Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:20617
2026-06-23
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/705512 / FA RK 26-5023
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorzieningen 821 Rv. Ontvankelijkheidsverweer van de man. Niet overgelegde huwelijksakte en geen spoedeisendheid. De rechtbank gaat voorbij aan deze stellingen en ontvangt de vrouw in haar verzoeken. Herstelbeschikking 28-7-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22666.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.172 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5023
Zaaknummer: C/09/705512
Datum beschikking: 23 juni 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 19 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kazzaz-de Hoog te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kazaaz-de Hoog te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift;
- het F9-formulier van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van de zijde van de vrouw, met bijlagen.
Op 9 juni 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat en als tolk K. Kortwijk en namens de Raad voor de Kinderbescherming [naam] .
Feiten
- Uit de Acte de Mariage blijkt dat [de man] op [datum] 1995 te [plaats] , [land] , is gehuwd met [de vrouw] .
- Partijen zijn de ouders van de (minderjarige) kinderen:
- [kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1998 te [geboorteplaats 1] ( [land] ),
- [kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 2] ,
- [kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 2] ,
- [kind 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2011 te [geboorteplaats 3] ,
- [kind 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2018 te [geboorteplaats 2] .
- De ouders zijn met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen belast.
- De kinderen verblijven bij de vrouw.
- De ouders en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;
- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie ten behoeve van de drie minderjarige kinderen van € 400,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Ontvankelijkheid voorlopige voorzieningen
De man heeft aangevoerd dat de vrouw niet-ontvankelijk verklaard moet worden, primair omdat partijen geen rechtsgeldige huwelijksakte hebben overgelegd en de rechtbank daarom niet kan beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat door echtscheiding ontbonden kan worden. Volgens de man is het ook onzeker of er een grondslag bestaat om voorlopige voorzieningen te treffen hangende een echtscheidingsprocedure, zoals neergelegd in artikel 821 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Subsidiair heeft de man gestel dat de vrouw geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van ordemaatregelen zoals verzocht in afwachting van en nog te starten echtscheidingsprocedure. De man heeft in maart 2025 de echtelijke woning verlaten en de vrouw heeft haar belang tot het verkrijgen van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de toevertrouwing van de kinderen onvoldoende onderbouwd. Dit geldt eveneens voor de kinderalimentatie.
De vrouw stelt dat zij belang heeft bij duidelijkheid over met name de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Zij wil niet meer dat de man in de woning komt en daar ook geen aanspraak meer op kan maken. Bovendien heeft zij het voor het kunnen aanvragen van toeslagen nodig dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar wordt toegekend.
De rechtbank overweegt als volgt. Voor het treffen van voorlopige voorzieningen is niet vereist dat partijen een rechtsgeldige huwelijksakte in het geding brengen. De vraag of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat door echtscheiding ontbonden kan worden vormt geen ontvankelijkheidvereiste voor het treffen van voorlopige voorzieningen. Artikel 821 lid 1 Rv stelt als voorwaarde dat sprake is van een zaak van echtscheiding. Het is daarvoor niet noodzakelijk dat er ook al een echtscheidingsprocedure is gestart. De vrouw is van oordeel dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en heeft te kennen gegeven binnen afzienbare tijd een echtscheidingsprocedure aanhangig te maken. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dit standpunt van de man. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat in de door de man overgelegde Acte de Mariage opvalt dat daarin staat dat [de man] is gehuwd met [de vrouw] op [datum] 1995 te [plaats] , [land] . Dat is een andere naam dan die van verzoekster. Deze naam van de vrouw komt echter ook terug op de geboorteakten van de kinderen en uit de Basisregistratie Personen van de vrouw volgt dat haar naam voorheen [de vrouw] was. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat deze huwelijksakte op hen betrekking heeft en ook partijen gaan daarvan uit.
Met betrekking tot het subsidiaire standpunt van de man overweegt de rechtbank dat de voorlopige voorzieningen zoals neergelegd in artikel 822 Rv wettelijk bedoeld zijn als tijdelijke ordemaatregelen voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Dit artikel vereist niet dat een spoedeisend belang wordt aangetoond. De wetgever veronderstelt dat een spoedeisend belang aanwezig is, omdat partijen tijdens de scheidingsprocedure belang hebben bij onmiddellijke duidelijkheid. Dit betekent dat de rechtbank eveneens voorbijgaat aan het subsidiaire standpunt van de man en de vrouw zal ontvangen in haar verzoeken.
