüpload in de digitale portal, dus in ieder geval 24 uur voor de zitting. De omstandigheid dat de productie tien minuten na 11.00 uur aan advocaat van Harmony zou zijn toegezonden maakt niet dat deze geweigerd moet worden. Van benadeling als gevolg van zo’n geringe (tijds)overschrijding is geen sprake. Ook de omstandigheid dat het een opinie van Zuid-Afrikaanse advocaten betreft, waarmee de Nederlandse advocaat van Harmony niet vertrouwd is, is geen reden de productie buiten beschouwing te laten. Zilveren Kruis c.s. zijn op korte termijn gedagvaard en er is niet gebleken dat de opinie eerder in het geding gebracht had kunnen worden.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Zilveren Kruis c.s. zijn zorgverzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet.
2.2.
Harmony is een Zuid-Afrikaanse zorginstelling die klinische verslavingszorg verleent aan Nederlandse cliënten. Van iedere klinische verslavingsbehandeling vormt zogeheten therapeutisch proefverlof een onderdeel. Tijdens dit proefverlof worden cliënten geleidelijk blootgesteld aan prikkels in de buitenwereld, zoals het wijnschap in de supermarkt. De cliënten van Harmony gaan in Zuid-Afrika op therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische behandeling aldaar.
2.3.
Harmony is voor Zilveren Kruis c.s. een niet-gecontracteerde zorgaanbieder.
2.4.
Bij e-mailbericht van 5 juni 2026 heeft Zilveren Kruis vragen gesteld aan Harmony over haar klinische behandelprogramma, waaronder het therapeutisch proefverlof. Zilveren Kruis schrijft, voor zover relevant:
“Your organization regularly provides mental health care to our insured clients. In the email, I would like to ask you some specific questions about your clinical treatment program for addiction care. Specifically, this concerns inpatient treatments at your clinic(s).
As a health insurer, we are responsible for assessing the quality of the health care our insured clients receive.
We are required to verify whether this care complies with Dutch laws and regulations. Additionally, we must determine whether this treatment programs meet the scientific guidelines applicable in the Netherlands.
I would therefore like to ask you to provide detailed description regarding the following two mandatory components of your inpatient treatment program for addiction care:
1. The therapeutic trial leave during inpatient treatment.
(…)
It is important that you describe these two points in as much detail as possible.
(…)”
2.5.
Harmony heeft bij e-mail van 15 juli 2026 de vragen van Zilveren Kruis beantwoord. Over de ‘home-based leave’ schrijft zij:
“Clients do not undertake therapeutic leave in their home environment during treatment. This is primarily due to the geographical distance between the Netherlands and our clinic in South Africa, the associated travel costs, and the inability to return promptly to the clinic should difficulties arise. For a proportion of clients, exposure to home-based triggers during treatment is also considered clinically too high-risk.
To compensate for the absence of home-based leave, clients requiring additional support may be offered a three-week extension of treatment, allowing for increased therapeutic exposure and a more gradual transition home. Clients may also be referred to a Safe House following treatment to support the transition to independent recovery. In addition, a pilot programme is being developed in which selected, clinically stable clients will spend a short period in the Living House (part of Harmony Addiction and Psychiatric Care), a semi-independent setting where clients practise learned skills while retaining access to supervision and rapid return
to the clinic if needed.”
2.6.
Op 11 augustus 2026 heeft Zilveren Kruis Harmony, onder meer, als volgt bericht:
“As of 1 August 2026, we will no longer process authorization requests for inpatient addiction treatment submitted by your institution. While we appreciate your willingness to adapt your program, this does not alter our assessment.
Trial leave and recovery within the patient’s own living environment cannot be adequately facilitated during an inpatient admission abroad.
Based on our current assessment framework, we consider that inpatient treatment abroad does not provide sufficient opportunities for the gradual step-down of inpatient care or for practicing newly acquired skills in an environment that is presentative of the patient’s daily life after discharge.
During treatment, patients work towards recovery goals and develop new coping skills and behaviors. It is important that they can apply these skills step by step in the environment in which they will be functioning after discharge. This enables potential difficulties or early signs of relapse to be identified in a timely manner and allows treatment to be adjusted promptly when necessary. In our view, an admission abroad does not provide sufficient opportunities to achieve this.
Practicing skills in the environment surrounding a foreign treatment facility is not equivalent to practicing them in the patient's own living environment. These settings differ in several important respects, including language, culture, social support networks, and the day-to-day circumstances in which the patient is expected to function.
We also do not consider it appropriate for patients to travel from a treatment facility abroad to the Netherlands for periods of trial leave and subsequently return to the treating facility. During and immediately following inpatient treatment, patients are often particularly vulnerable to relapse. In our opinion, a trial leave period involving two intensive and demanding travel days does not contribute to a safe and responsible transition to life after discharge. Furthermore, this approach is not consistent with a gradual reduction in treatment intensity.
If a period of trial leave does not proceed as anticipated, the patient may also be unable to return easily to the treating facility for immediate support or an escalation of treatment when required.”
2.7.
