Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20470

2026-06-22 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/704756 / FA RK 26-4571
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-22
Publicatiedatum
2026-07-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/704756 / FA RK 26-4571
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bodemprocedure en 223 Rv. Afwijzing vervangende toestemming inschrijving school in het buitenland. Afwijzing verzoek t.a.v. gezag. Ouders gaan traject volgen voor contactherstel. Geen proceskostenveroordeling. Kindbrief.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.399 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige Kamer


Rekestnummers: FA RK 26-4571 (bodemprocedure)
FA RK 26-4572 (voorlopige voorziening)


Zaaknummers: C/09/704756 (bodemprocedure)
C/09/704757 (voorlopige voorziening)


Datum beschikking: 22 juni 2026



Gezagsuitoefening



Beschikking op de op 7 mei 2026 ingekomen verzoeken van:




[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.O. Zengin te Den Haag.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J. van Steensel te Den Haag.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift met bijlagen;


het bericht van 11 mei 2026, met bijlagen, van de vader;


het bericht van 26 mei 2026, met bijlage, van de vader;


het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van 3 juni 2026 van de moeder;


het bericht van 8 juni 2026, met bijlage, van de vader.




De minderjarige [minderjarige] heeft op 8 juni 2026 een gesprek gehad met de kinderrechter. Van dat gesprek heeft de kinderrechter tijdens de mondelinge behandeling een terugkoppeling gegeven.



Op 8 juni 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat, [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd en voorgedragen.




Feiten


De vader en de moeder zijn gehuwd geweest tot [datum] 2014.


Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .


De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.


Bij beschikking van deze rechtbank van 8 mei 2014 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding uitgesproken, bepaald dat [minderjarige] de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder, een voorlopige zorgregeling vastgelegd en een door de vader te betalen kinderalimentatie vastgesteld.


Uit de beschikking van deze rechtbank van 28 mei 2015 volgt dat de ouders overeenstemming hebben bereikt, wat is vastgelegd in een door hen beiden ondertekend ouderschapsplan.



[minderjarige] staat blijkens de uittreksels uit de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres van de moeder. Sinds februari 2026 verblijft [minderjarige] feitelijk bij de vader.





Verzoek en verweer
De vader verzoekt voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:



In de bodemprocedure



de vader vervangende toestemming te verlenen, welke toestemming in de plaats treedt van die van de moeder, voor inschrijving van [minderjarige] bij H-FARM International School;


de moeder te veroordelen in de kosten van dit geding;



Bij wijze van voorlopige voorziening





de vader vervangende toestemming te verlenen, welke toestemming in de plaats treedt van die van de moeder, voor de voorlopige inschrijving van [minderjarige] bij
H-FARM International School.



De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – wordt besproken.
Hiernaast verzoekt de moeder zelfstandig, voor zover wettelijk nodig uitvoerbaar bij voorraad en met compensatie van de proceskosten:




het verzoek van de vader tot vervangende toestemming voor inschrijving bij
H-FARM International School af te wijzen, dan wel in het geval de rechtbank dat verzoek toewijst daaraan de voorwaarde te verbinden dat de vader voorafgaande aan de inschrijving op die school financiële zekerheid stelt voor het schoolgeld voor de aankomende vier jaren en daartoe een bankgarantie van een Nederlandse bank aan de moeder afgeeft ter grootte van € 200.000,-;



de vader niet-ontvankelijk te verklaren in diens verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, althans dat verzoek af te wijzen;



In de bodemprocedure




primair: te bepalen dat voortaan alleen de moeder het gezag heeft over [minderjarige] , subsidiair: de vader te veroordelen tot nakoming van zijn informatieplicht jegens de moeder met betrekking tot alle relevante beslissingen over de opvoeding en verzorging van [minderjarige] op straffe van een dwangsom van € 750,- per keer voor iedere keer dat de vader in gebreke blijft met die veroordeling en met een maximum van € 50.000,-;


de moeder vervangende toestemming te verlenen die de toestemming van de vader vervangt om [minderjarige] in te schrijven op de Vrije School te Den Haag;


te bepalen dat de oorspronkelijke co-ouderschapsregeling (week op, week af) met onmiddellijke ingang wordt hersteld, met dien verstande dat [minderjarige] per de datum van de ten deze te wijzen beschikking voor de duur van een volle maand alleen bij de moeder verblijft;



