Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:20269
2026-07-20
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL24.8901
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
MOB, geen procesbelang, niet-ontvankelijk.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2024:2662 Raad van State 01-07-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.657 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8901
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. D. Post).
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het stopzetten van de aan hem toegekende facultatieve tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (Richtlijn) en de oplegging van meerdere terugkeerbesluiten.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
1.2.
De minister heeft, na sluiting van het onderzoek, op 1 juni 2026 een bericht in het digitale dossier geplaatst waaruit blijkt dat eiser op 13 mei 2026 vrijwillig is vertrokken naar zijn land van herkomst.
1.3.
De rechtbank heeft het onderzoek op 23 juni 2026 heropend. Hierbij heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht aan te geven of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beslissing op het beroep.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit
hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Heeft eiser nog procesbelang?
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Er mag van uitgegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure.
3.1.
De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om aan te geven of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beslissing van het beroep. De rechtbank neemt dan ook aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8901
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. D. Post).
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het stopzetten van de aan hem toegekende facultatieve tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (Richtlijn) en de oplegging van meerdere terugkeerbesluiten.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
1.2.
De minister heeft, na sluiting van het onderzoek, op 1 juni 2026 een bericht in het digitale dossier geplaatst waaruit blijkt dat eiser op 13 mei 2026 vrijwillig is vertrokken naar zijn land van herkomst.
1.3.
De rechtbank heeft het onderzoek op 23 juni 2026 heropend. Hierbij heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht aan te geven of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beslissing op het beroep.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit
hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Heeft eiser nog procesbelang?
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Er mag van uitgegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure.
3.1.
De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om aan te geven of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beslissing van het beroep. De rechtbank neemt dan ook aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.