Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:21077
2026-06-10
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/09/694180 / HA ZA 25-982
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verdeling gemeenschappelijke woning.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.589 tekens)
RECHTBANK Den Haag
Team handel
Zaaknummer: C/09/694180 / HA ZA 25-982
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[partij A]
, te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A] ,
advocaat: mr. R. Bagasrawalla, te Nieuwegein,
tegen
[partij B]
, te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij B] ,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink, te Den Haag.
1De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 27 oktober 2025, met de producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- het B-3 formulier van mr. Niemantsverdriet-Wensink van 17 maart 2026, met de producties 1 tot en met 3.
1.2.
Op 27 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben de zaak nader toegelicht, vragen van de rechtbank beantwoord en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Partijen hebben tot en met 2020 een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben op 21 september 2017 een samenlevingsovereenkomst met elkaar gesloten.
2.2.
Partijen zijn (ieder voor de helft) eigenaar van de woning aan de [adres] (hierna: de woning) en zijn hoofdelijk schuldenaren van een geldlening waarvoor een hypotheekrecht op de woning is gevestigd.
2.3.
Na het einde van de relatie van partijen is [partij B] samen met de inmiddels meerderjarige zoon van partijen in de woning blijven wonen. [partij B] draagt de eigenaarslasten van de woning.
3Het geschil
in conventie
3.1.
[partij A] vordert, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [partij B] :
I tot medewerking aan de verkoop van de woning door een door de rechtbank aan te stellen makelaar, in eerste instantie door te bepalen dat [partij B] gehouden is om een opdracht tot dienstverlening bij de makelaar te ondertekenen en daarbij te bepalen dat als [partij B] niet binnen twee weken de opdracht heeft getekend, deze beschikking in de plaats treedt van de vereiste instemming van [partij B] ;
II tot het verrichten alle handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop van de woning, waaronder, naast de opdracht tot dienstverlening zoals hiervoor weergegeven, in te stemmen met de door de verkopend makelaar te adviseren vraagprijs, het meewerken aan de noodzakelijke bezichtigingen, het tekenen van de verkoopovereenkomst bij een bod dat gelijk is aan, of maximaal 5% onder, de door de makelaar geadviseerde laatprijs en tegen ieder bod boven de vraagprijs, het verlenen van de medewerking aan de overdracht door het tekenen van de notariële akte op de datum van levering, bij gebreke van medewerking van [partij B] van één van de genoemde vereisten, dat het vonnis in de plaats treedt van alle medewerking c.q. te verrichten rechtshandelingen die nodig zijn voor de verkoop van de woning en daarbij bepaalt dat partijen ieder voor de helft zijn gerechtigd tot de overwaarde op de woning;
III tot het verlaten van de woning een week voor de notariële levering, waarbij [partij B] de woning leeg en veegschoon moet hebben opgeleverd.
in reconventie
3.2.
[partij B] vordert te bepalen dat:
I een spoorboekje wordt vastgesteld waarbij ten aanzien van de overname door [partij B] wordt bepaald:
i) dat aan partijen een termijn wordt verstrekt van drie maanden na het vonnis om een makelaar/taxateur aan te wijzen;
ii) dat aan [partij B] vervolgens een termijn van zes maanden wordt gegeven om te bezien of hij de woning kan overnemen;
iii) [partij B] in de gelegenheid wordt gesteld om de helft van de overwaarde op de woning in termijnen aan [partij A] te voldoen;
II als de woning moet worden verkocht, te bepalen dat de verkoop van de woning volgens een spoorboekje zal plaatsvinden, waarbij de termijnen pas beginnen te lopen nadat [partij B] een andere woning heeft gevonden.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie en in reconventie
4.1.
Nu de vorderingen van partijen met elkaar samenhangen, zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk worden beoordeeld.
4.2.
De woning is tot op vandaag onverdeeld gebleven. Het wettelijk uitgangspunt is dat iemand op elk moment de verdeling mag vorderen (artikel 3:178 lid 1 Burgerlijk Wetboek). De vorderingen over en weer zijn allebei gericht op verdeling van de woning. Het geschil tussen partijen gaat over de wijze van verdeling en dan in het bijzonder of [partij B] nog de kans moet krijgen om het aandeel van [partij A] te verkrijgen en welke voorwaarden en termijnen zouden moeten gelden bij de verdeling. Dit brengt mee dat de rechtbank de woning zal verdelen.
