Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21938

2026-08-05 Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht C/09/704955
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-05
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/704955
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Intellectueel eigendomsrecht. Aanvullend beschermingscertificaat. Apothekersvrijstelling ex artikel 54c aanhef en onder e Rijksoctrooiwet 1995. Reikwijdte beperkt. Magistrale bereiding beschermde stof in alternatieve toedieningsvorm (neusspray). Collegiaal doorleveren. Opname in G-Standaard. Beroep op exceptie verworpen. Geen onvervulde medische noodzaak aannemelijk gemaakt. Inbreuk aangenomen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (46.690 tekens)
RECHTBANK Den Haag


Team handel - voorzieningenrechter



Zaaknummer: C/09/704955 / KG ZA 26-494




Vonnis in kort geding van 5 augustus 2026




in de zaak van




NOVO NORDISK A/S te Bagsværd (Denemarken),
eiseres,
hierna te noemen: Novo Nordisk,
advocaat: mr. K.M.L. Bijvank,



tegen




CEBAN ZIEKENHUISFARMACIE B.V. te Breda,
gedaagde,
hierna te noemen: Ceban,
advocaat: mr. A.J.H.W.M. Versteeg.



De zaak is voor Novo Nordisk inhoudelijk behandeld door mr. Bijvank voornoemd en door mr. B.J. Mooij en voor Ceban door mr. Versteeg voornoemd.






1De procedure


1.1.
Het procesdossier bestaat uit:
- de dagvaarding van 18 mei 2026, met producties EP01 tot en met EP38;
- de conclusie van antwoord, met productie GP01;
- de akte houdende overlegging reactieve producties van Novo Nordisk, met producties EP39 tot en met EP 49;
- het proceskostenoverzicht en het aanvullend proceskostenoverzicht van Novo Nordisk;
- het proceskostenoverzicht en het aanvullend proceskostenoverzicht van Ceban;
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling ingediende pleitnota van Novo Nordisk;
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling ingediende pleitnota van Ceban;
- de op 29 juli 2026 ingediende akte bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van Ceban;
- de naar aanleiding van de pleitnota van Novo Nordisk ingediende schriftelijke reactie van Ceban.



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Een aantal vertegenwoordigers van Novo Nordisk hebben de zitting bijgewoond door middel van een digitale verbinding.



1.3.
Bij de aanvang van de zitting heeft de advocaat van Novo Nordisk de voorzieningenrechter verzocht om een proces-verbaal op te maken van de mondelinge behandeling, mede in verband met een door Novo Nordisk bij de Inspectie Gezondheid en Jeugd ingediend verzoek tot handhaving. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen, omdat dit in kort geding niet gebruikelijk is en op voorhand niet valt in te zien dat Novo Nordisk voldoende belang heeft bij het opmaken van een proces-verbaal. De regulatoire kwestie staat ook los van deze octrooi-inbreukprocedure.






2De feiten


Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.



2.1.
Novo Nordisk, dat haar hoofdkantoor heeft in Denemarken, is een geneesmiddelenproducent. Zij was houdster van het Europese octrooi EP 1 863 839 (hierna: EP 839) op een aanvrage daartoe van 20 maart 2006 op 4 oktober 2010 verleend voor ‘Acylated GLP-1 Compounds’. Dit betreft kort gezegd het stofoctrooi voor semaglutide. Dit octrooi is na het einde van de looptijd op 20 maart 2026 vervallen. Novo Nordisk is tevens houdster van het door Octrooicentrum Nederland op basis van EP 839 en de handelsvergunning EU/1/17/1251 verleende Aanvullend Beschermingscertificaat met nummer 300936 (hierna: ABC) voor het product semaglutide. Het ABC heeft rechtskracht tot en met 19 maart 2031.



2.2.
Novo Nordisk brengt in Nederland verschillende semaglutide-producten op de markt: Ozempic® voor de behandeling van diabetes type 2 en Wegovy® voor de behandeling van obesitas. Beide producten zijn verkrijgbaar als eenmaal per week toe te dienen subcutane injectie. Daarnaast bestaat nog het Novo Nordisk-product Rybelsus®. Dit product, dat is geïndiceerd voor de behandeling van diabetes type 2, is verkrijgbaar in tabletvorm.



2.3.
Ceban (afkorting voor: Centrale Bereidingsapotheek Nederland) is een vennootschap die een openbare apotheek exploiteert. De apotheek van Ceban is in staat om geneesmiddelen te bereiden en ter hand te stellen aan eigen patiënten. Zij is daarnaast ook in staat om geneesmiddelen te bereiden en door te leveren aan andere apothekers voor terhandstelling door die apothekers aan hun patiënten. Ceban vormt de centrale organisatie binnen een groep van acht ondernemingen in Nederland, België en Spanje, variërend van leveranciers van grondstoffen (zoals Metapharmaceutical en Magis Pharma) tot haar eigen apotheken (zoals Medsen Apotheken).



2.4.
In 2025 heeft Ceban zonder handelsvergunning en zonder toestemming van Novo Nordisk een semaglutide bevattende neusspray bereid. Ceban heeft deze neusspray onder de naam Semanova ter hand gesteld aan haar eigen patiënten. Daarnaast heeft zij deze bereiding geleverd aan andere apotheken voor terhandstelling aan patiënten van die apotheken.



2.5.
In november 2025 heeft Ceban de Semanova-neusspray als doorgeleverde bereiding laten opnemen in de G-standaard van Z-Index B.V (met Z-Indexnummer 17437865).



