Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:19322

2026-07-10 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.9590
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-10
Publicatiedatum
2026-07-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.9590
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

niet ontvankelijk - MOB.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.155 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL26.9590


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),


en




de minister van Asiel en Migratie

, verweerder.





Procesverloop



Bij besluit van 13 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.




Overwegingen

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brief van 15 juni 2026 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 12 juni 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 22 juni 2026 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank meegedeeld dat het hem niet lukt om in contact te komen met eiser.

2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.

3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.



Beslissing



De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.









Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.






































De uitspraak is bekendgemaakt op:










































Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.



Voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.


Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.