Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:21643
2026-07-29
Civiel recht
C/09/708611
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding. Tegenstrijdig belang van de enige commissaris. De algemene vergadering is bevoegd tot het nemen van een besluit op grond van artikel 2:250 lid 5 BW. De algemene vergadering dient te worden hervat.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (16.671 tekens)
RECHTBANK Den Haag
Team Handel
Zaaknummer: C/09/708611 / KG ZA 26-765
Vonnis in kort geding van 29 juli 2026
in de zaak van
1 [eiseres] te [woonplaats] ,2. F.A.M. HOLDING B.V. te Leidschendam,
eisende partijen,
advocaat: mr. J.D. Hartgring,
tegen
VANKA-KAWAT HOLDING B.V. te Den Haag,
gedaagde partij,
advocaat: mr. M.R. van Leeuwen.
Eisers worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘ [eisers] c.s.’ Gedaagde wordt hierna aangeduid als ‘de vennootschap’.
1De procedure
1.1.
[eisers] c.s. hebben een dagvaarding met 12 producties uitgebracht en ingediend bij de rechtbank. De vennootschap heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling 3 producties ingediend. Bij de mondelinge behandeling van 22 juli 2026 was mr. Hartgring aanwezig namens [eisers] c.s. en mr. Van Leeuwen was aanwezig namens de vennootschap. Verder was mr. Schouten aanwezig, de advocaat van mevrouw [naam 1] . Partijen hebben de zaak toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. Namens de vennootschap zijn spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd. Aan het eind van de zitting is partijen medegedeeld dat uiterlijk op 29 juli 2026 vonnis wordt gewezen.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De vennootschap verricht holdingactiviteiten voor een onderneming die actief is in de groothandel in Aziatische levensmiddelen.
2.2.
De vennootschap heeft vier aandeelhouders. Mevrouw [eiseres] (hierna: [eiseres] ) houdt 29 aandelen A. Haar zus mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ) houdt eveneens 29 aandelen A. De besloten vennootschap F.A.M. Holding B.V. (met als bestuurder [eiseres] ) houdt 32 aandelen B. De besloten vennootschap BRPD Beheer B.V. (met als bestuurder de heer [naam 2] ) houdt 16 aandelen C.
2.3.
[naam 2] is tevens bestuurder (algemeen directeur) van de vennootschap. De raad van commissarissen bestaat uit [eiseres] als enige commissaris.
2.4.
In de statuten van de vennootschap staat:
Artikel 13 – Blokkeringsregeling (goedkeuring)
1. Iedere overdracht van aandelen behoeft de goedkeuring van de raad van commissarissen, hierna in dit artikel ook genoemd “het bevoegde orgaan”, behoudens het bepaalde in lid 17.
2. De goedkeuring wordt verzocht bij aangetekende brief aan de directie onder opgave van het aantal te vervreemden aandelen en de naam van degene(n) aan wie de verzoeker de aandelen wenst over te dragen.
De directie is verplicht te verzoeken een vergadering van de raad van commissarissen bijeen te roepen, te houden binnen zes weken na ontvangst van het verzoek.
3. Binnen één week na de in lid 2 genoemde vergadering moet de directie de beslissing schriftelijk aan de verzoeker mededelen, bij gebreke waarvan de goedkeuring wordt geacht te zijn verleend.
2.5.
Bij brief van 29 mei 2026 hebben [eisers] c.s. de aandeelhouders geïnformeerd dat zij voornemens zijn hun 29 aandelen A en 32 aandelen B te verkopen aan een derde (hierna: de beoogd koper).
2.6.
Op 2 juni 2026 hebben [naam 1] , haar zoon en een derde een bod uitgebracht op alle aandelen van de vennootschap namens de nieuw op te richten entiteit Newco. [eisers] c.s. zijn niet op dat bod ingegaan.
2.7.
Bij brief van 5 juni 2026 heeft [eiseres] de algemene vergadering bijeengeroepen. Daarbij heeft zij onder meer de onderwerpen “vaststelling tegenstrijdig belang commissaris [eiseres] (stempunt)” en “Besluit tot goedkeuring overdracht aandelen (stempunt)” geagendeerd.
2.8.
Tijdens de algemene vergadering op 15 juni 2026 is discussie ontstaan over de vraag welk orgaan bevoegd is om te besluiten op het verzoek tot goedkeuring van de overdracht van de aandelen van [eisers] c.s., nu [eiseres] als commissaris een tegenstrijdig belang heeft. Om die reden is de vergadering geschorst.