2.6.
Daarnaast is de Semanova-neusspray opgenomen (geweest) in het elektronisch huisartsenvoorschrijfsysteem (EVS) en in een assortimentslijst op (een afgeschermd deel van) de website van Ceban.


2.7.
Bij brief van 15 december 2025 heeft Novo Nordisk aan Ceban meegedeeld dat zij bezwaar heeft tegen haar voornemen om de Semanova-neusspray ongeregistreerd te bereiden en/of collegiaal door te leveren. Novo Nordisk heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat apotheekbereiding regulatoir niet is toegestaan, omdat er geregistreerde middelen met semaglutide in meerdere toedieningsvormen beschikbaar zijn. Novo Nordisk heeft er hierbij op gewezen dat de beschikbare toedieningsvormen – in tegenstelling tot de apotheekbereiding van Ceban – uitgebreid zijn getest en veilig bevonden. In deze brief heeft Novo Nordisk Ceban verzocht te bevestigen dat zij het bezwaar zal honoreren en dat zij de aankondiging in de G-Standaard (van Z-Index) zal terugtrekken.



2.8.
Bij brief van 22 december 2025 heeft de advocaat van Ceban aan Novo Nordisk meegedeeld dat Ceban niet aan het verzoek van Novo Nordisk zal voldoen. De advocaat heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat Ceban aan alle wettelijke voorschriften voor apotheekbereidingen voldoet. Daarnaast heeft de advocaat gesteld dat er geen wettelijk voorschrift is dat apotheekbereiding alleen toestaat indien voorschrijvers niet uitkomen met geregistreerde handelspreparaten. Volgens de advocaat geldt dit zowel voor apotheekbereidingen ten behoeve van eigen patiënten als voor doorgeleverde bereidingen waarbij wordt gehandeld met inachtneming van de Beleidsregel collegiaal doorleveren en ter hand stellen van apotheekbereidingen.



2.9.
Op 6 februari 2026 heeft Novo Nordisk bij de bij de Inspectie Gezondheid en Jeugd (hierna: IGJ) een verzoek tot handhaving ingediend. Aan dit verzoek heeft Novo Nordisk ten grondslag gelegd dat Ceban door haar activiteiten met betrekking tot de Semanova-neusspray de artikelen 18 lid 1, tweede volzin, 40 lid 1 en 2 en 66 lid 1 Geneesmiddelenwet jo. artikel 2 Besluit Geneesmiddelenwet overtreedt en zij heeft de IGJ verzocht om het handelen van Ceban te onderzoeken, te stoppen en om een bestuurlijke boete op te leggen aan Ceban.



2.10.
Bij brief van 2 april 2026 heeft de advocaat van Novo Nordisk – onder verwijzing naar de eerdere correspondentie over overtreding van de Geneesmiddelenwet – Ceban gesommeerd om iedere inbreuk op EP 839 althans het ABC alsmede ieder ander onrechtmatig handelen jegens haar te staken en gestaakt te houden. In deze brief heeft de advocaat van Novo Nordisk zich op het standpunt gesteld dat Ceban met het vervaardigen, aanbieden, op de markt brengen en het importeren en/of op voorraad houden van semaglutide voor deze doeleinden inbreuk maakt op EP 839 althans het ABC. Daarnaast heeft de advocaat van Novo Nordisk gesteld dat Novo Nordisk zorgen heeft over de veiligheid van de Semanova-neusspray en dat de marketing ervan mogelijk misleidende reclame zou kunnen zijn. Gesommeerd wordt opgave te doen van afnemers en toeleveranciers van de voorraad en om over te gaan tot diverse rectificaties en tot recall en vernietiging van inbreukmakende producten.



2.11.
Bij brief van 16 april 2026 heeft de advocaat van Ceban aan Novo Nordisk meegedeeld dat zij niet de intentie heeft inbreuk te maken op intellectuele eigendomsrechten van anderen en dat zij advies gaat inwinnen over de vraag of het gebruik van semaglutide in Nederland inbreuk maakt op EP 839 en het ABC. Ceban heeft hierbij toegezegd in afwachting van dat advies de levering van de apotheekbereiding te staken. De advocaat van Ceban heeft verder verklaard dat Ceban tot op dat moment 44 neussprays heeft geleverd.



2.12.
Op 17 april 2026 heeft een medewerker van Ceban in Porto (Portugal) tijdens een congres voor apothekers (t.w. het “2nd European Congress on Pharmaceutical Compoundin”) een presentatie gehouden met als titel “Semaglutide nasal spray: a Novel Compounded Formulation” waarin gesproken is over het idee om semaglutide als neusspray in een apotheek te bereiden (“Where did we get the idea from?”, zoals de kop luidt op de eerste slide van de presentatie).



2.13.
Op 30 april 2026 heeft de IGJ aan Novo Nordisk meegedeeld dat het onderzoek naar de vermeende overtreding (vgl. 2.9.) langere tijd in beslag zal nemen zodat niet binnen de wettelijke termijn van 8 weken kan worden beslist. Om die reden is de beslistermijn verlengd tot 6 maanden en wordt aangegeven dat Novo Nordisk de beslissing uiterlijk 2 oktober 2026 tegemoet kan zien.



