Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21789

2026-07-23 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.64221 V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-23
Publicatiedatum
2026-08-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.64221 V
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet tegen uitspraak op beroep niet tijdig beslissen (NTB), verzet gegrond. Verzet gedaan door oorspronkelijke verweerder. Beslistermijn en dwangsom in opvolgend beroep.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.111 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: NL25.64221 V



uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van



de minister van Asiel en Migratie, opposant
(geamchtigde: [gemachtigde 1])



tegen de uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2025 in het geding tussen





[geopposeerde], V-nummer: [V-nummer], geopposeerde
(gemachtigde: [gemachtigde 2]),


en



opposant





Inleiding


1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2025 (met zaaknummer NL25.29098) waarin de rechtbank het beroep van geopposeerde gegrond heeft verklaard.



1.1.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 31 juli 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



Het beroep van geopposeerde


4. Het beroep van geopposeerde ging over het niet tijdig nemen van een besluit door opposant op haar asielaanvraag.



De uitspraak van 31 juli 2025


5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de bij de uitspraak van 20 november 2024 opgedragen beslistermijn is overschreden. De rechtbank heeft een beslistermijn van twee weken gesteld en een dwangsom vastgesteld van € 200,- voor elke dag waarmee deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.



De verzetsgronden van opposant


6. Opposant heeft verzet gedaan, omdat hij het niet eens is met de uitspraak van 31 juli 2025. Opposant voert aan dat de rechtbank opposant in de gelegenheid had moeten stellen om een (schriftelijk) standpunt naar voren te brengen. Dit klemt volgens opposant des te meer, omdat de rechtbank in de uitspraak van 31 juli 2025 een onrealistische beslistermijn en verhoogde dwangsom heeft opgelegd. De rechtbank heeft hierbij ten onrechte geen rekening gehouden met jurisprudentie. Ook heeft de rechtbank geen rekening gehouden met de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 23 juli 2025.



Het oordeel van de rechtbank


7. De rechtbank is van oordeel dat in de uitspraak van 31 juli 2025 ten onrechte is geoordeeld dat het beroep kennelijk gegrond is. Er is daarom ten onrechte uitspraak gedaan zonder opposant op zitting te horen. Het is namelijk niet uitgesloten dat een zitting in het licht van het vorenstaande tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Bij uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juli 2025 heeft deze rechtbank geoordeeld dat het voor opvolgende beroepen redelijk is om dezelfde beslistermijn op te leggen als in eerste beroepen niet tijdig beslissen en dat een rechterlijke dwangsom van €100,- per dag met een maximum van €7.500,- redelijk is. In de uitspraak van 31 juli 2025 heeft de rechtbank een andere beslistermijn opgelegd en dwangsom vastgesteld.




Conclusie en gevolgen

8. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 31 juli 2025 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:



verklaart het verzet gegrond;


verklaart de uitspraak van 31 juli 2025 vervallen.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.F. Elzenaar, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.






Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.


Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2337; Uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1560; Uitspraak van de rechtbank Den Haag,
zittingsplaats Groningen, van 28 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19795.


ECLI:NL:RBDHA:2025:13519.


ECLI:NL:RBDHA:2025:13519.