4.3.
Bij de vaststelling van de verdeling heeft de rechtbank een grote mate van vrijheid. Zij is niet gebonden aan wat partijen over en weer hebben gevorderd en de rechtbank hoeft niet uitdrukkelijk in te gaan op wat partijen hierover hebben aangevoerd.
4.4.
Volgens [partij A] moet de woning worden verkocht aan een derde. [partij B] heeft voorkeur voor toedeling van de woning aan hem, omdat hij er wil blijven wonen.
4.5.
De rechtbank acht toedeling aan [partij B] niet reëel. [partij A] heeft [partij B] ten minste een jaar de tijd gegeven om de financiering van de aan [partij A] te vergoeden helft van de overwaarde rond te krijgen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [partij B] nog geen concreet uitzicht op financiering had. Op verzoek van partijen is de zaak vier weken aangehouden om te bezien of een minnelijke regeling kon worden bereikt. Partijen hebben die minnelijke regeling niet kunnen treffen. [partij B] heeft niet laten zien dat hij op een redelijke termijn in staat is de woning te financieren, waarbij [partij B] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld en waarbij de overbedelingsvordering (de helft van de overwaarde) aan [partij B] wordt vergoed. Dit leidt ertoe dat de woning moet verkocht aan een derde, waarna de opbrengst wordt gedeeld tussen partijen. De rechtbank volgt [partij B] niet in zijn vordering om te bepalen dat de termijnen voor de verkoop aan een derde pas gaan lopen als hij een andere woning heeft gevonden. Die voorwaarde is te onbepaald en zou naar verwachting met zich meebrengen dat [partij A] nog lange tijd zou moeten wachten voordat de woning is verdeeld. [partij B] weet echter al geruime tijd dat [partij A] verdeling van de woning wenst, terwijl hij nog geen concreet zicht heeft op een andere woning.
4.6.
In het dictum zullen de precieze voorwaarden (“het spoorboekje”) voor de verdeling van de woning worden uiteengezet.
Proceskosten
4.7.
Gelet op het onderwerp van het geschil zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie
5.1.
bepaalt dat de woning als volgt wordt verdeeld:
1. de woning wordt verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a. a) [partij A] moet aan [partij B] binnen een maand na dagtekening van dit vonnis drie onafhankelijke VBO/NVM/ Vastgoed Pro-makelaar-taxateurs voorstellen binnen een straal van 10 kilometer van de woning die bereid en in staat zijn de woning te verkopen, waaruit [partij B] er vervolgens binnen één week één kiest. Als [partij B] niet binnen die termijn uit de drie voorgestelde makelaars een keuze maakt, is [partij A] gerechtigd om zelf één van de drie makelaars te kiezen;
b) partijen verstrekken vervolgens binnen één week na de keuze aan de onder a) bedoelde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal - als partijen het niet eens zijn - partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
c) [partij B] moet de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van [partij A] opvolgen en alle medewerking verlenen aan die werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning in een zoveel mogelijk presentabele staat dient te verkeren;
d) [partij B] dient mee te werken aan de ondertekening van een schriftelijke koopovereenkomst indien en voor zover:- de verkoop plaatsvindt tegen minimaal de door de makelaar bepaalde laatprijs, dan wel een door partijen overeengekomen andere laatprijs, en waarbij- een opleverdatum van de woning wordt afgesproken van minimaal drie maanden na de ondertekening van de verkoopovereenkomst, of korter dan wel langer indien partijen dat schriftelijk overeenkomen, en
- de koopovereenkomst - voor een woning als deze - gebruikelijke condities bevat;
e) [partij B] dient mee te werken aan de levering van de woning op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een in afwijking daarvan nader met de koper overeen te komen dag;
f) [partij B] moet uiterlijk een week voor de notariële levering de woning (met de zoon van partijen) verlaten, waarbij de woning leeg en veegschoon moet worden opgeleverd;
g) alle kosten verband houdend met de verkoop en levering, waaronder met name is begrepen de bemiddelingsvergoeding van de makelaar, zullen door partijen ieder voor de helft worden gedragen;
h) de over- dan wel onderwaarde van de woning wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- danwel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polis(sen) ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
2. bepaalt dat, indien [partij B] niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 1 onder b. en/of, d. en/of e., dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [partij B] dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan de koper;
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.E. Alink en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Type: 1554
Team handel
Zaaknummer: C/09/694180 / HA ZA 25-982
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[partij A]
, te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A] ,
advocaat: mr. R. Bagasrawalla, te Nieuwegein,
tegen
[partij B]
, te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij B] ,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink, te Den Haag.
