Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:21379
2026-07-14
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
AWB 25/4755
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanvraag voor een mvv – buitenlands pleegkind – geen onaanvaardbare toekomst in het land van herkomst – artikel 8 van het EVRM – beroep ongegrond
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2020:2298 Raad van State 29-09-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.707 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 25/4755
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Selcuk),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Hartog).
Procesverloop
Bij besluit van 6 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag om verlening van een mvv ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026 in Breda. Daaraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder, referent [persoon] en de echtgenote van referent.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 2008 en heeft de Tunesische nationaliteit. Zij wil in Nederland verblijven bij referent, haar oom. Daarom heeft referent namens eiseres een aanvraag ingediend voor een mvv met het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
2. Bij besluit van 14 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze afwijzing gehandhaafd.
Verweerder heeft de aanvraag getoetst aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor een buitenlands pleegkind en geconcludeerd dat niet aan alle voorwaarden wordt voldaan. Volgens verweerder heeft eiseres namelijk niet voldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet door naaste familieleden in Tunesië kan worden verzorgd en dat zij daardoor in Tunesië geen aanvaardbare toekomst heeft. De afwijzing van de aanvraag levert volgens verweerder geen schending op van artikel 8 van het EVRM, omdat niet is gebleken dat eiseres en referent een hechte, persoonlijke band hebben.
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij voert aan dat zij wel degelijk een onaanvaardbare toekomst heeft in haar land van herkomst, omdat zij niet door naaste familieleden kan worden verzorgd. De moeder van eiseres heeft psychische klachten en kan daardoor niet voor eiseres zorgen. Andere familieleden in het land van herkomst zijn financieel niet in staat om voor eiseres te zorgen. Deze familieleden hebben bovendien zelf een gezin en kunnen eiseres niet opnemen in hun gezin. Ook zijn zij niet in staat om de psychische problematiek van eiseres aan te pakken. Eiseres is getraumatiseerd door de echtscheiding van haar ouders en zij wil niet met haar vader geconfronteerd worden. Ter onderbouwing van de psychische problematiek van eiseres wordt gewezen op de verklaring van de psychiater van eiseres en een rapport van het Ministerie van Sociale Zaken. Daarnaast heeft eiseres zelf een brief geschreven, die door verweerder niet is meegenomen in het bestreden besluit. In deze brief geeft eiseres aan dat zij in het gezin van referent wil wonen en dat referent een vaderfiguur is waar zij zich veilig bij voelt. Voor referent is het verder niet duidelijk hoe hij zijn hechte, persoonlijke band met eiseres kan aantonen. Eiseres en referent hebben dagelijks telefonisch contact en referent biedt frequent financiële ondersteuning aan eiseres.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Voldoet eiseres aan de voorwaarden voor verlening van de gevraagde mvv?
4. Op grond van artikel 3.28, eerste lid, van het Vb kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf als familie- of gezinslid worden verleend aan de minderjarige vreemdeling die als pleegkind in Nederland wil verblijven in het gezin van één of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf, en die naar het oordeel van verweerder in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft.
Volgens het beleid van verweerder, neergelegd in onderdeel B7/3.7.1 van de Vc, is geen sprake van een aanvaardbare toekomst als er zodanige omstandigheden zijn dat het kind niet of bezwaarlijk in het land van herkomst kan worden verzorgd door naaste bloed- of aanverwanten die daar wonen. Onder naaste bloed- of aanverwanten wordt verstaan de ouders, grootouders, broers of zusters van het buitenlandse pleegkind of de broers of zusters van de ouders van het buitenlandse pleegkind (ooms en tantes van het buitenlandse pleegkind).
