Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20725

2026-05-08 Bestuursrecht SGR 25/7328
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-05-08
Publicatiedatum
2026-07-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 25/7328
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep. Verzoek van eiseres om een urgentieverklaring is door verweerder afgewezen, omdat er meerdere weigeringsgronden van toepassing zijn. Beroep is ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.771 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 25/7328


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.P. Harten),


en




het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk, verweerder
(gemachtigden: S. Martens en I. Colen).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring.



1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 15 juli 2025 (het primaire besluit) afgewezen.



1.2.
Met het bestreden besluit van 28 augustus 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, (waarnemend) gemachtigde van eiseres E. Paydas en de gemachtigden van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiseres heeft om een urgentieverklaring verzocht, omdat zij door een scheiding genoodzaakt was om samen met haar minderjarige dochter de gezamenlijke woning van haar en haar ex-echtgenoot te verlaten. Eiseres verblijft met haar dochter bij haar ouders, waar zij samen met haar dochter op één kamer slaapt.

3. Verweerder heeft de aanvraag om urgentieverklaring afgewezen, omdat er meerdere algemene weigeringsgronden van toepassing zijn. Zo is er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem, laat eiseres geen zelfstandige woning achter en kon het huisvestingsprobleem worden voorkomen of was het huisvestingsprobleem te voorzien. Er is volgens verweerder ook geen reden om de hardheidsclausule toe te passen.



Wat vindt eiseres in beroep?



4. Eiseres vindt dat verweerder de aanvraag niet had mogen afwijzen. Verweerder heeft de bijzondere omstandigheden waarin zij verkeert onvoldoende zorgvuldig onderzocht en de afwijzing onvoldoende gemotiveerd. Verweerder heeft namelijk ten onrechte de aanleiding van het huisvestingsprobleem niet meegenomen in de beoordeling van de aanvraag. Eiseres heeft de woning waar zij verbleef met haar ex-partner verlaten wegens verbale en fysieke mishandeling door haar ex-partner. Daarnaast is er sprake van een urgent huisvestingsprobleem, omdat het huidige verblijf bij haar ouders zowel bij eiseres als bij haar moeder leidt tot structurele conflicten en psychische belasting. Ook heeft verweerder ten onrechte geen toepassing gegeven aan de hardheidsclausule en is het besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Tot slot heeft verweerder de belangen van het kind, zoals bedoeld in artikel 3 van het IVRK en artikel 8 van het EVRM, onvoldoende betrokken in de besluitvorming.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag om urgentieverklaring van eiseres mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.



Algemene weigeringsgronden



6. De rechtbank stelt voorop dat verweerder bij het toekennen van een urgentieverklaring beoordelingsruimte en beleidsruimte heeft. Daarom moet de rechtbank het bestreden besluit terughoudend toetsen. Bij het verlenen van urgentieverklaringen moet verweerder zich houden aan het opgestelde beoordelingssysteem. Indien zich één van de algemene weigeringsgronden voordoet, wordt een urgentieverklaring door verweerder in beginsel geweigerd. Een inhoudelijke toets om te kijken of de woonsituatie van eiseres door sociale of medische omstandigheden als levensbedreigend of ontwrichtend moet worden aangemerkt blijft in dat geval achterwege. Dit restrictieve beleid van verweerder is door de hoogste bestuursrechter niet onredelijk geacht, vanwege het grote aantal aanvragen voor een urgentieverklaring en het kleine aantal toewijsbare huurwoningen dat beschikbaar komt.


6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de algemene weigeringsgrond, zoals bedoeld in artikel 4:5, onder b, mocht tegenwerpen. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.


6.1.1.
Artikel 4:5, onder b, van de Huisvestingsverordening bepaalt dat een urgentieverklaring wordt geweigerd indien er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Artikel 2.1.2 van de Beleidsregel geeft een nadere uitwerking van deze afwijzingsgrond. Zo staat er in deze beleidsregel onder meer beschreven dat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem als de huidige woning te klein is, de aanvrager problemen ervaart omdat zij met of zonder kinderen inwonende is, de aanvrager gescheiden is, de aanvrager in een onzelfstandige woonruimte woont of de aanvrager een woning wil met voldoende ruimte in het kader van co-ouderschap.