Harmony heeft Zilveren Kruis c.s. bij brief van haar advocaat van 17 augustus 2026 gesommeerd uiterlijk 24 augustus schriftelijk te bevestigen dat Zilveren Kruis c.s. de machtigingsaanvragen van Harmony voor klinische behandeling weer in behandeling zal nemen en meer in het bijzonder dat machtigingsaanvragen ter zake het therapeutisch proefverlof worden beoordeeld op de manier zoals zij dat vóór 1 augustus 2026 deden. Namens Harmony is in de brief uiteengezet dat de stand van de wetenschap en praktijk geen grondslag beidt voor de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. Een inhoudelijke reactie van zilveren Kruis c.s. binnen de gestelde termijn is uitgebleven.
3Het geschil
3.1.
Harmony vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te gebieden om machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling door Harmony die sinds 1 augustus 2026 niet in behandeling zijn genomen door Zilveren Kruis c.s., alsnog in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden, althans die beoordeling uit te voeren conform het advies van het Zorginstituut Nederland van 31 augustus 2023, nr. 2023026440;
II. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te gebieden om nieuwe machtingsaanvragen voor een klinische behandeling door Harmony in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden, althans die beoordeling uit te voeren volgens het advies van Zorginstituut Nederland van 31 augustus 2023, nr. 2023026440;
III. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te verbieden om machtigingsaanvragen die bij (een van) Zilveren Kruis c.s. zijn ingediend en nog worden ingediend voor een klinische behandeling door Harmony af te wijzen omdat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden;
IV. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te verbieden om een klinische behandeling door Harmony (deels) niet te vergoeden omdat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden;
V. Bij toewijzing van vordering I, II, III en/of IV, daarbij per toegewezen eis te bepalen dat Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich een dwangsom van € 50.000 zal verbeuren voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan deze geboden, met een maximale hoogte per dwangsom van € 1.000.000, welke dwangsommen in zullen gaan op de dag nadat vonnis is betekend aan Zilveren Kruis c.s., althans een in goede justitie te bepalen dwangsom voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan deze geboden;
Subsidiair
VI. Een andere passende voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend en geraden acht, rekening houdend met de belangen van zowel Harmony als de verzekerden van Zilveren Kruis c.s.;
Primair en subsidiair
VII. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te veroordelen in de kosten van dit geding en nakosten, waaronder begrepen het verschuldigde griffierecht en het tot aan de uitspraak begrote bedrag salaris van de advocaat, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, althans de veertiende dag na de datum van het vonnis, tot aan de dag van de algehele voldoening.
3.2.
Daartoe voert Harmony – samengevat – het volgende aan.
Zilveren Kruis c.s. handelen onrechtmatig tegenover Harmony met de introductie en handhaving van de nieuwe eis dat het therapeutisch proefverlof plaatsvindt in de eigen leefomgeving van de cliënt. Deze nieuwe eis is niet in overeenstemming met de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ uit artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering. Het standpunt van Zilveren Kruis vindt geen steun in de relevante professionele standaard, de GGZ Standaard Alcohol, en is in strijd met het standpunt van het Zorginstituut Nederland over therapeutisch proefverlof in het buitenland. Door deze abrupte beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. handelt zij onrechtmatig tegenover Harmony en Harmony lijdt daardoor aanzienlijk omzetverlies, waardoor haar liquiditeit en een duurzaam rendabele exploitatie in gevaar komt.
3.3.
Zilveren Kruis c.s. voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4De beoordeling van het geschil
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Harmony is in het buitenland gevestigd. De voorzieningenrechter moet ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en zo ja, welk recht vervolgens van toepassing is.
4.2.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 4, eerste lid, van de Brussel I-bis Verordening rechtsmacht en de bevoegdheid om op het gevorderde te beslissen.
4.3.
Partijen twisten evenwel over de vraag welk recht moet worden toegepast. Artikel 4, eerste lid, van de Rome II-Verordening bepaalt dat, tenzij anders in de verordening is bepaald, het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Harmony voert aan dat haar direct getroffen vermogensbestanddeel bestaat uit de op grond van artikel 11 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voortvloeiende vergoedingsaanspraak jegens Zilveren Kruis c.s. Subsidiair, voor het geval aangenomen moet worden dat Zuid-Afrika het land is waar de schade van Harmony zich voordoet, stelt zij zich op het standpunt dat op grond van artikel 4, derde lid, van de Rome II-Verordening uit het geheel der dingen blijkt dat de door haar gestelde onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met Nederland dan met Zuid-Afrika, zodat het Nederlandse recht moet worden toegepast.
4.4.
Zilveren Kruis c.s. voeren naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht aan dat de door Harmony gestelde schade zich voordoet in Zuid-Afrika, omdat Harmony geen direct vermogensbestanddeel op grond van artikel 11 van de Zvw in Nederland heeft. De vergoedingsaanspraak op grond van artikel 11 Zvw komt toe aan verzekerden van Zilveren Kruis c.s., niet direct aan Harmony. In zoverre is dan ook geen sprake van schade voor Harmony die zich direct in Nederland manifesteert. Harmony lijdt – zoals zij zelf stelt – omzetschade en die schade lijdt zij in Zuid-Afrika.
4.5.