1De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 27 oktober 2025, met de producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- het B-3 formulier van mr. Niemantsverdriet-Wensink van 17 maart 2026, met de producties 1 tot en met 3.
1.2.
Op 27 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben de zaak nader toegelicht, vragen van de rechtbank beantwoord en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Partijen hebben tot en met 2020 een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben op 21 september 2017 een samenlevingsovereenkomst met elkaar gesloten.
2.2.
Partijen zijn (ieder voor de helft) eigenaar van de woning aan de [adres] (hierna: de woning) en zijn hoofdelijk schuldenaren van een geldlening waarvoor een hypotheekrecht op de woning is gevestigd.
2.3.
Na het einde van de relatie van partijen is [partij B] samen met de inmiddels meerderjarige zoon van partijen in de woning blijven wonen. [partij B] draagt de eigenaarslasten van de woning.
3Het geschil
in conventie
3.1.
[partij A] vordert, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [partij B] :
I tot medewerking aan de verkoop van de woning door een door de rechtbank aan te stellen makelaar, in eerste instantie door te bepalen dat [partij B] gehouden is om een opdracht tot dienstverlening bij de makelaar te ondertekenen en daarbij te bepalen dat als [partij B] niet binnen twee weken de opdracht heeft getekend, deze beschikking in de plaats treedt van de vereiste instemming van [partij B] ;
II tot het verrichten alle handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop van de woning, waaronder, naast de opdracht tot dienstverlening zoals hiervoor weergegeven, in te stemmen met de door de verkopend makelaar te adviseren vraagprijs, het meewerken aan de noodzakelijke bezichtigingen, het tekenen van de verkoopovereenkomst bij een bod dat gelijk is aan, of maximaal 5% onder, de door de makelaar geadviseerde laatprijs en tegen ieder bod boven de vraagprijs, het verlenen van de medewerking aan de overdracht door het tekenen van de notariële akte op de datum van levering, bij gebreke van medewerking van [partij B] van één van de genoemde vereisten, dat het vonnis in de plaats treedt van alle medewerking c.q. te verrichten rechtshandelingen die nodig zijn voor de verkoop van de woning en daarbij bepaalt dat partijen ieder voor de helft zijn gerechtigd tot de overwaarde op de woning;
III tot het verlaten van de woning een week voor de notariële levering, waarbij [partij B] de woning leeg en veegschoon moet hebben opgeleverd.
in reconventie
3.2.
[partij B] vordert te bepalen dat:
I een spoorboekje wordt vastgesteld waarbij ten aanzien van de overname door [partij B] wordt bepaald:
i) dat aan partijen een termijn wordt verstrekt van drie maanden na het vonnis om een makelaar/taxateur aan te wijzen;
ii) dat aan [partij B] vervolgens een termijn van zes maanden wordt gegeven om te bezien of hij de woning kan overnemen;
iii) [partij B] in de gelegenheid wordt gesteld om de helft van de overwaarde op de woning in termijnen aan [partij A] te voldoen;
II als de woning moet worden verkocht, te bepalen dat de verkoop van de woning volgens een spoorboekje zal plaatsvinden, waarbij de termijnen pas beginnen te lopen nadat [partij B] een andere woning heeft gevonden.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie en in reconventie
4.1.
Nu de vorderingen van partijen met elkaar samenhangen, zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk worden beoordeeld.
4.2.
De woning is tot op vandaag onverdeeld gebleven. Het wettelijk uitgangspunt is dat iemand op elk moment de verdeling mag vorderen (artikel 3:178 lid 1 Burgerlijk Wetboek). De vorderingen over en weer zijn allebei gericht op verdeling van de woning. Het geschil tussen partijen gaat over de wijze van verdeling en dan in het bijzonder of [partij B] nog de kans moet krijgen om het aandeel van [partij A] te verkrijgen en welke voorwaarden en termijnen zouden moeten gelden bij de verdeling. Dit brengt mee dat de rechtbank de woning zal verdelen.