2.9.
De vergadering is op 22 juni 2026 voortgezet. De vergadering heeft toen vastgesteld dat commissaris [eiseres] een tegenstrijdig belang heeft. De voorzitter van de vergadering heeft het agendapunt met betrekking tot de goedkeuring van de overdracht van aandelen niet in stemming gebracht, maar de vergadering opnieuw geschorst. De motivering van de voorzitter is in de dagvaarding als volgt geparafraseerd:
Ik ben geen jurist. Ik heb er kennis van genomen dat er verschil van inzicht bestaat over of de vergadering van aandeelhouders als bevoegd orgaan in de plaats treedt van de raad van commissarissen bij tegenstrijdig belang. Ik wil voorkomen dat er nietige of vernietigbare besluiten worden genomen. Daarom geef ik partijen drie weken de tijd om hierover een rechterlijke uitspraak te verkrijgen.
2.10.
[eisers] c.s. hebben vervolgens de onderhavige procedure aanhangig gemaakt.
3Het geschil
3.1.
[eisers] c.s. vorderen - samengevat - de voorzitter van de algemene vergadering te bevelen, althans de vennootschap te bevelen de voorzitter te instrueren, (i) het agendapunt inzake de goedkeuring van de voorgenomen overdracht van aandelen van eisers aan de beoogd derde onverwijld in stemming te brengen op de voort te zetten algemene vergadering welke dient te worden gehouden binnen één week na de uitspraak, en (ii) alle medewerking te verlenen die aan het besluitvormingsproces en de op basis daarvan te nemen stappen, dienstig is, met veroordeling van de vennootschap in de proceskosten, één en ander uitvoerbaar bij voorraad.
3.2.
[eisers] c.s. leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. [eisers] c.s. menen dat de algemene vergadering bevoegd is te besluiten over de verzochte goedkeuring voor de verkoop, zulks in lijn met artikel 2:250 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [eisers] c.s. hebben een spoedeisend belang bij voortzetting van de vergadering en een stemming over de verzochte goedkeuring, nu [eisers] c.s. een exclusiviteitsperiode zijn overeengekomen met de beoogd koper tot 31 juli 2026. [eisers] c.s. lopen bij verdere vertraging van het besluitvormingsproces het risico dat de voorgenomen transactie met de beoogd koper definitief van de baan is.
3.3.
De vennootschap voert verweer. De vennootschap concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] c.s., met veroordeling van [eisers] c.s. in de kosten van deze procedure.
3.4.
De vennootschap betwist ten eerste dat [eisers] c.s. een spoedeisend belang hebben bij hun vordering. Als de beoogde verkoop niet doorgaat dan leidt dat niet tot schade omdat Newco een bod met dezelfde of betere voorwaarden heeft gedaan. Een biedingsprocedure doet in de huidige situatie meer recht aan de belangen van alle partijen. Ten tweede stelt de vennootschap dan ook dat indien een besluit tot goedkeuring van de beoogde verkoop zou worden genomen, de andere aandeelhouders en de vennootschap daardoor worden benadeeld en [naam 1] daartegen in rechte zal opkomen. Het ligt daarom volgens de vennootschap in de rede dat partijen nu in overleg treden of dat zij de vragen die nu voorliggen, in een bodemprocedure voorleggen. Verder vindt de vennootschap de vordering onvoldoende gespecificeerd. Ten slotte stelt de vennootschap dat [eisers] c.s. niet-ontvankelijk zijn, omdat de vennootschap niet de juiste partij is om in rechte te betrekken en geen zeggenschap heeft over de voorzitter van de algemene vergadering.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eisers] c.s. daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
spoedeisend belang
4.2.
Aanleiding voor de procedure is een discussie over de vraag welk orgaan bevoegd is om een besluit te nemen over de verzochte goedkeuring van de voorgenomen verkoop van aandelen door [eisers] c.s. zoals bedoeld in artikel 13 van de statuten (hierna te noemen: het verzochte besluit tot goedkeuring). De voorzitter heeft bepaald dat deze vraag aan de rechter moet worden voorgelegd ende vergadering is geschorst in afwachting van de uitspraak.
4.3.