Op grond van het geheel van de omstandigheden van dit geval is de voorzieningenrechter voorshands evenwel van oordeel dat op grond van artikel 4, derde lid, van de Rome II-Verordening toch het Nederlandse recht van toepassing is in dit geschil. Daarvoor is van belang dat het uitgangpunt is dat de directe schade van een schadeveroorzakende gebeurtenis ook maatgevend is voor de niet-afgeleide verbintenis tot schadevergoeding tegenover degenen die deze directe schade niet zelf hebben geleden, maar van wie de schade slechts de indirecte schade is van de schadeveroorzakende gebeurtenis. In dit geschil is de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. de reden dat haar verzekerden geen aanspraak meer kunnen maken op vergoeding van een behandeling voor verslavingszorg in het buitenland. Zou geoordeeld worden dat die beleidswijziging ten onrechte is doorgevoerd, dan betreft het hier weliswaar primair een tekortkoming van Zilveren Kruis c.s. in de nakoming van artikel 11 Zvw, maar het is die beleidswijziging op grond waarvan Harmony stelt een eigen vorderingsrecht op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek te hebben.
4.6.
Harmony heeft daarbij terecht aangevoerd dat de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. is gegrond op Nederlandse feiten en omstandigheden en nauw verweven is met (uitleg van) de Nederlandse zorgwetgeving. In verband daarmee zijn ook diverse Nederlandse documenten van belang, zoals een rapport van de Nederlandse Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Nederlandse wetenschappelijke en professionele standaarden en standpunten van het Nederlandse Zorginstituut. Zilveren Kruis c.s. hebben alvorens over te gaan tot de beleidswijziging Harmony ook om een toelichting gevraagd en haar later ook bericht over de gevolgen van hun op de Nederlandse zorgwetgeving gebaseerde beleidswijziging. Als gevolg van deze beleidswijziging nemen Zilveren Kruis c.s. de machtigingsaanvragen van Harmony niet meer in behandeling. Met Harmony oordeelt de voorzieningenrechter dan ook dat de beleidswijziging en daarmee de gestelde onrechtmatige daad van Zilveren Kruis c.s. tegenover Harmony een nauwere band hebben met Nederland dan met Zuid-Afrika. Dit leidt tot de conclusie dat Nederlands recht van toepassing is op dit geschil.
4.7.
Dan komt de voorzieningenrechter nu toe aan de inhoudelijke behandeling van het geschil.
Inleiding
4.8.
In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of Zilveren Kruis c.s. onrechtmatig handelen tegenover Harmony omdat zij hebben besloten vanaf 1 augustus 2026 geen machtigingsaanvragen van hun verzekerden in behandeling te nemen voor klinische verslavingszorg in het buitenland, en dus ook niet meer voor klinische verslavingsbehandeling door Harmony in Zuid-Afrika. Reden daarvoor is dat volgens Zilveren Kruis c.s. bij klinische verslavingszorg in het buitenland het therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische behandeling niet in de eigen leefomgeving van verzekerden in Nederland plaatsvindt, maar in het buitenland, in dit geval in Zuid-Afrika. Volgens Zilveren Kruis c.s. voldoet klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’ als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Voor een goed begrip van de zaak zal de voorzieningenrechter eerst nader uiteenzetten wanneer zorg op grond van de Zorgverzekeringswet is verzekerd.
Aanspraak op zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw)
4.9.
Op grond van artikel 11, eerste lid, Zvw heeft de verzekerde recht op prestaties bestaande uit (vergoeding van) de zorg of de overige diensten waaraan hij behoefte heeft. De inhoud en omvang van deze prestaties zijn op grond van artikel 11, derde en vierde lid, Zvw nader geregeld in het Besluit zorgverzekering (Bzv) en de Regeling zorgverzekering. De daarin omschreven prestaties vormen samen ‘de verzekerde zorg’ waarop op grond van de Zvw recht bestaat.
4.10.
Artikel 2.1, tweede lid, Bzv bepaalt dat de inhoud en omvang van de vormen van zorg of diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid onder a, Zvw mede worden bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en – bij ontbreken van een zodanige maatstaf – door wat in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.
4.11.
Artikel 2.4 Bzv bepaalt dat geneeskundige zorg, voor zover hier van belang, zorg omvat zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden. Met de woorden ‘plegen te bieden’ met daaraan gekoppeld de aanduiding van een beroepsbeoefenaar, worden de inhoud en omvang van de zorg bepaald. De term ‘plegen te bieden’ wordt ingevuld met toepassing van artikel 2.1, tweede lid, Bzv. De artikelen 2.1, tweede lid, en 2.4 Bzv vullen dus samen in wat de verzekerde geneeskundige zorg inhoudt.
4.12.
Met het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ in artikel 2.1, tweede lid, Bzv en de woorden ‘die plegen te bieden’ in de artikelen 2.4 tot en met 2.15 Bzv, is beoogd om die zorg tot onderdeel van het verzekerde pakket te maken, die de betrokken beroepsgroep rekent tot het aanvaarde arsenaal van medische onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden. Daarbij zijn de stand van de medische wetenschap en de mate van acceptatie in de medische praktijk belangrijke graadmeters. Bepalend is in welke mate beroepsbeoefenaren dergelijke hulp als een professioneel juiste handelwijze beschouwen. Overigens kunnen de begrippen plegen te bieden en stand van de wetenschap en praktijk elkaar in de praktijk inhoudelijk overlappen, omdat de richtlijnen van de beroepsgroep aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of sprake is van zorg die de beroepsgroep pleegt te bieden ook een rol spelen bij de invulling van het criterium stand van de wetenschap en praktijk.
4.13.
Van belang is dat wat behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk kan veranderen: (nieuwe) vormen van zorg kunnen tot de stand van de wetenschap gaan behoren en vormen van zorg die eerst wél tot de stand van de wetenschap en praktijk werden gerekend, kunnen in sommige gevallen daar niet langer toe behoren.
