Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:21736
2026-07-31
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.33138
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Somalië, Al-Shabaab, Mogadishu, beschermingsalternatief, geen familiebanden, meerderheidsclan onvoldoende, beroep gegrond
Citeert (7)
- ECLI:NL:RVS:2024:3805 Raad van State 24-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21857 Rechtbank Den Haag 23-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16885 Rechtbank Den Haag 16-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19746 Rechtbank Den Haag 20-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22824 Rechtbank Den Haag 11-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2026:993 Rechtbank Den Haag 20-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:993 Rechtbank Den Haag 20-01-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.196 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33138
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. S.T.C. Rebergen),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S.H. de Vries).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister zich op meerdere punten onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat Mogadishu voor eiser een binnenlands beschermingsalternatief is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 september 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is van Somalische nationaliteit en is geboren op [datum 1] 1998. Eiser heeft verklaard dat hij op 19 juni 2023 bij een toespraak van Al-Shabaab in zijn dorp ( [dorp] ) te horen kreeg dat hij getraind zou gaan worden en mee zou moeten vechten in de jihad. Eiser is samen met andere jongemannen op de foto gezet. Op [datum 2] 2023 was er een incident bij een waterput waarbij meerdere jongeren, waaronder eiser, op de vlucht sloegen, nadat er door vier
gemaskerde Al-Shabaab strijders schoten werden gelost. De volgende dag is Al-Shabaab bij eiser thuis langsgekomen. Eisers moeder heeft vervolgens tegen eiser gezegd niet naar huis te komen en heeft ervoor gezorgd dat eiser met een auto opgehaald werd en naar Mogadishu werd gebracht. Daar heeft eiser ongeveer 20 dagen in een woning verbleven bij een man genaamd [naam] tot eiser met een reisagent het land heeft verlaten met een vals paspoort. Eiser vreest bij terugkeer vermoord te worden door Al-Shabaab.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met Al-Shabaab vanwege rekrutering.
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat beide asielmotieven geloofwaardig zijn, maar werpt eiser tegen dat hij een beschermingsalternatief heeft in Mogadishu en dat van hem kan worden verwacht dat hij naar Mogadishu terugkeert omdat hij daar heeft verbleven tijdens zijn vlucht. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag moet worden afgewezen.
Juridisch kader
5. Bij het onderzoek naar het bestaan van een binnenlandse beschermingsalternatief, beoordeelt de IND of de vreemdeling zich kan vestigen in een ander deel van het land, dan waar hij vervolging vreest of een reëel risico loopt op ernstig lijden. Naast het vereiste dat de dreiging in een ander deel van het land niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere deel van het land geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Uit artikel 8, eerste lid, Kwalificatieverordening volgt dat de vreemdeling op een veilige en wettige manier moet kunnen reizen naar en zich toegang moet kunnen verschaffen tot het gebied waar hij wordt geacht binnenlandse bescherming in te kunnen roepen. De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
5.1.
De IND toetst, conform paragraaf C3/3.4.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) of, gelet op de individuele omstandigheden, in Somalië een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen in geval van Somalië de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
eerder verblijf in het gebied buiten het gebied van herkomst; en
de aanwezigheid van grootfamilie.
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan vreemdelingen die afkomstig zijn uit gebieden waar Al-Shabaab aan de macht is of de gebieden controleert.
Heeft de minister Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief mogen aanduiden?
6. Eiser betoogt dat de minister hem ten onrechte een binnenlands beschermingsalternatief heeft tegengeworpen in de vorm van Mogadishu . Eiser wijst erop dat hij slechts 20 dagen in Mogadishu heeft verbleven bij een man die geen familie van hem is. Dat hij de man in het aanmeldgehoor meermaals ‘oom’ heeft genoemd is volgens eiser te wijten aan Somalisch spraakgebruik, waarin een oudere man wordt aangesproken als ‘oom ( [vertaling] )’. Eiser wijst erop dat hij deze persoon in het nader gehoor ook heeft aangeduid als ‘vriend van mijn moeder’. Daarom kan niet worden gesproken van grootfamilie in Mogadishu . Eiser wijst erop dat hij in Mogadishu gedurende de 20 dagen dat hij er verbleef alleen binnen heeft gezeten en daar ook geen enkel sociaal netwerk heeft. Ook zijn moeder heeft naast [naam] geen sociale contacten en leden van zijn stam kent hij niet.
6.1.
Eiser wijst verder op landeninformatie waaruit – kort gezegd – volgt dat Mogadishu alleen in uitzonderlijke gevallen als binnenlands beschermingsalternatief kan worden aangehouden en waaruit volgt dat bij vervolging door Al-Shabaab, Zuid-Somalië, en Mogadishu in het algemeen onvoldoende veilig zijn. Ook wijst hij op landeninformatie waaruit volgt dat ook binnen de clan van eiser elementen bestaan die sympathiek staan tegenover Al-Shabaab, hetgeen een terugkeer naar Mogadishu volgens eiser bemoeilijkt zonder familie of sociaal netwerk.
