Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20372

2026-01-06 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.53581, NL25.53582, NL25.53584, NL25.53585, NL25.53586, NL25.53587
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-01-06
Publicatiedatum
2026-07-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.53581, NL25.53582, NL25.53584, NL25.53585, NL25.53586, NL25.53587
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

asiel. beroep ongegrond. eisers stellen afghaanse nationaliteit te hebben maar verweerder vindt dit ongeloofwaardig en volgt indiase nationaliteit. volgt uit EU-visumsystemen, geen documenten waar indiase nationaliteit uit blijkt, gebruik gemaakt van vals paspoort

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.700 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: NL25.53581 (beroep), NL25.53582 (voorlopige voorziening), NL25.53584 (beroep), NL25.53585 (voorlopige voorziening), NL25.53586 (beroep) en NL25.53587 (voorlopige voorziening).


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen





[eiser] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)




[eiseres 1] , V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres 1)




[eiseres 2] , V-nummer: [v-nummer 3] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres 2)


gezamenlijk eisers,



(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),




en




de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. R. Radema).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de afwijzing van de asielaanvragen en beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken van eisers om een voorlopige voorziening.




1.1.
Eisers hebben op 16 oktober 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 31 oktober 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.



1.2.
Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft de beroepen en de verzoeken op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, T.M. Putt als tolk en de gemachtigde van verweerder.






Beoordeling door de rechtbank



Waar gaan deze zaken over?



2. Eisers stellen de Afghaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren in [plaats] in Afghanistan. Eiseres 1 is de echtgenote van eiser en eiseres 2 is de schoonzus van eiser. Vanwege een vete die hun ouders en voorouders hadden met een andere Afghaanse familie, zijn zij op hele jonge leeftijd vertrokken uit Afghanistan. Ondanks dat eisers naar India waren gevlucht bleven zij bedreigd worden door deze familie en is de broer van eiser, tevens de echtgenoot van eiseres 2, zelfs vermoord. Eisers hebben naar aanleiding van de moord besloten India te verlaten omdat zij zelf ook werden bedreigd. Eiser heeft contact gezocht met een reisagent en die heeft de reis voor hen geregeld. Eisers vrezen bij terugkeer naar India vermoord te worden door de Afghaanse familie waarmee zij al langere tijden problemen hebben.



Wat vinden eisers in beroep?



3. Eisers vinden dat verweerder ten onrechte uitgaat van de Indiase paspoorten nu niet bekend is op basis van welke identificerende documenten de Indiase paspoorten zijn verstrekt. Eisers hebben alleen hun namen en foto’s gegeven aan de reisagent en verder heeft de reisagent de geboortedatum en geboorteplaats van hen verzonnen. Gelet op het voorgaande dient te worden getwijfeld aan de echtheid van het paspoort. Eisers verwijzen hiervoor ook naar bijgevoegde informatie over de nationaliteitswet van Afghanistan.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



4. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvragen van eisers kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. De rechtbank geeft eisers geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.

5. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder – anders dan eisers betogen - uitgaan van hun Indiase nationaliteit. Verweerder mocht hierbij betrekken dat uit het EU visumsysteem blijkt dat eisers vier keer een visum hebben aangevraagd voor een Schengenland. Eisers hebben bij de aanvraag van deze visa gebruik gemaakt van de Indiase paspoorten en bij deze aanvragen zijn vingerafdrukken van hen afgenomen. Eisers zijn hierna met de Indiase paspoorten gereisd van India via Frankrijk en België naar Nederland. Verweerder mocht vinden dat nu de paspoorten van eisers vier maal zijn gecontroleerd in het kader van hun visumaanvragen en dat eisers vervolgens legaal met het paspoort hebben gereisd, dat de Indiase nationaliteit geloofwaardig bevonden mocht worden. Het feit dat eisers analfabeet zijn verandert het oordeel van de rechtbank niet. Het betoog van eisers dat getwijfeld dient te worden aan de echtheid van de paspoorten nu er geen identificerende documenten ten grondslag liggen aan het afgeven van de paspoorten wordt niet gevolgd door de rechtbank. De rechtbank volgt de verwijzing van verweerder naar de jurisprudentie van de Afdeling waaruit blijkt dat verweerder in beginsel uit mag gaan van de juistheid van de informatie in EU visumsystemen en dat het aan de vreemdeling is om aan te tonen dat deze informatie onjuist is. Verweerder mocht vinden dat eisers niet hebben aangetoond dat niet van de middels biometrie verkregen onderzoeksresultaten uit de EU visumsystemen uitgegaan mocht worden, waar onder andere uit blijkt dat eisers de Indiase nationaliteit hebben. Ook mocht verweerder betrekken dat eisers op 16 oktober 2025 bij de Koninklijke Marechaussee een asielaanvraag en een nationaliteitsverklaring hebben ondertekend waarin zij hebben verklaard dat zij de Indiase nationaliteit hebben.

