Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21697

2026-07-30 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.26552
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-30
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.26552
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel. Dublin Kroatië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eerdere ervaringen. Medische omstandigheden. Discretionaire bevoegdheid. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.626 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL26.26552


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),



en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. E.E.G.N. van der Meulen).




Procesverloop


In het besluit van 11 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.



Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op een zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Overwegingen

1. Ten aanzien van Kroatië kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit de door eiser overgelegde landeninformatie blijkt niet van systematische tekortkomingen in de procedure of de opvang. Dat aan de buitengrens sprake is van pushbacks leidt niet tot een ander oordeel. Eiser komt namelijk niet als illegale migrant aan de buitengrens, maar wordt gereguleerd overgedragen. Dit volgt uit het arrest X. Daaruit volgt ook dat eisers eerdere ervaringen in Kroatië van beperkte betekenis zijn.

2. Ten aanzien van eisers medische problemen is een samenvatting van het medisch dossier overgelegd, maar die geeft niet veel duidelijkheid. Wel is gebleken dat eiser depressief is en dat hij is doorverwezen. Ook is bekend dat eiser een antidepressivum slikt. Daaruit volgt echter niet dat overdracht leidt tot een onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid.

3. Tot slot is de vraag of verweerder gebruik had moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat verweerder de behandeling van de asielaanvraag aan zich had moeten trekken. Allereerst is eisers medische situatie niet duidelijk, dus dat heeft verweerder niet voldoende hoeven achten. Eerdere ervaringen van eiser in Kroatië zijn betrokken bij de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en hoeven dan bij die discretionaire bevoegdheid niet aan bod te komen. Dat betekent dat ook die beroepsgrond niet slaagt.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. Dit proces-verbaal zal geanonimiseerd worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.



Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zoals die luidde tot 12 juni 2026.


Op grond van artikel 20, vijfde lid, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).


De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4037, en 21 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5635.


Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU), 29 februari 2024, ECLI:EU:C:2024:195.


Zoals bedoeld in het arrest van het HvJEU in de zaak CK tegen Slovenië van 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.


Zoals neergelegd in artikel 17 van de Dublinverordening.