Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21984

2026-06-12 Civiel recht C/09/703370/ KG ZA 26-390
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-12
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/09/703370/ KG ZA 26-390
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Executiegeschil dwangsommen. Huurgeschil. Toewijzing vordering.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (28.342 tekens)
Rechtbank den haag


Team handel - voorzieningenrechter



zaak- / rolnummer: C/09/703370 KG ZA 26-390




Vonnis in kort geding van 12 juni 2026




in de zaak van




Stichting Vidomes te Delft,
eiseres,
advocaat mr. E. de Ruiter,



tegen:





1 [gedaagde 1] te [woonplaats] ,


2. [gedaagde 2] te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat mr. S.J.M. Jaasma.



Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Vidomes’ en ‘ [gedaagden] c.s.’.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 mei 2026 met producties 1 tot en met 21;
- de nader door Vidomes overgelegde productie 22;
- de door [gedaagden] c.s. overgelegde producties 1 tot en met 5;
- de op 3 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [gedaagden] c.s. spreekaantekeningen zijn overgelegd.




1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.






2De feiten


Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.



2.1.

[gedaagden] c.s. huren van Vidomes een standplaats met woonwagen aan de [adres] (hierna: de woonwagen).



2.2.
Nijbod Projecten B.V. (hierna: Nijbod) beheert voor Vidomes de woonwagen.



2.3.
In 2023 heeft [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ) in opdracht van Vidomes de woonwagen getaxeerd en daarbij achterstallig en/of toekomstig onderhoud in kaart gebracht. Op 27 september 2023 heeft [bedrijf 1] een taxatierapport opgesteld. Daarin staat, voor zover hier van belang, het volgende:




























2.4.
Tussen partijen is een geschil ontstaan over vermeende gebreken aan de woonwagen als gevolg van achterstallig onderhoud en de vraag of [gedaagden] c.s. recht hadden op huurprijsvermindering als gevolg daarvan. Dat heeft geleid tot een procedure bij de kantonrechter van deze rechtbank. Vidomes heeft in die procedure in conventie gevorderd voor recht te verklaren dat [gedaagden] c.s. de volledige huurprijs dienen te betalen. In reconventie hebben [gedaagden] c.s. gevorderd om Vidomes te veroordelen het achterstallig onderhoud (zoals door [bedrijf 1] in kaart gebracht) te herstellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom.



2.5.
Bij vonnis van 7 januari 2025 heeft de kantonrechter van deze rechtbank (hierna: het vonnis van 7 januari 2025) in conventie de vordering van Vidomes afgewezen en in reconventie Vidomes veroordeeld tot – onder meer – het nastellen van de woonwagen inclusief kozijnen, herstelwerk aan de badkamer en het plaatsen van extra radiatoren binnen twee maanden na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 25.000. Daartoe heeft de kantonrechter het volgende overwogen:


“4.14. De kantonrechter is van oordeel dat de oorzaak van de schimmelvorming Vidomes verweten kan worden. Vast staat dat Vidomes opdracht heeft gegeven om het plafond in de badkamer over te timmeren en de voegranden in de badkamer over te kitten. Zoals Vidomes ook zelf naar voren heeft gebracht heeft zij bovendien een airconditioning in het gehuurde laten plaatsen voor de klimaatregeling en nieuwe matrassen voor gedaagden gekocht vanwege de schimmel in het gehuurde. Daaruit blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van een structureel en langdurig gebrek, dat door de verhuurder tot op heden niet adequaat is verholpen. Vidomes heeft immers nagelaten om de oorzaak van de schimmelvorming, het gebrekkige binnenklimaat in het gehuurde, te herstellen. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter met de Huurcommissie van oordeel dat de schimmelvorming in het gehuurde een gebrek oplevert in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW en dat dit gebrek dusdanig is dat gedaagden in hun huurgenot zijn aangetast en dat aan hen een recht op huurprijsvermindering toekomt.