6.1.2.
Eiseres verblijft na de scheiding en het vertrek uit de gezamenlijke woning voornamelijk bij haar ouders. In deze woning heeft haar dochter geen eigen kamer en het verblijf bij de ouders van eiseres leidt tot conflicten en psychische belasting. Eiseres heeft een aanvraag om een urgentieverklaring ingediend, omdat zij een eigen kamer voor haar dochter wenst en omdat het inwonen bij haar ouders voor veel stress zorgt. Dit leidt op grond van het door verweerder gehanteerde beleid echter niet tot een urgent huisvestingsprobleem.




6.2.
Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter blijkt dat een aanvraag om een urgentieverklaring al wordt afgewezen wanneer één van de weigeringsgronden van toepassing is. Aangezien hiervan sprake is heeft verweerder terecht het verzoek om een urgentieverklaring afgewezen.



6.3.
Nu er een algemene weigeringsgrond van toepassing is, heeft het college de aanvraag ook terecht niet verder getoetst aan de voorwaarden voor de verschillende urgentiecategorieën, zoals medische urgentie of sociale urgentie.



6.4.
Ter zitting is door de gemachtigde van eiseres desgevraagd aangegeven dat er met name een beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule. Gelet hierop en gelet op het feit dat één weigeringsgrond voldoende is om een urgentieverklaring af te wijzen, behoeven de overige weigeringsgronden geen nadere bespreking.



Hardheidsclausule




7. Het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder concluderen dat er geen aanleiding is om de hardheidsclausule toe te passen. Gelet op de vele woningzoekenden in de regio Haaglanden is alleen in zeer uitzonderlijke situaties toepassing van de hardheidsclausule op zijn plaats. Verweerder heeft voldoende toegelicht waarom de situatie van eiseres niet zo schrijnend is dat zij voorrang moet krijgen op andere woningzoekenden die in vergelijkbare omstandigheden verkeren. Hierbij mocht verweerder meewegen dat eiseres inwoont bij haar ouders en dat haar dochter hier ook verblijft op de vaste momenten die zij op basis van het ouderschapsplan bij haar moeder is. Hoewel de woonsituatie van eiseres verre van ideaal is, zijn eiseres en haar dochter niet dakloos.




7.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat ook de overige aangevoerde omstandigheden niet leiden tot het toepassen van de hardheidsclausule. De rechtbank begrijpt dat het verblijf van eiseres bij haar ouders zorgt voor conflicten en psychische belasting, maar volgt verweerder in zijn standpunt dat niet is gebleken dat de woonsituatie van eiseres zo bijzonder is dat dit leidt tot het toepassen van de hardheidsclausule of dat het besluit onevenredig is. Verder heeft eiseres het verzoek om een urgentieverklaring ingediend toen zij al bij haar ouders was ingetrokken. Het huiselijk geweld door de ex-partner in de gezamenlijke woning kan daarom niet leiden tot een urgentieverlening. Daarnaast is het huiselijk geweld door de ex-partner niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken onderbouwd.



Belangen van het kind




8. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij met name voor haar dochter een eigen woning wil, zodat zij een eigen kamer heeft en een vaste plek heeft om op te groeien. Hoewel de rechtbank deze wens goed kan begrijpen, vindt de rechtbank dat verweerder de belangen van het kind voldoende heeft meegewogen. Zo heeft verweerder meegewogen dat eiseres en haar ex-partner co-ouderschap hebben en zij beide voor hun dochter kunnen en willen zorgen. De wens om een eigen kamer voor de dochter te realiseren, is, hoe begrijpelijk ook, geen reden om een urgentieverklaring af te geven. Er is geen sprake van dreigende dakloosheid van het kind. Zij kan samen met eiseres bij de ouders van eiseres verblijven en daarnaast kan de dochter ook in de koopwoning van haar vader verblijven.





Conclusie en gevolgen


9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen urgentieverklaring krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Pieterse, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.













griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:







Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.


Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.


Huisvestingsverordening Rijswijk 2023.


Zie onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:857.


Huisvestingsverordening Rijswijk 2023.


Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent urgentieverklaringen.


Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent urgentieverklaringen artikel 2.1.2 Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder b, van de verordening onder c, f, h, i en n.


Zie de uitspraak van de Afdeling van 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3397.