Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:19311

2026-07-09 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.14857
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-09
Publicatiedatum
2026-07-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.14857
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

pkv – asiel – toegewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.878 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.14857


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),



en




de minister van Asiel en Migratie, verweerder





Procesverloop


Eiser heeft op 31 juli 2024 beroep ingesteld tegen het besluit van 30 juli 2024 (het bestreden besluit), waarin verweerder de asielaanvraag van eiser heeft afgewezen als ongegrond.



Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft deze rechtbank het beroep van 31 juli 2024 gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen.



Op 30 maart 2025 heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag.



Op 7 augustus 2025 heeft verweerder eiser in kennis gesteld van de beslissing op zijn aanvraag.



De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.





Overwegingen

1. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van eiser heeft besloten, maar op 7 augustus 2025 alsnog tot een besluit is gekomen, is verweerder geheel aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Derhalve heeft eiser in zoverre geen procesbelang meer. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

2. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, is een proceskostenveroordeling mogelijk. Dit is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, doet deze situatie zich hier voor.

3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Aangezien het opvolgende beroep niet ten onrechte is ingesteld ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien de beroepen alleen zien op het niet tijdig nemen van de besluiten.




Beslissing


De rechtbank:




verklaart het beroep niet-ontvankelijk;


veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).





Deze uitspraak is gedaan op 9 juli 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:






Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.







Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.


ECLI:NL:RBDHA:2024:20392.


Algemene wet bestuursrecht.