Herstel van gebreken




4.15.
Nu sprake is van een gebrek, is Vidomes verplicht om maatregelen te nemen ter zake van de door gedaagde gestelde gebreken. Gedaagden hebben in reconventie gevorderd om Vidomes te verplichten om het achterstallig onderhoud zoals dit door [bedrijf 1] is geconstateerd en verwoord, zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen twee maanden na vonnis te herstellen, op straffe van een dwangsom. De kantonrechter zal - gelet op hetgeen hiervoor vanaf rechtsoverweging 4.8, onder `Gebreken?’ is overwogen, en gegeven in het bijzonder de bevindingen van de Huurcommissie, [bedrijf 1] en de huisarts van gedaagden en hun kinderen, zoals hiervoor onder 2.7.-2.9, aangehaald - deze vordering deels toewijzen.



4.16.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Vidomes zal worden veroordeeld tot het nastellen van de woonwagen inclusief kozijnen, herstelwerk aan de badkamer en het plaatsen van extra radiatoren met dien verstande dat de termijn waarbinnen die gebreken zullen moeten zijn hersteld op twee maanden na betekening van het vonnis zal worden gesteld. De kantonrechter zal de daaraan verbonden dwangsom eveneens toewijzen, als hierna te vermelden.”



2.6.

[bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) heeft op 28 januari 2025 aan Vidomes een offerte uitgebracht voor de volgende werkzaamheden:


“Nastellen woonwagen

Controle waterpas


Deels verwijderen en herplaatsen onderafzetting ten behoeve van toegang woonwagen


Toepassen extra vulhout


Stellen kozijnen”





2.7.
Op 10 april 2025 is het vonnis van 7 januari 2025 aan Vidomes betekend.



2.8.
Op 18 april 2025 heeft [bedrijf 3] B.V. (hierna: [bedrijf 3] ) in opdracht van Vidomes werkzaamheden verricht in de badkamer van de woonwagen. Op 13 mei 2025 heeft [bedrijf 3] daarvoor een factuur gestuurd aan Vidomes van € 590. In de factuur zijn de uitgevoerde werkzaamheden als volgt omschreven:


“Omschrijving
Kitnaden vervangen van het bad en in de gehele douch
badkamer volledig opnieuw afkitten
Voegen reinigen en schimmel verwijderen”




2.9.
Op 19 mei 2025 heeft [bedrijf 2] aan Vidomes een factuur van € 3.005 gestuurd voor door haar in maart 2025 uitgevoerde werkzaamheden aan de woonwagen. Daarbij is verwezen naar (onder meer) de offerte van 28 januari 2025.



2.10.
Op 16 juni 2025 hebben [gedaagden] c.s. aan hun advocaat onder meer het volgende gemaild:



“De voordeur is nog steeds kapot en de ramen zijn niet meer te stellen waarbij er dus nog steeds tocht doorheen komt (…) En daarbuiten is onze badkamer ook niet opgelost er is een halve kitrand vervangen, wat echt veel te dik is toegepast maar hier klagen wij verder ook niet over, en daar is alles mee gezegd. Ze zijn letterlijk op de helft van de wand gestopt met kitten. Ook zitten de beschimmelde en gescheurde voegen er nog steeds en is daar helemaal niks mee gedaan dus dat klopt ook niet. [naam] is samen met iemand van vidomes geweest waar wij dit aan hebben laten zien en dit zou opgelost worden. Tot op heden is dit niet [gebeurd]. Ik zal een video mee sturen van de staat van onze badkamer.


(…)


Wij gaan er van uit dat de dwangsom gewoon loopt en de werkzaamheden snel worden opgelost want dit kan echt niet bij ons neergelegd worden.”





2.11.
Bij e-mailbericht van 16 juni 2025 heeft de advocaat van [gedaagden] c.s. aan de advocaat van Vidomes geschreven dat [gedaagden] c.s. aanspraak maken op de dwangsom vanaf 10 juni 2025, omdat vooralsnog niet aan het vonnis is voldaan.



