Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:20534
2026-07-22
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/09/695352
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Eiseres en gedaagde hebben een offerte ondertekend op grond waarvan eiseres zonnepanelen zou leveren en plaatsen op de daken van de bedrijfshalen van gedaagde. Eiseres vordert primair nakoming van de overeenkomst. De rechtbank wijst deze vordering af, omdat gedaagde de ontbindende voorwaarde ‘acceptatie door verzekering’ rechtsgeldig heeft ingeroepen. Ook de subsidiaire vordering tot betaling van de aanneemsom minus besparingen wegens opzegging van de overeenkomst, en de meer subsidiaire vordering tot vergoeding van de reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst worden afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (19.533 tekens)
RECHTBANK Den Haag
Team handel
Zaaknummer: C/09/695352 / HA ZA 25-1065
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
EXPIRION B.V., te Hillegom,
eisende partij,
hierna te noemen: Expirion,
advocaat: mr. E.S.R. Ester,
tegen
[gedaagde partij] B.V., te [plaats] (gemeente Noordwijk),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. R.J.H. van der Burgt.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 november 2025, met producties 1 tot en met 19;- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 10;- de akte aanvullende productie van Expirion, met productie 20;
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Expirion heeft [gedaagde partij] een offerte met als datum 14 juni 2019 toegestuurd, op grond waarvan Expirion zonnepanelen zou leveren en plaatsen op de daken van de bedrijfshallen 4 tot en met 10 van [gedaagde partij] . Partijen hebben deze offerte op 26 juni 2019 ondertekend (hierna: de overeenkomst).
2.2.
In de bijlage bij de overeenkomst staat onder meer het volgende:
“Het project wordt in 2 fase uitgevoerd:
Fase 1 betreft daken 4, 7, 8, 9 en 10 en zal zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd.
Fase 2 betreft daken 5 en 6. De intentie is om fase 2 binnen 2 jaar na ondertekenen van de overeenkomst gerealiseerd te hebben. [gedaagde partij] B.V. bepaalt de planning en kan ook besluiten fase 2 niet te realiseren. […]
Ontbindende voorwaarden:
Acceptatie door verzekering
Verkrijgen van financiering
Goedkeuring van terug levering (netcheck)”
2.3.
Op 27 juni 2019 heeft [gedaagde partij] een e-mail van haar verzekeringstussenpersoon doorgestuurd aan Expirion. In deze e-mail van 26 juni 2019 schrijft de tussenpersoon, onder meer in reactie op de offerte van Experion, het volgende (onderstreping rechtbank):
“Gezien bovenstaande ontwikkelingen zijn er thans verzekeraars die slechts onder bepaalde voorwaarden de aanwezigheid van zonnepanelen willen verzekeren. De verzekerbaarheid van zonnepanelen op een brandbaar dak, lees ook bitumen waaronder brandbare isolatiematerialen, zoals PUR, PIR (Niet FM Approved) en EPS is op dit moment (bijna) onmogelijk om te verzekeren. Op dit moment zijn wij in gesprek met verzekeraars op welke basis men bereid is de zonnepanelen op brandbare daken te verzekeren. Hierbij moet je denken aan het extra aanbrengen van brandwerend materiaal op het dak.
Aangezien er bij [gedaagde partij] sprake is van brandbare daken adviseer ik je op dit moment geen zonnepanelen te plaatsen. Uiteraard hou ik je van onze gesprekken met verzekeraars op de hoogte.”
2.4.
Bij e-mail van 25 oktober 2019 heeft deze tussenpersoon onder meer het volgende geschreven aan [gedaagde partij] (onderstreping rechtbank):
“Wij hebben u in een eerder stadium geïnformeerd dat de verzekerbaarheid van zonnepanelen op een brandbaar dak, in uw geval EPS, bijna onmogelijk is. Ondanks een toelichting van Expirion over hoe men omgaat met de meest voorkomende problemen met zonnepanelen, gaven verzekeraars aan niet bereid te zijn de zonnepanelen te verzekeren.