4.14.
Het Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) is onder meer belast met het bevorderen van de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in art. 11 Zvw. In dat kader dient het onder meer te beoordelen of een bepaalde vorm van zorg voldoet aan het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Het Zorginstituut kan in dat verband standpunten formuleren. Standpunten zijn officiële uitspraken van het Zorginstituut over de vraag of bepaalde zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Die standpunten zijn niet bindend. Of op grond van de Zvw aanspraak bestaat op (vergoeding van) een bepaalde prestatie, wordt bepaald door de hiervoor onder 4.10 en 4.11 vermelde criteria, maar het ligt gelet op de wettelijke taak van het Zorginstituut wel voor de hand om daarbij in beginsel uit te gaan van de door het Zorginstituut gegeven standpunten. De zorgverzekeraar die daarvan afwijkt, moet die afwijking deugdelijk te motiveren. Evenzeer dient de rechter die tot een ander oordeel komt dan is vervat in een dergelijk standpunt, dit deugdelijk te motiveren.
4.15.
Het Zorginstituut heeft over veel medische behandelingen (nog) geen standpunt ingenomen, terwijl die behandelingen wel onder de verzekerde zorg vallen. Ook met betrekking tot specifiek klinische verslavingszorg in het buitenland heeft het Zorginstituut geen standpunt ingenomen. Het is primair aan de zorgverzekeraar om te beslissen of een bepaalde behandeling onder de dekking van de verzekering valt. En in veel gevallen beslist de zorgverzekeraar daarover zonder dat over de desbetreffende behandeling een standpunt van het Zorginstituut voorhanden is. Met betrekking tot de vergoeding van klinische verslavingszorg in het buitenland zijn er verzekeraars, waaronder Zilveren Kruis c.s., die dat wel vergoeden, maar ook verzekeraars die dergelijke zorg niet vergoeden.
4.16.
Bij de beoordeling of zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk dienen alle relevante gegevens in aanmerking te worden genomen, waaronder literatuur, wetenschappelijke onderzoeken en gezaghebbende meningen van specialisten. Bij gebreke daarvan mag gebruik worden gemaakt van documenten van lagere orde, zoals publicaties van gezaghebbende meningen van medisch specialisten of richtlijnen die door wetenschappelijke verenigingen namens de beroepsgroep zijn opgesteld. Dan bepaalt de mate van consistentie van de onderzoeken dan wel publicaties of ze worden beschouwd als een voldoende onderbouwing.
De positie van niet-gecontracteerde zorgaanbieders
4.17.
Harmony is een niet-gecontracteerde zorgaanbieder van Zilveren Kruis c.s. Weliswaar zijn de normen die het stelsel van de Zvw bevat over de in artikel 11, eerste lid, Zvw genoemde zorgplicht van de zorgverzekeraars in de eerste plaats geschreven ten behoeve van de verzekerden, maar de Zvw beoogt, als onderdeel van de daarin nagestreefde doelmatigheid, mede de voorwaarden te scheppen voor een behoorlijk functionerende markt in de gezondheidszorg. Om die reden heeft de Hoge Raad in een uitspraak van 6 november 2015 geoordeeld dat ook de aanbieders van zorg, zoals Harmony, als marktpartijen wier positie mede geregeld wordt door de Zvw, op grond van de Zvw aanspraak erop kunnen maken dat verzekeraars bij de uitvoering van zorgovereenkomsten met hun verzekerden geen beleid voeren dat tot gevolg heeft dat de zorg waarop de Zvw aanspraak geeft, wordt beperkt.
Dat betekent dat wanneer een zorgverzekeraar een beleid voert dat ertoe leidt dat de aanspraken op de zorgverzekeringen van haar verzekerden structureel wordt beperkt, of bemoeilijkt, de zorgverzekeraar daarmee ook onrechtmatig handelt jegens de aanbieder van de zorg waarop het beleid betrekking heeft.
De feitelijke gang van zaken tot 1 augustus 2026
4.18.
Harmony dient namens haar cliënten machtigingsaanvragen voor de klinische verslavingszorg in haar kliniek in Zuid-Afrika bij (onder meer) Zilveren Kruis c.s. in. Tot 1 augustus 2026 werden die aanvragen door Zilveren Kruis c.s. in behandeling genomen.
4.19.
Harmony heeft onweersproken gesteld dat zij in ieder geval vanaf 2023 aan verzekerden van Zilveren Kruis c.s. klinische verslavingszorg in Zuid-Afrika verleent en dat dit door Zilveren Kruis c.s. ook altijd is vergoed. Zilveren Kruis c.s. heeft zich in het verleden nooit op het standpunt gesteld dat de klinische behandeling in het buitenland geen verzekerde zorg was.
Inhoudelijke beoordeling
4.20.
De voorzieningenrechter zal moeten beoordelen of de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland kan worden aangemerkt als verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw. Partijen verschillen namelijk van mening over de vraag of de klinische verslavingsbehandeling in Zuid-Afrika voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Is dat niet het geval, dan valt die zorg buiten het bereik van de Zvw en mogen Zilveren Kruis c.s. zelf bepalen of zij die zorg wel of niet verzekeren. Maar voldoet die klinische verslavingsbehandeling wél aan de stand van de wetenschap en praktijk, dan is sprake van verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw en mag Zilveren Kruis c.s. niet zodanige beperkingen opwerpen dat de toegang tot die zorg wordt beperkt of verhinderd.