6.2.
Eiser wijst erop dat hij een simpel boerenbestaan heeft geleefd in een dorp, en dat hij dus geen bruikbare opleidingen- of beroepsachtergrond heeft, geen financiële middelen heeft en geen ondersteunend netwerk heeft in Mogadishu . Eiser wijst op het meest recente ambtsbericht uit 2025 waarin staat dat ontheemden naar de steden zouden kunnen trekken, maar dat zij zich daar ook niet altijd zouden kunnen onttrekken aan geweld omdat Al-Shabaab zich daar ook kan verplaatsen. Bij de rekrutering is er een foto van eiser genomen door Al-Shabaab. Al-Shabaab heeft gedreigd dat eiser gestraft zou worden als hij zich niet zou melden. De vrees voor represailles door Al-Shabaab in Mogadishu is dan ook reëel. Eiser wijst ter onderbouwing van zijn standpunten op een drietal brieven van Vluchtelingen Werk Nederland (VWN) over de ondersteuning en bescherming van (groot)familie en clan, Mogadishu als beschermingsalternatief en terugkeerders zonder netwerk.
6.3.
Uit de jurisprudentie over een beschermingsalternatief in Mogadishu komt volgens eiser naar voren dat dit met name wordt aangenomen bij eerder (daadwerkelijk) verblijf in Mogadishu én wanneer er naaste familieleden in Mogadishu zijn. Eiser wijst op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 september 2024. Volgens eiser blijkt uit deze jurisprudentie dat een beschermingsalternatief voornamelijk wordt aangenomen bij daadwerkelijk verblijf en aanwezigheid van naaste familie. Eiser wijst verder op een aantal uitspraken van deze rechtbank. Eiser wijst op de uitspraken van zittingsplaats Groningen van 23 december 2024, zittingsplaats Arnhem van 16 oktober 2024, zittingsplaats Roermond van 20 juni 2025, zittingsplaats Rotterdam van 11 november 2025 en zittingsplaats Arnhem van 20 januari 2026.
Standpunt van de minister
7. De minister stelt zich op het standpunt dat Mogadishu ten aanzien van eiser als binnenlands beschermingsalternatief kan worden aangemerkt. De minister wijst erop dat er een oom ( [naam] ) van hem in Mogadishu woont en dat niet is gebleken dat deze oom geen familie van hem is. De minister wijst daartoe op de verklaringen van eiser in het aanmeldgehoor. Deze verklaringen heeft eiser niet gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor. Dit had volgens de minister wel van eiser mogen worden verwacht, temeer eiser stelt dat zijn verklaringen uit het aanmeldgehoor niet kloppen. Verder heeft eiser volgens de minister wisselend verklaard over zijn band met [naam] .
7.1.
Daarnaast blijkt volgens de minister uit openbare informatie dat de clan een belangrijke rol speelt in de Somalische samenleving. Daarbij kan het behoren tot de meerderheidsclan volgens de minister ook worden gezien als een sociaal netwerk. De minister wijst erop dat eiser tot een meerderheidsclan behoort. Eiser kan zich volgens de minister daarom beroepen op zijn clanleden. Verder heeft eiser verklaard ‘als Somaliërs zijnde je elkaar gewoon helpt’, waaruit de minister afleidt dat eiser zelf ook verwacht dat hij wel hulp kan krijgen.
Het oordeel van de rechtbank
8. Het betoog van eiser slaagt. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat Mogadishu in geval van eiser als binnenlands beschermingsalternatief kan worden aangehouden. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot haar haar oordeel is gekomen en zal daar waar nodig de landeninformatie benoemen waarnaar eiser in beroep heeft verwezen.
8.1.
De rechtbank is allereerst van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat [naam] de oom van eiser is. Hoewel eiser in het aanmeldgehoor inderdaad heeft verklaard dat hij een verre oom van moederskant is, verklaart eiser in het nader gehoor op eigen initiatief dat hij geen familie is, maar meer een vriend van zijn moeder. Hij verklaart daarover namelijk: ‘Ik ken hem niet, het zal een vriend van mijn moeder zijn’.De rechtbank volgt niet het standpunt van de minister dat hij desondanks mag uitgaan van de verklaringen in het aanmeldgehoor omdat het op de weg van eiser had gelegen om in de correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor te corrigeren dat [naam] geen familie van eiser was. De rechtbank vindt de verklaring van eiser, dat het woord ‘oom’ (of: [vertaling] ) in het Somalisch spraakgebruik een respectvolle manier is om over (oudere) mannen te praten, niet ongeloofwaardig. De minister heeft dat ook niet bestreden. Bovendien is pas in het voornemen voor het eerst aan eiser tegengeworpen dat hij volgens de minister familie heeft in Mogadishu zodat voor eiser in het aanmeldgehoor ook geen directe aanleiding bestond om zijn, in zijn beleving nog steeds juiste verklaring, van de nodige context te voorzien. Gezien het voorgaande valt dat ook niet zonder meer in te zien waarom de minister aan de verklaringen van eiser over [naam] in het nader gehoor kennelijk minder gewicht toekent dat aan eisers verklaringen in het aanmeldgehoor. Van een tegenstrijdigheid of wisselende verklaringen is de rechtbank immers niet gebleken.
