Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21949

2026-08-06 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.54634
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-06
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.54634
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asielaanvraag – problemen met mensenhandelaar ongeloofwaardig geacht – belangen kind bij terugkeerbesluit – beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.885 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.54634


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

mede namens haar minderjarige kinderen:


[minderjarige 1] en [minderjarige 2]

(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),



en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).




Procesverloop


Bij besluit van 5 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.



Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.





Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag 1] 1998 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. De kinderen van eiseres zijn geboren op respectievelijk [geboortedag 2] 2022 en [geboortedag 3] 2024.

2. Eiseres heeft op 17 juli 2019 voor het eerst een asielaanvraag ingediend in Nederland. Deze aanvraag is bij besluit van 15 oktober 2019 niet in behandeling genomen, omdat Italië daarvoor verantwoordelijk was. Het daartegen ingestelde beroep is door de rechtbank op 13 november 2019 ongegrond verklaard.

3. Op 20 juli 2023 heeft eiseres de huidige asielaanvraag ingediend. Aan de asielaanvraag heeft eiseres ten grondslag gelegd dat zij problemen heeft
met een mensenhandelaar genaamd [naam 1] . Eiseres heeft een geldschuld bij [naam 1] en ze moest in de prostitutie werken om deze schuld af te lossen. Eiseres vreest te worden gedood door [naam 1] , omdat eiseres de schuld niet heeft afgelost. Eiseres is meermaals bedreigd via de telefoon en Facebook. In Nigeria heeft [naam 1] een groot netwerk, waardoor eiseres niet kan terugkeren.

4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen
als ongegrond. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Dat eiseres problemen heeft met de mensenhandelaar heeft verweerder niet geloofwaardig geacht. Volgens verweerder heeft eiseres hierover namelijk tegenstrijdig verklaard en daarnaast komt haar handelen niet overeen met haar verklaringen.

5. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte de problemen met de mensenhandelaar ongeloofwaardig heeft geacht en geconcludeerd heeft dat eiseres geen slachtoffer is van mensenhandel. Verweerder heeft de verklaringen van eiseres over de naam van de mensenhandelaar en de plaats waar de mensensmokkelaar vandaan komt ten onrechte aangemerkt als tegenstrijdig. Daarbij komt dat dit slechts details zijn in het relaas van eiseres. Ook heeft eiseres niet tegenstrijdig verklaard over haar Facebookaccounts. Verweerder verwijst daarnaast meermaals naar de verklaringen van eiseres die zij heeft afgelegd tijdens het aanmeldgehoor Dublin. Tijdens dit gehoor werd echter aan eiseres meegedeeld dat zij kort en bondig moest zijn en dat zij later alles kon vertellen. Verder wist eiseres niet wat haar positie was in Italië en zij heeft om die reden daar geen aangifte gedaan tegen de mensenhandelaar. Eiseres wist niet hoe dat moest en ze was bang om teruggestuurd te worden naar Nigeria. Eiseres heeft zich wel tot een organisatie gewend die hulp biedt aan prostituees en deze organisatie heeft het relaas van eiseres doorgegeven aan de Italiaanse immigratiedienst. Eiseres heeft een openstaande schuld bij de mensenhandelaar en zij loopt hierdoor bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico op ernstige schade. Eiseres verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2025. Bij het uitvaardigen van het terugkeerbesluit is voorts onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de kinderen van eiseres. Een van de kinderen van eiseres heeft ontwikkelingsproblemen. Ter onderbouwing van zijn situatie heeft eiseres een ontwikkelingsbeschrijving van een orthopedagoog en een brief van een kinderarts overgelegd. Het terugkeerbesluit is dan ook niet in overeenstemming met artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn.

6. In haar beroepsgronden heeft eiseres verder aangevoerd dat verweerder de
verkrachtingen en het misbruik door haar stiefvader ten onrechte niet heeft beoordeeld als asielmotief. Ter zitting heeft eiseres deze beroepsgrond laten vallen.


De rechtbank oordeelt als volgt.


7. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de naam van de mensenhandelaar. Verweerder heeft overwogen dat eiseres in het aanmeldgehoor in de Dublinprocedure de naam [naam 2] / [naam 3] heeft genoemd en dat dit niet overeenkomt met de naam die eiseres in de huidige procedure heeft genoemd, namelijk [naam 1] . De rechtbank volgt echter de verklaring van eiseres, namelijk dat dit verschil ( [naam 3] en [naam 1] ) verklaard kan worden door het fonetisch opschrijven van de naam tijdens het Dublingehoor. Verweerder heeft dit verschil in naam dan ook ten onrechte tegengeworpen aan eiseres.