Bij wijze van voorlopige voorzieningen:




voorwaardelijk, namelijk in het geval de eindbeslissing over het gezag wordt aangehouden, te bepalen dat de vader wordt geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag over [minderjarige] op de voet van artikel 1:268 BW, omdat deze maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de gezondheid en persoonlijke ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen;


voorwaardelijk, namelijk in het geval de eindbeslissing inzake de contactregeling wordt aangehouden, een contactregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] ieder weekend van vrijdagmiddag vanaf 16.00 uur tot en met zondagavond 20.00 uur bij de moeder is met dien verstande dat [minderjarige] per de datum van de ten deze te wijzen beschikking voor de duur van een volle maand alleen bij de moeder verblijft, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen contactregeling die de moeder op korte termijn contact met [minderjarige] waarborgt, zo nodig onder begeleiding van een neutrale derde;


voorwaardelijk, namelijk voor het geval een eindbeslissing over de inschrijving van [minderjarige] op een middelbare school wordt aangehouden, de moeder vervangende toestemming te geven [minderjarige] in te schrijven op de Vrije School te Den Haag.




Beoordeling


Vooraf

De rechtbank begrijpt dat de ouders uitvoering gaven aan een zorgregeling waarbij [minderjarige] de ene week bij de vader is en de andere week bij de moeder. [minderjarige] en de moeder hebben in januari 2026 ruzie gehad, waarna [minderjarige] niet meer bij de moeder thuis wilde zijn. Sindsdien verblijft [minderjarige] bij de vader en heeft zij nagenoeg geen contact meer gehad met de moeder.



De ouders hebben een geschil over de schoolkeuze voor [minderjarige] en (het hervatten van) het contact tussen [minderjarige] en de moeder.




Vervangende toestemming school


[minderjarige] zit op dit moment in de havo-vwo brugklas van het VCL in Den Haag. Uit een capaciteitstest (van 10 oktober 2024) blijkt dat haar leerpotentieel ligt op een IQ van 131, op basis waarvan zij het schooladvies VWO heeft gekregen. [minderjarige] heeft dyslexie.
Gebleken is dat [minderjarige] niet op het VCL kan blijven omdat haar resultaten ver achterblijven. Het VCL heeft op 14 april 2026 een determinatieadvies vmbo-t voor [minderjarige] gegeven. Daarom moet een andere school gekozen worden voor [minderjarige] .



De vader verzoekt vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven bij H-FARM International School in Italië, in de buurt van Venetië. De vader en [minderjarige] hebben samen (online) onderzoek gedaan naar internationale scholen en de keuze gemaakt voor deze internationale boardingschool in Italië. Ook hebben ze deze school tijdens een vakantie samen bezocht. Daarna (op 26 februari 2026) heeft de vader per e-mail contact gezocht met de moeder om de schoolkeuze te bespreken. Daarbij heeft hij de moeder gevraagd het toestemmingsformulier voor de inschrijving op de school te ondertekenen. De moeder heeft hierop geantwoord dat zij niet zomaar een formulier ondertekent waar zij niets vanaf weet en niet bij betrokken is. De moeder is het niet eens met een inschrijving bij H-FARM International School; zij wil dat [minderjarige] in Nederland naar school gaat.



De rechtbank stelt voorop dat de situatie waarin [minderjarige] en de ouders zich onderling bevinden een slecht uitgangspunt is om ingrijpende beslissingen over de toekomst van [minderjarige] te nemen. De ouders spreken elkaar niet over [minderjarige] ontwikkeling terwijl dit gelet op haar moeizame start en slechte resultaten op de middelbare school wel nodig was geweest. De ouders bemoeien zich met de schoolgang van [minderjarige] zonder hierover elkaar daarin mee te nemen. De moeder met haar e-mail van 3 december aan de school over de beperkte dyslexie begeleiding – zonder de vader hierin te betrekken – en de vader in zijn zoektocht naar een andere middelbare school voor [minderjarige] , waarbij hij met [minderjarige] een internationale school bezoekt zonder de moeder hierin te betrekken. [minderjarige] zit daar tussen in. Nu [minderjarige] volledig bij haar vader woont en nagenoeg geen contact met de moeder heeft, wordt het voor de ouders nog ingewikkelder om keuzes over haar toekomst te maken.