De risicoverzwaring die zonnepanelen met zich meebrengt geeft verzekeraar het recht om tussentijds van de polis af te gaan. Verzekeraars hebben bovendien aangegeven hiervan gebruik te willen maken zodra u besluit om de zonnepanelen te gaan plaatsen. […]
Het standpunt van verzekeraars ten opzichte van zonnepanelen en EPS blijft desondanks onveranderd. Wederom is er aangegeven dat als de plaatsing van zonnepanelen plaats zal vinden men direct afscheid wilt nemen. Hiervoor is geen alternatieve verzekeringscapaciteit beschikbaar.
Het spijt ons u niet beter te kunnen berichten. Maar op basis van deze stelling van verzekeraars blijft ook ons advies onveranderd en adviseren wij u niet over te gaan tot de aanleg van zonnepanelen.”
2.5.
Op 3 november 2020 heeft Expirion in een e-mail aan [gedaagde partij] met als onderwerp ‘Zonnepanelen en verzekeringen!’ het volgende geschreven:
“Er komt langzamerhand beweging in de oplossingen voor de verzekeringsproblemen.
Wij hebben nu de beschikking over een echte betrouwbare en werkende vlamboog detectie die we toevoegen aan onze installatie (reeds bekend bij de verzekering).
Daarnaast hebben we nu de mogelijkheid om het dak te voorzien van een onbrandbare laag tussen het dak en de zonnepanelen.
We hebben in middels contacten met diverse risico analisten van een aantal verzekering maatschappijen. Ik stel voor dat wij samen een afspraak maken met de betreffende deskundige van jullie verzekering om een mogelijke architectuur te bespreken?”
2.6.
Tussen 17 oktober 2022 en 7 juli 2024 heeft Expirion vijf nieuwe offertes opgesteld voor het leveren en plaatsten van zonnepanelen en aan [gedaagde partij] gestuurd.
2.7.
In een e-mail van 28 juni 2024 aan Expirion heeft [gedaagde partij] het standpunt ingenomen dat de offerte van 14 juni 2019 in juni 2019 heeft ontbonden omdat de ontbindende voorwaarden van toepassing bleken.
2.8.
In een e-mail van 12 december 2024 aan [gedaagde partij] heeft Expirion het standpunt herhaald dat de offerte van 14 juni 2019 is geaccepteerd en dat daarmee een bindende overeenkomst tot stand is gekomen.
2.9.
Bij e-mail van 20 december 2024 heeft [gedaagde partij] het standpunt herhaald dat zij een beroep heeft gedaan op de ontbindende voorwaarden.
3Het geschil
3.1.
Expirion vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. [gedaagde partij] veroordeelt binnen tien dagen na betekening van het vonnis alle werkzaamheden te verrichten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst en bij “levering materialen zonnepanelen, omvormers en montage materialen” de aanneemsom te voldoen en “de overige kosten”, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 500.000,-;
Subsidiair:
II. [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling aan Expirion van € 154.459,02, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 152.162,40, vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van algehele voldoening.
Meer subsidiair:
III. [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling aan Expirion van € 32.996,53, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 31.905,50, vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van algehele voldoening.
In alle gevallen:
IV. [gedaagde partij] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Expirion legt aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. Door ondertekening van de offerte van 14 juni 2019 is een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan Expirion aan [gedaagde partij] zonnepanelen zou leveren en plaatsen. [gedaagde partij] beroept zich op ontbindende voorwaarden, maar levert geen bewijs voor het inroepen hiervan. Uit de vraag van [gedaagde partij] van 28 juni 2024 om een aangepaste offerte blijkt dat geen van de ontbindende voorwaarden van toepassing is. Expirion maakt subsidiair aanspraak op een vergoeding wegens opzegging van de overeenkomst in de zin van artikel 7:764 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Meer subsidiair maakt Expirion op grond van artikel 6:24 lid 1 in samenhang met artikel 6:26 BW aanspraak op vergoeding voor de reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Expirion in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
[gedaagde partij] heeft de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden
4.1.