4.3.
Bij de vaststelling van de verdeling heeft de rechtbank een grote mate van vrijheid. Zij is niet gebonden aan wat partijen over en weer hebben gevorderd en de rechtbank hoeft niet uitdrukkelijk in te gaan op wat partijen hierover hebben aangevoerd.
4.4.
Volgens [partij A] moet de woning worden verkocht aan een derde. [partij B] heeft voorkeur voor toedeling van de woning aan hem, omdat hij er wil blijven wonen.
4.5.
De rechtbank acht toedeling aan [partij B] niet reëel. [partij A] heeft [partij B] ten minste een jaar de tijd gegeven om de financiering van de aan [partij A] te vergoeden helft van de overwaarde rond te krijgen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [partij B] nog geen concreet uitzicht op financiering had. Op verzoek van partijen is de zaak vier weken aangehouden om te bezien of een minnelijke regeling kon worden bereikt. Partijen hebben die minnelijke regeling niet kunnen treffen. [partij B] heeft niet laten zien dat hij op een redelijke termijn in staat is de woning te financieren, waarbij [partij B] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld en waarbij de overbedelingsvordering (de helft van de overwaarde) aan [partij B] wordt vergoed. Dit leidt ertoe dat de woning moet verkocht aan een derde, waarna de opbrengst wordt gedeeld tussen partijen. De rechtbank volgt [partij B] niet in zijn vordering om te bepalen dat de termijnen voor de verkoop aan een derde pas gaan lopen als hij een andere woning heeft gevonden. Die voorwaarde is te onbepaald en zou naar verwachting met zich meebrengen dat [partij A] nog lange tijd zou moeten wachten voordat de woning is verdeeld. [partij B] weet echter al geruime tijd dat [partij A] verdeling van de woning wenst, terwijl hij nog geen concreet zicht heeft op een andere woning.
4.6.
In het dictum zullen de precieze voorwaarden (“het spoorboekje”) voor de verdeling van de woning worden uiteengezet.
Proceskosten
4.7.
Gelet op het onderwerp van het geschil zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie
5.1.
bepaalt dat de woning als volgt wordt verdeeld:
1. de woning wordt verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a. a) [partij A] moet aan [partij B] binnen een maand na dagtekening van dit vonnis drie onafhankelijke VBO/NVM/ Vastgoed Pro-makelaar-taxateurs voorstellen binnen een straal van 10 kilometer van de woning die bereid en in staat zijn de woning te verkopen, waaruit [partij B] er vervolgens binnen één week één kiest. Als [partij B] niet binnen die termijn uit de drie voorgestelde makelaars een keuze maakt, is [partij A] gerechtigd om zelf één van de drie makelaars te kiezen;
b) partijen verstrekken vervolgens binnen één week na de keuze aan de onder a) bedoelde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal - als partijen het niet eens zijn - partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
c) [partij B] moet de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van [partij A] opvolgen en alle medewerking verlenen aan die werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning in een zoveel mogelijk presentabele staat dient te verkeren;
d) [partij B] dient mee te werken aan de ondertekening van een schriftelijke koopovereenkomst indien en voor zover:- de verkoop plaatsvindt tegen minimaal de door de makelaar bepaalde laatprijs, dan wel een door partijen overeengekomen andere laatprijs, en waarbij- een opleverdatum van de woning wordt afgesproken van minimaal drie maanden na de ondertekening van de verkoopovereenkomst, of korter dan wel langer indien partijen dat schriftelijk overeenkomen, en
- de koopovereenkomst - voor een woning als deze - gebruikelijke condities bevat;
e) [partij B] dient mee te werken aan de levering van de woning op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een in afwijking daarvan nader met de koper overeen te komen dag;
f) [partij B] moet uiterlijk een week voor de notariële levering de woning (met de zoon van partijen) verlaten, waarbij de woning leeg en veegschoon moet worden opgeleverd;
g) alle kosten verband houdend met de verkoop en levering, waaronder met name is begrepen de bemiddelingsvergoeding van de makelaar, zullen door partijen ieder voor de helft worden gedragen;
h) de over- dan wel onderwaarde van de woning wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- danwel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polis(sen) ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
2. bepaalt dat, indien [partij B] niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 1 onder b. en/of, d. en/of e., dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [partij B] dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan de koper;
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.E. Alink en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Type: 1554