Uit het gesprek met [minderjarige] is het de rechtbank duidelijk geworden dat het de droom is van [minderjarige] om naar een internationale boardingschool te gaan, dat ze daar goed over heeft nagedacht en standvastig is in haar wens. Omdat de ouders geen overeenstemming kunnen krijgen over dit gezagsgeschil, neemt de rechtbank een beslissing die haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt. Daarbij kan de rechtbank niet louter rekening houden met de wens van [minderjarige] . Een schoolgang in het buitenland heeft immers ingrijpende gevolgen voor [minderjarige] , haar vader en haar moeder. [minderjarige] verblijft ver van de ouders en dit heeft gevolgen voor het contact en de omgang met hen, niet alleen wat betreft frequentie maar ook wat betreft de kosten die daaraan verbonden zijn. Wat dit in de praktijk betekent is niet uitgedacht. Daarbij komt dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder al enige maanden verstoord is en dat het lastig lijkt om dit contact te herstellen. Een vertrek van [minderjarige] naar Italië bemoeilijkt herstel van de omgang met de moeder en dit is niet in het belang van een gezonde ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid.
De rechtbank betrekt in haar beslissing ook dat het haar niet is gebleken dat er serieus onderzoek is gedaan naar een passende (internationale) school voor [minderjarige] in Nederland die ook aansluit bij haar onderwijsbehoefte, interesses en wensen en een goed alternatief zou kunnen zijn. In Nederland zijn ook scholen die het IB MYP-curriculum aanbieden en zijn er mogelijkheden voor individuele begeleiding bij dyslexie. Het is de rechtbank niet gebleken dat alleen de H-FARM International School in Italië een onderwijsprogramma heeft dat [minderjarige] biedt was zij nodig heeft om op de middelbare school wel tot presteren te komen.
Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat het niet in het belang van [minderjarige] is om naar de H-FARM International School in Italië te gaan. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de vader af. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan het voorwaardelijke verzoek van de moeder over het schoolgeld.



De rechtbank zal ook de moeder geen vervangende toestemming geven voor inschrijving van [minderjarige] op de Vrije School in Den Haag. Op dit moment is niet gebleken dat – als de Vrije School een optie zou zijn voor [minderjarige] – de vader daar geen toestemming voor zou geven. De ouders hebben deze optie nog niet met elkaar besproken en zij weten ook niet wat [minderjarige] van de Vrije School vindt. De rechtbank is van oordeel dat de ouders deze eventuele schoolkeuze eerst met [minderjarige] en met elkaar moeten bespreken. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af.




Gezag en informatieplicht

Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders het gezag over hun minderjarige kinderen gezamenlijk uitoefenen. Op grond van artikel 1:251a lid 1 BW kan het gezamenlijk gezag worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.



De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een van de gronden om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De communicatie tussen de ouders verloopt moeizaam, maar het toekennen van het eenhoofdig gezag aan de moeder is geen oplossing voor de bestaande problemen tussen de ouders. Daarbij komt dat [minderjarige] op dit moment volledig bij haar vader verblijft. De ouders hebben zelf aangegeven dat zij zien dat [minderjarige] klem zit tussen hen. Zij moeten hierin allebei hun verantwoordelijkheid nemen en moeten zich allebei inzetten voor overleg en het samen nemen van beslissingen over [minderjarige] . Daar zijn nog voldoende mogelijkheden voor, die de ouders tot op heden niet hebben benut. Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af.



De rechtbank zal wel – zoals tijdens de zitting besproken – bepalen dat de vader de moeder een keer per twee weken per e-mail moet informeren over alle relevante beslissingen over de opvoeding en verzorging van [minderjarige] . De rechtbank ziet geen aanleiding om daar een dwangsom aan te verbinden.




Zorgregeling

De rechtbank heeft tijdens de zitting met de ouders besproken dat de ouders [naam 2] of [naam 3] zullen benaderen om met begeleiding tot contactherstel tussen de moeder en [minderjarige] te komen. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de ouders deze hulp gaan aanpakken en de rechtbank wil de ouders de kans geven om samen tot een constructieve oplossing te komen. Zij moeten daarbij in het belang van [minderjarige] allebei actief gaan handelen, iets wat zij de afgelopen jaren van nature niet gewend lijken te zijn. De rechtbank zal het verzoek van de moeder onder V afwijzen.