Expirion vordert primair nakoming van de overeenkomst.
4.2.
[gedaagde partij] betwist dat zij kan worden gehouden tot nakoming van de overeenkomst. Zij meent dat zij de ontbindende voorwaarden heeft ingeroepen. Volgens [gedaagde partij] volgt uit de e-mail van haar tussenpersoon, die zij op 27 juni 2019 naar Expirion heeft gestuurd (zie randnummer 2.3), dat de ontbindende voorwaarde ‘acceptatie door verzekering’ in vervulling is gegaan. Dit werd volgens [gedaagde partij] bevestigd met de e-mail die zij op 25 oktober 2019 kreeg van haar tussenpersoon (zie randnummer 2.4), waarvan de inhoud met Expirion is besproken. Dit volgt ook uit verdere correspondentie van Experion, aldus [gedaagde partij] .
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde partij] de ontbindende voorwaarde ‘acceptatie door verzekering’ rechtsgeldig heeft ingeroepen en zij licht dit als volgt toe. Tussen partijen is niet in geschil dat deze ontbindende voorwaarde moet worden gelezen als: ‘geen acceptatie door verzekering’. Vast staat dat Experion het bericht van de tussenpersoon van de verzekeraar van 26 juni 2019 heeft ontvangen, uit welk bericht volgt dat de verzekeraar het plaatsen van zonnepanelen niet accepteert. De rechtbank heeft de e-mail van 25 oktober 2019 ter zitting met de heer [naam 1] , bestuurder van Expirion (hierna: [naam 1] ), besproken. [naam 1] heeft na vragen van de rechtbank weliswaar gezegd dat deze e-mail niet met hem is besproken, maar heeft desgevraagd ook erkend dat het voor hem duidelijk was dat de offerte van 14 juni 2019 niet door de verzekeraar zou worden geaccepteerd. De rechtbank stelt vast dat aan Expirion is medegedeeld dat de offerte van 14 juni 2019 niet door de verzekeraar zou worden geaccepteerd en dat [naam 1] als bestuurder van Expirion heeft begrepen dat de werkzaamheden in de offerte van 14 juni 2019 daarom niet konden worden uitgevoerd. Ook uit de e-mail die Expirion op 3 november 2020 aan [gedaagde partij] heeft gestuurd (zie randnummer 2.5) blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat [naam 1] er mee bekend was dat de verzekeraar niet instemde met de uitvoering van de werkzaamheden beschreven in de offerte van 14 juni 2019. De heer [naam 2] , bestuurder van [gedaagde partij] , heeft uit de reacties van Experion mogen begrijpen dat het Expirion duidelijk was dat de ontbindende voorwaarde was ingeroepen en de overeenkomst was ontbonden.
4.4.
Expirion heeft gezegd dat partijen er aan het begin van het traject over hebben gesproken dat de verzekeraar moeilijk zou doen en dat een project met een dergelijke omvang twee tot drie jaar zou duren. De rechtbank ziet echter geen of onvoldoende concrete aanwijzingen in de stellingen van Experion of in de overeenkomst dat partijen zijn overeengekomen dat de overeenkomst en de ontbindende voorwaarden zouden blijven gelden als de werkzaamheden in de offerte van 14 juni 2019 niet door de verzekeraar zouden worden geaccepteerd. Het argument dat afgesproken zou zijn een oplossing te zoeken, of dat [gedaagde partij] diverse malen om een oplossing zou hebben gevraagd of om ‘een aangepaste offerte’, doet niet af aan het feit dat [gedaagde partij] de overeenkomst van 26 juni 2019, waaraan de offerte van 14 juni 2019 ten grondslag lag, rechtsgeldig heeft ontbonden.
4.5.
