Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21066

2026-07-27 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.23211 en NL26.23212
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-27
Publicatiedatum
2026-07-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.23211 en NL26.23212
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel Comoren. Met onbekende bestemming vertrokken. Beroep niet-ontvankelijk. Vovo verzoek afgewezen

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.217 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht



Zaaknummers: NL26.23211 (beroep) en NL26.23212 (voorlopige voorziening)



V-nummer: [v-nummer]




uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen




[eiseres] ,

geboren op [geboortedag] 2004, van Comorese nationaliteit, eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. M. Gavami),



en


de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en over haar verzoek om een voorlopige voorziening



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wijst de rechtbank af. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiseres heeft een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.



2.1.
De minister heeft met het bestreden besluit van 23 april 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.



2.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



2.3.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 22 juli 2026 op zitting behandeld. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.




Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij haar beroep en haar verzoek om een voorlopige voorziening. Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure.

4. De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank op 19 juli 2026 laten weten dat hij geen contact heeft met eiseres. Hierop heeft de minister de rechtbank laten weten dat uit zijn systemen is gebleken dat de bewaring van eiseres op 24 juni 2026 is opgeheven. Hierna heeft eiseres zich niet gemeld in Ter Apel. In dit verband heeft de minister op 20 juli 2026 contact opgenomen met het COA. Het COA heeft bevestigd dat eiseres zich niet heeft gemeld.

5. De rechtbank stelt vast dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken.

6. Als een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van worden uitgegaan dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep. Dit is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.

7. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden, neemt de rechtbank aan dat eiseres geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

8. De rechtbank ziet zich verder voor de vraag gesteld of sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden, als bedoeld in overweging 45 van het arrest Bahaddar van het EHRM, die maken dat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege moet blijven. Dergelijke bijzondere feiten of omstandigheden doen zich voor als wat is aangevoerd en overgelegd onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat gedwongen terugkeer schending van artikel 3 van het EVRM zou opleveren. Gelet op de inhoud van het digitale zaakdossier is de rechtbank van oordeel dat hiervan in dit geval geen sprake is.



Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Dit betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven.

10. Nu het beroep niet-ontvankelijk is, is er geen aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening verder te behandelen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De rechtbank, in de zaak NL26.23211:


- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.


De voorzieningenrechter, in de zaak NL26.23212:


- wijst het verzoek af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.



Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.



Centraal Orgaan opvang asielzoekers.


ECLI:NL:RVS:2024:2662, overweging 2.3.


Arrest van 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494.


Europees Hof voor de Rechten van de Mens.


Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.