Voldoet klinische verslavingszorg in het buitenland aan de stand van de wetenschap en praktijk?
4.21.
Binnen het bestek van dit kort geding, waarin naar zijn aard slechts een voorlopig oordeel wordt gegeven over de rechtsvraag die tussen partijen in geschil is, ligt het onder de gegeven omstandigheden op de weg van Zilveren Kruis c.s. om adequaat te onderbouwen en genoegzaam aannemelijk te maken dat een klinische verslavingsbehandeling in het buitenland, waarbij het therapeutisch proefverlof ook in het buitenland plaatsvindt, niet behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk, zodat het, zoals zij stellen, niet tot verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw behoort en dus niet hoeft te worden vergoed. Zilveren Kruis c.s. hebben deze zorg immers jarenlang wel vergoed, naar de voorzieningsrechter begrijpt als onderdeel van hun basisverzekeringen.
Ter onderbouwing van het standpunt dat klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet (langer) behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk en daarmee geen verzekerde zorg is als bedoeld in de Zvw, hebben Zilveren Kruis c.s. zich beroepen op de navolgende passages uit verschillende publicaties:
1. Passages uit het rapport ‘Verslavingszorg in beeld – alcohol en drugs’ van het Zorginstituut van 13 oktober 2014 (pagina’s 8 en 9, 10, 22 respectievelijk 51):
“• Diagnostiek en behandelintensiteit
Diagnostiek en het bepalen van de behandelintensiteit zonder voorafgaande triage met een screeninginstrument zoals de MATE of EuropASI is niet overeenkomstig de geldende richtlijnen en voldoet daarmee niet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Als deze triage niet heeft plaatsgevonden, kunnen diagnostiek en de behandeling niet ten laste van de basisverzekering worden gebracht.
• Ambulante versus klinische detoxificatie
Er is geen evidentie voor verschil in effectiviteit tussen ambulante en klinische detoxificatie (ontgifting). Dat betekent dat per geval beoordeeld moet worden of verzekerde redelijkerwijs op de klinische setting is aangewezen. Wij raden partijen aan om bij de richtlijnontwikkeling heldere criteria te formuleren voor het indiceren van ambulante en klinische detoxificatie, opdat zorgverzekeraars kunnen vaststellen of verblijf noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg.
• Ambulante versus klinische behandeling
Klinische behandeling dient uitsluitend en in lijn met de multidisciplinaire richtlijnen voor ziekenhuisopname te worden aangeboden aan personen met ernstige medisch/psychische comorbiditeit, sociale desintegratie en/of een ernstige vorm van afhankelijkheid. Alleen in die gevallen is het verblijf noodzakelijk in verband met geneeskundige zorg. Als verzekerde niet aan deze indicatiecriteria voldoet is hij niet redelijkerwijs aangewezen op verblijf. De opname kan dan niet ten laste van de verzekering gebracht worden.
• Dagbehandeling
Dagbehandeling kan aangewezen zijn als ambulante behandeling onvoldoende effect lijkt te sorteren of om opname te voorkomen. Bij dagbehandeling dient, conform de geldende richtlijn, de interactie met de sociale omgeving van de cliënt gegarandeerd te zijn. Dagbehandelingen waarbij de interactie met de sociale omgeving van de cliënt niet geëffectueerd kan worden – zoals bij dagbehandelingen in buitenlandse klinieken op afstand van het thuisfront – kunnen niet ten laste van de verzekering gebracht worden.
• Nazorg
Behandelprogramma's dienen altijd te voorzien in nazorg. Het ontbreken daarvan heeft negatieve gevolgen voor het effect van de behandeling. Behandelprogramma’s zonder nazorg zijn minder effectief. We raden zorgverzekeraars aan extra te controleren of nazorg onderdeel van het behandelprogramma is.
(…)
Er zijn aanwijzingen dat de reguliere aanbieders de richtlijnen volgen. Bij nieuwe aanbieders is dat minder duidelijk. Sommigen werken richtlijnconform, anderen lijken dat niet te doen. Ze passen nieuwe, niet onderzochte therapieën toe, nemen standaard mensen op of bieden dagbehandeling aan in het buitenland, terwijl de richtlijn stelt dat bij dagbehandeling de sociale structuur in tact moet blijven.
Bij zorg in het buitenland is er ook weinig zicht op de kwaliteit. Zorgverzekeraars weten soms niet eens dat zorg in het buitenland wordt geleverd, omdat dat gebeurt via onderaannemerschap.
Zorgverzekeraars stellen vast dat er sprake is van grote praktijkvariatie. Ook blijkt het niet eenvoudig om te beoordelen of declaraties rechtmatig zijn. Het onderscheid tussen behandeling, dagbesteding en dagstructurering is onvoldoende duidelijk, terwijl er verschillende tarieven hangen aan deze prestaties.
(…)
Het aanbod van de nieuwe aanbieders onderscheidt zich van de reguliere instellingen. Een opvallende ontwikkeling is dat Nederlandse klinieken samenwerken met klinieken in het buitenland, dan wel buitenlandse klinieken die een contract hebben met een Nederlandse zorgaanbieder (via onderaannemerschap).
(…)
Hoewel de innovatiekracht die de nieuwe aanbieders tentoonspreiden prijzenswaardig is, moet worden geconstateerd dat er veel verschillen zijn en dat er beperkte informatie beschikbaar is over de effectiviteit van de aangeboden behandelingen/behandelprogramma’s.