Uitsluitend gebruik van de woning en toevertrouwing kinderen
Zoals hiervoor overwogen heeft de man de echtelijke woning in maart 2025 verlaten. De vrouw wil graag in de echtelijke woning blijven wonen met de kinderen. Omwille van de rust en duidelijkheid verzoekt zij aan haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en de kinderen aan haar toe te vertrouwen. De vrouw voert aan dat zij altijd de primaire verzorgster en opvoedster van de kinderen is geweest. Zij wil daarnaast graag dat de man regelmatig contact met de kinderen heeft, maar omdat de man nog geen eigen woonruimte heeft, heeft de vrouw niet verzocht om vaststelling van een voorlopige zorgregeling.
Namens de man is aangevoerd dat de situatie inderdaad zo is dat hij de echtelijke woning heeft verlaten en de vrouw momenteel met de kinderen in de woning verblijft. De man maakt geen aanspraak op de woning en heeft op de zitting ingestemd met de verzoeken van de vrouw. Zoals de vrouw stelt beschikt de man momenteel nog niet over zelfstandige woonruimte. Wel ziet hij de kinderen nagenoeg iedere dag. Hij haalt de kinderen van school en brengt ze thuis bij de vrouw.
De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de verzoeken van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Voorlopige kinderalimentatie
Op de zitting heeft de vrouw naar aanleiding van de door de man overgelegde inkomensgegevens voorgesteld om een voorlopige kinderalimentatie van € 250,- per maand voor de drie minderjarige kinderen vast te leggen. De man heeft aangegeven € 200,- per maand voor de drie kinderen te kunnen betalen. Uit de stukken blijkt dat de man tot op heden € 200,- per maand en één keer een bedrag van € 250,-, heeft bijgedragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De rechtbank zal, gelet hierop, het bedrag van € 200,- als bijdrage aan voorlopige kinderalimentatie vastleggen, met ingang van de datum van deze beschikking.
Mediaton
Met partijen is op de zitting besproken dat het in hun belang en in het belang van de kinderen is als zij afspraken maken over de verdere afwikkeling van de echtscheiding, waaronder het opstellen van een ouderschapsplan. Hiervoor is de mogelijkheid van een verwijzing vanuit de rechtbank naar mediation besproken. Beide ouders hebben hiermee ingestemd en hebben op de zitting het aanmeldformulier ingevuld. De rechtbank zal de ouders via het mediationbureau verwijzen als na te melden. De rechtbank verzoekt partijen de rechtbank te informeren over de resultaten van het mediationtraject in de nog aanhangig te maken echtscheidingsprocedure.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
-
[kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 2] ,
-
[kind 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2011 te [geboorteplaats 3] ,
-
[kind 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2018 te [geboorteplaats 2] .
aan de vrouw worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige kinderen(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 250,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5023
Zaaknummer: C/09/705512
Datum beschikking: 23 juni 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 19 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kazzaz-de Hoog te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kazaaz-de Hoog te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift;
- het F9-formulier van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van de zijde van de vrouw, met bijlagen.
Op 9 juni 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat en als tolk K. Kortwijk en namens de Raad voor de Kinderbescherming [naam] .
Feiten
- Uit de Acte de Mariage blijkt dat [de man] op [datum] 1995 te [plaats] , [land] , is gehuwd met [de vrouw] .
- Partijen zijn de ouders van de (minderjarige) kinderen:
- [kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1998 te [geboorteplaats 1] ( [land] ),
- [kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 2] ,
- [kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 2] ,
- [kind 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2011 te [geboorteplaats 3] ,
- [kind 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2018 te [geboorteplaats 2] .
- De ouders zijn met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen belast.
- De kinderen verblijven bij de vrouw.
- De ouders en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;
- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie ten behoeve van de drie minderjarige kinderen van € 400,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Ontvankelijkheid voorlopige voorzieningen
De man heeft aangevoerd dat de vrouw niet-ontvankelijk verklaard moet worden, primair omdat partijen geen rechtsgeldige huwelijksakte hebben overgelegd en de rechtbank daarom niet kan beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat door echtscheiding ontbonden kan worden. Volgens de man is het ook onzeker of er een grondslag bestaat om voorlopige voorzieningen te treffen hangende een echtscheidingsprocedure, zoals neergelegd in artikel 821 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Subsidiair heeft de man gestel dat de vrouw geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van ordemaatregelen zoals verzocht in afwachting van en nog te starten echtscheidingsprocedure. De man heeft in maart 2025 de echtelijke woning verlaten en de vrouw heeft haar belang tot het verkrijgen van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de toevertrouwing van de kinderen onvoldoende onderbouwd. Dit geldt eveneens voor de kinderalimentatie.
De vrouw stelt dat zij belang heeft bij duidelijkheid over met name de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Zij wil niet meer dat de man in de woning komt en daar ook geen aanspraak meer op kan maken. Bovendien heeft zij het voor het kunnen aanvragen van toeslagen nodig dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar wordt toegekend.
