Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21762

2026-05-27 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/811
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-05-27
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25/811
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Aanvraag om een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in de vorm van hulp in het huishouden. Beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.765 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 25/811


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.P.V. den Engelsman),


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard,
verder te noemen het college (gemachtigde: N. van den Berg).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in de vorm van hulp in het huishouden.



1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 25 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 23 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. Ook waren namens het college aanwezig [naam 1] en [naam 2] .





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?

2.


2.1.
Eiseres is bekend met verschillende lichamelijke klachten. Deze klachten zijn voor het college voor meerdere periodes in het verleden aanleiding geweest om eiseres hiervoor op grond van de Wmo 2015 te compenseren middels (onder meer) hulp in het huishouden. Op 19 maart 2024 is er melding gedaan bij het Loket Samenleving en Zorg dat er voor eiseres belemmeringen bestaan bij het realiseren van een schoon en leefbaar huis. Dit naar aanleiding van een fietsongeval waarbij enkele ruggenwervels zijn gebroken. De partner van eiseres heeft ook belemmeringen als gevolg van beperkingen en pijnklachten aan de knieën. Op 8 april 2024 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de Wmo-consulent bij eiseres thuis. Naar aanleiding daarvan is het ondersteuningsverslag opgesteld. Dit verslag is op 29 april 2024 ondertekend teruggestuurd. Uit het ondersteuningsverslag volgt dat een sociaal medisch advies wordt ingewonnen ter beoordeling van de eigen mogelijkheden van de partner van eiseres. Voor de tussenliggende periode heeft het college bij besluit van 14 mei 2024 nog een maatwerkvoorziening toegekend in de vorm van hulp bij het huishouden (zorg in natura) voor 150 minuten per week. Op 9 september 2024 heeft een arts van de GGD Hollands Midden een sociaal medisch advies uitgebracht. In dat advies staat dat de partner van eiseres de lichte en zware huishoudelijke taken zelfstandig moet kunnen verrichten, evenals de gebruikelijke hulp, waarbij dit wordt verdeeld over de week. Om die reden is er volgens de medisch adviseur geen hulp in de huishouding noodzakelijk om voor eiseres te komen tot een schoon en leefbaar huis.


2.2.
In het primaire besluit, zoals gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft het college de aanvraag van eiseres afgewezen. Het college overweegt daartoe dat uit het sociaal medisch advies is gebleken dat de partner van eiseres weliswaar klachten heeft aan het bewegingsapparaat, met als gevolg beperkingen ten aanzien van langdurig lopen, langdurig knielen, hurken, (zwaar) tillen, duwen, trekken en dragen, maar dat hij desalniettemin in staat wordt geacht om het huishouden zelfstandig, op eigen tempo en verdeeld over de week te kunnen doen. Volgens het college heeft de adviserend geneeskundige zorgvuldig onderzoek verricht, zodat het college het advies van de GGD-arts volgt.



Wat vindt eiseres?


3. Eiseres betoogt in de kern dat het sociaal medisch advies van de GGD onzorgvuldig tot stand is gekomen. Zo is er volgens eiseres geen lichamelijk onderzoek verricht om de door de partner van eiseres aangegeven beperkingen te objectiveren. Verder meent eiseres dat het college ten onrechte aanneemt dat eiseres de problematiek zelf kan oplossen met gebruikelijke hulp door haar partner. Afhankelijk van de individuele situatie kan hulp, die naar algemene maatstaven als gebruikelijk wordt beschouwd, toch niet gebruikelijk zijn, bijvoorbeeld als uit onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft waardoor de huishoudelijke taken niet (onbeperkt) kunnen worden overgenomen. Het is volgens eiseres onduidelijk hoe de adviserend arts tot de conclusie is gekomen dat er geen beperkingen dienen te worden aangenomen. Het college mocht het bestreden besluit dan ook niet (louter) op het sociaal medisch advies baseren.



Wat oordeelt de rechtbank?


4. Voor een weergave van de wettelijke regels die van belang zijn voor de beoordeling, verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak.

5. De rechtbank overweegt dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in de uitspraak van 21 maart 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:819) een stappenplan heeft opgesteld dat het college moet volgen wanneer er een melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Dit stappenplan houdt in dat het college ten eerste moet vaststellen wat de hulpvraag is. Ten tweede moet het college vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. Ten derde moet het college bepalen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. Ten vierde moet bezien worden in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het bestuursorgaan een maatwerkvoorziening te verlenen.
6. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier dat het college het hiervoor bedoelde stappenplan correct heeft gevolgd. Zo heeft het college de hulpvraag vastgesteld, onderzocht welke problemen eiseres ondervindt bij zelfredzaamheid en participatie, en welke ondersteuning zij naar aard en omvang nodig heeft. Uiteindelijk heeft het college bekeken of de noodzakelijke hulp en ondersteuning bij het voeren van het huishouden kan worden geboden in de vorm van gebruikelijke hulp, dat wil zeggen hulp van haar partner.

7. In geschil is of verweerder de aanvraag van eiseres om een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp terecht heeft afgewezen op de grond dat de partner van eiseres de huishoudelijke taken op eigen kracht zelf kan verrichten. De voor de beoordeling van belang zijnde periode loopt vanaf de aanvraag op 29 april 2024 tot en met de datum van het bestreden besluit op 23 januari 2025.