2.14.
Per e-mail van 1 mei 2026 heeft de advocaat van Ceban onder meer het volgende meegedeeld:


Ceban zal de registratie van de Semanova-neusspray in de G-standaard op zo kort mogelijke termijn doorhalen;


Ceban heeft 44 individuele neussprays bereid en uitgeleverd voor een significant deel waarvan zij receptvoorschriften heeft;


Ceban heeft de semaglutide voor haar neussprays betrokken van een leverancier in China;


Ceban zal geen verder gebruik maken van haar voorraad semaglutide, anders dan op medisch voorschrift aan haar eigen patiënten.





2.15.
Ceban heeft de vermelding van de Semanova-neusspray in de G-standaard laten doorhalen, althans in de G-standaard staat de status van het product nu op: “uitverkoop; product per 01-12-2026 uit de handel”.






3Het geschil


3.1.
Novo Nordisk vordert bij vonnis zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, enigszins verkort weergegeven:

1. Ceban met onmiddellijke ingang te bevelen iedere inbreukmakende en anderszins onrechtmatige handeling te staken en gestaakt te houden, alsmede iedere verhandeling van semaglutide, althans de Semanova-neusspray te staken en gestaakt te houden, daaronder begrepen de verwijdering van de Semanova-neusspray uit de G-Standaard, de website en andere prijslijsten, alsook uit alle elektronische voorschrijfsystemen;

2. Ceban te bevelen om aan Novo Nordisk een schriftelijke, door alle relevante bescheiden gestaafde en door een onafhankelijke registeraccountant gecertificeerde opgave te verstrekken van:

 de volledige namen en adressen van alle binnen- en buitenlandse afnemers aan wie Ceban de inbreukmakende producten dan wel middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel daarvan heeft geleverd, onder vermelding van de verkoopprijs, de hoeveelheid van de producten dan wel middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel daarvan en de datum van levering;
 de volledige namen en adressen van alle binnen- en buitenlandse leveranciers die aan Ceban de inbreukmakende producten dan wel middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel daarvan hebben geleverd, in het bijzonder van de Chinese leverancier van het in de Semanova-neusspray gebruikte semaglutide, onder vermelding van de verkoopprijs, de hoeveelheid van de producten dan wel middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel daarvan en de datum van levering;
 het aantal van alle inbreukmakende producten dat door Ceban is vervaardigd, gedistribueerd en/of in voorraad is gehouden;
 de door Ceban als gevolg van de inbreukmakende handelingen genoten winst, gespecificeerd per verkocht en/of geleverd inbreukmakend product;


3. Ceban te bevelen alle inbreukmakende producten die zij heeft geleverd aan al haar afnemers die geen eindgebruikers zijn, terug te roepen;

4. Ceban te bevelen alle in haar bezit zijnde inbreukmakende producten te vernietigen en aan Novo Nordisk binnen twee weken na de vernietiging deugdelijk bewijs te verstrekken dat deze vernietiging volledig en tijdig heeft plaatsgevonden;

5. Ceban te bevelen aan ieder van de hiervoor bedoelde afnemers per aangetekende brief, in de taal van de desbetreffende afnemer en zonder enig briefhoofd of bijschrift, de volgende tekst te zenden en afschrift van deze brieven aan Novo Nordisk te verstrekken:


“We are obliged to inform you that the Semanova nasal spray products supplied by us constitute an infringement of European patent EP 1 863 839 B1 and SPC 300936 of Novo Nordisk A/S, and that these products may therefore no longer be offered, sold, delivered, used or kept in stock. We hereby request that you no longer use these products and return all copies and materials in your possession to us. We will then immediately reimburse you for the purchase price and all costs associated with the returning of such products. [name and signature of a legal representative of CEBAN]”;


6. Ceban te bevelen om gedurende één maand op haar (Engelstalige) websites https://www.cebancompounding.com/ en https://cebanpharma.com/en/ op de eerst zichtbare pagina (de homepage), in een tekstvak van ten minste 650 x 350 pixels, uitsluitend de navolgende tekst duidelijk leesbaar en zonder toevoegingen of weglatingen te plaatsen;


“We are obliged to inform you that the Semanova nasal spray products supplied by us constitute an infringement of European patent EP 1 863 839 B1 and SPC 300936 of Novo Nordisk A/S. We are therefore prohibited from offering, selling, using or supplying these products.”,



een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Ceban in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv, bij niet-tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente.




3.2.
Novo Nordisk legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.


3.2.1.
Door het aanbieden en verhandelen, importeren en op voorraad houden van semaglutide maakt Ceban inbreuk op het ABC van Novo Nordisk. Ceban komt geen beroep toe op de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling.



3.2.2.
Door de aanprijzing van en toelichting op de nasale toediening van semaglutide tijdens de presentatie in Porto en de mededeling dat deze bereiding in Nederland is toegestaan en waarschijnlijk ook in Spanje en Portugal, heeft Ceban derden aangezet tot octrooi-inbreuk, hetgeen is aan te merken als octrooi-inbreuk, dan wel is dit anderszins onrechtmatig jegens Novo Nordisk.



3.2.3.
Aangezien Ceban geen onthoudingsverklaring heeft ondertekend, zij de vermelding in de G-standaard niet geheel heeft doorgehaald en zij nog na de sommatie de apotheekbereiding heeft aangeprezen op een congres in Porto, heeft Novo Nordisk een spoedeisend belang bij toewijzing van het gevorderde stakingsgebod en de opgave van de leverancier(s) en professionele afnemers.