(…)
Voorwaarde voor dagbehandeling is dus dat de interactie met de sociale omgeving van de cliënt gegarandeerd is. Dagbehandelingen waarbij de reisafstand tussen de behandelsetting en de sociale omgeving van de cliënt zodanig groot is, dat regelmatige terugkeer naar huis tijdens de behandelperiode niet mogelijk is, voldoen niet aan deze voorwaarde. Dit is het geval bij dagbehandelingen in buitenlandse klinieken op afstand van het thuisfront. De interactie met de sociale omgeving is dan niet gegarandeerd. Ook zal de persoon na terugkomst de overgang moeten maken naar de dagelijkse werkelijkheid, waarvoor in het buitenland geen basis gelegd kan worden. De conclusie is dan ook, dat dagbehandelingen waarbij de sociale structuur van de cliënt niet gehandhaafd kan blijven, niet passen in de behandelopzet van dagbehandeling zoals geformuleerd in de richtlijn. Dergelijke dagbehandelingen zijn niet voldoende effectief. Zorginstituut Nederland acht het daarom noodzakelijk dat zorgverzekeraars inzicht hebben in wat de dagbehandeling behelst en waar deze wordt verleend om te kunnen beoordelen of dagbehandeling gepast wordt ingezet.”
2. De volgende passages uit de GGZ Zorgstandaard Alcohol (autorisatiedatum 2 november 2017, beoordelingsdatum 17 juni 2022; pagina’s 8, 42, 43, 68, 84 respectievelijk 148):
“Doel van de zorg
Het doel is dat mensen hun leven - met of zonder alcoholproblemen – naar behoefte als volwaardig burger kunnen inrichten met alle (maatschappelijke) verplichtingen en mogelijkheden die daarbij horen.
(…)
naasten: De zorgverlener bespreekt met de patiënt die bij hem in behandeling is wegens alcoholproblematiek of, in welke mate en wanneer de partner of eventueel andere gezinsleden betrokken worden bij de behandeling. De sociale omgeving kan het qedragspatroon van de patiënt mede in stand houden zonder dat men zich daarvan bewust is (NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik (derde herziening), 2014).
(…)
Goede behandeling, begeleiding en ondersteuning (inclusief informele zorg en zelfhulpgroepen) richten zich behalve op individuele patiënten ook op hun omgeving.
(…)
‘Herstel’ is een uniek en persoonlijk proces waarbij men toewerkt naar een volwaardig en zinvol leven - ondanks de beperkingen die alcoholproblemen kunnen geven. Het gaat daarom ook om het – naar het oordeel van de patiënt - psychisch en sociaal weer goed kunnen functioneren en het kunnen deelnemen aan de maatschappij.
(…)
Naast echelonnering is gepast gebruik van zorg een uitgangspunt binnen de zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving. Gepast gebruik gaat over de juiste inzet van hulp bij aanvang van een behandeling maar ook over het juiste moment van op- of afschalen van een behandeltraject (‘matched care’). Zo maakt therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uit van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.
(…)
Uitgangspunt voor de ggz is passende, herstelondersteunende zorg. Andere uitgangspunten voor de organisatie van herstelondersteunende zorg zijn:
Behandeling, begeleiding en ondersteuning worden zoveel mogelijk in de gewone samenleving en in de eigen omgeving van de patiënt aangeboden.”
3. De volgende passages uit de GGZ Richtlijn Drugs (niet-opioïden) (autorisatiedatum 26 februari 2018, beoordelingsdatum 17 juni 2022; pagina’s 25, 67 respectievelijk 74):
“We beperken ons wat betreft functioneel herstel tot activiteiten en participatie. Levensdomeinen waar dit betrekking op heeft zijn onder meer: werk of scholing, inkomen, communicatie, zelfverzorging, huishoudelijke taken, interpersoonlijke interacties en relaties, etc.
(…)
De professionals zijn van mening dat een klinische opname voor detoxificatie of vervolgbehandeling, wanneer noodzakelijk, zo kort mogelijk dient te zijn. De patiënt dient zoveel mogelijk in zijn/haar eigen leefomgeving behandeld te worden, om te kunnen leren omgaan met zucht en andere risicosituaties die kunnen leiden tot terugval.
(…)
Ten aanzien van de klinische twaalfstappenbehandeling volgens het Minnesota Model merken de ervaringsdeskundigen op dat deze behandeling slechts geschikt is voor een selecte doelgroep van mensen die qua huisvesting, relaties en werk nog goed ingebed zijn. De Minnesota behandelingen die in het buitenland worden aangeboden, worden volgens de ervaringsdeskundigen nogal eens geromantiseerd; voor veel verslaafde mensen is juist behandeling in de eigen omgeving van groot belang.”
4. De Richtlijnen van Federatie Medisch Specialisten, zoals de richtlijn ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol’ (beoordelingsdatum 18 september 2023, publicatiedatum: 30 september 2025; pagina’s 9 en 10 respectievelijk 98):
“Visie Stichting het Zwarte Gat op goede herstelondersteunende zorg:
* ShZG is van mening dat goede herstelondersteunende zorg wordt gekenmerkt door:
(…)
∙ Bevorderen dat de cliënt gebruik maakt van de positieve krachten in zichzelf en in diens omgeving.
