Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:1976

2026-01-30 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.2594
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-01-30
Publicatiedatum
2026-02-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.2594
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bewaring. Buiten zitting. Beroep ongegrond. Referte.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.365 tekens)
uitspraak














RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2594

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen






[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),



en


de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. H. Toonders).




Procesverloop


Bij besluit van 14 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.



Partijen hebben ingestemd met schriftelijke behandeling. Eiser heeft op 20 januari 2026 de gronden van beroep ingediend. De minister heeft op 23 januari 2026 een verweerschrift ingediend.



De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 26 januari 2026.





Overwegingen



Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vw. In dit artikel staat dat, indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn, het belang van de openbare orde geacht wordt de bewaring van de vreemdeling te vorderen. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling schept deze grondslag een rechtsvermoeden dat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling vordert.1


Eiser refereert zich aan het oordeel van de rechtbank en voert geen gronden aan. De minister heeft desgevraagd aangegeven dat eiser op 27 januari 2026 zal terugkeren naar Italië.







1. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 7 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:667.



3. De rechtbank is (ambtshalve) niet gebleken dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.



Conclusie


4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep ongegrond;


wijst het verzoek om schadevergoeding af.





Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.




De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:




30 januari 2026



















Documentcode: [Documentcode]















Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.