De voorzitter heeft voor deze route een termijn van drie weken bepaald. Die termijn is zeer kort voor het verkrijgen van een rechterlijke uitspraak. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de mondelinge behandeling in deze zaak niet eerder dan dertig dagen na de schorsing van de vergadering van 22 juni 2026 kon plaatsvinden. Uit de instructie van de voorzitter blijkt dan ook dat het van belang werd geacht dat er zo snel mogelijk duidelijkheid wordt verkregen over welk orgaan tot besluitvorming over de verzochte goedkeuring bevoegd was.
4.4.
Ook de statuten van de vennootschap bepalen, in een geval van een verzoek tot goedkeuring van verkoop, korte termijnen voor het bijeenroepen van de vergadering van de raad van commissarissen en de mededeling van de beslissing op het goedkeuringsverzoek (zie artikel 13, lid 2 en 3). Een tijdig besluit op de verzochte goedkeuring – binnen één week na de vergadering – is blijkens de statuten zodanig van belang, dat bij gebreke daarvan de goedkeuring wordt geacht te zijn verleend.
4.5.
[eisers] c.s. hebben toegelicht dat ook zij het, vanwege de intentieovereenkomst met de beoogd koper en de daarin overeengekomen exclusiviteitsperiode, van belang achten dat de algemene vergadering zo spoedig mogelijk uit de ontstane impasse wordt geholpen. Dan kan de besluitvorming over de beoogde verkoop doorgang vinden.
4.6.
Tegen deze achtergrond bestaat er voldoende spoedeisend belang bij de vorderingen.
inhoudelijke beoordeling
4.7.
Vervolgens is de vraag welk orgaan bevoegd is tot het nemen van het verzochte besluit tot goedkeuring, nu commissaris [eiseres] een tegenstrijdig belang heeft. In artikel 2:250 lid 5 BW staat daarover: “Een commissaris neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in lid 2. Wanneer de raad van commissarissen hierdoor geen besluit kan nemen, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.” In de statuten is van de vennootschap is niets anders bepaald. Dat betekent dat dat de algemene vergadering in dit geval bevoegd is tot het nemen van het verzochte besluit tot goedkeuring. Dat volgt overigens ook uit het memo van de advocaat van de vennootschap van 18 maart 2026 (productie 4). Tot dezelfde conclusie kwam de advocaat van [eisers] c.s. in zijn memo van 2 juni 2026 (productie 5). De vennootschap heeft dat in deze procedure ook niet betwist. Van die conclusie gaat ook de voorzieningenrechter uit.
4.8.
De vennootschap voert als verweer kort gezegd dat niet zij had moeten worden gedagvaard, maar (een) andere partij(en), dat besluitvorming door de algemene vergadering nu niet in het belang is van de vennootschap en de andere aandeelhouders en dat het risico groot is dat een besluit nietig of vernietigbaar zal zijn. Die verweren slagen niet.
4.9.
De vennootschap is als rechtspersoon gehouden om het ertoe te leiden dat de in de statuten bedoelde goedkeuring voor de aandelenverkoop al of niet wordt gegeven. De algemene vergadering is het bevoegde orgaan om te besluiten over de verzochte goedkeuring en dient ervoor te zorgen dat de geagendeerde besluitvorming wordt voortgezet. De vennootschap zelf kan daartoe in rechte worden aangesproken omdat het bevoegde orgaan geen rechtspersoonlijkheid heeft en niet kan worden gedagvaard. Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap (artikel 2:240 BW) en de bestuurder dient daarom de vergadering bijeen te (doen) roepen en te (doen) voortzetten. Hij is daartoe op grond van artikel 2:219 BW ook bevoegd. De oproeping dient te geschieden met inachtneming van de termijn zoals bepaald in de statuten. De vergadering dient uiterlijk binnen 21 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis te worden hervat.
4.10.
De vrees van de vennootschap dat een besluit van de algemene vergadering nietig of vernietigbaar zal zijn omdat [eiseres] met F.A.M. Holding B.V. de meeste aandelen houdt en een voor de vennootschap en andere aandeelhouders onwenselijke beslissing kan bewerkstelligen, kan niet tot afwijzing van de vordering leiden. De vermoedelijke uitkomst van de besluitvorming over de goedkeuring moet niet aan de besluitvorming als zodanig in de weg staan.
4.11.