(…)
In de praktijk wordt geen meerwaarde gezien van behandeling in het buitenland, vooral als deze niet ingebed is in een ambulant nazorgprogramma in de eigen regio.”
5. Het advies van het Zorginstituut van 19 maart 2025 in een procedure bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) (zaaknummer: 2025003933; pagina 3):
“Ook is in de Zorgstandaard Alcohol (Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving) beschreven dat therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uitmaakt van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.”
6. Het rapport ‘Middelgrote en kleine verslavingszorginstellingen: zorgaanbod onder de maat’ van de Inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) (publicatiedatum 9 juli 2026):
Opvallend is dat veel van deze nieuwe aanbieders zelf ervaringskennis hebben opgedaan binnen de verslavingszorg. Zij willen zorg bieden vanuit de overtuiging dat zij dit beter kunnen organiseren dan de zorg die zij zelf eerder hebben ontvangen.
Veel van deze aanbieders besteden (een deel van) de zorg uit aan instellingen in het buitenland, zowel binnen Europa als daarbuiten.
(…)
De inspectie heeft geen bevoegdheid om te oordelen over zorg die in het buitenland wordt geleverd. Daarom blijft dit deel van het aanbod buiten beschouwing.
(…)
Het is nodig dat stelselpartijen duidelijk positie innemen over de kansen en risico’s van zorg in het buitenland. Het is nodig de kwaliteit en de meerwaarde van die zorg in het buitenland beter te onderzoeken. Ook moet duidelijk zijn wie het aanspreekpunt is voor een cliënt bij de overdacht naar een instelling in het buitenland en bij terugkeer in Nederland en wat de rol van de regiebehandelaar hierin is.
4.22.
Zilveren Kruis c.s. bepleiten aan de hand van voornoemde passages dat het therapeutisch proefverlof in de eigen omgeving moet plaatsvinden om het doel te bereiken dat de patiënt weer kan functioneren in en kan deelnemen aan de maatschappij. Zij menen dat de omstandigheden in het buitenland per definitie onvoldoende vergelijkbaar zijn met de thuissituatie (klimaat, cultuur, taal, mensen, activiteiten en (sociale) omgeving), waardoor oefenen op een manier die relevant is voor de eigen omgeving daar niet mogelijk is. Risicosituaties en triggers zijn in het buitenland niet (goed) na te bootsen, aldus Zilveren Kruis c.s. Als voorbeeld hebben Zilveren Kruis c.s. onder meer genoemd een feestje met de vriendengroep, een borrel op het werk, een etentje met familie en stress op het werk.
4.23.
Van de zijde van Harmony is aangevoerd dat de publicaties die Zilveren Kruis in deze procedure naar voren heeft gebracht om haar beleidswijziging te onderbouwen, alle dateren van jaren geleden en dat deze sindsdien niet zijn gewijzigd. Harmony wijst erop dat Zilveren Kruis c.s. ook al die tijd – toen voornoemde rapporten, richtlijnen en standaarden al beschikbaar waren – ervan uit is gegaan dat therapeutisch proefverlof als onderdeel van een klinische behandeling in het buitenland kan plaatsvinden. Ook heeft Harmony een beroep gedaan op een advies van het Zorginstituut van 31 augustus 2023 in een procedure bij de SKGZ (zaaknummer: 2023026440). In dit advies schrijft het Zorginstituut over het therapeutisch proefverlof onder meer (pagina 3):
“In de zorgstandaard staat over therapeutisch proefverlof het volgende:‘Gepast gebruik van zorg is een van de uitgangspunten binnen de zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving. Gepast gebruik gaat over de Juiste inzet van hulp bij aanvang van een behandeling maar ook over het juiste moment van op- of afschalen van een behandeltraject ('matched care’). Zo maakt therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uit van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.’
Anders dan verweerder stelt blijkt uit de zorgstandaard niet dat het proefverlof per se inhoudt dat betrokkene terugkeert naar de thuissituatie. Er wordt kortweg gesproken over proefverlof. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om vrijheden op te bouwen in de buurt van de kliniek. De oefensituaties die worden aangeboden, bootsen dan een thuissituatie na, zoals een bezoek aan supermarkt met alle triggers van dien.”
Harmony voert aan dat dit advies, dat weliswaar is gegeven in een individuele zaak, algemeen van aard is en daarmee relevant is voor de uitleg van de vraag of therapeutisch proefverlof in het buitenland kan plaatsvinden.
4.24.
Ter zitting hebben Zilveren Kruis c.s. toegelicht dat onderzoek naar de vraag of de klinische behandeling in het buitenland wel voor vergoeding in aanmerking komt, mede is ingegeven door signalen die zij heeft ontvangen van verzekerden. Zo heeft zij berichten ontvangen van verzekerden die naar eigen zeggen ondervonden dat de buitenlandse setting te veel verschilde van de realiteit bij terugkeer. Ook hebben zij gewezen op het recent verschenen en eerdergenoemde rapport van de IGJ waarin zorgen zijn geuit over de kwaliteit van zorg van (onder meer) zorgaanbieders die een deel van de zorg uitbesteden aan zorgaanbieders in het buitenland. Zilveren Kruis c.s. hebben aangevoerd dat zij toen kritisch hebben gekeken of de vergoedingen wel goed zijn afgebakend, en of verslavingszorg in het buitenland wel behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk. Zij concluderen na bestudering van voornoemde publicaties dat dit niet het geval is, zodat zij hebben besloten machtigingsaanvragen voor dergelijke behandelingen vanaf 1 augustus 2026 niet meer in behandeling te nemen.
