Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20375

2026-06-24 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/09/705313 / KG ZA 26-513
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-24
Publicatiedatum
2026-07-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/705313 / KG ZA 26-513
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding; eisers zijn niet ontvankelijk in hun vordering. aangezien zij twee niet meer bestaande B.V.'s hebben gedagvaard. Aannemelijk is dat het door gedaagden op de woning van eisers gelegde conservatoire beslag waardeloos is. Aangezien gedaagden geen waardeloosverklaring meer kunnen afgeven, verklaart de voorzieningenrechter het beslag ondanks de niet-ontvankelijkheid van gedaagden waardeloos, omdat eisers zonder die rechterlijke waardeloosstelling de in dit geval noodzakelijke rechtsbescherming zouden ontberen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.953 tekens)
Rechtbank den haag


Team handel - voorzieningenrechter



zaak- / rolnummer: C/09/705313 / KG ZA 26-513




Vonnis in kort geding van 24 juni 2026




in de zaak van





1. [eiser] te [woonplaats]

2. [eiseres] te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. Y.A. Rampersad,



tegen:



1) [gedaagde 1] B.V. voorheen te [plaats] ,
2) [gedaagde 2] B.V. voorheen te [plaats] ,
gedaagden,
niet verschenen.






1De procedure


1.1.
Eisers hebben de dagvaarding doen uitbrengen op 26 mei 2026 en hebben ter zitting van 17 juni 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.



1.2.
Gedaagden zijn door middel van een openbaar exploot opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij zijn daar niet verschenen.






2De beoordeling van het geschil


2.1.
Eisers hebben vorderingen ingesteld zoals opgenomen in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid.



2.2.
Gedaagde onder 1 is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die na ontbinding op 31 juli 2025 is opgehouden te bestaan bij gebrek aan baten en op 14 augustus 2025 is uitgeschreven uit het Handelsregister. Gedaagde onder 2 is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die volgens eisers eveneens is ontbonden en opgehouden te bestaan, maar waarvan volgens eisers in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel geen gegevens meer te achterhalen zijn. Aannemelijk is dat beide gedaagden niet meer bestaan, zodat zij in deze procedure geen partij kunnen zijn. Eisers moeten daarom, ondanks de oproeping van de beide niet meer bestaande BV’s bij openbaar exploot van 26 mei 2026, in hun vorderingen niet ontvankelijk worden verklaard.



2.3.
Gedaagden hebben op 2 april 1999 ten laste van de toenmalige eigenaar conservatoir gezamenlijk beslag gelegd op het herenhuis met ondergrond en tuin en verdere toebehoren aan het [adres] . Eisers hebben deze woning op 6 april 1999 in eigendom verkregen. Hoewel in de akte van levering aan eisers en in de latere hypotheekakte staat vermeld dat de woning vrij is van hypotheken en beslagen, is het conservatoire beslag nog altijd ingeschreven.



2.4.
Eisers hebben mede aan de hand van de verklaring van de indirect bestuurder van gedaagde onder 1, die ook bewaarder is van de boeken en bescheiden van die vennootschap, aannemelijk gemaakt dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd omstreeks 6 april 1999 volledig is voldaan. Op grond hiervan is aannemelijk dat de inschrijving van het conservatoire beslag waardeloos is. Eisers hebben, als eigenaars van de woning, een evident belang bij het waardeloos doen verklaren van het conservatoire beslag. Aangezien gedaagden, als niet meer bestaande vennootschappen, geen waardeloosverklaring afgeven, zal de voorzieningenrechter ondanks de zojuist geconstateerde niet-ontvankelijkheid de inschrijving van het beslag op de voet van artikel 3:29 BW waardeloos verklaren, zoals door eisers gevorderd. Zonder deze rechterlijke waardeloosverklaring zouden eisers immers in dit geval noodzakelijke rechtsbescherming ontberen.



2.5.
Uit artikel 3:29, vierde lid, BW volgt dat dit vonnis na inschrijving de bewaarder machtigt tot doorhaling van de waardeloze inschrijving, zodat eisers geen belang hebben bij de door hen gevorderde bepaling dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte. Deze vordering wordt daarom afgewezen.



2.6.
Aangezien gedaagden niet bestaan, moeten eisers hun eigen proceskosten dragen.






3De beslissing


De voorzieningenrechter:



3.1.
verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen tegen gedaagden;



3.2.
verklaart het conservatoire beslag ten behoeve van [gedaagde 1] B.V. en [gedaagde 2] B.V. op het herenhuis met ondergrond en tuin en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend [kadastraal nummer] , groot driehonderdnegen vierkante meter (309 m2), ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (reeks: Zoetermeer) op 2 april 1999, afkomstig uit stuk Hyp3 14178/45, waardeloos in de zin van de artikelen 3:28 en 3:29 BW;



3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



3.4.
bepaalt dat eisers de eigen kosten dragen;



3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
WJ





Burgerlijk Wetboek.