3.3.
Ceban voert verweer. Ceban concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Novo Nordisk, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Novo Nordisk, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Novo Nordisk in de kosten van deze procedure overeenkomstig artikel 1019h Rv.



3.4.
Ceban voert het volgende aan.


3.4.1.
De vorderingen van Novo Nordisk missen spoedeisend belang, omdat Ceban slechts 44 neussprays heeft geleverd en zij na de octrooirechtelijke sommatie de doorlevering van de Semanova-neusspray heeft gestaakt en geen neusspray meer op voorraad heeft. Daarnaast heeft zij de Semanova-neusspray voorafgaand aan de dagvaarding afgemeld uit de G-standaard en verwijderd uit de assortimentslijst op haar website.



3.4.2.
Ceban bereidt semaglutide bevattende neusspray voor patiënten met prikangst. Voor deze toedieningsvorm bestaat in Nederland geen alternatief product waarvoor een handelsvergunning is verleend. Ceban gebruikt semaglutide nu enkel voor de bereiding van een geneesmiddel op recept in haar apotheek voor terhandstelling aan een patiënt van haar apotheek. Dit valt zowel onder de regulatoire als de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling. Met deze handelingen maakt Ceban geen inbreuk op het ABC, zolang zij de bereiding en terhandstelling beperkt tot circa 50 unieke patiënten per maand.



3.4.3.
De uitingen van de medewerker van Ceban vallen onder de vrijheid van meningsuiting en kunnen geen inbreuk op een octrooirecht vormen en zijn ook niet anderszins onrechtmatig.



3.4.4.
Het verbod op de import van semaglutide moet worden afgewezen. Voor de toegelaten magistrale bereiding van de neusspray heeft Ceban semaglutide nodig. Een verbod op de import van semaglutide zoals door Novo Nordisk is gevorderd, levert daarom misbruik van recht op, omdat het doel van de import is vrijgesteld en de apothekersvrijstelling anders van haar betekenis wordt ontdaan.



3.4.5.
De vordering tot inzage moet worden afgewezen. Novo Nordisk heeft daarbij onvoldoende belang, omdat Ceban haar toezeggingen gestand doet. Zij verzet zich bovendien tegen de verstrekking van bedrijfsvertrouwelijke gegevens en van informatie die onder haar geheimhoudingsplicht valt, zoals in ieder geval de recepten voor de geleverde producten.



3.4.6.
De door Novo Nordisk gevorderde advocaatkosten zijn buitensporig, zowel wat betreft de hoogte van de tarieven als de gemaakte uren. Dit kort geding gaat in essentie niet over de inhoud van het octrooi of ABC, maar over de wettelijke beperkingen op dat recht en is daarmee gewoon advocaten handwerk.




3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.






4De beoordeling



Bevoegdheid




4.1.
De voorzieningenrechter is internationaal bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Novo Nordisk op grond van artikel 4 en artikel 35 Brussel I bis-Vo, omdat Ceban gevestigd is in Nederland. De relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter volgt uit artikel 80 lid 2 sub a ROW, aangezien het hier gaat om vorderingen tot handhaving van een octrooirecht zoals bedoeld in artikel 70 ROW. De bevoegdheid is overigens niet bestreden.



Spoedeisend belang





4.2.

Met haar vorderingen beoogt Novo Nordisk om de door haar gestelde inbreuken op haar ABC te beëindigen en/of verdere inbreuken te voorkomen. Aangezien Ceban geen met boete versterkte onthoudingsverklaring heeft getekend, heeft Novo Nordisk bij haar vorderingen een spoedeisend belang. De verklaring van Ceban dat zij na de octrooi-rechtelijke sommatie de doorlevering van semaglutide heeft gestaakt en gestaakt zal houden is onvoldoende om dat spoedeisend belang weg te nemen. Ceban heeft bovendien verklaard dat zij voornemens is de bereiding van de Semanova-neusspray onder de apothekers-vrijstelling voort te zetten en de reikwijdte van die vrijstelling nu juist tussen partijen in geschil is.

Toetsingskader





4.3.
In dit kort geding heeft Ceban de geldigheid van EP 839 en het ABC niet betwist. Daarmee is niet in geschil is dat Novo Nordisk op grond van artikel 5 ABC-Verordening tot en met 19 maart 2031 het exclusieve recht heeft om de stof semaglutide te vervaardigen, aan te bieden, in het verkeer te brengen, of te gebruiken, dan wel met dat doel in te voeren of in voorraad te hebben en dat zij anderen kan verbieden om deze handelingen te verrichten. Ceban heeft erkend dat zij de stof semaglutide heeft ingevoerd en dat zij semaglutide bevattende neusspray heeft bereid, dat zij deze ter hand heeft gesteld aan haar patiënten en (in beperkte mate) heeft doorgeleverd aan andere apotheken en dat zij daartoe een voorraad heeft gehad. Daarnaast heeft Ceban de neusspray laten opnemen in de G-standaard. Daarmee staat vast dat Ceban semaglutide heeft aangeboden en in het verkeer heeft gebracht en het met dat doel heeft ingevoerd en op voorraad heeft gehad, zodat er in beginsel van moet worden uitgegaan dat zij inbreuk heeft gemaakt op het stofoctrooi althans op het daarmee corresponderende ABC. Tussen partijen is in geschil of de activiteiten van Ceban vallen onder de apothekersvrijstelling van artikel 54c aanhef en onder e ROW. In dat geval zijn de uit een octrooi voortvloeiende rechten niet van toepassing. Een dergelijke (beperkte) uitzondering op de exclusieve rechten van een octrooihouder is mogelijk op grond van artikel 30 van het Trips-Verdrag. In beginsel is het hierbij aan Ceban om in het kader van dit kort geding aannemelijk te maken dat haar een beroep op bedoelde vrijstelling toekomt, al was het maar omdat zij over de relevante bewijsmiddelen beschikt.