2.12.
Op 17 april 2025 heeft Vidomes, na een warmteberekening, voorgesteld om in plaats van extra radiatoren te plaatsen, een radiator te vervangen. Op 1 mei 2025 lieten [gedaagden] c.s. weten dat er dan twee radiatoren zouden moeten worden vervangen. Daartoe gaf Vidomes opdracht aan [bedrijf 3] . [bedrijf 3] heeft in de periode tot 12 juni 2025 een paar keer geprobeerd om daarvoor een afspraak te maken met [gedaagden] c.s. Uiteindelijk zijn op 23 juni 2025 in de woonwagen twee radiatoren vervangen.



2.13.
Bij e-mailbericht van 23 juni 2025 hebben [gedaagden] c.s. aan Nijbod en Vidomes het volgende gemaild:



“Bij deze willen wij laten weten dat de radiatoren zijn vervangen. Aangezien er nu wel normale afspraken zijn gemaakt en nagekomen vanuit de aannemer. Dit werd in onze schoenen geschoven wat helemaal niet aan ons heeft gelegen dit hebben wij uitgebreid via de advocaat aangegeven.





Graag willen wij wel dat de rest vanuit het vonnis spoedig opgelost word.





Voordeur en ramen zijn niet gesteld aangezien deze niet meer te stellen zijn volgens [bedrijf 2] , de voordeur en lange raam zijn kapot waardoor er dus nog steeds toch doorheen komt.





Ook is de badkamer alles behalve opgelost. Er is 1 halve kitrand geplaatst. Letterlijk tot de helft van de wand. 1 kant van de badkamer wel en de andere kant niet. Aan het voegwerk is helemaal niks gedaan ondanks dat er vanuit jullie gezegd word van wel. De erg beschimmelde en gescheurde voegen zitten er nog steeds. Dit is nu meerdere keren door gegeven maar nog niks mee gedaan. Dus doen wij het via deze weg nog een keer. Hier willen wij ook wel foto's van sturen mocht dit nodig zijn.


(…)


Het vonnis is gewoon absoluut nog niet voldaan ondanks wij hadden gehoopt dat bijna 6 maanden na uitspraak de werkzaamheden wel opgelost waren. Graag horen wij van jullie wanneer de rest van de werkzaamheden plaats kunnen vinden.”





2.14.
Op dezelfde dag heeft Nijbod aan [bedrijf 1] een toelichting gevraagd op enkele punten uit het taxatierapport van september 2023:



“Voor de kosten voor het "herstelwerk badkamer" neem je een bedrag op van € 500,-.





Weet je nog wat je voor ogen had toen je dit opnam in het rapport. Hier is namelijk discussie over met de huurder.


Dan gaat het om:


gaat het om het kitwerk in de gehele badkamer, tevens langs plafond en vloer? Of alleen vervangen van het kitwerk langs het bad, wat slecht was? het vervangen van het kitwerk waar nieuw over oud was aangebracht? Ook ter plaatse van het bad? Of meer dan dat?


"voegwerk deels gescheurd en/of laat los". Waar was dit? ls het de bedoeling om al het voegwerk, met name langs het bad, uit te krabben en opnieuw aan te brengen? En reinigen van het voegwerk omdat deze deels zwart zijn van viezigheid of schimmel? Welke werkzaamheden had je hier voor ogen? En op welke schaal? Waren überhaupt werkzaamheden nodig aan deze voegen?”





2.15.
Op 24 juni 2025 heeft [bedrijf 1] daar als volgt op gereageerd:



“In reactie op je onderstaande mail d.d. 23 juni 2025 mbt [adres] van wat ik mij nog kan herinneren tijdens opname en aan de hand van de door mij gemaakte foto's, het volgende ter info:


1: Opm. 1) Voegwerk deels gescheurd en/of laat los.