5. Vooropgesteld moet worden dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de beantwoording van de vraag of eiseres in Tunesië geen aanvaardbare toekomst heeft. Dat betekent dat de toetsing door de bestuursrechter terughoudend moet zijn. Aan de andere kant moet verweerder het besluit wel zorgvuldig voorbereiden en deugdelijk motiveren. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat in Tunesië wonende naaste bloed- of aanverwanten niet of bezwaarlijk voor haar kunnen zorgen.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Tunesië geen aanvaardbare toekomst heeft. Verweerder heeft kunnen overwegen dat niet is gebleken dat er in Tunesië geen naaste bloed- of aanverwanten zijn die voor eiseres kunnen zorgen. Bij deze beoordeling heeft verweerder alle door eiseres overgelegde stukken betrokken, waaronder de door eiseres geschreven brief. Uit de verklaring van de psychiater en het verslag van het Ministerie van Sociale Zaken volgt dat eiseres psychische problemen heeft door de scheiding van haar ouders en dat eiseres gehecht is aan referent. De psychiater heeft daarnaast aangegeven dat het voor de mentale gezondheid van eiseres goed zou zijn om bij referent en zijn gezin te wonen. Eiseres heeft voorts in haar brief geschreven dat zij graag bij referent wil wonen. Met deze stukken is echter niet onderbouwd dat de andere familieleden in Tunesië, waaronder een tante en oom, niet voor eiseres zouden kunnen zorgen. Dat het voor eiseres prettiger zou zijn om verzorgd te worden door referent in Nederland, is invoelbaar maar onvoldoende om aan het onder 4. beschreven criterium te voldoen. Verder heeft verweerder kunnen overwegen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres voor haar psychische problemen geen hulp zou kunnen krijgen van een professionele instantie in Tunesië. Ook heeft verweerder kunnen overwegen dat niet is gebleken dat de oom en/of tante van eiseres financieel niet in staat zouden zijn om voor eiseres te zorgen. In het bestreden besluit heeft verweerder toegelicht dat de overgelegde belastingaangifte, bankafschriften en geldtransacties onvoldoende zijn, omdat deze stukken geen inzicht geven in de financiën. Eiseres heeft dit in beroep niet bestreden. Verweerder heeft bovendien kunnen overwegen dat referent vanuit Nederland eiseres financieel kan (blijven) ondersteunen.
Levert de afwijzing van de aanvraag een schending op van artikel 8 van het EVRM?
7. Verweerder neemt op grond van paragraaf B7/3.8.1 van de Vc in ieder geval familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aan tussen een minderjarig kind en diens pleegouder (of oom) als uit de feiten en omstandigheden volgt dat daadwerkelijk sprake is van hechte persoonlijke banden. Om hechte persoonlijke banden
aan te kunnen nemen tussen bloed- en aanverwanten enerzijds en minderjarige kinderen anderzijds, moeten deze de gebruikelijke omgang overstijgen.
8. De rechtbank volgt niet dat het niet duidelijk was voor referent hoe hij aannemelijk kan maken dat hij een hechte persoonlijke band heeft met eiseres. In het primaire besluit heeft verweerder namelijk overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt op welke wijze de betrokkenheid van referent in het leven van eiseres zich uit, zoals bij de zorg en opvoeding, en dat er geen bewijsstukken zijn opgestuurd waaruit blijkt dat er regelmatig contact is tussen eiseres en referent. Hierdoor had voor referent duidelijk moeten zijn welke onderbouwing volgens verweerder ontbrak. Verder wordt de stelling dat de band tussen eiseres en referent niet met stukken kan worden onderbouwd, niet gevolgd. Hierbij acht de rechtbank ook van belang dat in het geheel geen stukken zijn overgelegd ter onderbouwing van de contacten tussen eiseres en referent.
9. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat geen sprake is van een schending van artikel 8 van het EVRM. Er is namelijk niet gebleken dat sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven, omdat de hechte persoonlijke banden tussen eiseres en referent onvoldoende zijn aangetoond. De enkele, niet onderbouwde verklaringen dat eiseres en referent een goede band hebben en dagelijks contact met elkaar hebben, zijn daarvoor onvoldoende.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen.
11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 14 juli 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid rechter
om te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
Vreemdelingenbesluit 2000, zoals dat gold tot 12 juni 2026.