De vennootschap dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) te betalen. De proceskosten van [eisers] c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
155,57
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.256,57
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
beveelt de vennootschap om het ertoe te leiden dat de algemene vergadering wordt voortgezet, zoals in dit vonnis uiteengezet, zulks binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis;
5.2.
veroordeelt de vennootschap in de proceskosten van € 2.256,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de vennootschap niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt de vennootschap tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
Team Handel
Zaaknummer: C/09/708611 / KG ZA 26-765
Vonnis in kort geding van 29 juli 2026
in de zaak van
1 [eiseres] te [woonplaats] ,2. F.A.M. HOLDING B.V. te Leidschendam,
eisende partijen,
advocaat: mr. J.D. Hartgring,
tegen
VANKA-KAWAT HOLDING B.V. te Den Haag,
gedaagde partij,
advocaat: mr. M.R. van Leeuwen.
Eisers worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘ [eisers] c.s.’ Gedaagde wordt hierna aangeduid als ‘de vennootschap’.
1De procedure
1.1.
[eisers] c.s. hebben een dagvaarding met 12 producties uitgebracht en ingediend bij de rechtbank. De vennootschap heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling 3 producties ingediend. Bij de mondelinge behandeling van 22 juli 2026 was mr. Hartgring aanwezig namens [eisers] c.s. en mr. Van Leeuwen was aanwezig namens de vennootschap. Verder was mr. Schouten aanwezig, de advocaat van mevrouw [naam 1] . Partijen hebben de zaak toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. Namens de vennootschap zijn spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd. Aan het eind van de zitting is partijen medegedeeld dat uiterlijk op 29 juli 2026 vonnis wordt gewezen.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De vennootschap verricht holdingactiviteiten voor een onderneming die actief is in de groothandel in Aziatische levensmiddelen.
2.2.
De vennootschap heeft vier aandeelhouders. Mevrouw [eiseres] (hierna: [eiseres] ) houdt 29 aandelen A. Haar zus mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ) houdt eveneens 29 aandelen A. De besloten vennootschap F.A.M. Holding B.V. (met als bestuurder [eiseres] ) houdt 32 aandelen B. De besloten vennootschap BRPD Beheer B.V. (met als bestuurder de heer [naam 2] ) houdt 16 aandelen C.
2.3.
[naam 2] is tevens bestuurder (algemeen directeur) van de vennootschap. De raad van commissarissen bestaat uit [eiseres] als enige commissaris.
2.4.
In de statuten van de vennootschap staat:
Artikel 13 – Blokkeringsregeling (goedkeuring)
1. Iedere overdracht van aandelen behoeft de goedkeuring van de raad van commissarissen, hierna in dit artikel ook genoemd “het bevoegde orgaan”, behoudens het bepaalde in lid 17.
2. De goedkeuring wordt verzocht bij aangetekende brief aan de directie onder opgave van het aantal te vervreemden aandelen en de naam van degene(n) aan wie de verzoeker de aandelen wenst over te dragen.
De directie is verplicht te verzoeken een vergadering van de raad van commissarissen bijeen te roepen, te houden binnen zes weken na ontvangst van het verzoek.
3. Binnen één week na de in lid 2 genoemde vergadering moet de directie de beslissing schriftelijk aan de verzoeker mededelen, bij gebreke waarvan de goedkeuring wordt geacht te zijn verleend.
2.5.
Bij brief van 29 mei 2026 hebben [eisers] c.s. de aandeelhouders geïnformeerd dat zij voornemens zijn hun 29 aandelen A en 32 aandelen B te verkopen aan een derde (hierna: de beoogd koper).
2.6.
Op 2 juni 2026 hebben [naam 1] , haar zoon en een derde een bod uitgebracht op alle aandelen van de vennootschap namens de nieuw op te richten entiteit Newco. [eisers] c.s. zijn niet op dat bod ingegaan.
2.7.
Bij brief van 5 juni 2026 heeft [eiseres] de algemene vergadering bijeengeroepen. Daarbij heeft zij onder meer de onderwerpen “vaststelling tegenstrijdig belang commissaris [eiseres] (stempunt)” en “Besluit tot goedkeuring overdracht aandelen (stempunt)” geagendeerd.
2.8.
Tijdens de algemene vergadering op 15 juni 2026 is discussie ontstaan over de vraag welk orgaan bevoegd is om te besluiten op het verzoek tot goedkeuring van de overdracht van de aandelen van [eisers] c.s., nu [eiseres] als commissaris een tegenstrijdig belang heeft. Om die reden is de vergadering geschorst.
2.9.