[Antwoord]:


Dit heeft betrekking op het voegwerk van de vloerbetegeling, de waargenomen schade in 2023 is/was minimaal, enige plekjes geconstateerd in het voegwerk, zie ook fotonrs. IMG 4518 en IMG 4525.


2: Opm. 2+3) Enige schimmelvorming op kitwerk tpv ligbad en nieuwe kitnaad aangebracht over de oude kitnaad.


[Antwoord]:


Ook hier betreft het alleen tpv het ligbad, dit betekent oude en nieuwe kitnaad geheel verwijderen tpv ligbad en deze opnieuw aanbrengen tpv ligbad/wand. Zie ook fotonrs. IMG 4519 en IMG 4525.





De kosten die gemoeid zijn met bovenstaande werkzaamheden die begroot zijn op € 500,00 mbt het vervangen van het kitwerk tpv ligbad en de enige beschadigingen voegwerk vloerbetegeling te herstellen zijn ramingen van ondergetekende.


Ter info: Het is technisch gezien niet noodzakelijk om (al) het voegwerk van de vloerbetegeling te vervangen. Het voegwerk mbt de wandbetegeling is in orde.





De bovengenoemde werkzaamheden/kosten hebben dus alleen betrekking op het hiervoor vermelde.”





2.16.

Bij e-mailbericht van 7 juli 2025 heeft [bedrijf 2] aan Nijbod het volgende geschreven:

“We hebben de woonwagen 21 maart waterpas opgesteld en zijn kozijnen gesteld. Tijdens het bezoek heeft de huurder tocht langs kozijnen gemeld, echter kan tocht niet worden verholpen door stelwerk van kozijnen of woonwagen.”





2.17.
De (waarnemend) advocaat van Vidomes heeft in een e-mailbericht van 11 juli 2025 aan de advocaat van [gedaagden] c.s. medegedeeld dat in de visie van Vidomes met de uitgevoerde werkzaamheden volledig was voldaan aan het vonnis van 7 januari 2025. [gedaagden] c.s. waren het daar niet mee eens.



2.18.
Op 28 oktober 2025 hebben [gedaagden] c.s. aan Nijbod en Vidomes het volgende gemaild:



“Via deze weg wil ik nogmaals laten weten dat de werkzaamheden zeker nog niet opgelost zijn.


Er is een aannemer langs geweest met nijbod waarbij is geconstateerd dat de kozijnen helemaal niet meer goed zijn, sommige zelfs met kapotte [mechanisme] en deze niet gesteld kunnen zijn.


Wij zien de schimmel overal alweer tevoorschijn komen. Ook komt de schimmel uit de kozijnen zelf.


Ook de badkamer is een drama met een halve kitrand en gescheurde, kapotte voegen waarbij er nu allemaal vocht in m'n dochters hun slaapkamer loopt.


Ook hebben wij last van allemaal vocht insecten en riool vliegen zoals te zien is op bijgestuurd foto zit dit dagelijks op ons plafond.”





2.19.
In november 2025 is lekkage geconstateerd aan het dak van de woonwagen en op meerdere plekken in de badkamer, met als gevolg vochtdoorslag in de kinderkamer.



2.20.
In december 2025 is de badkamer volledig vernieuwd.



2.21.
Bij exploot van 20 januari 2026 hebben [gedaagden] c.s. aan Vidomes bevel gedaan om binnen twee dagen een bedrag van € 21.900 aan verbeurde dwangsommen te voldoen, bij gebreke waarvan executoriale maatregelen zullen worden genomen. In het exploot staat hierover:


“dat gerequireerde zich volgens requirant in de periode tussen 10 juni 2025 en 21 januari 2026 niet aan de veroordeling heeft gehouden, althans er hebben overtredingen plaatsgevonden, aldus heeft gerequireerde in 219 dwangsom(men) van in totaal € 21.900,- verbeurd, zodat ik uit kracht van de ten deze genoemde executoriale titel, aan gerequireerde voornoemd:



krachtens uitspraak van 7 januari 2025:



Punt nastellen woonwagen: gerequireerde heeft de kozijnen nog niet hersteld. De badkamer is pas hersteld in december 2025 en de radiotoren in november 2025.”