4.4.
De (regulatoire) apothekersvrijstelling van de Geneesmiddelenwet is bij de uitleg van de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling in beginsel niet van belang. De regulatoire apothekersvrijstelling betreft een uitzondering op de (in verband met de bescherming van de volksgezondheid en de controle op de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen) verplichte handelsvergunning om de beschikbaarheid van noodzakelijke geneesmiddelen voor individuele patiënten te waarborgen. Dat is iets anders dan de octrooirechtelijke bescherming en de uitzondering daarop bij een legitiem beroep op de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling. Indien Ceban zich met succes kan beroepen op de regulatoire apothekersvrijstelling, volgt daaruit niet zonder meer dat haar ook een succesvol beroep toekomt op de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling. De voorzieningenrechter komt dan ook niet toe aan een oordeel over de regulatoire apothekersvrijstelling of over de patiëntveiligheid van de Semanova-neusspray.



De apothekersvrijstelling van artikel 54c aanhef en onder e ROW





4.5.
Op grond van artikel 54c aanhef en onder e ROW zijn de uit een octrooi voortvloeiende rechten niet van toepassing op de bereiding van geneesmiddelen voor direct gebruik voor individuele gevallen op medisch voorschrift in apotheken, of op handelingen betreffende de aldus bereide geneesmiddelen. Deze bepaling was al eerder onderdeel van de ROW, maar is pas op 1 februari 2019 in werking getreden.


4.6.
De reikwijdte van deze apothekersvrijstelling is beperkt. In de Nota van Toelichting staat hierover het volgende:


“Deze vrijstelling is bedoeld voor de bereiding van geneesmiddelen voor direct gebruik ten behoeve van individuele patiënten en op medisch voorschrift in apotheken. Daarmee wordt het mogelijk dat een apotheker in individuele gevallen het geoctrooieerde geneesmiddel zelf bereidt (de zogenoemde magistrale bereiding), bijvoorbeeld wanneer een voor een individuele patiënt geschikte dosering of toedieningswijze niet beschikbaar is. De uitzondering strekt er niet toe om op structurele schaal een geoctrooieerd geneesmiddel zonder toestemming van de octrooihouder te bereiden; daarmee zou diens recht immers uitgehold worden.”




4.7.
Het moet dus gaan om bereiding voor direct (in het Gemeenschapsoctrooiverdrag werd gesproken van ‘extemporaneous’) gebruik op medisch voorschrift voor individuele patiënten en bereiding op structurele schaal is van de vrijstelling uitgesloten. De ratio van de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling is gelegen in het belang van de volksgezondheid en is alleen van toepassing wanneer er een medische noodzaak is op grond waarvan niet kan worden volstaan met het geneesmiddel van de octrooihouder. Zou dit anders zijn, dan is er geen rechtvaardiging voor inbreuk op de exclusieve rechten van de octrooihouder. Dit sluit ook aan bij het in de Nota van Toelichting gegeven voorbeeld van een individuele patiënt waarvoor geen geschikte dosering of toedieningswijze beschikbaar is.



4.8.

Waar precies de grens ligt tussen toegestane en niet-toegestane bereiding zal niet steeds eenvoudig zijn vast te stellen. Het vergt een uitleg van de begrippen ‘direct gebruik’ en ‘individuele gevallen’ en zal afhangen van de omstandigheden van het geval. In het kader van dit kort geding, waar het gaat om een stofoctrooi, zijn partijen het er in ieder geval over eens dat het doorleveren van de door Ceban bereide neussprays aan andere apotheken, het (daartoe) op voorraad hebben van die producten en de inschrijving van die producten in de
G-standaard, buiten de reikwijdte van de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling valt. Dat laatste is naar vaste rechtspraak ook een voorbehouden aanbiedingshandeling.




4.9.
Partijen verschillen echter van mening over de vraag of en zo ja, in hoeverre, Ceban de octrooirechtelijk beschermde stof magistraal mag bereiden in de toedieningsvorm van een neusspray voor haar eigen patiënten. Anders dan Ceban bij herhaling heeft betoogd, is er geen aanknopingspunt om te veronderstellen dat onder de octrooirechtelijke apothekers-vrijstelling bereiding op kleine schaal (van maximaal 50 individuele patiënten per maand) zonder meer zou zijn toegestaan. Dat dergelijke kleinschalige apotheekbereiding onder de regulatoire apothekersvrijstelling wel zou zijn toegestaan, is hierbij niet relevant. Zoals hiervoor al is overwogen, heeft de regulatoire apothekersvrijstelling (als uitzondering op de handelsvergunningsplicht) nu eenmaal een andere achtergrond dan de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling. Het is daarmee mogelijk dat een apotheekbereiding van door octrooi beschermde geneesmiddelen wel onder de regulatoire apothekersvrijstelling maar niet onder de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling valt. Op zichzelf is het juist dat de regulatoire apothekersvrijstelling in dat geval “een lege dop” is, maar dat levert geen grond op voor de ruimere uitleg van de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling. In dit verband heeft Novo Nordisk onweersproken gesteld dat het overgrote deel van de geneesmiddelen die een apotheek verstrekt, niet (meer) octrooirechtelijk is beschermd.



