Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21815

2026-08-04 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.42229
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-04
Publicatiedatum
2026-08-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.42229
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep. 59.1.a Geen lichter middel. Voldoende gemotiveerd. Vlucht gepland.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.039 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Zwolle



Bestuursrecht



zaaknummer: NL26.42229


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
gemachtigde: mr. N. den Ouden,


en


de minister van Asiel en Migratie.




Procesverloop


De minister heeft op 23 mei 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 30 juli 2026.





Overwegingen

1. Eiser stelt van Zimbabwaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1981.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 11 juni 2026 in de zaak NL26.29655 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 4 juni 2026.

4. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister met een lichter middel zou moeten volstaan. De vreemdelingenbewaring valt hem zwaar. Eiser wil graag in vrijheid de rest van zijn procedure afwachten. Inmiddels verblijft eiser al sinds 15 mei 2026 in vreemdelingenbewaring. Bovendien bemoeilijkt de vreemdelingenbewaring het contact met zijn kinderen, omdat eiser vanuit detentie geen contact met hen kan leggen. Met de moeder van de kinderen is een contactverbod, dus via haar kan hij ook geen contact leggen. Het valt eiser erg zwaar om al die tijd gescheiden te zijn van zijn kinderen en niet goed op de hoogte te zijn van hoe het met zijn kinderen gaat.

5. De rechtbank volgt eiser niet en verwijst naar hetgeen ten aanzien van het lichter middel en de belangen van de kinderen is overwogen in de uitspraak van 11 juni 2026. De rechtbank ziet geen aanleiding daar thans anders over te oordelen. Daarbij overweegt de rechtbank nog dat er een vlucht gepland staat voor eiser op 6 augustus 2026.
De minister hoeft niet het risico te lopen dat eiser zich weer onttrekt. Deze beroepsgrond slaagt niet.

6. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Eerde, rechter, in aanwezigheid van
H.B. Slot - Akkerman, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




ECLI:EU:C:2025:647, ECLI:EU:C:2022:858 en ECLI:NL:RVS:2026:329.