Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:19095
2026-07-21
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
SGR 24/9904
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beëindigen schuldhulpverlening. Niet gebleken van procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2022:2058 Centrale Raad van Beroep 08-09-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.055 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/9904
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. H. Oldenhof),
en
het college van burgemeester en wethouders van [plaats](gemachtigden: mr. J. Chang Shang Min en S. Martens)
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college tot het beëindigen van de schuldhulpverlening aan eiser. Eiser is het daarmee niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. In het besluit van 12 augustus 2024 heeft het college het schuldhulpverleningstraject van eiser met ingang van 12 augustus 2024 beëindigd. Met het bestreden besluit van 12 november 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij het besluit van 12 augustus 2024 gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank
3. Eiser ontvangt sinds 13 januari 2023 een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande. In het besluit van 19 februari 2024 is eiser per 13 februari 2024 toegelaten tot de schuldhulpverlening.
3.1.
In een brief van 28 mei 2024 is aan eiser een plan van aanpak schuldhulpverlening, gedateerd op 28 mei 2024, toegestuurd. Eiser heeft aangegeven het plan van aanpak niet te willen ondertekenen, omdat hij het met de inhoud daarvan niet eens is.
3.3.
In het besluit van 12 augustus 2024, gehandhaafd in het bestreden besluit, is het schuldhulpverleningstraject met ingang van 12 augustus 2024 beëindigd. Het college merkt daarbij op dat eiser zijn huidige abonnementen en betalingsverplichtingen niet wenst te minimaliseren. Die wens van eiser kan tot nieuwe schulden leiden. Na aftrek van alle vaste kosten resteert nog een vrij te laten bedrag (VTLB) van € 227,87 per maand. Van dat bedrag kunnen niet de algemeen noodzakelijke kosten worden betaald en kan ook niet worden gespaard voor overige (on)voorziene kosten. Onder meer door het niet ondertekenen van het plan van aanpak heeft eiser de op hem rustende medewerkingsplicht, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wgs, en artikel 7, tweede lid, van de Beleidsregels schuldhulpverlening [plaats] 2023 (Beleidsregels) geschonden.
3.4.
De rechtbank moet eerst ambtshalve beoordelen of eiser in beroep een belang heeft bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit. Een beroep is niet-ontvankelijk, wanneer het procesbelang daarbij voor eiser ontbreekt.
3.5.
Er is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een aanspraak over een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Verder kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand niet aannemelijk is dat schade is geleden.
3.6.
Eiser heeft ter zitting de rechtbank meegedeeld dat hij inmiddels is erkend als toeslagouder en dat hij in verband daarmee geen schulden meer heeft, met uitzondering van een schuld bij VGZ. Met VGZ is een aflossingsregeling tot stand gekomen, waarbij hij maandelijks € 5,- aflost op de schuld. Op de vraag ter zitting wat zijn belang bij deze procedure nog is, heeft eiser geantwoord dat het beroep voor hem een principiële kwestie is. Hij is van mening dat het college inbreuk heeft gemaakt op zijn vrijheid om het VTLB te besteden op de manier die hij wil.
3.7.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser, gelet op de hiervoor geschetste ontwikkelingen, geen belang bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit. Eiser heeft immers geen hulp meer nodig bij het aflossen van zijn schulden. Dat het beroep voor eiser een principekwestie is, is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Ook overigens is van procesbelang niet gebleken.
3.8.
Het beroep van eiser zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr.I. Geerink-van Loon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026.
griffier
rechter
de rechter is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2058.
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/9904
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. H. Oldenhof),
en
het college van burgemeester en wethouders van [plaats](gemachtigden: mr. J. Chang Shang Min en S. Martens)
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college tot het beëindigen van de schuldhulpverlening aan eiser. Eiser is het daarmee niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. In het besluit van 12 augustus 2024 heeft het college het schuldhulpverleningstraject van eiser met ingang van 12 augustus 2024 beëindigd. Met het bestreden besluit van 12 november 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij het besluit van 12 augustus 2024 gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank
3. Eiser ontvangt sinds 13 januari 2023 een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande. In het besluit van 19 februari 2024 is eiser per 13 februari 2024 toegelaten tot de schuldhulpverlening.
3.1.
In een brief van 28 mei 2024 is aan eiser een plan van aanpak schuldhulpverlening, gedateerd op 28 mei 2024, toegestuurd. Eiser heeft aangegeven het plan van aanpak niet te willen ondertekenen, omdat hij het met de inhoud daarvan niet eens is.
3.3.
In het besluit van 12 augustus 2024, gehandhaafd in het bestreden besluit, is het schuldhulpverleningstraject met ingang van 12 augustus 2024 beëindigd. Het college merkt daarbij op dat eiser zijn huidige abonnementen en betalingsverplichtingen niet wenst te minimaliseren. Die wens van eiser kan tot nieuwe schulden leiden. Na aftrek van alle vaste kosten resteert nog een vrij te laten bedrag (VTLB) van € 227,87 per maand. Van dat bedrag kunnen niet de algemeen noodzakelijke kosten worden betaald en kan ook niet worden gespaard voor overige (on)voorziene kosten. Onder meer door het niet ondertekenen van het plan van aanpak heeft eiser de op hem rustende medewerkingsplicht, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wgs, en artikel 7, tweede lid, van de Beleidsregels schuldhulpverlening [plaats] 2023 (Beleidsregels) geschonden.
3.4.
De rechtbank moet eerst ambtshalve beoordelen of eiser in beroep een belang heeft bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit. Een beroep is niet-ontvankelijk, wanneer het procesbelang daarbij voor eiser ontbreekt.
3.5.
Er is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een aanspraak over een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Verder kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand niet aannemelijk is dat schade is geleden.
3.6.
Eiser heeft ter zitting de rechtbank meegedeeld dat hij inmiddels is erkend als toeslagouder en dat hij in verband daarmee geen schulden meer heeft, met uitzondering van een schuld bij VGZ. Met VGZ is een aflossingsregeling tot stand gekomen, waarbij hij maandelijks € 5,- aflost op de schuld. Op de vraag ter zitting wat zijn belang bij deze procedure nog is, heeft eiser geantwoord dat het beroep voor hem een principiële kwestie is. Hij is van mening dat het college inbreuk heeft gemaakt op zijn vrijheid om het VTLB te besteden op de manier die hij wil.
3.7.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser, gelet op de hiervoor geschetste ontwikkelingen, geen belang bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit. Eiser heeft immers geen hulp meer nodig bij het aflossen van zijn schulden. Dat het beroep voor eiser een principekwestie is, is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Ook overigens is van procesbelang niet gebleken.
3.8.
Het beroep van eiser zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr.I. Geerink-van Loon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026.
griffier
rechter
de rechter is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2058.