Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20979

2026-06-26 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/683939 / FA RK 25-2967
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-26
Publicatiedatum
2026-07-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/683939 / FA RK 25-2967
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheiding met nevenvoorzieningen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (118.755 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige Kamer


Rekestnummer: FA RK 25-2967 (echtscheiding) en FA RK 25-4764 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/683939 (echtscheiding) en C/09/687453 (verdeling)
Datum beschikking: 26 juni 2026


Echtscheiding met nevenvoorzieningen



Beschikking op het op 17 april 2025 ingekomen verzoek van:




[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Șeker ’s-Gravenhage.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de man] ,

de man,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Koyak in ’s-Gravenhage.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift;


het F9-formulier van 15 mei 2025, van de vrouw;


het F9-formulier van 19 mei 2025, met bijlagen, van de vrouw;


het F9-formulier van 26 mei 2025, met bijlagen, van de vrouw;


het F9-formulier van 30 mei 2025, met van de vrouw;


het verweerschrift met een zelfstandig verzoek;


het F9-formulier van 31 oktober 2025, van de vrouw;


het bericht van 27 mei 2026, met bijlagen, van de man;


het F9-formulier van 29 mei 2026, met bijlagen, van de man;


het F9-formulier van 5 juni 2026, met bijlagen, van de vrouw.


De minderjarige [minderjarige 1] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter op 5 juni 2026. Hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.


Op 8 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:



de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk E. Battaloglu;


de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk M. Sivridag.




De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen het door de man na het verstrijken van de verweertermijn ingediende verweerschrift. Dit bezwaar heeft zij op de zitting ingetrokken. De rechtbank zal daarom geen beslissing meer nemen op dit bezwaar.





Feiten


Partijen zijn gehuwd op [dag] 2016 in [plaats] , Turkije.


Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:





[minderjarige 1] ( [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ;



[minderjarige 2] ( [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] .




De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.


De man heeft de Turkse nationaliteit en de vrouw heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit.





Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;



primair: het (nog nader te overleggen) ouderschapsplan te hechten aan de beschikking en te bepalen dat het onderdeel uitmaakt van de beschikking;


subsidiair:


te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben;


te bepalen dat er een zorgregeling tussen de man en de minderjarigen zal gelden waarbij de minderjarigen de ene week op zaterdag en op zondag van 12.00 uur tot 18.00 uur en de andere week op zondag van 13.00 uur tot 18.00 uur bij de man verblijven. Deze regeling zal tijdens de vakanties doorlopen, behalve in de zomervakantie wanneer de vrouw met de kinderen op vakantie is. Islamitische feestdagen zullen bij helfte worden verdeeld;




te bepalen dat de man met ingang van de datum van indiening van onderhavig verzoekschrift een bijdrage levert in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 515,- per kind per maand, althans met ingang van een zodanige datum en een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, zulks telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;


te bepalen dat de man een bijdrage levert in de kosten van het levensonderhoud van de



vrouw met een bedrag van 367, - per maand vanaf de datum van de beschikking,
althans een zodanige bijdrage en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank
in goede justitie zou vermenen te behoren, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

- te bepalen dat de vrouw met ingang van de datum van de te dezen te wijzen beschikking

enig huurster zal zijn van de echtelijke woning te [adres]
;

- primair: het (nader te overleggen) echtscheidingsconvenant te hechten aan de beschikking en dat te bepalen dat het onderdeel uitmaakt van de beschikking;

subsidiair: een verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de vrouw.