4.10.

Ceban heeft erkend dat zij de Semanova-neusspray 44 keer heeft bereid. Volgens haar verklaring heeft zij deze grotendeels op recept aan eigen patiënten ter hand gesteld en heeft zij enkele neussprays doorgeleverd aan andere apotheken, waarvan één aan een apotheker van Novo Nordisk. Zoals hiervoor is overwogen, is tussen partijen niet in geschil dat de doorlevering aan andere apotheken een inbreuk oplevert op het ABC. Daarbij doet de handelswijze van Ceban vermoeden dat zij mogelijk voornemens was om de neusspray op grotere schaal te vervaardigen. Ter zitting heeft Ceban desgevraagd niet kunnen toelichten wat de incentive is geweest voor het kunnen verschaffen van een alternatieve doseringsvorm. Met name is onduidelijk of er een werkelijke behoefte vanuit de voorschrijvend huisarts/patiënt bestond of dat het meer een zakelijk idee is geweest van Ceban. Dat laatste is in ieder geval wel de indruk die men krijgt als gekeken wordt naar de in Portugal gegeven presentatie (“Where did we get the idea from?”). Ter zitting heeft de advocaat van Ceban desgevraagd bovendien verklaard dat Ceban de neusspray heeft ontwikkeld om mensen met prikangst te helpen, maar dat zij de financiële component niet ontkent. Tot slot heeft Ceban ter zitting verklaard dat zij 600 gram semaglutide heeft ingevoerd, waarvan door Novo Nordisk onbetwist is gesteld dat hieruit 15.000 flacons neusspray kunnen worden vervaardigd. Dit alles in combinatie met de inschrijving in de
G-standaard en het feit dat Ceban, zoals Novo Nordisk onweersproken heeft gesteld, de neusspray een merknaam heeft gegeven wijzen in de richting van structureel en mogelijk grootschalig gebruik, dat evident buiten de reikwijdte van de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling valt.




4.11.
In dit kort geding, waarin geen plaats is voor bewijslevering, kan niet worden vastgesteld of de overige bereidingen verstrekt aan de eigen patiënten van Ceban wel onder de octrooirechtelijke apothekersvrijstelling vallen. Zonder nadere toelichting, die Ceban ook desgevraagd niet heeft gegeven, is voorshands onvoldoende aannemelijk dat alle individuele patiënten allemaal zodanige prikangst hadden dat de injectievloeistof van Novo Nordisk voor hen niet geschikt was. Verder is de vraag of bij deze patiënten niet kon worden volstaan met het alternatief off label voorschrijven van de tabletten van Novo Nordisk onbeantwoord gebleven. Het is daarmee onduidelijk of er in alle gevallen een onvervulde medische noodzaak was op grond waarvan een inbreuk op de rechten van Novo Nordisk gerechtvaardigd was zodat een beroep op de exceptie naar voorlopig oordeel niet slaagt. De hierboven vermelde verklaringen ter zitting van Ceban in combinatie met de ruime uitleg die Ceban geeft aan de octrooirechtelijke apothekers-vrijstelling, roept immers bepaald vragen op over de rechtmatigheid van de afzonderlijke verstrekkingen van de Semanova-neusspray. Daar staat tegenover dat niet elke terhandstelling van de Semanova-neusspray categorisch een inbreuk oplevert, zoals Novo Nordisk ter zitting ook heeft erkend. Of en zo ja welke terhandstellingen een inbreuk opleveren, kan zo nodig in een bodemprocedure worden vastgesteld.



Inbreukverbod





4.12.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Ceban in ieder geval met de inschrijving van de Semanova neusspray in de G-standaard inbreuk gemaakt op het ABC van Novo Nordisk. Dat doorlevering van die producten in dit geval ook inbreuk oplevert, is tussen partijen als gezegd niet in geschil. Wat de verstrekking aan eigen patiënten betreft, bestaat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, tenminste een voldoende reële dreiging van inbreuk. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter een inbreukverbod aangewezen. Novo Nordisk hoeft geen genoegen te nemen met de toezeggingen van Ceban, al was het maar omdat deze voor Novo Nordisk onvoldoende controleerbaar zijn. In het kader van dit verbod worden meer in het bijzonder het doorleveren, d.w.z. het leveren van de neusspray aan andere apotheken, de inschrijving in de G-standaard en de vermelding in de huisartsvoorschrijf-systemen en de eigen website verboden. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat Ceban met dit vonnis de definitieve uitschrijving uit de G-standaard kan bespoedigen. In het midden kan blijven of Ceban na de sommatie voldoende actie heeft ondernomen om de inschrijving in de G-standaard ongedaan te maken. Omdat Novo Nordisk zich beroept op het Nederlandse ABC, wordt de werking van het verbod beperkt tot Nederland. Opgemerkt wordt nog dat onder het verbod ook valt het op voorraad houden van de (al geïmporteerde) grondstof semaglutide. Ceban heeft aangegeven dat zij die grondstof zal gebruiken voor toegelaten apotheekbereidingen. De voorraad is echter vele malen groter dan ooit voor magistrale bereiding aangewezen, zodat het in voorraad hebben van die grote hoeveelheid ook als een voorbehouden handeling moet worden aangemerkt in de zin van artikel 53 aanhef en onder a ROW. Dat het opleggen van een algemeen verbod om inbreuk te maken mogelijke executieperikelen niet uitsluit, is onvoldoende aanleiding om daarvan af te zien, gegeven het gerechtvaardigde belang van Novo Nordisk om tegen inbreuk op haar ABC op te treden.



