Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20791

2026-06-10 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht SGR 24/3690
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-10
Publicatiedatum
2026-07-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 24/3690
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wmo. Beroep tegen eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening ongegrond. Eiseres ontvangt ondersteuning op grond van de Wmo en is daarvoor een eigen bijdrage verschuldigd. Zolang ondersteuning niet wordt stopgezet brengt CAK de eigen bijdrage in rekening. Beroep ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.112 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht



zaaknummer: SGR 24/3690


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres


en


het Centraal Administratiekantoor, hierna aan te duiden als CAK
(gemachtigde: A. Baas).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening die het CAK bij eiseres in rekening heeft gebracht. Eiseres is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit van het CAK juist is. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.





Procesverloop


2. Met het besluit van 15 januari 2024 heeft het CAK aan eiseres medegedeeld dat zij vanaf januari 2024 een eigen bijdrage van € 20,60 per maand moet betalen omdat zij hulp of ondersteuning krijgt vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Met het primaire besluit van 25 januari 2024 heeft het CAK de eigen bijdrage voor de maand januari 2024 in rekening gebracht. Met het bestreden besluit van 16 mei 2024 heeft het CAK het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2026 op zitting aan de orde gesteld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.





Beoordeling door de rechtbank

3. Het CAK heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres vanaf juni 2022 huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding op grond van de Wmo ontvangt en dat zij daarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. Uit een controle van de zorggegevens bij het college van burgemeester het wethouders van Zoetermeer (het college) volgt dat eiseres deze zorg tot en met heden ontvangt. Indien eiseres geen ondersteuning vanuit de Wmo wil ontvangen, dient zij hiervoor contact op te nemen met het college. Zolang de ondersteuning niet wordt stopgezet brengt het CAK de eigen bijdrage in rekening.

4. In beroep voert eiseres aan dat zij geen zorg heeft aangevraagd bij het college, maar dat dit onrechtmatig door derden is gedaan. De facturen die het CAK stuurt voor de eigen bijdrage zijn daarom ook onrechtmatig.

5. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling van het beroep.


5.1.
Het is vaste rechtspraak dat uit de wettelijke systematiek van de Wmo volgt dat het college beslist of degene aan wie een maatwerkvoorziening wordt verstrekt daarvoor een eigen bijdrage verschuldigd zal zijn, en dat de hoogte van die bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. De bevoegdheid van het CAK gaat niet verder dan de vaststelling dat de eigen bijdrage de kostprijs van de voorziening niet te boven gaat en de vaststelling dat de eigen bijdrage niet hoger is dan de vastgestelde maximale periodebijdrage. Het is aan het college om een betrokkene voldoende te informeren over de verschuldigdheid van de eigen bijdrage en de daarbij gehanteerde uitgangspunten. Indien een betrokkene van oordeel is dat een besluit waarbij de maatwerkvoorziening wordt verstrekt op dat punt onjuist of onduidelijk is, ligt het op de weg van de betrokkene om tegen dat besluit bezwaar te maken.



5.2.
Volgens de gegevens die het CAK heeft opgevraagd bij het college ontvangt eiseres voorzieningen op grond van de Wmo waarvoor zij een eigen bijdrage verschuldigd is. Zo heeft eiseres sinds 23 mei 2022 een scooter in bruikleen, waarvoor het college sinds juni 2022 een eigen bijdrage vraagt. Ook ontvangt eiseres sinds 25 augustus 2023 individuele begeleiding en huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo waarvoor zij een eigen bijdrage verschuldigd is. Uit het verweerschrift van het CAK volgt dat in het kader van de beroepsprocedure is nagegaan bij het college of de zorggegevens kloppen. Ook is aangegeven dat het CAK het college heeft verzocht om eventueel toepassing te geven aan artikel 3.8, derde lid, aanhef en onder g, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Op grond van die bepaling kan het college besluiten dat iemand wegens onvoldoende betalingscapaciteit geen eigen bijdrage verschuldigd is. Dit heeft tot op heden nog nergens toe geleid.



5.3.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de zorggegevens waar het CAK het bestreden besluit op heeft gebaseerd niet kloppen. Eiseres heeft haar standpunt dat zij geen zorg op grond van de Wmo heeft aangevraagd, maar dat derden dit onrechtmatig voor haar hebben gedaan, niet nader onderbouwd. Bovendien is dit een beroepsgrond die thuishoort in een procedure tegen het toekenningsbesluit van het college, waarbij de eigen bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorzieningen is opgelegd, en niet in deze procedure tegen het besluit van het CAK waarbij de maandelijkse eigen bijdragen in rekening worden gebracht.





Conclusie en gevolgen


6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing




De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr.F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026.














griffier


rechter














Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:







Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Dit staat in artikel 2.1.4b, eerste lid, van de Wmo 2015.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 4 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1315, en de verwijzing naar zijn uitspraak van 13 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1811.