De man stemt in met de verzoeken ten aanzien van de echtscheiding en de hoofdverblijfplaats. Hij voert verweer tegen de verzoeken met betrekking tot de zorgregeling, de kinder- en partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Daarnaast verzoekt hij zelfstandig – na wijziging –:



te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw wordt bepaald;


te bepalen dat de man contact heeft met de kinderen:





zolang hij niet over een zelfstandige woonruimte beschikt: iedere zaterdag en zondag van ongeveer 12.00 uur tot 18.00 uur;



zodra hij over een zelfstandige woonruimte beschikt: iedere vrijdag van 19.00 uur tot zondag 19.00 uur, eveneens gedurende de helft van de zomervakantie/islamitische feestdagen.




te bepalen dat de man met ingang van de datum van de beschikking een bijdrage levert in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 30,- per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;


te bepalen dat de vrouw met ingang van datum van de beschikking uitsluitend huurder wordt van de echtelijke woning staande en gelegen aan de [adres] ;


de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de man.





Beoordeling



Echtscheiding


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.




Ontvankelijkheid

Door partijen is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid de verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv).



Naar het oordeel van de rechtbank is uit de overgelegde stukken en het besprokene op de zitting voldoende gebleken dat partijen niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.




Inhoudelijke beoordeling

De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist en stemt in met de echtscheiding, zodat het verzoek van de vrouw tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.




Hoofdverblijfplaats en zorgregeling


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfsplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling.




Inhoudelijke beoordeling

Partijen zijn het er over eens dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben. Nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank de over en weer gedane verzoeken ten aanzien van de hoofdverblijfplaats toewijzen.



Ook hebben partijen overeenstemming bereikt over de zorgregeling tussen de man en de kinderen, inhoudende dat de kinderen ieder weekend van vrijdagavond 19.00 uur tot zondagavond 19.00 uur bij de man zullen verblijven. De vakanties en feestdagen zullen bij helfte worden verdeeld. De rechtbank zal deze afspraken vastleggen.




Huurrecht echtelijke woning


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan een van partijen. De rechtbank zal op dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht Nederlands recht toepassen.




Inhoudelijke beoordeling

Partijen zijn het er over eens dat het huurrecht van de (voormalig) echtelijke woning aan de vrouw kan worden toegekend. De rechtbank zal aldus beslissen.




Kinderalimentatie

Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.




Behoefte [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen.



Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald.



Partijen zijn het niet eens over het NBI van de vrouw, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Voor het NBI van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 923,- bruto per maand exclusief vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie van januari 2026.



Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank haar NBI op het moment van het huwelijk op € 976,- per maand.



Partijen zijn het ook niet eens over het NBI van de man, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. De rechtbank hanteert bij de berekening van het NBI van een ondernemer als uitgangspunt de gemiddelde winst van de voorafgaande drie kalenderjaren, nu op deze wijze de (incidenteel) hoge en lage winsten worden gecompenseerd en een reëel beeld van de behaalde winst wordt gegeven.



Tussen partijen is in geschil of de gemiddelde winst over de jaren 2022 tot en met 2024, dan wel die over de jaren 2023 tot en met 2025 als uitgangspunt dient te gelden.



De rechtbank zal uitgaan van een gemiddeld resultaat over de jaren 2023, 2024 en 2025. Partijen hebben het gehele jaar 2025 samengewoond en een gezamenlijke huishouding gevoerd. De prognose over het jaar 2025 is door de man zelf overgelegd en er is door hem niet aangevoerd dat de cijfers uit deze prognose onjuist zijn. De rechtbank acht deze prognose daarom representatief.



De rechtbank gaat uit van een winst uit onderneming in 2023 van € 36.831,-, van een winst uit onderneming in 2024 van € 50.255,- en van de geprognosticeerde winst uit onderneming in 2025 van € 42.180,-. De gemiddelde winst uit onderneming van 2023, 2024 en 2025 bedraagt dan € 43.089,-.



Verder houdt de rechtbank rekening met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.



Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI op het moment van het huwelijk op € 2.977,- per maand.



Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg in 2026 dus € 3.953,- per maand (€976,- + € 2.977,-.) Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 347,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 982,- per maand voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 1.027,- per maand.




