Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21174

2026-07-20 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.50828
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-20
Publicatiedatum
2026-07-29
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.50828
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening (vovo) afgewezen. Vovo hangende beroep tegen afwijzing van aanvraag tot verlenging van gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) om als kok werkzaamheden te verrichten bij een Aziatisch restaurant. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit niet evident onrechtmatig is.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.968 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.50828


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),


en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Amakodo).




Procesverloop


1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende zijn beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (hierna: GVVA) om als kok werkzaamheden te verrichten bij een Aziatisch restaurant (hierna: referent).



1.1.
Bij besluit van 16 september 2025 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot verlenging van een GVVA afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.



1.2.
Hangende het bezwaar heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend (met zaaknummer NL25.50828).



1.3.
Met het besluit van 3 december 2025 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingediend (met zaaknummer NL25.62286). Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt aangemerkt als een verzoek hangende het beroep bij de rechtbank.



1.4.
Verweerder heeft op 3 juli 2026 een verweerschrift ingediend.



1.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de werkgever van verzoeker [referent], T.Y. Siu als tolk, de gemachtigde van verweerder en mr. A. Verwijs als deskundige van het UWV.





Beoordeling door de voorzieningenrechter



Waar gaat de zaak over?




2. Verzoeker heeft de Chinese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1979. Van
27 november 2023 tot en met 27 augustus 2025 heeft hij een GGVA gehad om als Aziatische kok bij referent te werken. Op 17 juni 2025 heeft verzoeker een aanvraag gedaan om verlenging van deze vergunning.



2.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen vanwege een negatief UWV-advies. Uit het UWV-advies volgt dat er voldoende prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is, er geen (goede) vacaturemelding is gedaan, referent onvoldoende gezocht heeft naar kandidaten, en referent onnodige eisen heeft gesteld aan de functie. Deze voorwaarden mogen volgens verweerder worden tegengeworpen omdat de uitzonderingspositie voor de Aziatische horeca is komen te vervallen.



Wat vindt verzoeker?



3. Verzoeker verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen zodat dat het hem tijdens de beroepsprocedure wordt toegestaan om arbeid te verrichten bij [bedrijfsnaam] B.V. Volgens verzoeker is er sprake van spoedeisend belang, nu hij geen bestaanszekerheid heeft omdat hij zijn werkzaamheden niet kan hervatten. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van verzoeker verduidelijkt dat verzoeker het op drie punten niet eens is met het besluit. Ten eerste had verweerder verzoeker moeten horen in bezwaar. Ten tweede had verweerder verzoeker in de gelegenheid moeten stellen om te reageren op het UWV-advies. Ten derde is er geen sprake van prioriteitgenietend aanbod omdat iemand die wordt aangenomen als zelfstandig werkend kok in het restaurant moet worden ingewerkt, wat zonder verzoeker onmogelijk is.



Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?





Spoedeisend belang


4. De voorzieningenrechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. In het verzoekschrift heeft verzoeker gesteld dat hij al maanden gedwongen inactief is, met onder andere inkomensverlies als gevolg. Tijdens zitting heeft verzoeker toegelicht dat hij naar Nederland is gekomen om te werken om geld te verdienen om zijn familie in China te voorzien in de kosten voor levensonderhoud. Bij een financieel geschil is volgens vaste jurisprudentie niet snel sprake van een spoedeisend belang. Dat is anders als er acute financiële nood dreigt. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake is. Tijdens de zitting heeft verzoeker namelijk verklaard dat zijn familie op dit moment leeft van spaargeld en dat hij zelf gratis kost en inwoning heeft.

Evident onrechtmatig

5. Als het spoedeisend belang ontbreekt, kan de voorzieningenrechter alleen een voorlopige voorziening treffen als het besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht, zeer ernstig moet worden betwijfeld of het bestreden besluit uiteindelijk in stand zal blijven. De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit niet evident onrechtmatig is. Ten eerste verwijst de voorzieningenrechter op de recente uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank. Deze uitspraak gaat, net als de huidige zaak, over een beroep tegen de afwijzing van de aanvraagt tot verlenging van een GVVA om als kok werkzaamheden te verrichten bij een Aziatisch restaurant. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. In de uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat nadat de Regeling Aziatische horeca was vervallen, het UWV ook de toets aan de specifieke functie-eisen heeft mogen laten vervallen. Verder concludeerde de rechtbank dat in die zaak uit het UWV-advies voldoende volgt dat er prioriteitsgenietend aanbod is en dat verweerder het UWV-advies aan zijn besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Ten tweede acht de voorzieningenrechter van belang dat de gemachtigde van verzoeker tijdens de zitting naar voren heeft gebracht dat hij in de beroepszaak nog aanvullende gronden en stukken wil indienen. Dit wijst er volgens de voorzieningenrechter juist op dat er meer onderzoek nodig is naar de relevante feiten en er dus geen voorlopig oordeel kan worden gegeven dat er zeer ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening, gelet op het voorgaande, af.





Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

8. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.




Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:










Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Gelet op artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: Wav).


Door de uitzonderingspositie voor de Aziatische horeca golden de voorwaarden in artikel 8, aanhef en onder a, b en c, van de Wav niet voor deze groep.


Zie bijvoorbeeld uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2024 (voorlopige voorziening), ECLI:NL:RBAMS:2024:1619.


Uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15055.