Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:21682
2026-07-22
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
C/09/700400 / HA RK 26-126
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek voorlopig getuigenverhoor toegewezen, met proceskostenveroordeling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.598 tekens)
RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/700400 / HA RK 26-126
Beschikking van 22 juli 2026
in de zaak van
[verzoekster] B.V., te [plaats 1] ,
verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. H.J. Menger,
tegen
[verweerster 1] B.V., tevens h.o.d.n. [handelsnaam], te [plaats 2] ,
verweerster, hierna te noemen: [verweerster 1] ,
en
VERENIGING VAN EIGENAARS GEBOUW [verweerster 2], te [plaats 3] ,
verweerster, hierna te noemen: de VvE.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met tien producties, ingekomen op 26 februari 2026;
- de antwoordbrief van [verweerster 1] , ingekomen op 19 maart 2026.
1.2.
Op 8 juli 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling. Hierbij waren aanwezig:
namens [verzoekster] : mevrouw [naam 1] , bestuurster, bijgestaan door mr. Menger voornoemd;
namens [verweerster 1] : de heer [naam 2] voornoemd en mevrouw [naam 3] , die het beheer van de VvE feitelijk uitvoerde tot VB Real Estate Management B.V. het beheer overnam;
de VvE is verschenen bij de gevolmachtigde heer [naam 4] van VB Real Estate Management B.V.
2De feiten
2.1.
[verzoekster] is eigenaar van een bedrijfsruimte aan de [adres] (hierna: de bedrijfsruimte) waarbij een aantal vaste parkeerplaatsen horen.
2.2.
Door het eigendom van de bedrijfsruimte is [verzoekster] van rechtswege lid van de VvE. [verweerster 1] is de voormalig beheerder van de VvE.
2.3.
Tussen 24 oktober 2022 en 30 mei 2023 zijn er zonder overleg betonblokken op de parkeerplaatsen van [verzoekster] geplaatst. Hierdoor kon [verzoekster] haar parkeerplaatsen in die periode niet gebruiken.
3Het verzoek
3.1.
Het verzoek strekt, zakelijk weergegeven, tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor teneinde vier getuigen te horen, met veroordeling van verweersters in de kosten van deze procedure.
3.2.
Aan het verzoek legt [verzoekster] ten grondslag dat [verweerster 1] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar parkeerplaatsen voor een langere periode te laten blokkeren. Als gevolg hiervan stelt [verzoekster] schade te hebben geleden. Door middel van het voorlopig getuigenverhoor kan volgens [verzoekster] zekerheid worden verkregen over de wijze waarop en door wie de opdracht voor het plaatsen van de betonblokken is verstrekt. Om zoveel mogelijk zekerheid te verkrijgen over haar bewijspositie en haar proceskansen heeft [verzoekster] onderhavig verzoek ingediend.
3.3.
[verweerster 1] heeft, nadat zij aanvankelijk had aangegeven verweer te willen voeren, tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht geen bezwaar te hebben tegen het verzochte voorlopig getuigenverhoor. Ook de VvE heeft geen bezwaar gemaakt tegen de toewijzing van het verzoek van [verzoekster] .
4De beoordeling
4.1.
De rechtbank stelt voorop dat een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan worden toegewezen in de gevallen waarin volgens de wet het bewijs door getuigen is toegelaten. Uitgangspunt daarbij is dat de feiten die met het verhoor bewezen kunnen worden tot een beslissing van de zaak kunnen leiden. Op grond van artikel 196 Rv zal een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor alleen worden afgewezen als: (1) de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is, (2) onvoldoende belang bestaat bij het houden van een voorlopig getuigenverhoor, (3) het verzoek in strijd is met de goede procesorde, (4) sprake is van misbruik van bevoegdheid of (5) andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen het voorlopig getuigenverhoor.
4.2.
Aangezien [verweerster 1] en de VvE geen verweer hebben gevoerd en het verzoek aan de wettelijke vereisten voldoet, zal de rechtbank het verzoek toewijzen en een voorlopig getuigenverhoor bevelen.
Het voorlopig getuigenverhoor
4.3.