8.2.
De rechtbank is ten aanzien van [naam] verder van oordeel dat hij, nog los van de vraag of tussen eiser en [naam] een familieband bestaat, hoe dan ook geen onderdeel vormt van eisers grootfamilie. Eiser heeft namelijk verklaard over [naam] als ‘verre oom’. Met grootfamilie wordt gedoeld op gezinsleden en andere naaste familie, zoals bijvoorbeeld opa’s, oma’s, tantes en ooms. Een verre oom valt buiten het bereik van de term grootfamilie. De rechtbank volgt dan ook niet het standpunt van de minister ter zitting dat onder grootfamilie niet alleen de hele familie maar ook bekenden moeten worden verstaan.
8.3.
Naast dit alles is de rechtbank nog van oordeel dat de minister zich bovendien onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat aannemelijk is dat eiser, los van de al dan niet bestaande familieband met [naam] , bij terugkeer naar Mogadishu kan verwachten dat deze [naam] hem bescherming zal bieden. Niet in geding is dat eiser deze [naam] hoe dan ook nauwelijks kent, dat eiser in Mogadishu slechts 20 dagen bij hem heeft ondergedoken, daar bovendien geen onderdeel heeft uitgemaakt van het maatschappelijk leven (eiser is geen dag buiten geweest) en daarna naar Nederland is gevlucht. Daaruit blijkt, anders dan de minister veronderstelt, geen indicatie dat deze [naam] hem ook bij terugkeer zou kunnen of willen helpen als eiser (voor [naam] onverwacht) en permanent terugkeert naar Mogadishu .
8.4.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich ook onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser kan rekenen op voldoende bescherming van zijn clan. De rechtbank overweegt dat uit landeninformatie volgt dat er verdeeldheid bestaat in de [clan] -clan, waartoe eiser behoort, en dat de clan is onderverdeeld in supporters en tegenstanders van Al-Shabaab. Eiser heeft daartoe gewezen op een rapportage van Armed Conflict Location & Event Data (ACLED) van maart 2023 en op twee artikelen van de Horn Observer. De minister heeft deze landeninformatie niet bestreden. Daarmee is het betoog dat in Mogadishu evenzogoed clanleden van eiser wonen die sympathiek staan tegenover Al-Shabaab niet onaannemelijk. Nu de minister de problemen van eiser met Al-Shabaab geloofwaardig vindt is dan ook niet zonder meer aannemelijk dat eiser zonder hechtere (familie) banden bescherming kan vinden bij [clan] -clanleden in Mogadishu . Eiser wijst er in dit kader terecht op dat uit de EUAA Country Guidance 2025 volgt dat bij vervolging door Al-Shabaab Zuid- en Centraal Somalië onvoldoende veilig zullen zijn en dat rekenschap moet worden gegeven van de omstandigheid dat Al-Shabaab ook mensen kan laten volgen en vervolgen die zich buiten hun grondgebied bevinden. Eisers eerdere verblijf van 20 dagen en de omstandigheden waaronder dat heeft plaatsgevonden geeft de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel, nu eiser daar slechts zeer kort heeft verbleven, alleen contact heeft gehad met [naam] en verder niet heeft deelgenomen aan het maatschappelijk leven.
8.5.
Verder blijkt uit door eiser overgelegde landeninformatie dat Mogadishu slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden aangemerkt als beschermingsalternatief. De rechtbank wijst op de door eiser overgelegde rapportages van het EUAA, de UNHCR en het algemeen ambtsbericht 2023. Uit deze landeninformatie volgt – kort gezegd - dat bij de beoordeling of sprake kan zijn van een binnenlands beschermingsalternatief in Mogadishu rekening moet worden gehouden met persoonlijke kenmerken en dat een redelijk beschermingsalternatief in Mogadishu slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is en enkel aanwezig is voor alleenstaande en gezonde jonge mannen of kinderloze koppels zonder kwetsbaarheden, die behoren tot een lokale meerderheidsclan en die voldoende mogelijkheden hebben om in hun eigen onderhoud te voorzien. Uit de EUAA Country Guidance 2023 volgt daarnaast in het bijzonder dat vluchtelingen die zich in Mogadishu willen vestigen een beroepsachtergrond moeten hebben die hun toegang vergemakkelijkt tot werk of een ondersteunend netwerk dat hen kan helpen om toegang te krijgen tot basisvoorzieningen, of dat zij anderszins over voldoende financiële middelen moeten beschikken.