4.13.
Het gevorderde verbod op overig onrechtmatig handelen wordt afgewezen. Naar de voorzieningenrechter begrijpt heeft Novo Nordisk hierbij het oog op de presentatie die een medewerker van Ceban in april 2026 heeft gegeven bij de conferentie in Porto, waarbij hij gesproken heeft over de mogelijkheid om een semaglutide houdende neusspray te bereiden en waarbij zou zijn meegedeeld dat dit in Nederland (en mogelijk ook in andere landen) is toegestaan. Een dergelijke presentatie is niet te beschouwen als het aanbieden van een product dat onderwerp van octrooi is. Daarnaast heeft Novo Nordisk tegenover het verweer van Ceban niet aannemelijk gemaakt dat bij deze presentatie is gesproken over de octrooirechtelijke aspecten van de bereiding. Gelet daarop, en nog daargelaten dat deze presentatie buiten Nederland is gehouden, valt niet in te zien hoe deze presentatie zou kunnen worden beschouwd als het uitlokken van een inbreuk op het ABC.



Opgave





4.14.
Naast het inbreukverbod heeft Novo Nordisk naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende (spoedeisend) belang bij toewijzing van de gevorderde opgave, voor zover deze tot doel heeft om nieuwe inbreuken te voorkomen. De opgave wordt – overeenkomstig artikel 70 lid 10 ROW – daarom toegewezen voor wat betreft de leverancier(s) van de semaglutide, de afnemers, anders dan eindgebruikers, en kwantitatieve gegevens over de bereiding van de Semanova-neusspray te achterhalen. Anders dan Ceban heeft gesteld, levert de opgave van de (Chinese) leverancier(s) van de semaglutide geen misbruik van recht op. Novo Nordisk heeft er recht op en belang bij om bij de leverancier(s) te kunnen nagaan welke hoeveelheid semaglutide Ceban heeft afgenomen om mede aan de hand daarvan na te gaan hoeveel semaglutide houdende neusspray Ceban heeft doorgeleverd. Novo Nordisk heeft niet onderbouwd waarom de opgave van Ceban, die al is versterkt met dwangsom, ook nog moet worden gecertificeerd door een registeraccountant. Dit deel van de vordering wordt alleen al daarom afgewezen. Bij de opgave is het Ceban toegestaan om vertrouwelijke (patiënt)gegevens onleesbaar te maken. De termijn waarbinnen Ceban de opgave moet doen wordt bepaald op vier weken na betekening van dit vonnis.



Overige nevenvorderingen





4.15.
De gevorderde recall die, zo is ter zitting verduidelijkt, alleen ziet op de aan andere apotheken doorgeleverde neussprays, strekt ook tot het beëindigen of voorkomen van verdere inbreuken en is aldus spoedeisend en zal eveneens worden toegewezen.



4.16.
Ten aanzien van de resterende nevenvorderingen geldt dat een afzonderlijk (spoedeisend) belang daarbij – naast het op te leggen verbod – niet is onderbouwd, zodat dat alleen al daarom wordt afgewezen.



Dwangsom





4.17.
De toegewezen vorderingen worden versterkt met een dwangsom. De dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd zoals in de beslissing vermeld.



Slotsom en proceskosten





4.18.
Ceban is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Novo Nordisk heeft vergoeding gevorderd van haar volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv en zij heeft specificaties van haar kosten ingediend voor een totaalbedrag van € 143.188,77. Zij heeft in haar pleitnotities echter aanspraak gemaakt op het maximumbedrag dat geldt voor een normaal kort geding in octrooizaken volgens de indicatietarieven, te weten een bedrag van € 45.400,00 aan advocaatkosten, te vermeerderen met € 3.527,50 aan kosten voor de tolken en € 202,27 aan deurwaarderskosten. Ceban heeft bezwaar gemaakt tegen de door Novo Nordisk gevorderde kosten. Ceban heeft hiertoe aangevoerd dat de gemaakte kosten buitensporig zijn, zowel wat betreft de hoogte van de tarieven als de gemaakte uren. Ceban heeft verder gesteld dat dit kort geding in essentie niet over de technische inhoud van het octrooi of het ABC gaat, maar over de wettelijke beperkingen van dat recht en dat de opgevoerde kosten de toets van artikel 1019h Rv niet doorstaan. Novo Nordisk heeft dit laatste onweersproken gelaten, maar zij heeft haar aanspraak op het maximumbedrag gehandhaafd.