Voor zover Expirion stelt dat [gedaagde partij] niet heeft voldaan aan haar inspanningsverplichting om de acceptatie door de verzekeraar rond te krijgen, gaat de rechtbank hier niet in mee. De advocaat van [gedaagde partij] heeft ter zitting, op vragen van de rechtbank, gezegd dat [gedaagde partij] , nadat zij op 27 juni 2019 de e-mail van de verzekeringstussenpersoon aan Expirion heeft doorgestuurd, stukken heeft toegestuurd aan Expirion, die een onderbouwing heeft gegeven aan de verzekeraar. Uit de reactie van de verzekeraar (zie randnummer 2.4) volgt dat de toelichting van Experion de verzekeringstussenpersoon niet van inzicht heeft doen veranderen. Tegen deze achtergrond heeft Experion ook niet voldoende concreet gesteld wat [gedaagde partij] nog meer had moeten doen. De rechtbank komt tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde partij] zijn inspanningsverplichting voor de acceptatie van de verzekeraar heeft geschonden.
4.6.
Expirion heeft daarnaast gewezen op een Whatsappbericht van 15 mei 2024 van de heer [naam 2] ( [gedaagde partij] ) aan de heer [naam 1] (Expirion), maar ook dit bericht werpt geen ander licht op de zaak. In dit bericht heeft [naam 2] het volgende geschreven: “De verzekeraar heeft ons voorstel nu in behandeling. Als ik groen licht heb ga ik handelen (…) Of stuur aangepaste offerte. Expirion leest in dit bericht bewijs dat de overeenkomst niet ontbonden is, maar de rechtbank gaat hier niet in mee. Uit dit bericht volgt niet dat de overeenkomst van 26 juni 2019 doorliep, maar dat partijen in gesprek waren over een nieuwe overeenkomst, hetgeen wordt bevestigd door het feit dat Expirion van oktober 2022 tot en met juli 2024 nieuwe offertes aan [gedaagde partij] heeft gestuurd (zie randnummer 2.7).
4.7.
De conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde partij] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, door zich op de ontbindende voorwaarde te beroepen. Daarmee zal de primaire vordering I tot nakoming van de overeenkomst worden afgewezen. De vraag of deze vordering is verjaard kan daarom onbesproken blijven.
De vordering wegens opzegging van de overeenkomst wordt afgewezen
4.8.
Ook de subsidiaire vordering onder II wegens opzegging van de overeenkomst zal worden afgewezen, nu de rechtbank hierboven heeft geoordeeld dat [gedaagde partij] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden.
De vordering tot vergoeding van kosten op grond van artikel 6:24/ 26 BW wordt afgewezen
4.9.
Meer subsidiair maakt Expirion aanspraak op vergoeding voor de reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst. Expirion heeft een overzicht van verrichte werkzaamheden in het geding gebracht. Dit overzicht bevat onder meer offertekosten, kosten voor het bespreken van voorstellen en kosten voor alternatieve ontwerpen.
4.10.
De rechtbank wijst ook deze vordering onder III af en licht dit als volgt toe. De kosten in het overzicht zijn geen kosten voor reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 6:24 BW in samenhang met artikel 6:26 BW, maar offertekosten en andere voorbereidende kosten. Het gaat deels om kosten gemoeid met de totstandkoming van de offerte van 14 juni 2019 en eerdere offertes. Uit de overeenkomst blijkt verder niet dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde partij] deze kosten zou moeten betalen als de overeenkomst voortijdig zou worden ontbonden.
Een ander deel van de kosten zijn gemaakt in de periode 2022-2024; dit betreft onder meer onderzoekskosten voor de nieuwe offertes uit die periode. Dat het Experion frustreert deze kosten te hebben gemaakt, zonder dat dit tot een nieuwe overeenkomst heeft geleid, is begrijpelijk. Maar Expirion heeft, ook na vragen van de rechtbank hierover ter zitting, niet concreet gemaakt dat partijen hebben afgesproken dat Experion deze kosten in rekening zou kunnen brengen aan [gedaagde partij] .
4.11.
De vordering van Expirion omvat eveneens een bedrag van € 1.094,03 in verband met redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW. Nu de hoofdvorderingen van Expirion worden afgewezen, deelt deze nevenvordering dit lot.