8.6.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat in geval van eiser sprake is van een dergelijk bijzonder geval waarvoor een beschermingsalternatief in Mogadishu bestaat. Hoewel het wettelijk kader ‘uitzonderlijkheid’ niet als criterium aanmerkt, moet wel rekening worden gehouden met eisers persoonlijke omstandigheden in relatie tot zijn eventuele permanente verblijf in Mogadishu . De minister heeft zich onvoldoende kenbaar rekenschap gegeven van de persoonlijke omstandigheden van eiser en de uit de door eiser overgelegde landeninformatie volgende vereisten voor het hanteren van Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief.
8.7.
De rechtbank vindt bij dit oordeel van belang dat uit de door eiser aangehaalde landeninformatie volgt dat eiser in Mogadishu voldoende mogelijkheden moet hebben om in zijn onderhoud te voorzien en dat daarvoor een beroepsachtergrond of een bepaald onderwijsniveau van belang is. Niet in geschil is dat eiser een jonge man is, die zijn hele leven als schaapsherder heeft gewerkt, dat hij geen formele opleiding heeft genoten en ook geen (bij de rechtbank bekende) financiële middelen heeft. Samen bezien met het onder 8 tot en met 8.4. overwogene zijn de omstandigheden dat eiser behoort tot een meerderheidsclan, dat eiser voor zover bekend geen beperkingen heeft, weerbaar is en deel uitmaakt van een kinderloos koppel daarom op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat sprake is van een uitzonderlijk geval en dat van eiser daarom mag worden verwacht dat hij zich in Mogadishu vestigt.
8.8.
De minister heeft tijdens de zitting nog aangegeven dat uit het algemeen ambtsbericht van 2023 niet volgt dat voor het aannemen van een binnenlands beschermingsalternatief financiële middelen, een beroepsachtergrond of een opleiding nodig zijn. Dit volgt echter wel uit de EUAA Country Guidance van 2022, waar in het algemeen ambtsbericht van 2023 expliciet naar wordt verwezen. Precies hetzelfde volgt uit de EUAA Country Guidance van 2023. De omstandigheid dat het algemeen ambtsbericht van 2023 daarover zelf niets zegt is onvoldoende voor een andere conclusie.
8.9.
Uit voorgaande volgt dat het bestreden besluit meerdere motiveringsgebreken kent en dat het daarom moet worden vernietigd. De overige, niet expliciet besproken gronden van eiser behoeven daarom geen nadere bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet daarom een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
9.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- bij een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 30 september 2025;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Paragraaf C7/30.5.2 van de Vc 2000.
Nader gehoor, pagina 14.
VWN, 23 september 2025, ‘Somalië – Mate van ondersteuning en bescherming door
(groot)familie en clan’10 november 2025, ‘Somalië - Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief’ en 26 februari 2026, ‘Somalië – Terugkeerders zonder netwerk’.
ECLI:NL:RVS:2024:3805.
ECLI:NL:RBDHA:2024:21857.
ECLI:NL:RBDHA:2024:16885.
ECLI:NL:RBDHA:2025:19746.
ECLI:NL:RBDHA:2025:22824.
ECLI:NL:RBDHA:2026:993.
De minister wijst op een rapportage van de UK Home Office van Juli 2025, ‘Country Policy and information note. Somalia: Humanitarian situation in Mogadishu nr. 4’, pagina’s 11 en 30 -31.
Nader gehoor, pagina 14.
De rechtbank wijst op de uitspraak van deze zittingsplaats van 20 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:993.
ACLED, 15 september 2023, ‘Somalia Situation Update: September 2023 | The Government and al-Shabaab Vie for the Support of Clan Militias’, en Horn Observer, 2 april 2025, ‘A growing fear compelled the [clan] elites within al-Shabaab to reassess their alignment with the leader and their defensive strength’ en 15 mei April 2025, ‘Somalia: Al-Shabaab's Growing Clan Divide and the Government's Blind Spot’ .
EUAA, 2025, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina 106.
EUAA, 2023, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina 56 e.v., en EUAA, 2025, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina’s 113 en 114.
UNHCR, 2003, ‘Guidelines on International Protection No. 4: "Internal Flight or Relocation Alternative" within the context of Article 1A(2) of the 1951 Convention and/or 1967 Protocol relating to the Status of Refugees’, paragraaf 25.