4.19.
Aangezien in dit kort geding de inbreuk op een ABC aan de orde is, valt het onder het bereik van artikel 4 van de Handhavingsrichtlijn en is artikel 1019h Rv van toepassing. Deze zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de categorie “normaal kort geding”. Voor deze categorie zaken is in de Indicatietarieven in octrooizaken een maximumbedrag van € 45.400,00 (exclusief BTW) aan advocaatkosten opgenomen. De voorzieningenrechter acht het bedrag dat daarvoor wordt geïndiceerd in dit kort geding aangewezen. Weliswaar is het proceskostenverweer van Ceban begrijpelijk als wordt gekeken naar het volle bedrag van de specificatie en speelt in dit geding de geldigheidsvraag van het ingeroepen recht inderdaad geen rol. Daarnaast moet aan Ceban worden toegegeven dat een groot deel van de stellingen van Novo Nordisk en de door haar ingediende producties niet relevant waren voor de beoordeling van dit kort geding. Dat neemt niet weg dat, mede gelet op de eigen kostenopgave van Ceban, die een bedrag beloopt van € 55.728,10, de door Novo Nordisk beperkte proceskostenvordering naar het oordeel van de voorzieningenrechter als redelijk en evenredig te beschouwen is. Ceban heeft geen bezwaar gemaakt tegen de kosten van de tolken en de deurwaarder. De proceskosten van Novo Nordisk worden daarom begroot op:










- kosten van de deurwaarder


€


202,27







- griffierecht


€


735,00







- salaris advocaat


€


45.400,00







- kosten tolk


€


3.527,50







- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal



€



50.053,77












4.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



4.21.
De termijn als bedoeld in 1019i Rv wordt bepaald op zes maanden na vandaag.






5De beslissing


De voorzieningenrechter:



5.1.
veroordeelt Ceban om onmiddellijk na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het ABC in Nederland te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder door het doorleveren van semaglutide houdende neusspray te staken en gestaakt te houden en deze neussprays te verwijderen en verwijderd te houden uit de G-standaard, uit de elektronische huisartsvoorschrijfsystemen en van de website van Ceban;



5.2.
veroordeelt Ceban om binnen vier weken na betekening van dit vonnis gestaafd door relevante ondersteunende documenten aan Novo Nordisk opgave te doen van:


 de volledige namen en adressen van alle afnemer(s) in Nederland van de Semanova-neusspray, niet zijnde eindgebruikers;
 de volledige namen en het adres(sen) van de leverancier(s) van wie Ceban de voor de Semanova-neusspray gebruikte semaglutide heeft betrokken, onder vermelding van de hoeveelheid en de datum van levering;
 het aantal semaglutide houdende neussprays dat door Ceban in Nederland is vervaardigd, gedistribueerd en/of in voorraad is gehouden;




5.3.
beveelt Ceban aan ieder van de afnemers aan wie zij de semaglutide bevattende neussprays heeft geleverd in Nederland, niet zijnde eindgebruikers, binnen 7 werkdagen na betekening van dit vonnis een aangetekende brief te sturen met de navolgende tekst:



“We are obliged to inform you that the Semanova nasal spray products supplied by us constitute an infringement of SPC 300936 of Novo Nordisk A/S in the Netherlands, and that these products may therefore no longer be offered, sold, delivered, used or kept in stock in the Netherlands. We hereby request that you no longer use these products and return all copies and materials in your possession to us. We will then immediately reimburse you for the purchase price and all costs associated with the returning of such products.





[name and signature of a legal representative of Ceban”,



onder gelijktijdige verstrekking van afschriften van deze brieven aan de advocaten van Novo Nordisk;




5.4.
veroordeelt Ceban om bij overtreding van het inbreukverbod onder 5.1 aan Novo Nordisk een dwangsom te betalen van € 50.000,00 per dag of gedeelte daarvan, dan wel – zulks ter keuze van Novo Nordisk – van € 5.000,00 per product, voor overtreding van het inbreukverbod onder 5.1 en van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Ceban niet aan de veroordelingen onder 5.2 en 5.3 voldoet, een en ander totdat een maximum van € 500.000,00 is bereikt;



5.5.
veroordeelt Ceban in de proceskosten van € 50.053,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ceban niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;



5.6.
veroordeelt Ceban tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;



5.7.
bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in 1019i Rv op zes maanden na vandaag;



5.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen, bijgestaan door mr. W. Jansen, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.




Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 november 2024,
kenmerk 4013782-1075740-GMT, houdende het niet handhavend optreden tegen het
collegiaal doorleveren en ter hand stellen van apotheekbereidingen (Beleidsregel collegiaal
doorleveren en ter hand stellen van apotheekbereidingen).


EP24


Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.


Rijksoctrooiwet 1995.


Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen.


Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom.


De reden daarvoor is dat de bepaling destijds (i.e. bij de wetswijziging van de Rijksoctrooiwet 1910 in 1987 (Stb. 1987, nr. 316, p. 10)) enkel is opgenomen uit harmonisatieoverwegingen. Het was de wens van de wetgever om de nationale wet in overeenstemming te brengen met het Gemeenschapsoctrooiverdrag 1975 (Trb. 1973, nr. 113). Aangezien dat verdrag nooit in werking is getreden, is de bepaling eveneens nooit in werking getreden. Bij Besluit van 5 december 2018, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 53, derde lid, tweede volzin, van de Rijksoctrooiwet 1995, Stb. 2018, nr. 469, is de bepaling op 1 februari 2019 alsnog in werking getreden. Zie over de totstandkomingsgeschiedenis meer uitgebreid: mr. Peter de Lange, De apothekersvrijstelling in de ROW (alsnog), IE Forum, IEF 18232, 14 februari 2019 (en de reactie daarop van mr. Rutger Kleemans, De apothekersvrijstelling in het octrooirecht, IE Forum, IEF 18244, 19 februari 2019).


Stb. 2018, 469.


HR 22 juni 2012, Pharmachemie v. Glaxo Group Limited (ECLI:NL:HR:2012:BW4006)



Vgl. randnummer 7 reactieve pleitnotities Ceban


Vgl.randnummers 63 en 75 dagvaarding


Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.