8. Het voorgaande maakt echter niet dat verweerder ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat eiseres problemen heeft met de mensenhandelaar. Verweerder heeft namelijk terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over waar [naam 1] vandaan komt. Eiseres heeft namelijk tijdens het nader gehoor verklaard dat zij uit Edo State komt en tijdens het aanmeldgehoor Dublin dat zij uit Delta State komt. De verklaring die eiseres hiervoor in beroep heeft gegeven, namelijk dat zij niet wist uit welke plaats [naam 1] kwam en dat zij ervan uitging dat zij uit Edo State kwam, doet niet af aan deze tegenstrijdigheid. De rechtbank ziet hierbij geen grond voor het oordeel dat verweerder de verklaringen uit het aanmeldgehoor Dublin niet mocht betrekken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van een asielrelaas. Voor zover eiseres stelt dat zij bondig moest verklaren tijdens het aanmeldgehoor Dublin, is van belang dat zij de mogelijkheid heeft gehad om correcties en aanvullingen in te dienen. Verder doet de uitleg die eiseres in beroep heeft gegeven over haar verschillende Facebookaccounts niet af aan de tegenwerping dat zij niet heeft onderbouwd dat zij via Facebook is bedreigd. Daarnaast heeft verweerder terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij geen aangifte in Italië heeft gedaan tegen [naam 1] na haar ontsnapping. Eiseres heeft namelijk de kans gehad om aangifte te doen, maar heeft dit niet gedaan. Die kans heeft eiseres bovendien ook in Nederland gehad, maar ook hier heeft eiseres geen aangifte gedaan. In 2021 is eiseres vrijwillig en voortijdig teruggekeerd naar Italië, naar eigen zeggen omdat zij haar vrienden in Italië miste. Dat eiseres de vrijwillige terugkeer naar Italië verkoos boven het doen van aangifte in Nederland, heeft verweerder aan haar kunnen tegenwerpen. Gelet op al deze omstandigheden tezamen bezien, heeft verweerder terecht ongeloofwaardig geacht dat eiseres problemen heeft met de mensenhandelaar.

9. Dat eiseres, los de ongeloofwaardig geachte problemen, slachtoffer is van mensenhandel heeft verweerder eveneens terecht ongeloofwaardig geacht. De enkele stelling van eiseres dat een minderjarige niet zonder betaling aan een mensensmokkelaar haar land van herkomst kan verlaten, is onvoldoende om aannemelijk te maken dat eiseres slachtoffer is van mensenhandel. Van belang is verder dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de periode van de verplichte prostitutie en het moment dat eiseres is weggelopen. Daarnaast heeft verweerder terecht overwogen dat niet te volgen is dat eiseres stelt te vrezen voor haar leven in Italië, maar ook in Italië heeft verbleven nadat zij was weggelopen zonder aangifte te doen tegen de mensenhandelaar en in 2021 vrijwillig weer is teruggekeerd naar Italië. Nu terecht ongeloofwaardig is geacht dat eiseres slachtoffer is van mensenhandel, slaagt het beroep op de uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2025 niet. Deze uitspraak ziet immers op de situatie waarin geloofwaardig is dat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel en de risico’s die de vreemdeling in verband hiermee bij terugkeer loopt.

10. Tot slot wordt eiseres niet gevolgd in haar betoog dat het terugkeerbesluit is genomen in strijd met artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn. Ten aanzien van de minderjarige kinderen van eiseres geldt allereerst dat voorop staat dat hun belang is om bij hun moeder, eiseres, te verblijven. Daarnaast blijkt uit de door eiseres overgelegde stukken niet dat haar oudste zoon momenteel onder behandeling staat. Ter zitting is toegelicht dat er op 28 juli 2026 een adviesgesprek is ingepland en dat er een voorlopig behandelplan is, dat ziet op psycho-educatie en ontwikkelingsstimulering. De situatie van de oudste zoon is zorgwekkend, zo volgt uit de overgelegde stukken, maar het is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk wat de nog te starten behandeling zal inhouden en daarmee kan ook nog niet worden vastgesteld dat het terugkeerbesluit niet kan worden uitgevoerd. Er bestaat nu dan ook geen aanleiding om te oordelen dat het terugkeerbesluit in strijd is met artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn.

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht de aanvraag van eiseres heeft afgewezen en een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan op 6 augustus 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:






Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.



Uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam (zaaknummer NL19.24718).


Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


ECLI:NL:RVS:2025:1996.


Richtlijn 2008/115/EG.