Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20742

2026-05-29 Bestuursrecht SGR 25/3793
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-05-29
Publicatiedatum
2026-07-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 25/3793
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep. Eiseres heeft bij verweerder een verzoek om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering ingediend op grond van artikel 4.14, vierde lid, van de Wet studiefinanciering 2000. Dit verzoek is afgewezen, omdat eiseres een opleiding op niveau 3 succesvol heeft afgerond. Eiseres heeft studies moeten stapelen door haar visuele beperking en volgt nu niveau 4. Eiseres voldoet niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een nieuwe aanspraak op studiefinanciering. Geen hardheid. Beroep is ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.193 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 25/3793


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2026 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. N. Claassen).


en




de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs
(gemachtigde: mr. G.J.M. Naber).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering.



1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 27 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 april 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



1.2.
Eiseres is tegen de beslissing op bezwaar in beroep gegaan. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben fysiek deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde. Hieraan heeft met behulp van een videoverbinding deelgenomen: gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?




2. Eiseres heeft bij verweerder een verzoek om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering ingediend op grond van artikel 4.14, vierde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). Dit verzoek is afgewezen, omdat eiseres een opleiding op niveau 3 succesvol heeft afgerond. Eiseres hoefde niet noodgedwongen te stoppen met haar opleiding in verband met een handicap of chronische ziekte. Daarom maakt zij volgens verweerder geen aanspraak op een nieuwe studiefinanciering.



2.1.
Eiseres is het niet eens met de afwijzing, omdat zij door haar sterke visuele beperking studies heeft moeten stapelen. Vanaf oktober 2018 tot augustus 2021 volgde eiseres de opleidingen MBO-assistent of entree, assistent dienstverlening en zorg en de opleiding tot servicemedewerker. Deze opleidingen volgde eiseres op niveau BOL 1 en BOL 2. Eiseres heeft vanaf oktober 2018 tot en met juni 2020 een studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening ontvangen. Vanaf juli 2020 ontving zij daarnaast een basisbeurs en een aanvullende beurs. Met ingang van augustus 2021 volgde eiseres de opleiding Allround medewerker facilitaire dienstverlening op niveau BOL 3 en ontving zij studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs. In januari 2024 behaalde eiseres haar diploma op niveau BOL 3. Na het behalen van dit diploma, is eiseres gestart met de opleiding Sociaal werk op niveau BOL 4.



Wat vindt eiseres in beroep?




3. Eiseres stelt dat zij recht heeft op een nieuwe aanspraak op studiefinanciering. Door het aangeboren syndroom van Bardet-Biedl heeft eiseres een sterke visuele beperking. Door deze beperking heeft zij een onderwijstraject moeten volgen dat niet standaard is. Zo is zij begonnen op niveau 1, om daarna door te stromen naar niveau 2, 3 en 4. Haar medische situatie is structureel en vormt een blijvende belemmering. Eiseres benadrukt dat een diploma op niveau 3 niet het einddoel van haar opleidingstraject was. Gezien haar visuele beperking heeft zij pas een realistisch perspectief op duurzame participatie in de arbeidsmarkt met een opleiding op niveau 4. Eiseres vraagt gezien haar situatie om maatwerk.




3.1.
Ter zitting hebben eiseres en haar gemachtigde nader toegelicht dat zij een verandering in het voorgenomen carrièrepad van eiseres zien als een beëindiging van de opleiding, zoals genoemd in artikel 4.14, vierde lid, van de Wsf 2000. Het verzoek om maatwerk kan worden gezien als een beroep op het toepassen van de hardheidsclausule.



Wat zijn de regels?



4. Op grond van artikel 4.14, vierde lid, van de Wsf 2000 ontvangt een MBO-student, indien hij als direct gevolg van een tijdens de studie verworven handicap, ten gevolge van een zich tijdens de studie verergerende handicap of ten gevolge van een zich tijdens de studie manifesterende chronische ziekte, genoodzaakt is een reeds begonnen
opleiding te beëindigen, bij keuze voor een passender opleiding nieuwe aanspraak op studiefinanciering.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



5. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder het verzoek van eiseres om nieuwe aanspraak op studiefinanciering terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.



5.1.
Eiseres heeft op 6 maart 2025 bij verweerder een formulier ‘Verzoek Voorziening beroepsonderwijs bij bijzondere omstandigheden’ ingediend. Daarbij heeft zij verzocht om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering op grond van artikel 4.14, vierde lid, van de Wsf 2000. De onderwijsinstelling waar eiseres stond ingeschreven heeft ter motivering van het verzoek te kennen gegeven dat eiseres door een taalachterstand en door visuele problemen op een lager niveau is gestart. Via praktijkonderwijs is zij opgeklommen naar niveau 4.



5.2.
Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 4.14, vierde lid, van de Wsf 2000 (overeenkomende met artikel 5.16, vierde lid, van de Wsf 2000) volgt dat de in dit artikellid getroffen voorziening alleen ziet op zeer uitzonderlijke gevallen. Deze voorziening is bedoeld om een nieuwe start te kunnen maken met een studie die wél verenigbaar is met een tijdens de studie ontstane of verergerde handicap of een zich manifesterende chronische ziekte. Vast moet staan dat de eerder gevolgde opleiding door de handicap of chronische ziekte niet kan worden voortgezet (of werken in het beroep waartoe wordt opgeleid daardoor niet mogelijk zal zijn), maar een andere opleiding met die handicap of chronische ziekte wel mogelijk is. Net als de overige in artikel 4.14 van de Wsf 2000 getroffen voorzieningen, is de in het vierde lid getroffen voorziening slechts bedoeld voor gevallen die evident tot een onredelijk of onbillijk resultaat leiden.



5.3.
De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een nieuwe aanspraak op studiefinanciering. Eiseres heeft in januari 2024 haar diploma op niveau 3 behaald. Zij is daarna gestart met een opleiding op niveau 4. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij deze opleiding nog volgt. Niet in geschil is dat eiseres haar opleiding op niveau 3 binnen de daarvoor gestelde termijn heeft behaald en dat zij niet is gestopt met een opleiding wegens een tijdens de opleiding verkregen of verergerde handicap of een zich manifesterende chronische ziekte. Hoewel de rechtbank het bewonderingswaardig vindt dat eiseres ondanks haar visuele beperking al haar studies tot op heden nominaal heeft doorlopen en de rechtbank begrijpt dat niveau 3 voor eiseres niet het einddoel was, wordt een opleiding op niveau 3 voor de toepassing van de Wsf 2000 beschouwd als een afgeronde opleiding. De wettekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 4.14, vierde lid, van de Wsf 2000 (zoals beschreven onder rechtsoverweging 5.2.) laten geen ruimte om een verandering in het voorgenomen carrièrepad te zien als een beëindiging van de opleiding. Aangezien eiseres haar studie niet is gestopt, komt zij niet in aanmerking voor een nieuwe aanspraak op studiefinanciering.



5.4.
Het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet. Eiseres heeft niet met objectieve bewijsstukken onderbouwd waarom zij alleen met een opleiding op niveau 4 een realistisch perspectief op duurzame participatie in de arbeidsmarkt heeft. Daarnaast kan eiseres een rentedragende lening krijgen om haar studie op niveau 4 af te ronden.




Conclusie en gevolgen


6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.







Beslissing


De rechtbank verklaart beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Pieterse, rechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Artikel 11.5 van de Wet studiefinanciering 2000.


Kamerstukken II, 1999/00, 26 873, nr. 42 en Handelingen II, 1999/00, nr. 58, blz. 4088/4094; nr. 59, blz. 4145 en nr. 60, blz. 4212)


Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3254.