Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:18883

2026-07-01 Civiel recht; Insolventierecht NL:TZ:2613018:R-RK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-01
Publicatiedatum
2026-07-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL:TZ:2613018:R-RK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek Wsnp. Geslaagd beroep op de hardheidsclausule. Omstandigheden bepalend voor ontstaan schulden onder controle. Toewijzing verzoek eerdere ingangsdatum.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.612 tekens)
RECHTBANK Den Haag


Team Toezicht



Rekestnummer: NL:TZ:2613018:R-RK




Vonnis van 1 juli 2026




op het verzoek van





[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats].





Waar deze zaak over gaat


[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.






1De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.



1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van . Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker],
- mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2], schuldhulpverleners van de [gemeente],
- mevrouw [naam 3], beschermingsbewindvoerder.







2De beoordeling van het verzoek
Toelating tot de WSNP

2.1.

[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.



2.2.
De rechtbank constateert dat bij een aantal schulden vraagtekens kunnen worden geplaatst ten aanzien van de goede trouw van [verzoeker]. Een deel van de schulden is ontstaan in de afgelopen drie jaar. [verzoeker] heeft aangevoerd dat zijn situatie inmiddels ten goede is veranderd. Hij heeft de omstandigheden waaronder de schulden zijn ontstaan onder controle, mede door het genereren van inkomen en daarnaast staat hij sinds 25 september 2024 onder beschermingsbewind. Hiermee is de kans op het ontstaan van nieuwe schulden afgenomen.



2.3.
Een en ander leidt ertoe dat de rechtbank met toepassing van de zogeheten hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van de Faillissementswet [verzoeker] het voordeel van de twijfel zal geven en het verzoek zal toewijzen. De rechtbank kan ervan uitgaan dat [verzoeker] de omstandigheden die (mede) bepalend zijn geweest voor het ontstaan van haar schulden in voldoende mate onder controle heeft gekregen.



2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.



2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker].



2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.



Ingangsdatum termijn van de WSNP




2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.



2.7.

[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 10 juli 2025.



2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag. In de periode juli 2025 tot en met januari 2026 heeft beslag gelegen op het inkomen van [verzoeker]. Vanaf februari 2026 heeft [verzoeker] conform de vastgestelde Vtlb-berekening maximaal afgelost op basis van de normen die gelden voor berekening van het Vtlb en heeft [verzoeker] zich voldoende ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.


De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 10 juli 2025 begint te lopen.







3De beslissing
De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:



[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats], wonende te [adres] [woonplaats];


- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;

- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 10 juli 2025;

- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:

P. Adam (Adam en Noordzij Bewindvoering)
Postbus 7441
3284 ZG Zuid-Beijerland;


- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:

o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.



Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met R.D.A. Babulall-Oemrawsingh, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.










Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?

Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.