Algemeen Ambtsbericht Somalië 2023, pagina’s 42 en 43.
Paragraaf C3/3.4.2. van de Vc 2000 (geldig na 12 juni 2026).
EUAA, augustus 2023, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina 53.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33138
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. S.T.C. Rebergen),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S.H. de Vries).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister zich op meerdere punten onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat Mogadishu voor eiser een binnenlands beschermingsalternatief is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 september 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is van Somalische nationaliteit en is geboren op [datum 1] 1998. Eiser heeft verklaard dat hij op 19 juni 2023 bij een toespraak van Al-Shabaab in zijn dorp ( [dorp] ) te horen kreeg dat hij getraind zou gaan worden en mee zou moeten vechten in de jihad. Eiser is samen met andere jongemannen op de foto gezet. Op [datum 2] 2023 was er een incident bij een waterput waarbij meerdere jongeren, waaronder eiser, op de vlucht sloegen, nadat er door vier
gemaskerde Al-Shabaab strijders schoten werden gelost. De volgende dag is Al-Shabaab bij eiser thuis langsgekomen. Eisers moeder heeft vervolgens tegen eiser gezegd niet naar huis te komen en heeft ervoor gezorgd dat eiser met een auto opgehaald werd en naar Mogadishu werd gebracht. Daar heeft eiser ongeveer 20 dagen in een woning verbleven bij een man genaamd [naam] tot eiser met een reisagent het land heeft verlaten met een vals paspoort. Eiser vreest bij terugkeer vermoord te worden door Al-Shabaab.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met Al-Shabaab vanwege rekrutering.
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat beide asielmotieven geloofwaardig zijn, maar werpt eiser tegen dat hij een beschermingsalternatief heeft in Mogadishu en dat van hem kan worden verwacht dat hij naar Mogadishu terugkeert omdat hij daar heeft verbleven tijdens zijn vlucht. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag moet worden afgewezen.
Juridisch kader
5. Bij het onderzoek naar het bestaan van een binnenlandse beschermingsalternatief, beoordeelt de IND of de vreemdeling zich kan vestigen in een ander deel van het land, dan waar hij vervolging vreest of een reëel risico loopt op ernstig lijden. Naast het vereiste dat de dreiging in een ander deel van het land niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere deel van het land geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Uit artikel 8, eerste lid, Kwalificatieverordening volgt dat de vreemdeling op een veilige en wettige manier moet kunnen reizen naar en zich toegang moet kunnen verschaffen tot het gebied waar hij wordt geacht binnenlandse bescherming in te kunnen roepen. De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
5.1.
De IND toetst, conform paragraaf C3/3.4.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) of, gelet op de individuele omstandigheden, in Somalië een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen in geval van Somalië de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
eerder verblijf in het gebied buiten het gebied van herkomst; en
de aanwezigheid van grootfamilie.
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan vreemdelingen die afkomstig zijn uit gebieden waar Al-Shabaab aan de macht is of de gebieden controleert.
Heeft de minister Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief mogen aanduiden?
6. Eiser betoogt dat de minister hem ten onrechte een binnenlands beschermingsalternatief heeft tegengeworpen in de vorm van Mogadishu . Eiser wijst erop dat hij slechts 20 dagen in Mogadishu heeft verbleven bij een man die geen familie van hem is. Dat hij de man in het aanmeldgehoor meermaals ‘oom’ heeft genoemd is volgens eiser te wijten aan Somalisch spraakgebruik, waarin een oudere man wordt aangesproken als ‘oom ( [vertaling] )’. Eiser wijst erop dat hij deze persoon in het nader gehoor ook heeft aangeduid als ‘vriend van mijn moeder’. Daarom kan niet worden gesproken van grootfamilie in Mogadishu . Eiser wijst erop dat hij in Mogadishu gedurende de 20 dagen dat hij er verbleef alleen binnen heeft gezeten en daar ook geen enkel sociaal netwerk heeft. Ook zijn moeder heeft naast [naam] geen sociale contacten en leden van zijn stam kent hij niet.
6.1.
Eiser wijst verder op landeninformatie waaruit – kort gezegd – volgt dat Mogadishu alleen in uitzonderlijke gevallen als binnenlands beschermingsalternatief kan worden aangehouden en waaruit volgt dat bij vervolging door Al-Shabaab, Zuid-Somalië, en Mogadishu in het algemeen onvoldoende veilig zijn. Ook wijst hij op landeninformatie waaruit volgt dat ook binnen de clan van eiser elementen bestaan die sympathiek staan tegenover Al-Shabaab, hetgeen een terugkeer naar Mogadishu volgens eiser bemoeilijkt zonder familie of sociaal netwerk.
6.2.