Draagkracht vrouw

De vrouw haar arbeidsovereenkomst eindigt per 1 juli 2026. Bij de berekening van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank er daarom vanuit dat de vrouw een bijstandsuitkering ontvangt. Conform de aanbeveling van de expertgroep Alimentatie opgenomen in het rapport, neemt de rechtbank geen draagkracht aan bij een hoofdverzorgende ouder met een bijstandsuitkering. De draagkracht van de vrouw is derhalve € 0,-.




Draagkracht man

Ten aanzien van de draagkracht van de man zal de rechtbank uitgaan van dezelfde inkomensgegevens als bij de behoefteberekening, dus van de gemiddelde winst uit onderneming van 2023, 2024 en 2025, zijnde € 43.089,-.



Verder houdt de rechtbank rekening met de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek.



Beide partijen houden bij de berekening van de draagkracht van de man rekening met een maandelijkse aflossing van € 200,- op de door de man aangevoerde schulden. Nu vaststaat dat de man deze schulden alleen gaat aflossen, acht de rechtbank het, gelet op de omvang van de schuldenlast, redelijk om bij de berekening van zijn draagkracht een maandelijkse aflossing van € 200,- in aanmerking te nemen.



Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2026 op € 3.005,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.



Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365,- + € 200,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [3.005 – (902 + 1.365 + 200)] = € 377,- per maand.




Gezamenlijke draagkracht en zorgkorting

De gezamenlijke draagkracht van partijen is € 377,- per maand. Dit is onvoldoende om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Omdat sprake is van een tekort moet de vader met zijn volledige draagkracht bijdragen en komt de rechtbank niet toe aan een zorgkorting.




Ingangsdatum

Partijen zijn het er over eens dat de kinderalimentatie wordt vastgesteld met ingang van 1 juni 2026. De rechtbank zal dit vaststellen.




Conclusie

Conform het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de man met ingang van 1 juni 2026 en bijdrage van € 377,- per maand aan de moeder moet betalen voor beide kinderen samen.




Partneralimentatie

Nu de volledige draagkracht van de man moet worden aangewend voor de kosten van de kinderen, resteert aan de zijde van de man geen draagkracht meer voor het betalen van partneralimentatie. De behoefte en de behoeftigheid van de vrouw kunnen dan ook onbesproken blijven. Het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een partneralimentatie zal worden afgewezen.




Verdeling huwelijksgemeenschap


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de Nederlandse rechter op grond van de Brussel II ter-verordening rechtsmacht heeft om te beslissen op het verzoek tot echtscheiding, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 5 eerste lid van de Verordening Huwelijksvermogensstelsels ook rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot afwikkeling van het huwelijksvermogen van partijen.



De rechtbank gaat bij de bepaling van het toepasselijk recht uit van het volgende. Voor de bepaling welk verdrag dan wel welke verordening van toepassing is, moet worden gekeken naar de huwelijksdatum. Omdat het huwelijk van partijen is gesloten na 1 januari 1992 en vóór 29 januari 2019 – namelijk op 6 januari 2016 – is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130 (HVV 1978) van toepassing op het huwelijksvermogensregime van partijen.



Partijen hebben geen rechtskeuze uitgebracht vóór of tijdens het huwelijk. Het toepasselijk recht moet daarom worden bepaald aan de hand van artikel 4 HVV 1978. Omdat partijen hun eerste huwelijksdomicilie hebben gevestigd in Nederland, is Nederlands recht van toepassing op het huwelijksvermogensregime van partijen.





Inhoudelijke beoordeling


Algehele gemeenschap van goederen

Niet gesteld en ook niet gebleken is dat partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 BW (zoals deze golden tot 1 januari 2018) bestaat tussen partijen dus een algehele gemeenschap van goederen. Het uitgangspunt is dat de ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van artikel 1:100 BW bij helfte tussen partijen moet worden verdeeld.