De rechtbank overweegt als volgt. Voor het treffen van voorlopige voorzieningen is niet vereist dat partijen een rechtsgeldige huwelijksakte in het geding brengen. De vraag of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat door echtscheiding ontbonden kan worden vormt geen ontvankelijkheidvereiste voor het treffen van voorlopige voorzieningen. Artikel 821 lid 1 Rv stelt als voorwaarde dat sprake is van een zaak van echtscheiding. Het is daarvoor niet noodzakelijk dat er ook al een echtscheidingsprocedure is gestart. De vrouw is van oordeel dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en heeft te kennen gegeven binnen afzienbare tijd een echtscheidingsprocedure aanhangig te maken. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dit standpunt van de man. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat in de door de man overgelegde Acte de Mariage opvalt dat daarin staat dat [de man] is gehuwd met [de vrouw] op [datum] 1995 te [plaats] , [land] . Dat is een andere naam dan die van verzoekster. Deze naam van de vrouw komt echter ook terug op de geboorteakten van de kinderen en uit de Basisregistratie Personen van de vrouw volgt dat haar naam voorheen [de vrouw] was. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat deze huwelijksakte op hen betrekking heeft en ook partijen gaan daarvan uit.
Met betrekking tot het subsidiaire standpunt van de man overweegt de rechtbank dat de voorlopige voorzieningen zoals neergelegd in artikel 822 Rv wettelijk bedoeld zijn als tijdelijke ordemaatregelen voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Dit artikel vereist niet dat een spoedeisend belang wordt aangetoond. De wetgever veronderstelt dat een spoedeisend belang aanwezig is, omdat partijen tijdens de scheidingsprocedure belang hebben bij onmiddellijke duidelijkheid. Dit betekent dat de rechtbank eveneens voorbijgaat aan het subsidiaire standpunt van de man en de vrouw zal ontvangen in haar verzoeken.
Uitsluitend gebruik van de woning en toevertrouwing kinderen
Zoals hiervoor overwogen heeft de man de echtelijke woning in maart 2025 verlaten. De vrouw wil graag in de echtelijke woning blijven wonen met de kinderen. Omwille van de rust en duidelijkheid verzoekt zij aan haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en de kinderen aan haar toe te vertrouwen. De vrouw voert aan dat zij altijd de primaire verzorgster en opvoedster van de kinderen is geweest. Zij wil daarnaast graag dat de man regelmatig contact met de kinderen heeft, maar omdat de man nog geen eigen woonruimte heeft, heeft de vrouw niet verzocht om vaststelling van een voorlopige zorgregeling.
Namens de man is aangevoerd dat de situatie inderdaad zo is dat hij de echtelijke woning heeft verlaten en de vrouw momenteel met de kinderen in de woning verblijft. De man maakt geen aanspraak op de woning en heeft op de zitting ingestemd met de verzoeken van de vrouw. Zoals de vrouw stelt beschikt de man momenteel nog niet over zelfstandige woonruimte. Wel ziet hij de kinderen nagenoeg iedere dag. Hij haalt de kinderen van school en brengt ze thuis bij de vrouw.
De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de verzoeken van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Voorlopige kinderalimentatie
Op de zitting heeft de vrouw naar aanleiding van de door de man overgelegde inkomensgegevens voorgesteld om een voorlopige kinderalimentatie van € 250,- per maand voor de drie minderjarige kinderen vast te leggen. De man heeft aangegeven € 200,- per maand voor de drie kinderen te kunnen betalen. Uit de stukken blijkt dat de man tot op heden € 200,- per maand en één keer een bedrag van € 250,-, heeft bijgedragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De rechtbank zal, gelet hierop, het bedrag van € 200,- als bijdrage aan voorlopige kinderalimentatie vastleggen, met ingang van de datum van deze beschikking.
Mediaton
Met partijen is op de zitting besproken dat het in hun belang en in het belang van de kinderen is als zij afspraken maken over de verdere afwikkeling van de echtscheiding, waaronder het opstellen van een ouderschapsplan. Hiervoor is de mogelijkheid van een verwijzing vanuit de rechtbank naar mediation besproken. Beide ouders hebben hiermee ingestemd en hebben op de zitting het aanmeldformulier ingevuld. De rechtbank zal de ouders via het mediationbureau verwijzen als na te melden. De rechtbank verzoekt partijen de rechtbank te informeren over de resultaten van het mediationtraject in de nog aanhangig te maken echtscheidingsprocedure.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
-
[kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 2] ,
-
[kind 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2011 te [geboorteplaats 3] ,
-
[kind 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2018 te [geboorteplaats 2] .
aan de vrouw worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige kinderen(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 250,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.