Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:21609
2026-07-29
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL26.18395
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek voorlopige voorziening, verzoek hoort bij NL26.18393, uitspraak gedaan in beroep, verzoek afgewezen
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11134 Rechtbank Den Haag 11-07-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.116 tekens)
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.18395
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar ingesteld tegen het besluit van de minister van 25 november 2022.
Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep van verzoeker op 11 juli 2024 gegrond verklaard, het besluit van 8 juni 2023 vernietigd en de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar bekend te maken.1 De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister het bezwaar van verzoeker opnieuw ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit tevens beroep ingesteld. Op 16 december 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van 11 juli 2024 bevestigd, het besluit van 11 december 2024 vernietigd en de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar bekend te maken.
De minister heeft zich aan deze termijn niet gehouden. Verzoeker heeft daarom bij deze rechtbank beroep ingesteld (geregistreerd onder het zaaknummer NL26.18393). Verzoeker heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de minister zo spoedig mogelijk opnieuw beslist op het bezwaar, zodat een verdere overschrijding van de beslistermijn zo veel als mogelijk wordt beperkt.
1 ECLI:NL:RBDHA:2024:11134.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in de zaak met het zaaknummer NL26.18393. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 juli 2026
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.18395
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar ingesteld tegen het besluit van de minister van 25 november 2022.
Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep van verzoeker op 11 juli 2024 gegrond verklaard, het besluit van 8 juni 2023 vernietigd en de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar bekend te maken.1 De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister het bezwaar van verzoeker opnieuw ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit tevens beroep ingesteld. Op 16 december 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van 11 juli 2024 bevestigd, het besluit van 11 december 2024 vernietigd en de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar bekend te maken.
De minister heeft zich aan deze termijn niet gehouden. Verzoeker heeft daarom bij deze rechtbank beroep ingesteld (geregistreerd onder het zaaknummer NL26.18393). Verzoeker heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de minister zo spoedig mogelijk opnieuw beslist op het bezwaar, zodat een verdere overschrijding van de beslistermijn zo veel als mogelijk wordt beperkt.
1 ECLI:NL:RBDHA:2024:11134.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in de zaak met het zaaknummer NL26.18393. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 juli 2026
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.