6. Verder mocht verweerder betrekken dat eisers geen documenten hebben overgelegd waaruit blijkt dat zij een andere nationaliteit hebben dan de Indiase. Eisers betogen dat uit de Afghaanse nationaliteitswet en het rapport uit 2017 volgt dat een kind geboren uit Afghaanse ouders automatisch hun nationaliteit volgt. Echter niet is aangetoond dat eisers zijn geboren uit Afghaanse ouders. Dat uit het Algemeen Ambtsbericht van Afghanistan van 2022 volgt dat Sikhs uit Afghanistan de Indiase nationaliteit verkrijgen is evenmin voldoende om de gestelde Afghaanse nationaliteit aan te nemen.

7. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder ook vinden dat eisers in grote lijnen niet als geloofwaardig kunnen worden beschouwd omdat zij gebruik hebben gemaakt van een vals of vervalst Spaans paspoort. Verweerder mocht hierbij betrekken dat het onlogisch is dat de reisagent de Indiase paspoorten van eisers innam en dat de reisagent hen vervolgens liet reizen met een vals Spaans paspoort. Tevens mocht verweerder de verklaringen van eiser over de aanvragen van de visa ongerijmd vinden. Zo hebben eisers verklaard dat de reisagent alleen de namen had gevraagd en foto’s had genomen van eisers voor het aanvragen van de documenten. Verweerder mocht dit bevreemdend vinden nu er onderzoek resultaten van de EU visumsystemen zijn verkregen op grond van biometrische (vingerafdrukken). Dat ter zitting is verklaard dat hen werd gevraagd welke documenten zij hadden overgelegd en dat zij niet begrepen dat daar ook vingerafdrukken onder vielen, verandert het oordeel niet. Verder mocht verweerder betrekken dat uit de onderzoeksresultaten van de EU visumsystemen blijkt dat met de Indiase paspoorten van eisers al op 23 juli 2025 een Spaans visum is aangevraagd. Dit komt niet overeen met de verklaringen van eisers dat zij het Indiase paspoort pas twee dagen voor vertrek van de reisagent hebben gekregen nu eisers pas begin oktober zijn vertrokken uit India.

8. De rechtbank stelt vast dat eisers geen beroepsgronden hebben aangevoerd tegen de andere tegenwerpingen van verweerder. Niet is gebleken dat verweerder het relaas niet ongeloofwaardig heeft mogen vinden.

9. Dat eisers op zitting hebben verklaard dat de gehele reis is geregeld door de reisagent en dat eisers samen met de bus zijn aangekomen vanuit Parijs, een nacht hebben gelogeerd in een hotel in Nederland en daarna naar Schiphol zijn gebracht voor doorreis naar Dublin, kan niet afdoen aan de voorgaande overwegingen.

10. Het voorgaande maakt dat eisers niet als vluchteling kunnen worden aangemerkt en dat eisers geen reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer naar India. Verweerder heeft daarom de asielaanvragen kunnen afwijzen.




Conclusie en gevolgen

11. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvragen terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank is daarom van oordeel dat de beroepen ongegrond zijn. Dat betekent dat de afwijzingen van de asielaanvragen in stand blijft.

12. Omdat op de beroepen is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter wijst deze verzoeken daarom af.

13. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.








































Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.



De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.





Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier. Het dictum is op 18 december 2025 telefonisch uitgesproken.



De beslissing is bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.


Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

De uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:661, en van 3 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1017.


Report on Citizenship Law: Afghanistan, gepubliceerd: European University Institute, March 2017


Verslag van het gehoor aanmeldfase van eiser, pagina 4.


Verslag van het nader gehoor van eiser, pagina 5.