De vergadering is op 22 juni 2026 voortgezet. De vergadering heeft toen vastgesteld dat commissaris [eiseres] een tegenstrijdig belang heeft. De voorzitter van de vergadering heeft het agendapunt met betrekking tot de goedkeuring van de overdracht van aandelen niet in stemming gebracht, maar de vergadering opnieuw geschorst. De motivering van de voorzitter is in de dagvaarding als volgt geparafraseerd:
Ik ben geen jurist. Ik heb er kennis van genomen dat er verschil van inzicht bestaat over of de vergadering van aandeelhouders als bevoegd orgaan in de plaats treedt van de raad van commissarissen bij tegenstrijdig belang. Ik wil voorkomen dat er nietige of vernietigbare besluiten worden genomen. Daarom geef ik partijen drie weken de tijd om hierover een rechterlijke uitspraak te verkrijgen.
2.10.
[eisers] c.s. hebben vervolgens de onderhavige procedure aanhangig gemaakt.
3Het geschil
3.1.
[eisers] c.s. vorderen - samengevat - de voorzitter van de algemene vergadering te bevelen, althans de vennootschap te bevelen de voorzitter te instrueren, (i) het agendapunt inzake de goedkeuring van de voorgenomen overdracht van aandelen van eisers aan de beoogd derde onverwijld in stemming te brengen op de voort te zetten algemene vergadering welke dient te worden gehouden binnen één week na de uitspraak, en (ii) alle medewerking te verlenen die aan het besluitvormingsproces en de op basis daarvan te nemen stappen, dienstig is, met veroordeling van de vennootschap in de proceskosten, één en ander uitvoerbaar bij voorraad.
3.2.
[eisers] c.s. leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. [eisers] c.s. menen dat de algemene vergadering bevoegd is te besluiten over de verzochte goedkeuring voor de verkoop, zulks in lijn met artikel 2:250 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [eisers] c.s. hebben een spoedeisend belang bij voortzetting van de vergadering en een stemming over de verzochte goedkeuring, nu [eisers] c.s. een exclusiviteitsperiode zijn overeengekomen met de beoogd koper tot 31 juli 2026. [eisers] c.s. lopen bij verdere vertraging van het besluitvormingsproces het risico dat de voorgenomen transactie met de beoogd koper definitief van de baan is.
3.3.
De vennootschap voert verweer. De vennootschap concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] c.s., met veroordeling van [eisers] c.s. in de kosten van deze procedure.
3.4.
De vennootschap betwist ten eerste dat [eisers] c.s. een spoedeisend belang hebben bij hun vordering. Als de beoogde verkoop niet doorgaat dan leidt dat niet tot schade omdat Newco een bod met dezelfde of betere voorwaarden heeft gedaan. Een biedingsprocedure doet in de huidige situatie meer recht aan de belangen van alle partijen. Ten tweede stelt de vennootschap dan ook dat indien een besluit tot goedkeuring van de beoogde verkoop zou worden genomen, de andere aandeelhouders en de vennootschap daardoor worden benadeeld en [naam 1] daartegen in rechte zal opkomen. Het ligt daarom volgens de vennootschap in de rede dat partijen nu in overleg treden of dat zij de vragen die nu voorliggen, in een bodemprocedure voorleggen. Verder vindt de vennootschap de vordering onvoldoende gespecificeerd. Ten slotte stelt de vennootschap dat [eisers] c.s. niet-ontvankelijk zijn, omdat de vennootschap niet de juiste partij is om in rechte te betrekken en geen zeggenschap heeft over de voorzitter van de algemene vergadering.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eisers] c.s. daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
spoedeisend belang
4.2.
Aanleiding voor de procedure is een discussie over de vraag welk orgaan bevoegd is om een besluit te nemen over de verzochte goedkeuring van de voorgenomen verkoop van aandelen door [eisers] c.s. zoals bedoeld in artikel 13 van de statuten (hierna te noemen: het verzochte besluit tot goedkeuring). De voorzitter heeft bepaald dat deze vraag aan de rechter moet worden voorgelegd ende vergadering is geschorst in afwachting van de uitspraak.
4.3.
De voorzitter heeft voor deze route een termijn van drie weken bepaald. Die termijn is zeer kort voor het verkrijgen van een rechterlijke uitspraak. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de mondelinge behandeling in deze zaak niet eerder dan dertig dagen na de schorsing van de vergadering van 22 juni 2026 kon plaatsvinden. Uit de instructie van de voorzitter blijkt dan ook dat het van belang werd geacht dat er zo snel mogelijk duidelijkheid wordt verkregen over welk orgaan tot besluitvorming over de verzochte goedkeuring bevoegd was.