Vreemdelingencirculaire 2000, zoals dat gold tot 12 juni 2026.
Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2298.
Zie pagina 3 van het primaire besluit.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 25/4755
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Selcuk),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Hartog).
Procesverloop
Bij besluit van 6 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag om verlening van een mvv ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026 in Breda. Daaraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder, referent [persoon] en de echtgenote van referent.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 2008 en heeft de Tunesische nationaliteit. Zij wil in Nederland verblijven bij referent, haar oom. Daarom heeft referent namens eiseres een aanvraag ingediend voor een mvv met het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
2. Bij besluit van 14 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze afwijzing gehandhaafd.
Verweerder heeft de aanvraag getoetst aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor een buitenlands pleegkind en geconcludeerd dat niet aan alle voorwaarden wordt voldaan. Volgens verweerder heeft eiseres namelijk niet voldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet door naaste familieleden in Tunesië kan worden verzorgd en dat zij daardoor in Tunesië geen aanvaardbare toekomst heeft. De afwijzing van de aanvraag levert volgens verweerder geen schending op van artikel 8 van het EVRM, omdat niet is gebleken dat eiseres en referent een hechte, persoonlijke band hebben.
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij voert aan dat zij wel degelijk een onaanvaardbare toekomst heeft in haar land van herkomst, omdat zij niet door naaste familieleden kan worden verzorgd. De moeder van eiseres heeft psychische klachten en kan daardoor niet voor eiseres zorgen. Andere familieleden in het land van herkomst zijn financieel niet in staat om voor eiseres te zorgen. Deze familieleden hebben bovendien zelf een gezin en kunnen eiseres niet opnemen in hun gezin. Ook zijn zij niet in staat om de psychische problematiek van eiseres aan te pakken. Eiseres is getraumatiseerd door de echtscheiding van haar ouders en zij wil niet met haar vader geconfronteerd worden. Ter onderbouwing van de psychische problematiek van eiseres wordt gewezen op de verklaring van de psychiater van eiseres en een rapport van het Ministerie van Sociale Zaken. Daarnaast heeft eiseres zelf een brief geschreven, die door verweerder niet is meegenomen in het bestreden besluit. In deze brief geeft eiseres aan dat zij in het gezin van referent wil wonen en dat referent een vaderfiguur is waar zij zich veilig bij voelt. Voor referent is het verder niet duidelijk hoe hij zijn hechte, persoonlijke band met eiseres kan aantonen. Eiseres en referent hebben dagelijks telefonisch contact en referent biedt frequent financiële ondersteuning aan eiseres.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Voldoet eiseres aan de voorwaarden voor verlening van de gevraagde mvv?
4. Op grond van artikel 3.28, eerste lid, van het Vb kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf als familie- of gezinslid worden verleend aan de minderjarige vreemdeling die als pleegkind in Nederland wil verblijven in het gezin van één of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf, en die naar het oordeel van verweerder in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft.
Volgens het beleid van verweerder, neergelegd in onderdeel B7/3.7.1 van de Vc, is geen sprake van een aanvaardbare toekomst als er zodanige omstandigheden zijn dat het kind niet of bezwaarlijk in het land van herkomst kan worden verzorgd door naaste bloed- of aanverwanten die daar wonen. Onder naaste bloed- of aanverwanten wordt verstaan de ouders, grootouders, broers of zusters van het buitenlandse pleegkind of de broers of zusters van de ouders van het buitenlandse pleegkind (ooms en tantes van het buitenlandse pleegkind).