Aan partijen zal worden verzocht hun verhinderdata aan de rechtbank te sturen. Aan de hand van de verhinderdata zal de rechtbank een datum bepalen voor het verhoor en een rechter-commissaris aanzoeken die het verhoor zal leiden.
4.4.
De ervaring leert dat voor het horen van de eerste getuige veelal minimaal een uur moet worden uitgetrokken en voor de overige getuigen ongeveer drie kwartier. De rechtbank verzoekt de advocaat van [verzoekster] hier met het oproepen van de getuigen rekening mee te houden. Daarnaast verzoekt de rechtbank de advocaat van [verzoekster] het oproepschema tijdig voor het verhoor aan [verweerster 1] , de VvE en de griffier te sturen.
Proceskostenveroordeling
4.5.
[verzoekster] heeft verzocht om een proceskostenveroordeling. [verweerster 1] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling aangegeven verweer te willen voeren, waarna een mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verweerster 1] geen bezwaar heeft tegen de toewijzing van het verzoek. Omdat [verweerster 1] aanvankelijk had aangegeven verweer te willen voeren en dit noopte tot een mondelinge behandeling, bestaat er aanleiding [verweerster 1] te veroordelen in de kosten van deze procedure. De rechtbank begroot die kosten aan de zijde van [verzoekster] op een totaal van € 653,- aan salaris gemachtigde (1 punt voor de mondelinge behandeling x € 653,-).
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor teneinde vier getuigen te horen over de opdracht tot het plaatsen van de betonblokken op de parkeerplaatsen van [verzoekster] ;
5.2.
bepaalt dat het verhoor van de vier getuigen zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie te Den Haag aan de Prins Clauslaan 60 op een nader te bepalen datum en tijdstip ten overstaan van een nader te bepalen rechter-commissaris;
5.3.
bepaalt dat partijen binnen twee weken na heden hun verhinderdata over de komende vier maanden dienen door te geven aan de rechtbank;
5.4.
bepaalt dat [verzoekster] uiterlijk twee weken na deze beschikking een afschrift van de beschikking bij aangetekende brief of bij exploot aan [verweerster 1] en de VvE moet doen toekomen;
5.5.
veroordeelt [verweerster 1] in de proceskosten aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 653,- te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
type: 3384
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/700400 / HA RK 26-126
Beschikking van 22 juli 2026
in de zaak van
[verzoekster] B.V., te [plaats 1] ,
verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. H.J. Menger,
tegen
[verweerster 1] B.V., tevens h.o.d.n. [handelsnaam], te [plaats 2] ,
verweerster, hierna te noemen: [verweerster 1] ,
en
VERENIGING VAN EIGENAARS GEBOUW [verweerster 2], te [plaats 3] ,
verweerster, hierna te noemen: de VvE.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met tien producties, ingekomen op 26 februari 2026;
- de antwoordbrief van [verweerster 1] , ingekomen op 19 maart 2026.
1.2.
Op 8 juli 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling. Hierbij waren aanwezig:
namens [verzoekster] : mevrouw [naam 1] , bestuurster, bijgestaan door mr. Menger voornoemd;
namens [verweerster 1] : de heer [naam 2] voornoemd en mevrouw [naam 3] , die het beheer van de VvE feitelijk uitvoerde tot VB Real Estate Management B.V. het beheer overnam;
de VvE is verschenen bij de gevolmachtigde heer [naam 4] van VB Real Estate Management B.V.
2De feiten
2.1.
[verzoekster] is eigenaar van een bedrijfsruimte aan de [adres] (hierna: de bedrijfsruimte) waarbij een aantal vaste parkeerplaatsen horen.
2.2.
Door het eigendom van de bedrijfsruimte is [verzoekster] van rechtswege lid van de VvE. [verweerster 1] is de voormalig beheerder van de VvE.
2.3.
Tussen 24 oktober 2022 en 30 mei 2023 zijn er zonder overleg betonblokken op de parkeerplaatsen van [verzoekster] geplaatst. Hierdoor kon [verzoekster] haar parkeerplaatsen in die periode niet gebruiken.
3Het verzoek
3.1.
Het verzoek strekt, zakelijk weergegeven, tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor teneinde vier getuigen te horen, met veroordeling van verweersters in de kosten van deze procedure.