2.22.
Vidomes heeft geen gevolg gegeven aan het exploot. Op 30 maart 2026 heeft de advocaat van [gedaagden] c.s. medegedeeld dat de deurwaarder de inning van de dwangsommen zal voortzetten.



2.23.
In maart en april 2026 heeft Alhra Kozijn Herstel (hierna: Alhra) in opdracht van Vidomes alle rubbers van de kozijnen vervangen en de ramen en deuren (af)gesteld.



2.24.
Bij e-mailbericht van 1 mei 2026 hebben [gedaagden] c.s. het volgende aan Vidomes medegedeeld:



“23 april 2026 zijn eindelijk alle kozijnen gesteld en daarmee zijn de werkzaamheden vanuit de uitspraak nu verricht. Wij zijn dus bereid om vanaf nu weer de volledige huur te betalen.”








3Het geschil


3.1.
Vidomes vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:



Primair

1. [gedaagden] c.s. te verbieden executiemaatregelen te treffen ten aanzien van de dwangsom die is opgelegd in het vonnis van 7 januari 2025, op straffe van een dwangsom van € 50.000 per overtreding;

Subsidiair

2. de executie van het vonnis van 7 januari 2025 ten aanzien van de dwangsom te schorsen totdat in een bodemprocedure is beslist of Vidomes dwangsommen heeft verbeurd na 19 juni 2025;

Zowel primair als subsidiair

3. [gedaagden] c.s. te veroordelen in de proceskosten.




3.2.
Daartoe voert Vidomes – samengevat – het volgende aan. Vidomes heeft voldaan aan de veroordeling in het vonnis van 7 januari 2025. Zij heeft dan ook geen dwangsommen verbeurd. [gedaagden] c.s. stellen ten onrechte dat dat wel het geval is en zij hebben ook executiemaatregelen aangekondigd. Vidomes heeft er belang bij dat [gedaagden] c.s. wordt verboden om het vonnis te executeren dan wel dat de executie van het vonnis van 7 januari 2025 wordt geschorst totdat een beslissing in een bodemprocedure is genomen.



3.3.

[gedaagden] c.s. voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.






4De beoordeling van het geschil


4.1.
Het spoedeisend belang van Vidomes bij haar vorderingen wordt niet betwist en is overigens ook voldoende aannemelijk.



4.2.
In deze zaak draait het kort gezegd om de vraag of Vidomes dwangsommen heeft verbeurd. Daarbij gaat de voorzieningenrechter uit van de veroordeling in het vonnis en toetst of dat wat Vidomes ter uitvoering daarvan heeft gedaan, voldoet aan de inhoud van de veroordeling en de bedoeling daarvan.



4.3.
Vidomes moest binnen twee maanden na betekening van het vonnis van 7 januari 2025 de woonwagen inclusief kozijnen nastellen, herstelwerk aan de badkamer uitvoeren en extra radiatoren plaatsen. Het vonnis is op 10 april 2025 aan Vidomes betekend, zodat Vidomes tot 10 juni 2025 de tijd had om aan het vonnis te voldoen. Als zij dat heeft gedaan, zijn er geen dwangsommen verbeurd.


4.4.
De radiatoren zijn weliswaar pas op 23 juni 2025 geplaatst, maar uit de stukken kan worden afgeleid dat de vertraging hierin niet zonder meer te wijten is aan Vidomes. Het is voldoende aannemelijk dat Vidomes op dat punt aan de veroordeling heeft voldaan en dat hiervoor geen dwangsommen zijn verbeurd. Het gaat [gedaagden] c.s. ook met name om (i) het tijdig stellen van de kozijnen en (ii) het herstelwerk in de badkamer. De voorzieningenrechter zal hierna beide punten bespreken.