4.25.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Harmony met juistheid aanvoert dat de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. in ieder geval niet is geënt op nieuwe richtlijnen of standpunten van het Zorginstituut of op grond van recente of nieuwe wetenschappelijke publicaties, met uitzondering van het niet in het geding gebrachte rapport van de IGJ. Maar dat rapport ziet op de kwaliteit van de zorgaanbieders en gaat niet over de vraag of klinische verslavingszorg in het buitenland in zijn algemeenheid voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.
4.26.
Ook op basis van de overige door Zilveren Kruis c.s. aangehaalde publicaties is de voorzieningenrechter van oordeel dat Zilveren Kruis c.s. (in ieder geval op dit moment) onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische verslavingszorgbehandeling niet in het buitenland zou kunnen plaatsvinden en dat die zorg niet voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Dat de bezwaren van Zilveren Kruis c.s. bij een proefverlof in het buitenland minst genomen wel te volgen zijn, is onvoldoende ter onderbouwing van de stelling dat de beleidswijziging is toegestaan omdat de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Daar komt bij dat de ter zitting naar voren gebrachte signalen die Zilveren Kruis c.s. van verzekerden hebben ontvangen niet nader zijn geconcretiseerd en ook niet inzichtelijk zijn gemaakt. Verder is van belang dat het advies van het Zorginstituut in de procedure bij de SKGZ – dat weliswaar niet heeft te gelden als een standpunt van het Zorginstituut als bedoeld in artikel 64 Zvw – proefverlof in het buitenland niet categorisch afwijst; integendeel.
4.27.
Zilveren Kruis c.s. hebben nog omstandigheden aangedragen waaruit zou blijken dat therapeutisch proefverlof in Nederland passender en effectiever zou zijn dan therapeutisch proefverlof in het buitenland. Zilveren Kruis c.s. betogen dat vanwege die omstandigheden therapeutisch proefverlof volgens de beroepsgroep geen verslavingszorg is zoals medisch specialisten en klinisch-psychologen die plegen te bieden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Zilveren Kruis c.s. die conclusie onvoldoende heeft onderbouwd. Het enkele feit dat therapeutisch proefverlof in Nederland passender en effectiever zou zijn dan therapeutisch proefverlof in het buitenland betekent op zichzelf nog niet dat de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland daarmee geen verzekerde zorg is.
4.28.
Dit alles leidt ertoe dat Zilveren Kruis c.s. de door Harmony ingediende machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorg in haar partnerkliniek in Zuid-Afrika (vooralsnog) in behandeling dient te nemen en die aanvragen niet mag afwijzen op de (enkele) grond dat het therapeutisch proefverlof, als onderdeel van de klinische verslavingsbehandeling, in die partnerkliniek van Harmony in Zuid-Afrika plaatsvindt.
4.29.
Voor het definitieve oordeel over de vraag of klinische verslavingsbehandelingen in het buitenland, waarbij ook het proefverlof in het buitenland plaatsvindt, behoren tot de stand van de wetenschap en praktijk is een bodemprocedure aangewezen. Een duidelijk standpunt van het Zorginstituut zou daarbij zeer behulpzaam zijn. Voor nu zal Zilveren Kruis c.s. worden geboden om de machtigingsaanvragen (zo nodig: alsnog) in behandeling te nemen, en deze machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden. Daarmee samenhangend zal het Zilveren Kruis c.s. worden verboden om een klinische behandeling door Harmony (deels) niet te vergoeden op de enkele grond dat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden. Het gevorderde onder III zal worden afgewezen, nu dat al onderdeel uitmaakt van het onder I en II gevorderde.
4.30.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.
4.31.
Zilveren Kruis c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Harmony worden begroot op:
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101
4.32.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
gebiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling (in het buitenland) door Harmony die sinds 1 augustus 2026 niet in behandeling zijn genomen door Zilveren Kruis c.s., alsnog in behandeling te nemen indien en voor zover de verzekerden van Zilveren Kruis c.s. die aanvragen gestand doen, en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden;
5.2.
gebiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om nieuwe machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling (in het buitenland) door Harmony in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden;
5.3.
verbiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om een klinische behandeling door (tussenkomst van) Harmony (deels) niet te vergoeden op de enkele grond dat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden;
5.4.
bepaalt dat Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich een dwangsom van € 20.000 verbeuren voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan voornoemde geboden en voornoemd verbod, met een maximale hoogte per dwangsom van € 500.000, welke dwangsommen in zullen gaan op de dag nadat het vonnis aan Zilveren Kruis c.s. is betekend;
5.5.
veroordeelt Zilveren Kruis c.s. in de proceskosten van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Zilveren Kruis c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.6.
veroordeelt Zilveren Kruis c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026.
ddg
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen.
HR 27 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:95.
Concl. A-G B.J. Drijber, 10 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:385, nr. 4.13.
Zie artikel 64 Zvw.
HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469.
HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469.
HR 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3241.
Hof Arnhem-Leeuwarden 19 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3215.
De Stichting is een patiëntenvereniging.
www.igj.nl/documenten/2026/07/09/middelgrote-en-kleine-verslavingszorginstellingen-zorgaanbod-onder-de-maat.