Peildatum

Als peildatum voor de omvang en samenstelling van de ontbonden huwelijksgemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 17 april 2025. Voor de waardering geldt – voor zover partijen niet anders overeenkomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid niet anders voortvloeit – de datum van de feitelijke verdeling als peildatum.




Omvang

Partijen stellen dat de volgende bestanddelen onderdeel uitmaken van hun huwelijksvermogen:



de inboedel;


de eenmanszaak van de man ( [bedrijf] );


de banksaldi;


de schulden.





Ad. 1. de inboedel

Partijen zijn het er over eens dat de inboedel kan worden toebedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal aldus beslissen.




Ad. 2 de eenmanszaak [bedrijf]

Partijen zijn het er over eens dat de eenmanszaak [bedrijf] kan worden toebedeeld aan de man, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.




Ad. 3 de banksaldi

Conform de overeenstemming van partijen zal de rechtbank bepalen dat ieder zijn/haar eigen bankrekening voortzet, zonder verrekening van de saldi op de peildatum.




Ad. 4 de schulden

De vrouw verzoekt primair te bepalen dat ieder zijn eigen schulden betaald, zonder nadere verrekening over en weer. Subsidiair verzoekt de vrouw te bepalen dat partijen ieder voor 50% draagplichtig zijn voor de gezamenlijke schulden. De vrouw voert aan dat zij niet op de hoogte was van de schulden en dat de man in staat moet zijn geweest de schulden al eerder af te lossen. Ook stelt de vrouw zich op het standpunt dat als bij de alimentatie rekening wordt gehouden met de aflossing van de schulden, de man in het kader van de verdeling van de gemeenschap volledig draagplichtig moet worden geacht voor de schulden. De man heeft verweer gevoerd en stelt dat partijen conform de hoofdregel beiden voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld.



De rechtbank overweegt als volgt.



Partijen zijn het er over eens dat de schulden tot de huwelijksgemeenschap behoren.



Schulden komen niet voor verdeling in aanmerking, omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 BW. Verder is het niet mogelijk om wijzigingen aan te brengen in de aansprakelijkheid van beide (ex-)echtgenoten tegenover schuldeisers zoals dat is geregeld in artikel 1:102 BW.



In de onderlinge verhouding tussen de echtgenoten geldt op grond van 1:100 BW het volgende. Voor zover bij de ontbinding van de gemeenschap de goederen van de gemeenschap niet toereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, worden deze schulden door beide (ex-)echtgenoten voor een gelijk deel gedragen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid – mede in verband met de aard van de schulden – een andere draagplicht voortvloeit. Als één van de
(ex-)echtgenoten wordt aangesproken door een schuldeiser en hierdoor meer heeft bijgedragen in de schuld dan het gedeelte dat hem of haar aangaat, dan heeft hij of zij voor dit meerdere op grond van artikel 6:10 BW een regresrecht op de andere (ex-)echtgenoot.



Nu het gemeenschappelijke schulden betreft, zijn partijen ieder voor de helft draagplichtig voor deze schulden. De rechtbank zal dit vaststellen. Vast staat dat de man de gehele schulden gaat aflossen. Op de zitting is besproken dat hij daarom in de toekomst een regresvordering op de vrouw zal verkrijgen. Het is aan partijen zelf om dit in de toekomst in onderling overleg te verrekenen.



Het meer of anders verzochte in het kader van de (wijze van) verdeling zal worden afgewezen.