Proceskosten

De vader verzoekt om de moeder te veroordelen in de proceskosten. De vader heeft dit verzoek niet toegelicht. De rechtbank ziet bovendien geen aanleiding om de moeder te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank zal het verzoek van de vader afwijzen en de proceskosten zoals gebruikelijk in procedures van familierechtelijke aard compenseren.




Voorlopige voorzieningen

De rechtbank neemt in de bodemprocedure op alle voorliggende verzoeken een eindbeslissing. De rechtbank komt daarom niet toe aan behandeling van de voorwaardelijke verzoeken van de moeder. Het verzoek van de vader tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.




Brief aan [minderjarige]

Tot slot vindt de kinderrechter het belangrijk de ouders te laten weten dat aan [minderjarige] gelijktijdig met de beschikking een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd.



In die brief is het volgende opgenomen:




Beste [minderjarige] ,



Wij hebben elkaar op 8 juni op de rechtbank gesproken over jouw wens om komend schooljaar naar H-FARM International School in Italië te gaan. We hebben toen ook besproken dat je nu al enige tijd bij je vader woont en bijna geen contact hebt met je moeder. Ik heb hierover ook met je ouders en hun advocaten gesproken. Een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming was daarbij aanwezig. Je ouders zijn het niet eens over je schoolkeuze en daarom zal ik daarover moeten beslissen. Ik wil je in deze brief graag laten weten wat ik heb besloten.



Je hebt mij verteld dat je heel graag naar de boardingschool in Italië wil. Je droomt hier al lang van. Je vindt het leuk dat er kinderen uit verschillende landen zijn en dat er veel aandacht is voor verschillende vakken. Je hebt hier goed over nagedacht en denkt dat deze school goed bij je past. Ook vind je het niet erg dat de school ver weg is en dat je minder vaak bij je vrienden zult zijn.



Ik begrijp heel goed dat dit belangrijk voor je is en dat je er enthousiast over bent. Toch vind ik op dit moment dat het niet verstandig is om je schoolopleiding in Italië te gaan doen. Ik wil je uitleggen waarom.



Als je naar een kostschool in Italië gaat heeft dat niet alleen gevolgen voor jou, maar ook voor je ouders. Op dit moment heb je nog weinig contact met je moeder. Als je ver weg gaat wonen, kan het moeilijker worden om dat contact verder op te bouwen. Ik vind het belangrijk dat daar nu aandacht voor blijft.



Ook betekent wonen in Italië dat jij of je ouders veel moeten reizen om elkaar te kunnen zien. Dat kost tijd en geld. Je ouders moeten samen met jou goed nadenken over hoe vaak jullie elkaar kunnen zien en hoe dat georganiseerd wordt. Dat hebben ze nog niet gedaan.



Daarnaast vind ik dat er nog niet genoeg is gekeken naar scholen die bij jou passen en dichter bij huis zijn. Het is belangrijk dat jij en je ouders hier samen naar kijken en bespreken wat voor jou de beste keuze is.



Daarom geef ik nu geen toestemming om je in te schrijven voor de H-FARM International School in Italië of de Vrije School in Den Haag. Eerst moeten jij en je ouders samen onderzoeken welke school het beste bij jou past.



Jij hebt mij 15 juni nog een e-mail gestuurd. Daarin heb je mij verteld dat je laatst je moeder hebt gezien en dat jullie fijn hebben gepraat. Je vertelde mij ook dat het prettig voelde om samen over gewone dingen te praten. Ook heb je haar foto’s van H-FARM International School laten zien en zij reageerde enthousiast. Je vertelde dat je moeder met je vader gaat praten om afspraken te maken. Ik begrijp dat je dit spannend vindt en dat je hoopt dat je alsnog naar Italië mag.



Ik snap dat je teleurgesteld zult zijn door deze beslissing. Ik wens je toe dat jij en je ouders samen tot een keuze komen waar jij je goed bij voelt en die goed is voor jouw toekomst.



Met vriendelijke groet,



De kinderrechter, mr. H.M. Boone




















Beslissing
De rechtbank:



in de bodemprocedure C/09/704756:




*
bepaalt dat de vader de moeder een keer per twee weken per e-mail moet informeren over alle relevante beslissingen over de opvoeding en verzorging van [minderjarige] ;



*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;



*
wijst af het meer of anders verzochte;





in de voorlopige voorzieningenprocedure C/09/704757:




*
wijst de verzoeken af.




Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Verkerk als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 22 juni 2026.