3.2.
Aan het verzoek legt [verzoekster] ten grondslag dat [verweerster 1] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar parkeerplaatsen voor een langere periode te laten blokkeren. Als gevolg hiervan stelt [verzoekster] schade te hebben geleden. Door middel van het voorlopig getuigenverhoor kan volgens [verzoekster] zekerheid worden verkregen over de wijze waarop en door wie de opdracht voor het plaatsen van de betonblokken is verstrekt. Om zoveel mogelijk zekerheid te verkrijgen over haar bewijspositie en haar proceskansen heeft [verzoekster] onderhavig verzoek ingediend.
3.3.
[verweerster 1] heeft, nadat zij aanvankelijk had aangegeven verweer te willen voeren, tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht geen bezwaar te hebben tegen het verzochte voorlopig getuigenverhoor. Ook de VvE heeft geen bezwaar gemaakt tegen de toewijzing van het verzoek van [verzoekster] .
4De beoordeling
4.1.
De rechtbank stelt voorop dat een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan worden toegewezen in de gevallen waarin volgens de wet het bewijs door getuigen is toegelaten. Uitgangspunt daarbij is dat de feiten die met het verhoor bewezen kunnen worden tot een beslissing van de zaak kunnen leiden. Op grond van artikel 196 Rv zal een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor alleen worden afgewezen als: (1) de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is, (2) onvoldoende belang bestaat bij het houden van een voorlopig getuigenverhoor, (3) het verzoek in strijd is met de goede procesorde, (4) sprake is van misbruik van bevoegdheid of (5) andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen het voorlopig getuigenverhoor.
4.2.
Aangezien [verweerster 1] en de VvE geen verweer hebben gevoerd en het verzoek aan de wettelijke vereisten voldoet, zal de rechtbank het verzoek toewijzen en een voorlopig getuigenverhoor bevelen.
Het voorlopig getuigenverhoor
4.3.
Aan partijen zal worden verzocht hun verhinderdata aan de rechtbank te sturen. Aan de hand van de verhinderdata zal de rechtbank een datum bepalen voor het verhoor en een rechter-commissaris aanzoeken die het verhoor zal leiden.
4.4.
De ervaring leert dat voor het horen van de eerste getuige veelal minimaal een uur moet worden uitgetrokken en voor de overige getuigen ongeveer drie kwartier. De rechtbank verzoekt de advocaat van [verzoekster] hier met het oproepen van de getuigen rekening mee te houden. Daarnaast verzoekt de rechtbank de advocaat van [verzoekster] het oproepschema tijdig voor het verhoor aan [verweerster 1] , de VvE en de griffier te sturen.
Proceskostenveroordeling
4.5.
[verzoekster] heeft verzocht om een proceskostenveroordeling. [verweerster 1] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling aangegeven verweer te willen voeren, waarna een mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verweerster 1] geen bezwaar heeft tegen de toewijzing van het verzoek. Omdat [verweerster 1] aanvankelijk had aangegeven verweer te willen voeren en dit noopte tot een mondelinge behandeling, bestaat er aanleiding [verweerster 1] te veroordelen in de kosten van deze procedure. De rechtbank begroot die kosten aan de zijde van [verzoekster] op een totaal van € 653,- aan salaris gemachtigde (1 punt voor de mondelinge behandeling x € 653,-).
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor teneinde vier getuigen te horen over de opdracht tot het plaatsen van de betonblokken op de parkeerplaatsen van [verzoekster] ;
5.2.
bepaalt dat het verhoor van de vier getuigen zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie te Den Haag aan de Prins Clauslaan 60 op een nader te bepalen datum en tijdstip ten overstaan van een nader te bepalen rechter-commissaris;
5.3.
bepaalt dat partijen binnen twee weken na heden hun verhinderdata over de komende vier maanden dienen door te geven aan de rechtbank;
5.4.
bepaalt dat [verzoekster] uiterlijk twee weken na deze beschikking een afschrift van de beschikking bij aangetekende brief of bij exploot aan [verweerster 1] en de VvE moet doen toekomen;
5.5.
veroordeelt [verweerster 1] in de proceskosten aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 653,- te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
type: 3384