5. Vooropgesteld moet worden dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de beantwoording van de vraag of eiseres in Tunesië geen aanvaardbare toekomst heeft. Dat betekent dat de toetsing door de bestuursrechter terughoudend moet zijn. Aan de andere kant moet verweerder het besluit wel zorgvuldig voorbereiden en deugdelijk motiveren. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat in Tunesië wonende naaste bloed- of aanverwanten niet of bezwaarlijk voor haar kunnen zorgen.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Tunesië geen aanvaardbare toekomst heeft. Verweerder heeft kunnen overwegen dat niet is gebleken dat er in Tunesië geen naaste bloed- of aanverwanten zijn die voor eiseres kunnen zorgen. Bij deze beoordeling heeft verweerder alle door eiseres overgelegde stukken betrokken, waaronder de door eiseres geschreven brief. Uit de verklaring van de psychiater en het verslag van het Ministerie van Sociale Zaken volgt dat eiseres psychische problemen heeft door de scheiding van haar ouders en dat eiseres gehecht is aan referent. De psychiater heeft daarnaast aangegeven dat het voor de mentale gezondheid van eiseres goed zou zijn om bij referent en zijn gezin te wonen. Eiseres heeft voorts in haar brief geschreven dat zij graag bij referent wil wonen. Met deze stukken is echter niet onderbouwd dat de andere familieleden in Tunesië, waaronder een tante en oom, niet voor eiseres zouden kunnen zorgen. Dat het voor eiseres prettiger zou zijn om verzorgd te worden door referent in Nederland, is invoelbaar maar onvoldoende om aan het onder 4. beschreven criterium te voldoen. Verder heeft verweerder kunnen overwegen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres voor haar psychische problemen geen hulp zou kunnen krijgen van een professionele instantie in Tunesië. Ook heeft verweerder kunnen overwegen dat niet is gebleken dat de oom en/of tante van eiseres financieel niet in staat zouden zijn om voor eiseres te zorgen. In het bestreden besluit heeft verweerder toegelicht dat de overgelegde belastingaangifte, bankafschriften en geldtransacties onvoldoende zijn, omdat deze stukken geen inzicht geven in de financiën. Eiseres heeft dit in beroep niet bestreden. Verweerder heeft bovendien kunnen overwegen dat referent vanuit Nederland eiseres financieel kan (blijven) ondersteunen.
Levert de afwijzing van de aanvraag een schending op van artikel 8 van het EVRM?
7. Verweerder neemt op grond van paragraaf B7/3.8.1 van de Vc in ieder geval familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aan tussen een minderjarig kind en diens pleegouder (of oom) als uit de feiten en omstandigheden volgt dat daadwerkelijk sprake is van hechte persoonlijke banden. Om hechte persoonlijke banden
aan te kunnen nemen tussen bloed- en aanverwanten enerzijds en minderjarige kinderen anderzijds, moeten deze de gebruikelijke omgang overstijgen.
8. De rechtbank volgt niet dat het niet duidelijk was voor referent hoe hij aannemelijk kan maken dat hij een hechte persoonlijke band heeft met eiseres. In het primaire besluit heeft verweerder namelijk overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt op welke wijze de betrokkenheid van referent in het leven van eiseres zich uit, zoals bij de zorg en opvoeding, en dat er geen bewijsstukken zijn opgestuurd waaruit blijkt dat er regelmatig contact is tussen eiseres en referent. Hierdoor had voor referent duidelijk moeten zijn welke onderbouwing volgens verweerder ontbrak. Verder wordt de stelling dat de band tussen eiseres en referent niet met stukken kan worden onderbouwd, niet gevolgd. Hierbij acht de rechtbank ook van belang dat in het geheel geen stukken zijn overgelegd ter onderbouwing van de contacten tussen eiseres en referent.
9. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat geen sprake is van een schending van artikel 8 van het EVRM. Er is namelijk niet gebleken dat sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven, omdat de hechte persoonlijke banden tussen eiseres en referent onvoldoende zijn aangetoond. De enkele, niet onderbouwde verklaringen dat eiseres en referent een goede band hebben en dagelijks contact met elkaar hebben, zijn daarvoor onvoldoende.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen.
11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 14 juli 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid rechter
om te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
Vreemdelingenbesluit 2000, zoals dat gold tot 12 juni 2026.
Vreemdelingencirculaire 2000, zoals dat gold tot 12 juni 2026.
Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2298.
Zie pagina 3 van het primaire besluit.