Eiser wijst erop dat hij een simpel boerenbestaan heeft geleefd in een dorp, en dat hij dus geen bruikbare opleidingen- of beroepsachtergrond heeft, geen financiële middelen heeft en geen ondersteunend netwerk heeft in Mogadishu . Eiser wijst op het meest recente ambtsbericht uit 2025 waarin staat dat ontheemden naar de steden zouden kunnen trekken, maar dat zij zich daar ook niet altijd zouden kunnen onttrekken aan geweld omdat Al-Shabaab zich daar ook kan verplaatsen. Bij de rekrutering is er een foto van eiser genomen door Al-Shabaab. Al-Shabaab heeft gedreigd dat eiser gestraft zou worden als hij zich niet zou melden. De vrees voor represailles door Al-Shabaab in Mogadishu is dan ook reëel. Eiser wijst ter onderbouwing van zijn standpunten op een drietal brieven van Vluchtelingen Werk Nederland (VWN) over de ondersteuning en bescherming van (groot)familie en clan, Mogadishu als beschermingsalternatief en terugkeerders zonder netwerk.
6.3.
Uit de jurisprudentie over een beschermingsalternatief in Mogadishu komt volgens eiser naar voren dat dit met name wordt aangenomen bij eerder (daadwerkelijk) verblijf in Mogadishu én wanneer er naaste familieleden in Mogadishu zijn. Eiser wijst op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 september 2024. Volgens eiser blijkt uit deze jurisprudentie dat een beschermingsalternatief voornamelijk wordt aangenomen bij daadwerkelijk verblijf en aanwezigheid van naaste familie. Eiser wijst verder op een aantal uitspraken van deze rechtbank. Eiser wijst op de uitspraken van zittingsplaats Groningen van 23 december 2024, zittingsplaats Arnhem van 16 oktober 2024, zittingsplaats Roermond van 20 juni 2025, zittingsplaats Rotterdam van 11 november 2025 en zittingsplaats Arnhem van 20 januari 2026.
Standpunt van de minister
7. De minister stelt zich op het standpunt dat Mogadishu ten aanzien van eiser als binnenlands beschermingsalternatief kan worden aangemerkt. De minister wijst erop dat er een oom ( [naam] ) van hem in Mogadishu woont en dat niet is gebleken dat deze oom geen familie van hem is. De minister wijst daartoe op de verklaringen van eiser in het aanmeldgehoor. Deze verklaringen heeft eiser niet gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor. Dit had volgens de minister wel van eiser mogen worden verwacht, temeer eiser stelt dat zijn verklaringen uit het aanmeldgehoor niet kloppen. Verder heeft eiser volgens de minister wisselend verklaard over zijn band met [naam] .
7.1.
Daarnaast blijkt volgens de minister uit openbare informatie dat de clan een belangrijke rol speelt in de Somalische samenleving. Daarbij kan het behoren tot de meerderheidsclan volgens de minister ook worden gezien als een sociaal netwerk. De minister wijst erop dat eiser tot een meerderheidsclan behoort. Eiser kan zich volgens de minister daarom beroepen op zijn clanleden. Verder heeft eiser verklaard ‘als Somaliërs zijnde je elkaar gewoon helpt’, waaruit de minister afleidt dat eiser zelf ook verwacht dat hij wel hulp kan krijgen.
Het oordeel van de rechtbank
8. Het betoog van eiser slaagt. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat Mogadishu in geval van eiser als binnenlands beschermingsalternatief kan worden aangehouden. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot haar haar oordeel is gekomen en zal daar waar nodig de landeninformatie benoemen waarnaar eiser in beroep heeft verwezen.
8.1.
De rechtbank is allereerst van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat [naam] de oom van eiser is. Hoewel eiser in het aanmeldgehoor inderdaad heeft verklaard dat hij een verre oom van moederskant is, verklaart eiser in het nader gehoor op eigen initiatief dat hij geen familie is, maar meer een vriend van zijn moeder. Hij verklaart daarover namelijk: ‘Ik ken hem niet, het zal een vriend van mijn moeder zijn’.De rechtbank volgt niet het standpunt van de minister dat hij desondanks mag uitgaan van de verklaringen in het aanmeldgehoor omdat het op de weg van eiser had gelegen om in de correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor te corrigeren dat [naam] geen familie van eiser was. De rechtbank vindt de verklaring van eiser, dat het woord ‘oom’ (of: [vertaling] ) in het Somalisch spraakgebruik een respectvolle manier is om over (oudere) mannen te praten, niet ongeloofwaardig. De minister heeft dat ook niet bestreden. Bovendien is pas in het voornemen voor het eerst aan eiser tegengeworpen dat hij volgens de minister familie heeft in Mogadishu zodat voor eiser in het aanmeldgehoor ook geen directe aanleiding bestond om zijn, in zijn beleving nog steeds juiste verklaring, van de nodige context te voorzien. Gezien het voorgaande valt dat ook niet zonder meer in te zien waarom de minister aan de verklaringen van eiser over [naam] in het nader gehoor kennelijk minder gewicht toekent dat aan eisers verklaringen in het aanmeldgehoor. Van een tegenstrijdigheid of wisselende verklaringen is de rechtbank immers niet gebleken.
