Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:22013

2026-07-07 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/699713 / FA RK 26-1563
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-07
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/699713 / FA RK 26-1563
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gezag en wijziging geslachtsnaam. Geen verweer gevoerd. De rechtbank belast de moeder en stiefvader met het gezamenlijk gezag en wijzigt de geslachtsnaam van de kinderen in die zin van de stiefvader.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.353 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 26-1563
Zaaknummer: C/09/699713
Datum beschikking: 7 juli 2026


Gezag en wijziging geslachtsnaam



Beschikking op het op 11 februari 2026 ingekomen verzoek van:




[de moeder] en [de stiefvader],

de moeder en de stiefvader,
verzoekers,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.J. Prins te Leiden.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de juridisch vasder],

de juridisch vader,
in de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerd als RNI en sinds 24 mei 2017 verblijvende te [land 1] op een bij de rechtbank bekend adres.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift;


het F9-formulier van 23 februari 2026 van de advocaat van verzoekers, met als


bijlage de referteverklaring van de juridisch vader;
- het F9-formulier van 26 februari 2026 van de advocaat van verzoekers, met
bijlagen;


het F9-formulier van 5 maart 2026 van de advocaat van verzoekers, met bijlage;


het F9-formulier van 9 juni 2026 van de advocaat van verzoekers, met bijlagen.





[minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt.



Gelet op de inhoud van de stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om de zaak zonder mondelinge behandeling op de stukken af te doen.




Feiten
- De moeder en de juridisch vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1], [land 1] (hierna: [minderjarige 1]);
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2], [land 1] (hierna: [minderjarige 2]).

- De juridisch vader heeft de kinderen erkend.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.
- De moeder en de stiefvader zijn op [datum] 2024 te [plaats] met elkaar gehuwd.
- Uit de BRP blijkt dat de moeder, de stiefvader, de juridisch vader en de kinderen allen de Nederlandse nationaliteit hebben.



Verzoek en verweer
De moeder en de stiefvader hebben verzocht:
- het ouderlijk gezag te wijzigen in die zin dat de moeder en de stiefvader voortaan
het gezag gezamenlijk zullen uitoefenen over de kinderen;
- de geslachtsnaam van de kinderen te wijzigen in ‘[geslachtsnaam]’;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.


De juridisch vader heeft een referteverklaring ingediend waarin hij heeft verklaard geen verweer te voeren.




Beoordeling


Gezag


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot gezamenlijk gezag.




Toepasselijk recht

Zowel Nederland als [land 1] zijn partij bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996. Artikel 16, eerste lid, van dat verdrag bepaalt dat het van rechtswege ontstaan van het gezag wordt beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Blijkens de BRP staan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sinds 12 oktober 2020 in Nederland geregistreerd. Vast staat dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hier hun gewone verblijfplaats hebben. Dat betekent dat het Nederlands recht van toepassing is. Nu de moeder en de juridisch vader ten tijde van hun geboorte niet waren getrouwd en geen aantekening hebben laten maken van het gezamenlijk gezag en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor 1 januari 2023 zijn geboren en erkend, stelt de rechtbank vast dat de moeder op grond van artikel 1:253b BW van rechtswege alleen het gezag uitoefent over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].




Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253t, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat (‘de ander’), hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten.



In het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek – gelet op het tweede lid van genoemd artikel – slechts toegewezen, indien:



de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en


de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.




Het verzoek wordt op grond van artikel 1:253t, derde lid, BW afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.




Overwegingen rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. De moeder is sinds de geboorte van de kinderen (onafgebroken) belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Onweersproken gesteld is dat de moeder en de juridisch vader sinds oktober 2020 uit elkaar zijn. De moeder heeft aangevoerd dat de juridisch vader nauwelijks betrokken is in het leven van de kinderen en nu in [land 2] woont. De juridisch vader verblijft sporadisch in Nederland en heeft dan contact met de kinderen. De moeder heeft sinds januari 2022 een relatie met de stiefvader en zij zijn in november 2022 gaan samenwonen. In december 2023 hebben zij samen een zoon gekregen, [minderjarige 3]. Op [datum] 2024 zijn de moeder en de stiefvader met elkaar gehuwd. De moeder, de stiefvader, [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] vormen samen een gezin. De moeder en de stiefvader willen graag dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Gelet op het voorgaande en nu de juridisch vader geen verweer heeft gevoerd, is de rechtbank van oordeel dat er geen gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zouden worden verwaarloosd. Nu aan alle voorwaarden van artikel 1:253t, eerste tot en met derde lid, BW wordt voldaan, zal de rechtbank bepalen dat de moeder en de stiefvader voortaan het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitoefenen.




Wijziging geslachtsnaam


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu verzoekers in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.



Op grond van artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Dit betekent dat Nederlands recht van toepassing is op de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].




Juridisch kader

Op grond van het vijfde lid van artikel 1:253t BW kan een verzoek als bedoeld in het eerste lid vergezeld gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander. Een zodanig verzoek wordt afgewezen indien:



het kind van 12 jaar of ouder hiermee ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeftingestemd;


het verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen; of


het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.





Overwegingen rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Volgens de moeder en de stiefvader brengt de wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met zich mee dat duidelijk is dat [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3], de moeder en de stiefvader samen één gezin vormen. De juridisch vader heeft geen verweer gevoerd. Nu de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag heeft toegewezen en niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam toewijzen.



De beslissing met betrekking tot de geslachtsnaamswijziging verzet zich tegen het bij voorraad uitvoerbaar verklaren, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.




Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.




BeslissingDe rechtbank:


wijzigt het gezag over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1], [land 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2], [land 1];
in die zin dat de moeder en de stiefvader worden belast met het gezamenlijk gezag over de kinderen;


verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



wijzigt de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] per heden in “[geslachtsnaam]”;



bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;



wijst af het meer of anders verzochte.










Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 juli 2026.