Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20757

2026-06-19 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht 25/13338
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-19
Publicatiedatum
2026-07-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25/13338
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een mvv met als verblijfsdoel “verblijf als familie- of gezinslid bij zijn gestelde partner. Verweerder mocht de aanvraag afwijzen, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van een mvv. Eiser heeft niet aangetoond dat hij een duurzame en exclusieve relatie heeft met referente. Beroep is ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.972 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: AWB 25/13338


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen



[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.G. Evers),



en




de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. L.F. Ludwig).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).



1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 25 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 mei 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1971 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Eiser heeft op 1 augustus 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv met als verblijfsdoel “verblijf als familie- of gezinslid bij [referente] ”, zijn gestelde partner (referente). Referente is geboren op [geboortedatum 2] 1963 en heeft de Nederlandse nationaliteit.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van een mvv. Eiser heeft niet aangetoond dat hij een duurzame en exclusieve relatie heeft met referente. Verweerder heeft dan ook geconcludeerd dat tussen hen geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Daarom heeft verweerder geen belangenafweging gemaakt.



Wat vindt eiser in beroep?



4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag om een mvv. Met name uit het bezoek dat referente aan eiser in Marokko heeft gebracht en uit de foto’s die van dit bezoek zijn gemaakt blijkt overduidelijk dat er een duurzame en exclusieve relatie bestaat tussen eiser en referente.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



5. De rechtbank oordeelt allereerst dat het beroep ontvankelijk is. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat verweerder de aanvraag om een mvv mocht afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.



Is het beroepschrift ontvankelijk?



6. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.


6.1.
Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser met de brief van 1 juli 2025 verzocht om binnen vier weken het verzuim te herstellen. Deze brief is aangetekend verzonden. De rechtbank heeft de aangetekende brief retour ontvangen, omdat deze niet is afgehaald. De rechtbank heeft gemachtigde bij brief van 24 juli 2025, per gewone post verzonden, op de hoogte gebracht van de retour ontvangen herstelverzuimbrief en deze bijgevoegd. Op 1 augustus 2024 heeft de rechtbank een emailbericht naar gemachtigde verstuurd en gewezen op de herstelverzuimbrief van 1 juli 2025. Gemachtigde heeft daarna buiten de gegeven hersteltermijn van vier weken op 4 augustus 2024 de gronden van het beroep ingediend. Hij heeft hierbij aangegeven nooit een aangetekende brief of een afhaalbericht te hebben ontvangen. Ook de per gewone post verstuurde brief stelt gemachtigde niet te hebben ontvangen.



6.2.
Om te beoordelen of het beroep van eiser ontvankelijk is, moet eerst worden onderzocht of de rechtbank de herstelmogelijkheid op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt. Als een stuk van een rechterlijke instantie aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst ervan ontkent, moet worden onderzocht of het postvervoerbedrijf het stuk op regelmatige wijze op het adres van de belanghebbende heeft aangeboden. Uit het ‘Track & Trace’ systeem van PostNL blijkt dat het poststuk niet bekend is. Daardoor moet worden aangenomen dat de brief niet op regelmatige wijze op het adres van gemachtigde is aangeboden. Nu gemachtigde pas met het emailbericht van 1 augustus 2025 bekend is geworden met de herstelverzuimbrief en hij na drie dagen alsnog de beroepsgronden heeft ingediend, is het beroep ontvankelijk.



Duurzame en exclusieve relatie




7. Tussen partijen is in geschil of eiser en referente een duurzame en exclusieve relatie hebben die op één lijn te stellen is met een huwelijk. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat eiser en referente te weinig objectieve bewijsstukken hebben overgelegd om hun gestelde duurzame en exclusieve relatie te onderbouwen.




7.1.
Eiser heeft gesteld dat hij en referente elkaar via een vriendin hebben leren kennen op 10 januari 2021. Vijf maanden na de kennismaking was er sprake van een relatie. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat er geen bewijsstukken zijn overgelegd waaruit blijkt dat eiser en referente vanaf 10 januari 2021 contact hebben met elkaar en vanaf medio juni 2021 een relatie hebben. De overgelegde WhatsApp-gesprekken tussen eiser en referente bevatten grotendeels geen datumvermelding en geen van de berichten bevat een vermelding van het jaartal waarin het gesprek heeft plaatsgevonden. Ook heeft eiser geen bewijs overgelegd van de gestelde vele telefoongesprekken tussen hem en referente. Op zitting heeft de gemachtigde van eiser verklaard dat het niet mogelijk is om een overzicht van de gevoerde telefoongesprekken te overleggen. De verklaringen van naasten die de relatie bevestigen gelden niet als objectief en verifieerbaar bewijs. Weliswaar zijn er foto’s van een bezoek van referente aan eiser in Marokko overgelegd, maar deze foto’s kunnen op zichzelf het bestaan van een duurzame en exclusieve relatie niet aantonen. Uit deze foto’s kan immers niet worden afgeleid hoe vaak en voor welke duur eiser en referente elkaar hebben gezien. Een deel van de foto’s is bovendien ongedateerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser en referente niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een exclusieve en duurzame relatie hebben. Verweerder mocht de aanvraag om de afgifte van een mvv daarom afwijzen.





Conclusie en gevolgen


8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.















Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Pieterse, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Drageljević, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



De voorwaarden voor een mvv staan in de artikelen 3.13 tot en met 3.22a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) en in hoofdstuk B7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).


Zoals volgt uit artikel 3.14, aanhef en onder b van het Vb.


Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.


Zie uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1189.


Zie uitspraak van de Afdeling van 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4527.