Beslissing
De rechtbank:


*
spreekt uit de echtscheiding uit tussen de vrouw en de man, gehuwd op [dag] 2016 in [plaats] , Turkije;



*
bepaalt dat de minderjarigen:




[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats] ;



[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats] ,


hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;


*
stelt vast dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als volgt bij de man verblijven:



ieder weekend van vrijdagavond 19.00 uur tot zondagavond 19.00 uur;


de helft van de vakanties,


waarbij partijen in onderling overleg kunnen afwijken van deze regeling;


*
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan de [adres] ;



*
bepaalt de door de man met ingang van 1 juni 2026 te betalen alimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op € 377,- per maand, vanaf nu telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;





*
stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:




aan de vrouw wordt toebedeeld de inboedel van de echtelijke woning, zonder nadere verrekening;


aan de man worden toebedeeld de activa en de passiva van de eenmanszaak ‘ [bedrijf] ’, zonder nadere verrekening;


bepaalt dat ieder van partijen gerechtigd is tot het saldo op de peildatum op de eigen bankrekening(en), zonder nadere verrekening, en verstaat dat de vrouw de bankrekening op haar naam zal voortzetten en dat de man de bankrekening op zijn naam zal voortzetten;


bepaalt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de schulden;




*
verklaart deze beschikking tot zover – met uitzondering van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;



*
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong – Kwestro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 juni 2026.































Partij


Man




Zaak


Man / Vrouw




Berekening


Behoefte




Tarieven


2025-2




Datum uitdraai


18-06-2026





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Winst uit onderneming (65-75)





65


Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)








€


43.089




70


Winst uit onderneming








€


43.089




































Ondernemersaftrek








MKB Winstvrijstelling





-


€


5.472









75







Belastbare winst uit onderneming





















€







37.617




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







37.617







- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)








€


13.474









95







Inkomensheffing box 1





















€







13.474




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


43.089









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


13.474







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


8.083







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


5.391
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







37.698

































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


2.485


jaar










Arbeidskorting





€


5.598


jaar







































117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW








Winst uit onderneming





€


37.617










Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


37.617










Maximum bijdrage loon





€


75.864










Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd





€


75.864










Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


37.617










Percentage Zvw





%


5,26










Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





€


1.979




































Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





-


€


1.979



































120







Besteedbaar inkomen





















€







35.719




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







35.719




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


2.977







































Partij


Vrouw




Zaak


Man / Vrouw




Berekening


Behoefte




Tarieven


2025-2




Datum uitdraai


18-06-2026





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon (41-50)





41


Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking








€


11.076




44


Vakantietoeslag








€


886
















Bruto inkomsten





















€







11.962




































Premies (51-59)











Pensioenpremie





54


Loon voor de premies werknemersverzekeringen








€


11.962



































59







Inkomsten





















€







11.962




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







11.962




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







11.962







- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)








€


4.284









95







Inkomensheffing box 1





















€







4.284




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


11.962









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


4.284







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


4.032







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


252
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







11.710

































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


3.068


jaar










Arbeidskorting





€


964


jaar






































120







Besteedbaar inkomen





















€







11.710




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







11.710




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


976













































































NBGI voor scheiding











Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding








NBI voor scheiding Man








€


2.977







NBI voor scheiding Vrouw








€


976







Bij: Kindgebonden budget voor scheiding








€


347
















Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding





















€







4.300




































Eigen aandeel kosten kinderen











Eigen aandeel kosten kinderen








Ouders hebben in gezinsverband geleefd











ja







NBGI voor scheiding








€


4.300







Tabel aantal kinderen








2



















Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel





















€







982






























#


Indexeren











ja







Startjaar











2025







Eindjaar











2026
















Eigen aandeel ouders geïndexeerd





















€







1.027




































Behoefte obv 60% norm











Netto Behoefte








Netto gezinsinkomen








€


4.300







Af: kosten van de kinderen





-


€


982
















Saldo





















€







3.318







Netto behoefte obv 60%








€


1.991
















Netto behoefte





















€







1.991




#


Indexeren











nee



























































Partij


Man




Zaak


Man / Vrouw (C/09/683939)




Berekening


Draagkracht




Tarieven


2026-1




Datum uitdraai


18-06-2026





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Winst uit onderneming (65-75)





65


Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)








€


43.089




70


Winst uit onderneming








€


43.089




































Ondernemersaftrek








MKB Winstvrijstelling





-


€


5.472









75







Belastbare winst uit onderneming





















€







37.617




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







37.617







- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)