De proceskosten
4.12.
Expirion is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op:
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
4.102,00
(2 punten × € 2.051,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
11.152,00
4.13.
De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen op de wijze zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van Expirion af,
5.2.
veroordeelt Expirion in de proceskosten van € 11.152,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Expirion niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Expirion tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.A.M. Kroft en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
3516
Team handel
Zaaknummer: C/09/695352 / HA ZA 25-1065
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
EXPIRION B.V., te Hillegom,
eisende partij,
hierna te noemen: Expirion,
advocaat: mr. E.S.R. Ester,
tegen
[gedaagde partij] B.V., te [plaats] (gemeente Noordwijk),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. R.J.H. van der Burgt.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 november 2025, met producties 1 tot en met 19;- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 10;- de akte aanvullende productie van Expirion, met productie 20;
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Expirion heeft [gedaagde partij] een offerte met als datum 14 juni 2019 toegestuurd, op grond waarvan Expirion zonnepanelen zou leveren en plaatsen op de daken van de bedrijfshallen 4 tot en met 10 van [gedaagde partij] . Partijen hebben deze offerte op 26 juni 2019 ondertekend (hierna: de overeenkomst).
2.2.
In de bijlage bij de overeenkomst staat onder meer het volgende:
“Het project wordt in 2 fase uitgevoerd:
Fase 1 betreft daken 4, 7, 8, 9 en 10 en zal zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd.
Fase 2 betreft daken 5 en 6. De intentie is om fase 2 binnen 2 jaar na ondertekenen van de overeenkomst gerealiseerd te hebben. [gedaagde partij] B.V. bepaalt de planning en kan ook besluiten fase 2 niet te realiseren. […]
Ontbindende voorwaarden:
Acceptatie door verzekering
Verkrijgen van financiering
Goedkeuring van terug levering (netcheck)”
2.3.
Op 27 juni 2019 heeft [gedaagde partij] een e-mail van haar verzekeringstussenpersoon doorgestuurd aan Expirion. In deze e-mail van 26 juni 2019 schrijft de tussenpersoon, onder meer in reactie op de offerte van Experion, het volgende (onderstreping rechtbank):
“Gezien bovenstaande ontwikkelingen zijn er thans verzekeraars die slechts onder bepaalde voorwaarden de aanwezigheid van zonnepanelen willen verzekeren. De verzekerbaarheid van zonnepanelen op een brandbaar dak, lees ook bitumen waaronder brandbare isolatiematerialen, zoals PUR, PIR (Niet FM Approved) en EPS is op dit moment (bijna) onmogelijk om te verzekeren. Op dit moment zijn wij in gesprek met verzekeraars op welke basis men bereid is de zonnepanelen op brandbare daken te verzekeren. Hierbij moet je denken aan het extra aanbrengen van brandwerend materiaal op het dak.
Aangezien er bij [gedaagde partij] sprake is van brandbare daken adviseer ik je op dit moment geen zonnepanelen te plaatsen. Uiteraard hou ik je van onze gesprekken met verzekeraars op de hoogte.”
2.4.
Bij e-mail van 25 oktober 2019 heeft deze tussenpersoon onder meer het volgende geschreven aan [gedaagde partij] (onderstreping rechtbank):
“Wij hebben u in een eerder stadium geïnformeerd dat de verzekerbaarheid van zonnepanelen op een brandbaar dak, in uw geval EPS, bijna onmogelijk is. Ondanks een toelichting van Expirion over hoe men omgaat met de meest voorkomende problemen met zonnepanelen, gaven verzekeraars aan niet bereid te zijn de zonnepanelen te verzekeren.
De risicoverzwaring die zonnepanelen met zich meebrengt geeft verzekeraar het recht om tussentijds van de polis af te gaan. Verzekeraars hebben bovendien aangegeven hiervan gebruik te willen maken zodra u besluit om de zonnepanelen te gaan plaatsen. […]
Het standpunt van verzekeraars ten opzichte van zonnepanelen en EPS blijft desondanks onveranderd. Wederom is er aangegeven dat als de plaatsing van zonnepanelen plaats zal vinden men direct afscheid wilt nemen. Hiervoor is geen alternatieve verzekeringscapaciteit beschikbaar.
