Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21791

2026-07-28 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.3685 en NL26.3747
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-28
Publicatiedatum
2026-08-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.3685 en NL26.3747
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod, beroep ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.072 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: NL26.3685 en NL26.3747


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen




[eiser]
, V-nummer: [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. H. Uzumcu),


en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. B. Pattiata).





Inleiding


1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod.



1.1.
Met het bestreden besluit van 14 januari 2026 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd.



1.2.
Eiser heeft tegen dit bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.



1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.4.

De rechtbank heeft partijen laten weten een zitting niet nodig te vinden en heeft
gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.






Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiser stelt ze zijn geboren op [geboortedatum] 1998 en de Mexicaanse nationaliteit te hebben. Verweerder heeft eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod van de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland.



Wat vindt eiser in beroep?



3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert aan dat zijn zwangere partner in [land] verblijft en dat verweerder heeft nagelaten om te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Ook zijn de gevolgen van het bestreden besluit voor eiser disproportioneel omdat hij zijn partner en familie in de Europese Unie niet kan bezoeken. Het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig voorbereid, onvoldoende gemotiveerd en geeft blijk van een onevenwichtige belangenafweging.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

5. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat niet is gebleken dat eiser rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Eiser heeft slechts aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 8 van het EVRM, omdat hij wil verblijven bij zijn zwangere vriendin in [land]. Nog daargelaten dat eiser deze stelling niet met stukken heeft onderbouwd, volgt uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat verweerder bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit niet hoeft te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Als eiser wil, kan hij een reguliere aanvraag indienen.

6. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder in de door eiser aangevoerde omstandigheden geen aanleiding heeft hoeven zien om van het uitvaardigen van het inreisverbod af te zien of de duur van het inreisverbod te verkorten. Hierbij is van belang dat niet is gebleken dat het opleggen van het inreisverbod in strijd is met artikel 8 van het EVRM, omdat eiser heeft verklaard dat zijn gestelde partner geen rechtmatig verblijf heeft in [land]. Ook heeft eiser zijn stelling dat hij zijn familie in Europa niet kan bezoeken niet verder (met stukken) onderbouwd.

7. Ten slotte overweegt de rechtbank ambtshalve dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken van gronden om aan te nemen dat eiser een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar Mexico. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder het bestreden besluit voldoende zorgvuldig heeft voorbereid en voldoende heeft gemotiveerd.




Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.

10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met de uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.




Met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Op grond van artikel 62a, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 zoals dat luidde tot 12 juni 2026.


Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.


Zie uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY2816 en 11 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3090.


Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.