8. Het college heeft zich bij het bestreden besluit gebaseerd op het sociaal medisch advies van de GGD. Een bestuursorgaan dat bij de besluitvorming gebruik maakt van een advies van een medisch adviseur mag volgens vaste rechtspraak in het algemeen op dat advies afgaan, mits is gebleken dat dit advies volledig is en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het ligt vervolgens op de weg van eiseres om medische stukken te overleggen die aan de juistheid van het medisch advies doen twijfelen.

9. De rechtbank is van oordeel dat het college het sociaal medisch advies bij zijn besluitvorming mocht betrekken. De geneeskundige heeft zijn onderzoeksbevindingen duidelijk geformuleerd en niet is gebleken dat het onjuiste feiten bevat over hoe de medische situatie van de partner van eiseres was ten tijde van het uitbrengen daarvan. De adviserend geneeskundige heeft voldoende toegelicht hoe hij tot zijn conclusies is gekomen en hij is daarbij ingegaan op de door de partner van eiseres ondervonden klachten. Verder heeft de geneeskundige het advies naar aanleiding van enkele vragen van de behandelend ambtenaar nog verduidelijkt. Zo is aangegeven dat de partner van eiseres weliswaar als gevolg van een heupoperatie alsmede functiebeperking en pijnklachten in beide knieën beperkingen ondervindt en dat het verrichten van de diverse huishoudelijke taken hem wellicht enige moeite zal kosten, maar dat hij toch in staat moet worden geacht om die taken in zijn eigen tempo te verrichten. Daarbij heeft de geneeskundige in aanmerking genomen dat de partner van eiseres goed is hersteld van de heupoperatie en dat de knieklachten geen aanleiding hebben gegeven voor een ingreep; wel is geadviseerd om fysiotherapie te doen. Volgens de geneeskundige heeft de partner van eiseres de afgelopen veertien jaar de taken in het huishouden niet hoeven doen omdat hij werkte; de meeste huishoudelijke taken werden door de aanwezige hulp verricht. Nu de partner geen werkverplichting meer heeft mag van hem worden verwacht dat hij de huishoudelijke taken overneemt, aldus de geneeskundige. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om aan de juistheid van het sociaal medisch advies te twijfelen. Eiseres heeft geen (recente) medische informatie in het geding gebracht die daartoe aanleiding zou kunnen geven. Het betoog van eiseres dat het college niet van het sociaal medisch advies mocht uitgaan omdat dit onzorgvuldig tot stand is gekomen, slaagt dan ook niet.

10. De rechtbank concludeert dat wat eiseres in beroep betoogt, niet slaagt. De rechtbank zal het beroep daarom ongegrond verklaren. De rechtbank heeft zeker begrip voor de situatie van eiseres. Zij heeft gedurende een lange periode hulp in het huishouden gekregen via de Wmo 2015 en wordt nu geconfronteerd met het niet verlengen daarvan. Dat het college eiseres in het verleden hulp in het huishouden heeft geboden, doet echter niet af aan de bevoegdheid van het college om de situatie in het kader van een nieuwe aanvraag opnieuw te beoordelen. Deze beoordeling kan, hoe vervelend ook, tot een ander besluit dan in het verleden leiden. Mocht de gezondheidstoestand van de partner van eiseres inmiddels verder zijn achteruitgegaan, dan kan eiseres zich opnieuw bij het college melden en een nieuwe aanvraag indienen.





Conclusie en gevolgen


10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag om hulp in het huishouden in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. V.A. Paul, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.












griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep


Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.











BIJLAGE
Op grond van artikel 1.2.1, aanhef en onder a, van de Wmo 2015 komt een ingezetene van Nederland overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie.

Op grond van artikel 2.1.3, eerste lid, van de Wmo 2015 stelt de gemeenteraad bij verordening de regels vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in artikel 2.1.2 bedoelde plan en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen.

Op grond van artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft ter uitvoering van de Wmo 2015 de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard vastgesteld. In artikel 1.6, tweede lid, van de Verordening staat het volgende:



Van huisgenoten en ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij een biujdrage leveren aan het huishouden en hulp geven aan andere huisgenoten. Het gaat bijvoorbeeld om het heplen met persoonlijke verzorging, opvoeden, aankleden, naar school brengen, eten, koken en stofzuigen. Voorbeelden van huisgenoten zijn partners, inwonende kinderen en andere bewoners met wie de inwoner die hulp nodig heeft gemeenschappelijk een woning bewoont. Wat onder gebruikelijke hulp wordt verstaan is verder uitgewerkt in de nadere regels.



In artikel 2.3.4 van de Verordening is vastgelegd in welke gevallen het college de gevraagde hulp kan weigeren. Eén van de weigeringsgronden is dat de inwoner het probleem kan oplossen met hulp van huisgenoten of anderen uit het sociale netwerk of mantelzorg. Dit staat in het eerste lid, aanhef en onder b.



In bijlage 4 van de Nadere regels is de Richtlijn gebruikelijke hulp opgenomen. Hierin staat onder meer dat gebruikelijke hulp de hulp is die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. In langdurige situaties wordt onder algemeen gebruikelijke hulp verstaan de hulp waarvan kan worden gezegd dat deze op basis van algemeen aanvaarde maatstaven door de sociale omgeving (ouders, partners, volwassen inwonende kinderen en andere inwonende huisgenoten) moet worden geleverd.
Afhankelijk van de individuele situaties kan hulp, die naar algemeen aanvaarde maatstaven als gebruikelijk kan worden beschouwd, toch niet gebruikelijk zijn. Hiervan is onder meer sprake wanneer uit onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, handicap of probleem waardoor taken niet overgenomen kunnen worden.