Het spijt ons u niet beter te kunnen berichten. Maar op basis van deze stelling van verzekeraars blijft ook ons advies onveranderd en adviseren wij u niet over te gaan tot de aanleg van zonnepanelen.”
2.5.
Op 3 november 2020 heeft Expirion in een e-mail aan [gedaagde partij] met als onderwerp ‘Zonnepanelen en verzekeringen!’ het volgende geschreven:
“Er komt langzamerhand beweging in de oplossingen voor de verzekeringsproblemen.
Wij hebben nu de beschikking over een echte betrouwbare en werkende vlamboog detectie die we toevoegen aan onze installatie (reeds bekend bij de verzekering).
Daarnaast hebben we nu de mogelijkheid om het dak te voorzien van een onbrandbare laag tussen het dak en de zonnepanelen.
We hebben in middels contacten met diverse risico analisten van een aantal verzekering maatschappijen. Ik stel voor dat wij samen een afspraak maken met de betreffende deskundige van jullie verzekering om een mogelijke architectuur te bespreken?”
2.6.
Tussen 17 oktober 2022 en 7 juli 2024 heeft Expirion vijf nieuwe offertes opgesteld voor het leveren en plaatsten van zonnepanelen en aan [gedaagde partij] gestuurd.
2.7.
In een e-mail van 28 juni 2024 aan Expirion heeft [gedaagde partij] het standpunt ingenomen dat de offerte van 14 juni 2019 in juni 2019 heeft ontbonden omdat de ontbindende voorwaarden van toepassing bleken.
2.8.
In een e-mail van 12 december 2024 aan [gedaagde partij] heeft Expirion het standpunt herhaald dat de offerte van 14 juni 2019 is geaccepteerd en dat daarmee een bindende overeenkomst tot stand is gekomen.
2.9.
Bij e-mail van 20 december 2024 heeft [gedaagde partij] het standpunt herhaald dat zij een beroep heeft gedaan op de ontbindende voorwaarden.
3Het geschil
3.1.
Expirion vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. [gedaagde partij] veroordeelt binnen tien dagen na betekening van het vonnis alle werkzaamheden te verrichten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst en bij “levering materialen zonnepanelen, omvormers en montage materialen” de aanneemsom te voldoen en “de overige kosten”, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 500.000,-;
Subsidiair:
II. [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling aan Expirion van € 154.459,02, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 152.162,40, vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van algehele voldoening.
Meer subsidiair:
III. [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling aan Expirion van € 32.996,53, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 31.905,50, vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van algehele voldoening.
In alle gevallen:
IV. [gedaagde partij] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Expirion legt aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. Door ondertekening van de offerte van 14 juni 2019 is een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan Expirion aan [gedaagde partij] zonnepanelen zou leveren en plaatsen. [gedaagde partij] beroept zich op ontbindende voorwaarden, maar levert geen bewijs voor het inroepen hiervan. Uit de vraag van [gedaagde partij] van 28 juni 2024 om een aangepaste offerte blijkt dat geen van de ontbindende voorwaarden van toepassing is. Expirion maakt subsidiair aanspraak op een vergoeding wegens opzegging van de overeenkomst in de zin van artikel 7:764 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Meer subsidiair maakt Expirion op grond van artikel 6:24 lid 1 in samenhang met artikel 6:26 BW aanspraak op vergoeding voor de reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Expirion in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
[gedaagde partij] heeft de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden
4.1.
Expirion vordert primair nakoming van de overeenkomst.
4.2.