8.2.
De rechtbank is ten aanzien van [naam] verder van oordeel dat hij, nog los van de vraag of tussen eiser en [naam] een familieband bestaat, hoe dan ook geen onderdeel vormt van eisers grootfamilie. Eiser heeft namelijk verklaard over [naam] als ‘verre oom’. Met grootfamilie wordt gedoeld op gezinsleden en andere naaste familie, zoals bijvoorbeeld opa’s, oma’s, tantes en ooms. Een verre oom valt buiten het bereik van de term grootfamilie. De rechtbank volgt dan ook niet het standpunt van de minister ter zitting dat onder grootfamilie niet alleen de hele familie maar ook bekenden moeten worden verstaan.
8.3.
Naast dit alles is de rechtbank nog van oordeel dat de minister zich bovendien onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat aannemelijk is dat eiser, los van de al dan niet bestaande familieband met [naam] , bij terugkeer naar Mogadishu kan verwachten dat deze [naam] hem bescherming zal bieden. Niet in geding is dat eiser deze [naam] hoe dan ook nauwelijks kent, dat eiser in Mogadishu slechts 20 dagen bij hem heeft ondergedoken, daar bovendien geen onderdeel heeft uitgemaakt van het maatschappelijk leven (eiser is geen dag buiten geweest) en daarna naar Nederland is gevlucht. Daaruit blijkt, anders dan de minister veronderstelt, geen indicatie dat deze [naam] hem ook bij terugkeer zou kunnen of willen helpen als eiser (voor [naam] onverwacht) en permanent terugkeert naar Mogadishu .
8.4.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich ook onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser kan rekenen op voldoende bescherming van zijn clan. De rechtbank overweegt dat uit landeninformatie volgt dat er verdeeldheid bestaat in de [clan] -clan, waartoe eiser behoort, en dat de clan is onderverdeeld in supporters en tegenstanders van Al-Shabaab. Eiser heeft daartoe gewezen op een rapportage van Armed Conflict Location & Event Data (ACLED) van maart 2023 en op twee artikelen van de Horn Observer. De minister heeft deze landeninformatie niet bestreden. Daarmee is het betoog dat in Mogadishu evenzogoed clanleden van eiser wonen die sympathiek staan tegenover Al-Shabaab niet onaannemelijk. Nu de minister de problemen van eiser met Al-Shabaab geloofwaardig vindt is dan ook niet zonder meer aannemelijk dat eiser zonder hechtere (familie) banden bescherming kan vinden bij [clan] -clanleden in Mogadishu . Eiser wijst er in dit kader terecht op dat uit de EUAA Country Guidance 2025 volgt dat bij vervolging door Al-Shabaab Zuid- en Centraal Somalië onvoldoende veilig zullen zijn en dat rekenschap moet worden gegeven van de omstandigheid dat Al-Shabaab ook mensen kan laten volgen en vervolgen die zich buiten hun grondgebied bevinden. Eisers eerdere verblijf van 20 dagen en de omstandigheden waaronder dat heeft plaatsgevonden geeft de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel, nu eiser daar slechts zeer kort heeft verbleven, alleen contact heeft gehad met [naam] en verder niet heeft deelgenomen aan het maatschappelijk leven.
8.5.
Verder blijkt uit door eiser overgelegde landeninformatie dat Mogadishu slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden aangemerkt als beschermingsalternatief. De rechtbank wijst op de door eiser overgelegde rapportages van het EUAA, de UNHCR en het algemeen ambtsbericht 2023. Uit deze landeninformatie volgt – kort gezegd - dat bij de beoordeling of sprake kan zijn van een binnenlands beschermingsalternatief in Mogadishu rekening moet worden gehouden met persoonlijke kenmerken en dat een redelijk beschermingsalternatief in Mogadishu slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is en enkel aanwezig is voor alleenstaande en gezonde jonge mannen of kinderloze koppels zonder kwetsbaarheden, die behoren tot een lokale meerderheidsclan en die voldoende mogelijkheden hebben om in hun eigen onderhoud te voorzien. Uit de EUAA Country Guidance 2023 volgt daarnaast in het bijzonder dat vluchtelingen die zich in Mogadishu willen vestigen een beroepsachtergrond moeten hebben die hun toegang vergemakkelijkt tot werk of een ondersteunend netwerk dat hen kan helpen om toegang te krijgen tot basisvoorzieningen, of dat zij anderszins over voldoende financiële middelen moeten beschikken.