(i) nastellen kozijnen





4.5.
Tussen partijen is in geschil of [bedrijf 2] in maart 2025 ook de kozijnen heeft gesteld. [gedaagden] c.s. betwisten dat en voeren aan dat alleen de woonwagen waterpas is gesteld. Volgens [gedaagden] c.s. heeft [bedrijf 2] niets aan de kozijnen gedaan en verklaard dat ‘het geen zin had om de kozijnen te doen’. Vidomes bestrijdt dat onder verwijzing naar de factuur die [bedrijf 2] stuurde.



4.6.

[bedrijf 2] heeft aan Vidomes gefactureerd voor diverse werkzaamheden waaronder het stellen van de kozijnen. [gedaagden] c.s. hebben tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat die factuur onjuist is en ook niet door Vidomes is betaald. Zij lieten daarbij een geluidsopname horen van een telefoongesprek met de beheerder. Uit dat geluidsfragment, dat overigens niet is ingediend, kan niet worden afgeleid dat Vidomes erkent dat de factuur van [bedrijf 2] niet klopt. Wel kwam daaruit naar voren dat [gedaagden] c.s. meenden dat de kozijnen niet gesteld waren en de factuur dus onjuist was, en dat Nijbod en/of Vidomes daar navraag naar zouden doen. [bedrijf 2] heeft in juli 2025 per e-mail aan Nijbod bevestigd dat zij op 21 maart 2025 de kozijnen heeft gesteld. Daarbij heeft [bedrijf 2] opgemerkt dat de tocht die [gedaagden] c.s. langs de kozijnen ervaren niet kan worden opgelost door stelwerk. Nijbod heeft verder ter zitting verklaard dat in aanloop naar de zitting nog navraag is gedaan bij [bedrijf 2] , die nogmaals zou hebben bevestigd dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat [bedrijf 2] naast de wagen ook de kozijnen heeft gesteld, voor zover dat toen mogelijk was.



4.7.
Voor zover [gedaagden] c.s. aanvoeren dat uit het feit dat Alhra in het voorjaar van 2026 de kozijnen heeft gesteld blijkt dat de kozijnen niet eerder zijn gesteld, gaat de voorzieningenrechter hieraan voorbij. Dat Alhra onlangs de kozijnen stelde, en overigens ook de rubbers van alle kozijnen verving, betekent niet dat [bedrijf 2] destijds de kozijnen niet heeft (na)gesteld toen de wagen waterpas was gezet overeenkomstig de veroordeling. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk dat Vidomes voor wat betreft het nastellen van de woonwagen inclusief kozijnen tijdig aan de veroordeling in het vonnis van 7 januari 2025 voldaan en zij daarvoor geen dwangsommen heeft verbeurd.



(ii) herstelwerk badkamer




4.8.
In het vonnis van 7 januari 2025 is niet uitgewerkt wat het ‘herstelwerk badkamer’ precies inhoudt, maar duidelijk is wel dat het de bedoeling was dat het herstelwerk zoals beschreven in het rapport van [bedrijf 1] zou worden uitgevoerd. Dat is ook niet in geschil. In het rapport van [bedrijf 1] is ten aanzien van de badkamer opgemerkt dat het voegwerk deels gescheurd is, enige schimmelvorming op het kitwerk ter plaatse van het ligbad aanwezig is en dat een nieuwe kitnaad over de oude is aangebracht. Het herstelwerk van de badkamer heeft [bedrijf 1] destijds begroot op € 500, maar in het rapport is niet uitgewerkt welke werkzaamheden noodzakelijk zijn. Vidomes heeft daarom in juni 2023 aan [bedrijf 1] gevraagd toe te lichten welke werkzaamheden [bedrijf 1] voor ogen had. Daarop heeft [bedrijf 1] gereageerd dat er enige plekjes waren geconstateerd in het voegwerk van de vloerbetegeling, maar dat de schade minimaal was. Volgens [bedrijf 1] was het niet noodzakelijk om het voegwerk te vervangen. Ook werd opgemerkt dat het voegwerk van de wandbetegeling in orde was. Ten aanzien van de schimmelvorming bij het ligbad heeft [bedrijf 1] verklaard dat met herstelwerk werd bedoeld het verwijderen en opnieuw aanbrengen van de kitnaad ter plaatse van het bad.