[gedaagde partij] betwist dat zij kan worden gehouden tot nakoming van de overeenkomst. Zij meent dat zij de ontbindende voorwaarden heeft ingeroepen. Volgens [gedaagde partij] volgt uit de e-mail van haar tussenpersoon, die zij op 27 juni 2019 naar Expirion heeft gestuurd (zie randnummer 2.3), dat de ontbindende voorwaarde ‘acceptatie door verzekering’ in vervulling is gegaan. Dit werd volgens [gedaagde partij] bevestigd met de e-mail die zij op 25 oktober 2019 kreeg van haar tussenpersoon (zie randnummer 2.4), waarvan de inhoud met Expirion is besproken. Dit volgt ook uit verdere correspondentie van Experion, aldus [gedaagde partij] .
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde partij] de ontbindende voorwaarde ‘acceptatie door verzekering’ rechtsgeldig heeft ingeroepen en zij licht dit als volgt toe. Tussen partijen is niet in geschil dat deze ontbindende voorwaarde moet worden gelezen als: ‘geen acceptatie door verzekering’. Vast staat dat Experion het bericht van de tussenpersoon van de verzekeraar van 26 juni 2019 heeft ontvangen, uit welk bericht volgt dat de verzekeraar het plaatsen van zonnepanelen niet accepteert. De rechtbank heeft de e-mail van 25 oktober 2019 ter zitting met de heer [naam 1] , bestuurder van Expirion (hierna: [naam 1] ), besproken. [naam 1] heeft na vragen van de rechtbank weliswaar gezegd dat deze e-mail niet met hem is besproken, maar heeft desgevraagd ook erkend dat het voor hem duidelijk was dat de offerte van 14 juni 2019 niet door de verzekeraar zou worden geaccepteerd. De rechtbank stelt vast dat aan Expirion is medegedeeld dat de offerte van 14 juni 2019 niet door de verzekeraar zou worden geaccepteerd en dat [naam 1] als bestuurder van Expirion heeft begrepen dat de werkzaamheden in de offerte van 14 juni 2019 daarom niet konden worden uitgevoerd. Ook uit de e-mail die Expirion op 3 november 2020 aan [gedaagde partij] heeft gestuurd (zie randnummer 2.5) blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat [naam 1] er mee bekend was dat de verzekeraar niet instemde met de uitvoering van de werkzaamheden beschreven in de offerte van 14 juni 2019. De heer [naam 2] , bestuurder van [gedaagde partij] , heeft uit de reacties van Experion mogen begrijpen dat het Expirion duidelijk was dat de ontbindende voorwaarde was ingeroepen en de overeenkomst was ontbonden.
4.4.
Expirion heeft gezegd dat partijen er aan het begin van het traject over hebben gesproken dat de verzekeraar moeilijk zou doen en dat een project met een dergelijke omvang twee tot drie jaar zou duren. De rechtbank ziet echter geen of onvoldoende concrete aanwijzingen in de stellingen van Experion of in de overeenkomst dat partijen zijn overeengekomen dat de overeenkomst en de ontbindende voorwaarden zouden blijven gelden als de werkzaamheden in de offerte van 14 juni 2019 niet door de verzekeraar zouden worden geaccepteerd. Het argument dat afgesproken zou zijn een oplossing te zoeken, of dat [gedaagde partij] diverse malen om een oplossing zou hebben gevraagd of om ‘een aangepaste offerte’, doet niet af aan het feit dat [gedaagde partij] de overeenkomst van 26 juni 2019, waaraan de offerte van 14 juni 2019 ten grondslag lag, rechtsgeldig heeft ontbonden.
4.5.
Voor zover Expirion stelt dat [gedaagde partij] niet heeft voldaan aan haar inspanningsverplichting om de acceptatie door de verzekeraar rond te krijgen, gaat de rechtbank hier niet in mee. De advocaat van [gedaagde partij] heeft ter zitting, op vragen van de rechtbank, gezegd dat [gedaagde partij] , nadat zij op 27 juni 2019 de e-mail van de verzekeringstussenpersoon aan Expirion heeft doorgestuurd, stukken heeft toegestuurd aan Expirion, die een onderbouwing heeft gegeven aan de verzekeraar. Uit de reactie van de verzekeraar (zie randnummer 2.4) volgt dat de toelichting van Experion de verzekeringstussenpersoon niet van inzicht heeft doen veranderen. Tegen deze achtergrond heeft Experion ook niet voldoende concreet gesteld wat [gedaagde partij] nog meer had moeten doen. De rechtbank komt tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde partij] zijn inspanningsverplichting voor de acceptatie van de verzekeraar heeft geschonden.