4.4.
Ook de statuten van de vennootschap bepalen, in een geval van een verzoek tot goedkeuring van verkoop, korte termijnen voor het bijeenroepen van de vergadering van de raad van commissarissen en de mededeling van de beslissing op het goedkeuringsverzoek (zie artikel 13, lid 2 en 3). Een tijdig besluit op de verzochte goedkeuring – binnen één week na de vergadering – is blijkens de statuten zodanig van belang, dat bij gebreke daarvan de goedkeuring wordt geacht te zijn verleend.
4.5.
[eisers] c.s. hebben toegelicht dat ook zij het, vanwege de intentieovereenkomst met de beoogd koper en de daarin overeengekomen exclusiviteitsperiode, van belang achten dat de algemene vergadering zo spoedig mogelijk uit de ontstane impasse wordt geholpen. Dan kan de besluitvorming over de beoogde verkoop doorgang vinden.
4.6.
Tegen deze achtergrond bestaat er voldoende spoedeisend belang bij de vorderingen.
inhoudelijke beoordeling
4.7.
Vervolgens is de vraag welk orgaan bevoegd is tot het nemen van het verzochte besluit tot goedkeuring, nu commissaris [eiseres] een tegenstrijdig belang heeft. In artikel 2:250 lid 5 BW staat daarover: “Een commissaris neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in lid 2. Wanneer de raad van commissarissen hierdoor geen besluit kan nemen, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.” In de statuten is van de vennootschap is niets anders bepaald. Dat betekent dat dat de algemene vergadering in dit geval bevoegd is tot het nemen van het verzochte besluit tot goedkeuring. Dat volgt overigens ook uit het memo van de advocaat van de vennootschap van 18 maart 2026 (productie 4). Tot dezelfde conclusie kwam de advocaat van [eisers] c.s. in zijn memo van 2 juni 2026 (productie 5). De vennootschap heeft dat in deze procedure ook niet betwist. Van die conclusie gaat ook de voorzieningenrechter uit.
4.8.
De vennootschap voert als verweer kort gezegd dat niet zij had moeten worden gedagvaard, maar (een) andere partij(en), dat besluitvorming door de algemene vergadering nu niet in het belang is van de vennootschap en de andere aandeelhouders en dat het risico groot is dat een besluit nietig of vernietigbaar zal zijn. Die verweren slagen niet.
4.9.
De vennootschap is als rechtspersoon gehouden om het ertoe te leiden dat de in de statuten bedoelde goedkeuring voor de aandelenverkoop al of niet wordt gegeven. De algemene vergadering is het bevoegde orgaan om te besluiten over de verzochte goedkeuring en dient ervoor te zorgen dat de geagendeerde besluitvorming wordt voortgezet. De vennootschap zelf kan daartoe in rechte worden aangesproken omdat het bevoegde orgaan geen rechtspersoonlijkheid heeft en niet kan worden gedagvaard. Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap (artikel 2:240 BW) en de bestuurder dient daarom de vergadering bijeen te (doen) roepen en te (doen) voortzetten. Hij is daartoe op grond van artikel 2:219 BW ook bevoegd. De oproeping dient te geschieden met inachtneming van de termijn zoals bepaald in de statuten. De vergadering dient uiterlijk binnen 21 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis te worden hervat.
4.10.
De vrees van de vennootschap dat een besluit van de algemene vergadering nietig of vernietigbaar zal zijn omdat [eiseres] met F.A.M. Holding B.V. de meeste aandelen houdt en een voor de vennootschap en andere aandeelhouders onwenselijke beslissing kan bewerkstelligen, kan niet tot afwijzing van de vordering leiden. De vermoedelijke uitkomst van de besluitvorming over de goedkeuring moet niet aan de besluitvorming als zodanig in de weg staan.
4.11.
De vennootschap dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) te betalen. De proceskosten van [eisers] c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
155,57
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.256,57
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
beveelt de vennootschap om het ertoe te leiden dat de algemene vergadering wordt voortgezet, zoals in dit vonnis uiteengezet, zulks binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis;
5.2.
veroordeelt de vennootschap in de proceskosten van € 2.256,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de vennootschap niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt de vennootschap tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.