4.9.
Vidomes heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het door [bedrijf 1] beschreven herstelwerk aan de badkamer tijdig heeft laten uitvoeren, zodat zij aan het vonnis heeft voldaan. Dat de kitnaad rond het bad is vervangen is niet in geschil. Voor zover [gedaagden] c.s. menen dat er verder of meer gekit had moeten worden, geldt dat de veroordeling daarop niet zag. Dat geldt ook voor openstaande of kapotte voegen in de wandbetegeling, waardoor volgens [gedaagden] c.s. lekkage in de kamer ernaast ontstond; werkzaamheden aan de wandbetegeling vielen gelet op de omschrijving in het rapport van [bedrijf 1] waarop de veroordeling is gebaseerd en op de nadere toelichting van [bedrijf 1] daarop, wat daar verder ook van zij, niet onder de veroordeling waarop een dwangsom werd gesteld.



4.10.
Naar aanleiding van de discussie tussen partijen over de vraag of en in hoeverre de gefactureerde (overige) werkzaamheden volledig zijn uitgevoerd, merkt de voorzieningenrechter nog op dat niet aannemelijk is geworden dat de op de factuur van [bedrijf 3] vermelde werkzaamheden aan de voegen, voor zover voor de uitvoering van de veroordeling relevant, niet zijn verricht. [gedaagden] c.s. hebben geen foto’s of video’s overgelegd die als onderbouwing zouden kunnen dienen voor hun stelling dat aan de voegen van de vloerbetegeling niets is gedaan. Gelet op de in 4.8 weergegeven toelichting van [bedrijf 1] dienden alleen kleine plekjes in de voegen van de vloer te worden hersteld en moest de kitnaad bij het bad worden vervangen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk dat met de werkzaamheden van [bedrijf 3] het herstelwerk van de badkamer is afgehandeld. Daar mocht Vidomes ook van uitgaan.



conclusie en proceskosten





4.11.
De conclusie is dat [gedaagden] c.s. ten onrechte aanspraak maken op dwangsommen en geen grond bestaat voor executie. De voorzieningenrechter zal [gedaagden] c.s. daarom verbieden om op grond van het vonnis van 7 januari 2025 dwangsommen te innen. De primaire vordering van Vidomes wordt toegewezen.



4.12.
Vidomes vordert aan het verbod van [gedaagden] c.s. een dwangsom te verbinden. Daarvoor ziet de voorzieningenrechter niet voldoende aanleiding. Er is geen aanleiding om te vrezen dat [gedaagden] c.s. zich niet aan het verbod zullen houden.



4.13.

[gedaagden] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vidomes worden begroot op:
- dagvaarding € 154,10
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten € 189,00 (plus verhoging bij betekening)
Totaal € 2.255,10



4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






5De beslissing


De voorzieningenrechter:



5.1.
verbiedt [gedaagden] c.s. om executiemaatregelen te treffen ten aanzien van de dwangsom die is opgelegd in het vonnis van 7 januari 2025;



5.2.
veroordeelt [gedaagden] c.s. in de proceskosten van € 2.255,10, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagden] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [gedaagden] c.s. € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;



5.3.
veroordeelt [gedaagden] c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;



5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.



yd