4.6.
Expirion heeft daarnaast gewezen op een Whatsappbericht van 15 mei 2024 van de heer [naam 2] ( [gedaagde partij] ) aan de heer [naam 1] (Expirion), maar ook dit bericht werpt geen ander licht op de zaak. In dit bericht heeft [naam 2] het volgende geschreven: “De verzekeraar heeft ons voorstel nu in behandeling. Als ik groen licht heb ga ik handelen (…) Of stuur aangepaste offerte. Expirion leest in dit bericht bewijs dat de overeenkomst niet ontbonden is, maar de rechtbank gaat hier niet in mee. Uit dit bericht volgt niet dat de overeenkomst van 26 juni 2019 doorliep, maar dat partijen in gesprek waren over een nieuwe overeenkomst, hetgeen wordt bevestigd door het feit dat Expirion van oktober 2022 tot en met juli 2024 nieuwe offertes aan [gedaagde partij] heeft gestuurd (zie randnummer 2.7).
4.7.
De conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde partij] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, door zich op de ontbindende voorwaarde te beroepen. Daarmee zal de primaire vordering I tot nakoming van de overeenkomst worden afgewezen. De vraag of deze vordering is verjaard kan daarom onbesproken blijven.
De vordering wegens opzegging van de overeenkomst wordt afgewezen
4.8.
Ook de subsidiaire vordering onder II wegens opzegging van de overeenkomst zal worden afgewezen, nu de rechtbank hierboven heeft geoordeeld dat [gedaagde partij] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden.
De vordering tot vergoeding van kosten op grond van artikel 6:24/ 26 BW wordt afgewezen
4.9.
Meer subsidiair maakt Expirion aanspraak op vergoeding voor de reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst. Expirion heeft een overzicht van verrichte werkzaamheden in het geding gebracht. Dit overzicht bevat onder meer offertekosten, kosten voor het bespreken van voorstellen en kosten voor alternatieve ontwerpen.
4.10.
De rechtbank wijst ook deze vordering onder III af en licht dit als volgt toe. De kosten in het overzicht zijn geen kosten voor reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 6:24 BW in samenhang met artikel 6:26 BW, maar offertekosten en andere voorbereidende kosten. Het gaat deels om kosten gemoeid met de totstandkoming van de offerte van 14 juni 2019 en eerdere offertes. Uit de overeenkomst blijkt verder niet dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde partij] deze kosten zou moeten betalen als de overeenkomst voortijdig zou worden ontbonden.
Een ander deel van de kosten zijn gemaakt in de periode 2022-2024; dit betreft onder meer onderzoekskosten voor de nieuwe offertes uit die periode. Dat het Experion frustreert deze kosten te hebben gemaakt, zonder dat dit tot een nieuwe overeenkomst heeft geleid, is begrijpelijk. Maar Expirion heeft, ook na vragen van de rechtbank hierover ter zitting, niet concreet gemaakt dat partijen hebben afgesproken dat Experion deze kosten in rekening zou kunnen brengen aan [gedaagde partij] .
4.11.
De vordering van Expirion omvat eveneens een bedrag van € 1.094,03 in verband met redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW. Nu de hoofdvorderingen van Expirion worden afgewezen, deelt deze nevenvordering dit lot.
De proceskosten
4.12.
Expirion is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op:
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
4.102,00
(2 punten × € 2.051,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
11.152,00
4.13.
De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen op de wijze zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van Expirion af,
5.2.
veroordeelt Expirion in de proceskosten van € 11.152,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Expirion niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Expirion tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.A.M. Kroft en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
3516