8.6.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat in geval van eiser sprake is van een dergelijk bijzonder geval waarvoor een beschermingsalternatief in Mogadishu bestaat. Hoewel het wettelijk kader ‘uitzonderlijkheid’ niet als criterium aanmerkt, moet wel rekening worden gehouden met eisers persoonlijke omstandigheden in relatie tot zijn eventuele permanente verblijf in Mogadishu . De minister heeft zich onvoldoende kenbaar rekenschap gegeven van de persoonlijke omstandigheden van eiser en de uit de door eiser overgelegde landeninformatie volgende vereisten voor het hanteren van Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief.
8.7.
De rechtbank vindt bij dit oordeel van belang dat uit de door eiser aangehaalde landeninformatie volgt dat eiser in Mogadishu voldoende mogelijkheden moet hebben om in zijn onderhoud te voorzien en dat daarvoor een beroepsachtergrond of een bepaald onderwijsniveau van belang is. Niet in geschil is dat eiser een jonge man is, die zijn hele leven als schaapsherder heeft gewerkt, dat hij geen formele opleiding heeft genoten en ook geen (bij de rechtbank bekende) financiële middelen heeft. Samen bezien met het onder 8 tot en met 8.4. overwogene zijn de omstandigheden dat eiser behoort tot een meerderheidsclan, dat eiser voor zover bekend geen beperkingen heeft, weerbaar is en deel uitmaakt van een kinderloos koppel daarom op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat sprake is van een uitzonderlijk geval en dat van eiser daarom mag worden verwacht dat hij zich in Mogadishu vestigt.
8.8.
De minister heeft tijdens de zitting nog aangegeven dat uit het algemeen ambtsbericht van 2023 niet volgt dat voor het aannemen van een binnenlands beschermingsalternatief financiële middelen, een beroepsachtergrond of een opleiding nodig zijn. Dit volgt echter wel uit de EUAA Country Guidance van 2022, waar in het algemeen ambtsbericht van 2023 expliciet naar wordt verwezen. Precies hetzelfde volgt uit de EUAA Country Guidance van 2023. De omstandigheid dat het algemeen ambtsbericht van 2023 daarover zelf niets zegt is onvoldoende voor een andere conclusie.
8.9.
Uit voorgaande volgt dat het bestreden besluit meerdere motiveringsgebreken kent en dat het daarom moet worden vernietigd. De overige, niet expliciet besproken gronden van eiser behoeven daarom geen nadere bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet daarom een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
9.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- bij een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 30 september 2025;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Paragraaf C7/30.5.2 van de Vc 2000.
Nader gehoor, pagina 14.
VWN, 23 september 2025, ‘Somalië – Mate van ondersteuning en bescherming door
(groot)familie en clan’10 november 2025, ‘Somalië - Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief’ en 26 februari 2026, ‘Somalië – Terugkeerders zonder netwerk’.
ECLI:NL:RVS:2024:3805.
ECLI:NL:RBDHA:2024:21857.
ECLI:NL:RBDHA:2024:16885.
ECLI:NL:RBDHA:2025:19746.
ECLI:NL:RBDHA:2025:22824.
ECLI:NL:RBDHA:2026:993.
De minister wijst op een rapportage van de UK Home Office van Juli 2025, ‘Country Policy and information note. Somalia: Humanitarian situation in Mogadishu nr. 4’, pagina’s 11 en 30 -31.
Nader gehoor, pagina 14.
De rechtbank wijst op de uitspraak van deze zittingsplaats van 20 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:993.
ACLED, 15 september 2023, ‘Somalia Situation Update: September 2023 | The Government and al-Shabaab Vie for the Support of Clan Militias’, en Horn Observer, 2 april 2025, ‘A growing fear compelled the [clan] elites within al-Shabaab to reassess their alignment with the leader and their defensive strength’ en 15 mei April 2025, ‘Somalia: Al-Shabaab's Growing Clan Divide and the Government's Blind Spot’ .
EUAA, 2025, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina 106.
EUAA, 2023, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina 56 e.v., en EUAA, 2025, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina’s 113 en 114.
UNHCR, 2003, ‘Guidelines on International Protection No. 4: "Internal Flight or Relocation Alternative" within the context of Article 1A(2) of the 1951 Convention and/or 1967 Protocol relating to the Status of Refugees’, paragraaf 25.
Algemeen Ambtsbericht Somalië 2023, pagina’s 42 en 43.
Paragraaf C3/3.4.2. van de Vc 2000 (geldig na 12 juni 2026).
EUAA, augustus 2023, ‘Country Guidance: Somalia’, pagina 53.