€


13.448









95







Inkomensheffing box 1





















€







13.448




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


43.089









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


13.448







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


8.248







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


5.200
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







37.889

































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


2.611


jaar










Arbeidskorting





€


5.637


jaar







































117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW








Winst uit onderneming





€


37.617










Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


37.617










Maximum bijdrage loon





€


79.412










Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd





€


79.412










Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


37.617










Percentage Zvw





%


4,85










Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





€


1.824




































Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





-


€


1.824



































120







Besteedbaar inkomen





















€







36.065




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







36.065




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


3.005




































120b

















Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)





















€







36.065




120b


Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)








€


3.005




































Draagkracht tbv kinderalimentatie


























Draagkracht tbv kinderalimentatie





120a


Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie








€


3.005







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122a


Kosten van levensonderhoud





€


1.365







123a


Woonbudget





€


902







134a


Extra lasten opnemen





€


200







135a


Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie








€


2.467




136a


Draagkrachtruimte








€


538




137a


Draagkrachtpercentage








%


70







Beschikbaar








€


377




140a


Draagkracht tbv kinderalimentatie








€


377

































Notitie: 134aAflossing schulden







































Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie











Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie





120b


Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie








€


3.005







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122b


Kosten van levensonderhoud





€


1.365







123b


Woonbudget





€


902







134b


Extra lasten opnemen





€


200







135b


Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie








€


2.467




136b


Draagkrachtruimte








€


538




































Draagkracht tbv partneralimentatie





136b


Draagkrachtruimte








€


538




137b


Draagkrachtpercentage








%


60







Draagkracht tbv partneralimentatie








€


323









140







Beschikbaar





















€







323




































Partneralimentatie (141-144)





141


Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)





-


€


0







Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie





-


€


0
















Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)














-







€







0




142


Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen








€


0







Berekende ruimte voor partneralimentatie





€


323







143


Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel








€


323




144


Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)








€


502

































Specificaties voor post: 144













Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 3.876 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van:





€


37.617


jaar










In de schijf van 35,75% valt € 3.876, € 3.876 x ( 100 / (100 - 35,75)) =





€


6.033


jaar










Het resultaat van de brutering is per jaar





€


6.033


jaar










Of per maand





€


502


maand



























































Partij


Vrouw




Zaak


Man / Vrouw (C/09/683939)




Berekening


Draagkracht




Tarieven


2026-1




Datum uitdraai


18-06-2026





























Besteedbaar inkomen (113-120)





115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


3.115




































Specificaties voor post: 115/116













Algemene Heffingskorting





€


3.115


jaar




































Bij: Kindgebonden budget





€


8.576






































120







Besteedbaar inkomen





















€







8.576




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







8.576




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


715




































120b








Af: correctie kindgebonden budget





-


€


8.576




































Draagkracht tbv kinderalimentatie











Draagkracht tbv kinderalimentatie





120a


Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie








€


715







Draagkracht wordt berekend op basis van








Tabel










Afwijken van de tabel?











nee




140a


Draagkracht tbv kinderalimentatie








€


50




































Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie











Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie








Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule










Afwijken van de tabel?











nee




122b


Kosten van levensonderhoud





€


1.365







135b


Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie








€


1.365




136b


Draagkrachtruimte








€


-1.365




































Draagkracht tbv partneralimentatie





136b


Draagkrachtruimte








€


-1.365




137b


Draagkrachtpercentage








%


60




































Partneralimentatie (141-144)





141


Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)





-


€


0







Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie





-


€


0
















Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)














-







€







0




142


Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen








€


0







Berekende ruimte voor partneralimentatie





€


0







143


Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel








€


0




144


Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)








€


0

































Specificaties voor post: 144
























Omdat de verschuldigde belasting lager is dan de heffingskortingen bestaat er geen ficaal voordeel. Resteert voor partneralimentatie per jaar





€


0


jaar







Of per maand





€


0


maand